Georgië

land in Oost-Europa
Voor de Amerikaanse staat zie Georgia (staat)

Georgië (Georgisch: საქართველო, Sakartvelo) is een land in de Transkaukasië, in Oost-Europa[4][5][6] en West-Azië.[7][8] Georgië is lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Eurocontrol, de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied, en de GUAM. Sinds 2008 is Georgië een officieel aspirant-lid van de NAVO.[9]

საქართველო
Sakartvelo
Vlag van Georgië Wapen van Georgië
(Details) (Details)
Kaart
Basisgegevens
Officiële landstaal Georgisch
Hoofdstad Tbilisi
Regeringsvorm Parlementaire republiek
Staatshoofd President Salome Zoerabisjvili
Regeringsleider Premier Irakli Garibasjvili
Religie Christelijk orthodox 83,4%
Islam 10,7%[1]
Oppervlakte 69.700 km² [2]
Inwoners 3.728.600 (2021)[3]
3.713.804 (2014 census)[1]
Overige
Volkslied Tavisoepleba
Munteenheid lari (GEL)
UTC +4
Nationale feestdag 26 mei
Web | Code | Tel. .ge | GEO | 995
Voorgaande staten
Georgische Socialistische Sovjetrepubliek Georgische Socialistische Sovjetrepubliek
Sovjet-Unie Sovjet-Unie
Democratische Republiek Georgië Democratische Republiek Georgië
1991 (Val Sovjet-Unie)
Detailkaart
Kaart van Georgië
Portaal  Portaalpictogram  Landen & Volken

Het land grenst aan Rusland, Turkije, Armenië, Azerbeidzjan, en de Zwarte Zee. De hoofdstad is Tbilisi. De Georgiërs zijn in meerderheid christelijk. 83% behoort tot de oosters-orthodoxe kerken, hoofdzakelijk tot de Georgisch-Orthodoxe Kerk.

De regio's Abchazië en Zuid-Ossetië zijn sinds het begin van de jaren 1990 de facto onafhankelijk, doordat de Georgische overheid hier in de praktijk geen gezag meer over heeft. Tot 2004 gold dit ook voor de regio Adzjarië. De status van Abchazië en Zuid-Ossetië vormt sinds de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991 een bron van terugkerende gewapende conflicten, waarbij buurland Rusland regelmatig een grote rol speelde. Voornamelijk om die reden is de relatie tussen beide landen slecht.

EtymologieBewerken

Georgiërs noemen zichzelf Kartvelebi (ქართველები), hun land Sak’art’velo (საქართველო), en hun taal Kartuli (ქართული). De naam is afgeleid van Kartlos, kleinzoon van de Bijbelse Jafet, die beschouwd wordt als de vader van alle Georgiërs.

De naam Sakartvelo (საქართველო) bestaat uit twee stukken, waarbij de stam kartveli-i (ქართველ-ი) de beschrijving is van de bewoners in het centraal gelegen KartliIberië in de klassieke oudheid. De oude Grieken (Strabo, Herodotus, Plutarchus, enz.) en de Romeinen (Titus Livius, Publius Cornelius Tacitus, enz.) noemden het jonge oostelijke deel van Georgië Iberië en het westen Colchis.

De internationaal gebruikte naam Georgië is afgeleid van de hellenistische term (Oudgrieks: Γεωργία), afgeleid van Georgios (Grieks: Γεώργιος), een Griekse naam die boer betekent. Georgië betekent hierin boerenland. Het Perzische Virshan betekent land van de wolf, verwijzend naar de grijze wolf die er heden ten dage nog steeds leeft.

GeschiedenisBewerken

  Zie Geschiedenis van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vroege geschiedenisBewerken

 
Koningin Tamar van Georgië (1160-1213)

De geschiedenis van Georgië gaat terug tot het neolithicum. Archeologen hebben oude nederzettingen teruggevonden uit het 5e millennium v.Chr. in de regio Imiris-gora in Oost-Georgië.

 
Koning Vachtang VI van Oost-Georgië, de belangrijkste Georgische staatsman in het begin van de 18e eeuw.

Westelijk Georgië was in de 7e eeuw v.Chr. bekend als het koninkrijk Colchis (onder meer in het verhaal van de Argonauten) en later stond de westelijke kuststreek bekend als Egrisi. De oostelijke bergstreek, namelijk het koninkrijk Iberië, heeft sinds de 4e eeuw v.Chr. als een zelfstandige staat bestaan. Daar lagen de oude culturele hoofdstad Mtscheta en de latere hoofdstad Tbilisi. Beide koninkrijken zijn enkele malen geannexeerd door Perzische dynastieën, namelijk door de Achaemeniden en de Sassaniden. In 65 v.Chr. werd het gebied veroverd door de Romeinse veldheer Pompeius, en beide koninkrijken werden vazalstaten van het Romeinse Rijk.

In 337 werd het christendom de officiële godsdienst van het land. Vanaf het midden van de 7e eeuw tot de 9e eeuw was Georgië een Arabische vazalstaat. In 813 kwam de macht in de handen van de Bagratidendynastie, die ook in Armenië heerste. In 888 werd in Iberië (oostelijk Georgië) het koningschap hersteld. Daarna behielden de Georgiërs gedurende ongeveer 1000 jaar min of meer hun onafhankelijkheid onder dezelfde dynastie. In 978 werden de westelijke en oostelijke delen van Georgië verenigd onder Bagrat III en in 1008 was het een eenheid als het koninkrijk Georgië (tot 1466). Alleen de hoofdstad Tbilisi bleef nog een eeuw in de handen van de moslims.

In de 7e eeuw ontstond een eigen christelijke literatuur. De Georgische cultuur bereikte aan het einde van de 10e eeuw een lange periode van bloei, die duurde tot het midden van de 13e eeuw. Enkele van de beroemdste heersers waren koning David de Bouwer en koningin Tamar, die beiden heilig verklaard werden door de Georgisch-Orthodoxe Kerk. Het koninkrijk Georgië omvatte op zijn hoogtepunt (rond 1200) ook het huidige Azerbeidzjan, Armenië en gebieden in de Noordelijke Kaukasus. Het keizerrijk Trebizonde werd opgezet door koningin Tamar als satellietstaat.

Tot 1804Bewerken

 
Catharina Dadiani, de laatste vorstin van Mingrelië (West-Georgië)

Door de invallen van de Mongolen, vanaf 1220, kwam aan deze bloeiperiode op wrede wijze een einde. Na Alexander I (1412–1443), de laatste koning van geheel Georgië, werd het gebied verdeeld in een aantal kleine vorstendommen. In 1762 ontstond uit de twee Georgische vorstendommen Kartli en Kachetië het koninkrijk Kartli-Kachetië.

In 1783 tekende dit koninkrijk, na zware verwoestingen door Turkse en Perzische invasies, met het Russische Rijk het Verdrag van Georgiejevsk, waardoor het een protectoraat werd van dit rijk. Op 22 december 1800 tekende tsaar Paul I, naar verluidt op verzoek van koning Giorgi XII, voor een unie tussen zijn rijk en Kartli-Kachetië. De proclamatie trad in werking op 18 januari 1801. Daarop werd de monarchie van Kartli-Kachetië afgeschaft en werd Giorgi XII in ballingschap gestuurd.[10]

1804: onderdeel van Russische RijkBewerken

 
Verklaring van onafhankelijkheid 1918

In 1804 werd Georgië een integraal onderdeel van het Russische Rijk. Het koninkrijk Imereti (West-Georgië) volgde in 1810, nadat de opstand onder leiding van Salomo II was neergeslagen.[11] Tussen 1803 en 1878 werden enkele overige gedeelten van het huidige Georgië (Batoemi, Achaltsiche, Poti en Abchazië alsook het later weer Turkse Artvin) veroverd tijdens een aantal Russisch-Turkse oorlogen. Voor de Georgische Kerk betekende de Russische inlijving dat het eigen patriarchaat werd opgeheven en de Georgische christenen deel gingen uitmaken van de Russische Kerk.

Georgië was vlak na de Russische Revolutie tussen 1918 en 1921 drie jaar onafhankelijk als de mensjewistische Democratische Republiek Georgië, waarna het Rode Leger het heroverde en daarop de Sovjet-Unie Georgië, eerst samen met Armenië en Azerbeidzjan, tot de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek vormde om in 1936 te worden afgesplitst als de Georgische SSR, in het Nederlands meestal ‘Groezië’ genoemd naar de Russische naam Groezische SSR voor het gebied.

1991: Republiek GeorgiëBewerken

De huidige republiek Georgië is ontstaan toen het de onafhankelijkheid uitriep op 9 April 1991 tijdens het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De eerste president was Zviad Gamsachoerdia, die begin 1992 door een staatsgreep werd afgezet. Het presidentschap werd tijdelijk ‘afgeschaft’ en tegenstander Edoeard Sjevardnadze werd benoemd tot voorzitter van de Georgische Staatsraad en kreeg daarmee de macht in handen. In november 1995 werd Edoeard Sjevardnadze gekozen tot de tweede president van de Georgische Republiek.

Abchazië en Zuid-Ossetië maken juridisch gezien deel uit van Georgië maar zijn feitelijk afgescheiden staatjes onder controle van Rusland (daarom ook wel vazalstaten genoemd) met een eigen regering. De bevolking bestaat maar voor een klein deel uit etnische Russen. Wel heeft Rusland sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gul Russische paspoorten verstrekt aan bewoners van Abchazië en Zuid-Ossetië. De inwoners van deze gebieden kunnen aanspraak maken op een Georgisch paspoort, daar beide gebieden volgens het internationale recht tot Georgië behoren, maar in dat geval is het niet mogelijk een lokaal paspoort te verkrijgen. Tevens zouden zij dan erkennen tot Georgië te behoren. Zo claimt Rusland dat een groot deel van de bevolking van Zuid-Ossetië en Abchazië Russisch staatsburger is. Rusland heeft met name sinds 2008 duizenden soldaten gestationeerd in zowel Abchazië als Zuid-Ossetië. Georgië werd net zoals andere voormalige Sovjetrepublieken lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). Door het conflict met Rusland over Zuid-Ossetië besliste Georgië op 12 augustus 2008 uit het GOS te stappen, wat een jaar later een feit werd.[12]

2003: RozenrevolutieBewerken

 
Rozenrevolutie, november 2003

In november 2003 parlementsverkiezingen waarbij de partij van zittend president Edoeard Sjevardnadze de meeste stemmen kreeg. De toezichthoudende OVSE constateerde onregelmatigheden. Op 22 november werd Sjevardnadze door een volksopstand onder leiding van oppositieleider Micheil Saakasjvili verdreven. Op 23 november nam Sjevardnadze ontslag. Deze door Saakasjvili geleide revolutie wordt in Georgië de Rozenrevolutie genoemd. In afwachting van nieuwe verkiezingen werd parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze tot interim-president benoemd, waarna Saakasjvili op 4 januari 2004 werd verkozen tot president. Hij wist dat voorjaar het gezag over Adzjarië te herstellen door de lokale leider Aslan Abasjidze eruit te werken die naar Moskou vluchtte. Saakasjvili was ondermeer gekozen met de belofte het centrale gezag over het hele land te herstellen. Na de geweldloze operatie jegens Adzjarië, ging hij in de zomer van 2004 de mist in met Zuid-Ossetië waar hij hetzelfde probeerde. Dit zette sindsdien de relaties met Rusland op scherp die al met Adzjarië hadden gezien dat het Saakasjvili ernst was. Saakasjvili deed bij zijn aantreden beloften op zowel democratisch als economisch vlak. De hervormingen gingen snel en soms met harde hand, onder andere tegen oppositiegeluid en media, waardoor Saakasjvili's populariteit daalde. Grote demonstraties in november 2007 noopten Saakasjvili ertoe voortijdige presidentsverkiezingen uit te schrijven voor een nieuw mandaat. Parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze werd voor de tweede keer tot interim-president benoemd en Saakasjvii won de verkiezingen in januari 2008 zij het minder overtuigend dan in 2004.

2008: Oorlog in Zuid-OssetiëBewerken

  Zie Oorlog in Zuid-Ossetië (2008) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de mislukte Georgische poging in 2004 het gezag over Zuid-Ossetië te herstellen verslechterden de relaties met Rusland zienderogen. Dit leidde vanaf 2006 tot onder meer een luchtvaartboycot, handelsboycot van diverse populaire Georgische exportproucten zoals wijn en mineraalwater, de sluiting van de enige directe grensovergang, en deportatie van duizenden Georgiërs uit Rusland. Toen het westen in winter 2008 de onafhankelijkheid van Kosovo erkende en kort daarop Georgië en Oekraïne een zogeheten open-deur uitnodiging kregen van de NAVO om op termijn lid te worden, liepen de spanningen rond Zuid-Ossetië snel op. Dit culmineerde in augustus 2008 in een Russisch-Georgische oorlog om het gebied. Op 8 augustus 2008 Rusland zond troepen over de Russisch-Georgische grens, die richting Tschinvali trokken. De Russische premier Vladimir Poetin verklaarde dat Rusland zijn eigen bevolking (in Zuid-Ossetië) wil beschermen, zowel de eigen gestationeerde vredeshandhavers als de Osseten met een Russisch paspoort, en dat Georgië zich schuldig maakte aan 'etnische reiniging' en genocide. De Georgische president Micheil Saakasjvili verklaarde na het offensief van zijn leger op Tschinvali in de nacht van 7 op 8 augustus dat zijn land zich moest verdedigen tegen Russische agressie en dat Russische troepen de Georgische burgerbevolking bombardeerden, onder meer op de avond van 7 augustus voorafgaand aan het Georgische offensief dat als startpunt wordt gezien. Saakasjvili zocht steun bij het Westen en meende dat het Poetin een doorn in het oog was dat Georgië aansluiting zocht bij Europa, een democratie nastreefde en zich wilde aansluiten bij de NAVO. Op 8 augustus mengde ook de andere afvallige Georgische streek Abchazië zich in de strijd: Abchazië koos de zijde van Zuid-Ossetië en Rusland.

Rusland beperkte de invasie niet tot het conflictgebied, maar viel vanaf 8 augustus ook strategische doelen aan in heel Georgië, eerst uit de lucht, maar later over land. Vanaf 9 augustus bombardeerde de Russische luchtmacht de Kodori-vallei, het enige deel van Abchazië dat onder Georgisch gezag stond en als zetel diende van de Georgisch erkende autonome regering van Abchazië. Op die dag sprak president George W. Bush zich in Peking – waar hij de Olympische Spelen bijwoonde – uit over het conflict. Hoewel hij geen partij koos en pleitte voor onderhandelingen, zei hij wel de ‘integriteit van Georgisch grondgebied’ te willen handhaven. De president van Frankrijk, Nicolas Sarkozy, zei te willen bemiddelen tussen Georgië en Rusland. Op 10 augustus 2008 verklaarde het Georgische ministerie van Binnenlandse Zaken dat Rusland 10.000 soldaten naar Zuid-Ossetië had overgebracht en 4.000 naar Abchazië. Poetin vloog die dag – eveneens via het olympische Peking – naar Noord-Ossetië. Zijn woordvoerder verzekerde dat Poetins bezoek geen militair doel had. Tegelijkertijd waren Russische marineschepen op weg naar Georgië; in de ochtend bereikten die de Abchazische haven Otsjamtsjira.

Zowel Rusland als Georgië meldden na 12 augustus herhaaldelijke schendingen van een eerste bestand dat die dag onder hevige internationale druk van met name EU-voorzitter Frankrijk van kracht moest worden. In het Georgische Gori, de geboorteplaats van Jozef Stalin, kwamen kort voordat het staakt-het-vuren op 12 augustus 2008 zou ingaan nog meerdere inwoners en de Nederlandse RTL 4-cameraman Stan Storimans om het leven door een Russische ballistische raket. Rusland verklaarde dat die dag alle militaire operaties konden worden beëindigd, "omdat de agressor nu is gestraft".

GeografieBewerken

 
Noordwesten Georgië
 
Subtropisch Adzjarië
  Zie Geografie van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Fysieke kenmerkenBewerken

Het land is in het noorden begrensd door de Grote Kaukasus en in het zuiden door de Kleine Kaukasus. Zuid-Georgië bestaat verder onder andere uit de lavaplateaus van de Kleine Kaukasus met oude vulkaankegels. Georgië is erg geaccidenteerd. Het Lichigebergte verdeelt het land in oost en west en vormt een geografische verbinding tussen de Grote en Kleine Kaukasus. De hoogste berg is de Sjchara (5193 meter), andere kenmerkende hoge bergen zijn de Janga (5051 meter), de Kazbek (van vulkanische oorsprong, 5047 m), de Sjota Roestaveli (4970 m), de Tetnoeldi (4858 m) en de Oesjba (4710 m).

Het westen van Georgië, met name ten westen van Samtredia, is laagland met moerassen in het kustgebied bij Poti. Hier ligt het Nationaal park Kolcheti. Het zuidoostelijk grensgebied met Azerbeidzjan kenmerkt zich door een aride semi-woestijn landschap, zoals in het Nationaal park Vasjlovani. De belangrijkste rivieren zijn de Rioni, die in de Zwarte Zee uitmondt en de Koera en Alazani die in de Kaspische Zee uitmonden. De Alazani is met 391 km de langste rivier in Georgië, en de 333 km lange Rioni de langste rivier die geheel in Georgië ligt.

KlimaatBewerken

Door grote hoogteverschillen die variërend zijn van het zeeniveau tot bergpieken, heeft Georgië een klimatologische variatie.[13] Het land heeft algemeen gezien een subtropisch klimaat, de hellingen en hoogtes van de Kaukasus zijn droger en hebben een steppeklimaat. De kuststreek van de autonome republiek Adzjarië,[14] in het zuidwesten van het land, wordt gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Zo heeft de regionale hoofdstad Batoemi, gelegen aan de Zwarte Zee, een gemiddelde neerslag van ongeveer 2700 mm per jaar (dat is meer dan drie keer zoveel als de gemiddelde neerslag in Nederland en België).

BevolkingBewerken

DemografieBewerken

Bevolkingsontwikkeling Georgië vanaf 1950
   Aantal oorspronkelijk vastgestelde/geschatte inwoners vanaf 1950
   Correctie door middel van retro-projectie (1994-2017) door VN & Geostat

Georgië telt 3,7 miljoen inwoners (2021), exclusief de afscheidingsgebieden.[15] Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is de bevolking in hoog tempo met 1,8 miljoen gekrompen (van bijna 5,5 miljoen in 1992). Het aantal inwoners is vanaf 2013 gestabiliseerd rond de 3,7 miljoen.[3] Sinds 1994 worden Abchazië en Zuid-Ossetië buiten de bevolkingsstatistieken gehouden, simpelweg omdat de centrale overheid er geen zicht meer op heeft. Deze gebieden hebben bij elkaar ongeveer 300.000 inwoners. Het grootste deel van de daling van het aantal inwoners in Georgië komt echter door negatieve natuurlijke bevolkingsaanwas (te laag geboortecijfer) en emigratie, onder meer als gevolg van de neergang van de economie en de chaotische staat van het land in de jaren 1990 tot de Rozenrevolutie van 2003. Vooral inwoners met een hogere opleiding die werk konden vinden in een van de staten van het GOS (vooral Rusland) en later ook in West-Europa en de VS, verlieten het land. De grootste Georgische gemeenschap bevindt zich in de Russische hoofdstad Moskou, waar volgens Russische gegevens anno 2014 ongeveer 40.000 Georgiërs wonen.[16] In totaal zouden in Rusland ongeveer 160.000 Georgiërs wonen (2010).[17] In 2006, op het hoogtepunt van de Georgisch-Russische spionagecontroverse, werden enkele duizenden Georgiërs uit Moskou gedeporteerd naar Georgië. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Rusland hiervoor veroordeeld.[18]

In 2014 is een volkstelling uitgevoerd in samenwerking met het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA). De telling constateerde een gat van circa 700.000 inwoners ten opzichte van de data van het Nationaal Statistisch Bureau, Geostat. Na onderzoek bleek dat de volkstelling van 2002 8 à 9 procent te hoog was uitgevallen, wat door heeft gewerkt in daaropvolgende jaren. Een door UNFPA gestelde verklaring is dat families van emigranten hen als inwoners bleven opgeven uit angst rechten en privileges te verliezen. Ook het bevolkingsregistratiesysteem van geboorte tot de dood functioneerde niet. Pas rond 2010 werden delen van het systeem weer betrouwbaar.[19] Met ondersteuning van het UNFPA is er retroprojectie gedaan op de demografische data van 1994-2014.[20] Aan de hand van deze terugmodellering heeft het Nationaal Statistische Bureau Geostat haar data voor deze jaren gecorrigeerd.

De burgeroorlogen in de jaren 1990 in Abchazië en Zuid-Ossetië leidden ertoe dat meer dan 300.000 mensen hun huizen vluchtten of werden verjaagd, vooral Georgiërs die naar andere delen van het land zijn gevlucht en sindsdien maar beperkt hebben kunnen terugkeren. Als gevolg van de oorlog in 2008 rond Zuid-Ossetië werden nog eens ruim 100.000 mensen ontheemd, waarvan slechts een deel, met name Osseten, is teruggekeerd. Circa 26.000 Georgiërs kunnen permanent niet terug.[21]. In totaal telt Georgië in 2021 ongeveer 290.000 geregistreerde interne vluchtelingen (inclusief geboortes sinds de vlucht).[22] Een deel van de oorspronkelijke vluchtelingen is opgegaan in de Georgische maatschappij en maakt geen deel uit van deze statistiek. De bevolking in Abchazië is sinds 1989 met ruim 300.000 gekrompen naar 214.000 in 2003.[23] Terwijl in Zuid-Ossetië de bevolking ongeveer is gehalveerd tot ruim 50.000.[24] In beide regio's groeit het aantal weer in lichte mate.

Tot de Tweede Wereldoorlog was Georgië een typische landbouwstaat. Politicoloog Karl Kautsky noemde Georgië in 1921 een sociaaldemocratische boerenrepubliek. Met de door Stalin bevolen industrialisatie trokken steeds meer mensen naar de grote steden. Anno 2021 leeft ongeveer 59% van de inwoners in een van de stedelijke gebieden en de overige 41% in dorpen en op het platteland. Ongeveer 30% van de bevolking woont in hoofdstad Tbilisi.

Grote stedenBewerken

  Zie Lijst van grootste steden in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tien grootste steden van Georgië. Data van de facto regio's Abchazië en Zuid-Ossetië vanaf jaren 1990 worden door Georgië betwist en niet erkend.

 
Hoofdstad Tbilisi
 
Tweede stad Batoemi
Plaats Georgisch 1989 2002 2014 2021 Regio
Tbilisi თბილისი 1.246.900 1.073.345 1.078.297 1.172.010 Tbilisi
Batoemi ბათუმი 136.900 121.806 152.839 172.063 Adzjarië
Koetaisi ქუთაისი 232.500 185.965 147.635 134.378 Imereti
Roestavi რუსთავი 159.000 116.384 125.103 130.072 Kvemo Kartli
Sochoemi სოხუმი 119.200 a 43.716 a 64.025 b 65.331 Abchazië
Gori გორი 67.800 49.516 48.143 45.390 Sjida Kartli
Poti ფოთი 50.600 47.149 41.465 41.536 Samegrelo-Zemo Svaneti
Zoegdidi ზუგდიდი 49.600 68.894 42.998 41.456 Samegrelo-Zemo Svaneti
Tschinvali ცხინვალი 42.300 c 30.000 d 30.432 d 32.906 Zuid-Ossetië
Khashuri ხაშური 31.700 28.600 26.135 24.935 Sjida Kartli
Verantwoording data: Sovjetvolkstelling 1989[25], volkstelling 2002[25], volkstelling 2014[26] en bevolkingsoverzicht 1-1-2021[27]

a Abchazische volkstelling 2003 en data 2014 in jaaroverzicht 2015.[23]
b Statistiek Abchazië 2021.[28]
c Schatting. Bron 2002 onbekend.
d Volkstelling oktober 2015[24] en jaardata 2020[29] volgens het Zuid-Osseetse statistisch bureau.

BevolkingsgroepenBewerken

De meerderheid van de bevolking bestaat volgens de volkstelling van 2014 uit Georgiërs (86,8%), onder wie de Adzjaren, Mingreliërs en Svaneten. Belangrijke etnische minderheden zijn de Azerbeidzjanen (6,3%), Armeniërs (4,5%), Russen (0,7%), Osseten (0,4%), Jezidi's (0,3%), Oekraïners (0,2%), Kists (0,2%) en Assyriërs (0,1%). De overige 0,5% omvat talloze kleinere bevolkingsgroepen zoals Abchaziërs, Batsen, Chinezen, Georgische Joden, Pontische Grieken, Kabardijnen, Koerden, Tataren en Turken. De Georgische volkstelling van 2014 is niet gehouden in de afscheidingsregio's Abchazië en Zuid-Ossetië. Met inbegrip van deze gebieden zou het aandeel Abchazen en Osseten respectievelijk 3,1% en 1,6% zijn op basis van data voor 2015 van deze regio's.[30][24].

De Azerbeidzjanen zijn in de regio Kvemo Kartli qua aantal ongeveer even groot als de Georgische bevolking. De Armeniërs wonen vooral in het zuiden en vormen in de regio Samtsche-Dzjavacheti zelfs een meerderheid. Hier waren in oktober 2005 protesten voor gelijke economische behandeling en autonomie, die echter met geweld werden neergeslagen door de politie. De autonomie vraag wordt af en toe door Rusland opgeworpen, maar leeft verder weinig onder de lokale bevolking.[31][32]

Sinds de val van de Sovjet-Unie is een groot deel van de Georgische joden naar Israël en Amerika geëmigreerd. De Georgische joden stammen af van de Perzische joden en behoren daarmee tot de Mizrachi-Joden. Deze joden vestigden zich in Georgië vanaf 600 voor Christus, ze hadden er de status van lijfeigene. Dit lijfeigenschap werd in 1864 afgeschaft, joodse ex-lijfeigenen werden pachters. Vanaf 1870, met de opkomst van het zionisme emigreerden velen naar Israël. Deze emigratie lag stil tijdens het Sovjetbewind en kwam weer op gang na de perestrojka. In de Sovjetperiode leefden er ook ongeveer 25.000 Kaukasusduitsers en een groot aantal Mescheten, die met andere volken in de jaren veertig door Stalin werden gedeporteerd naar Centraal-Azië en Siberië. Na 1955, toen ze dit gebied weer mochten verlaten, keerden slechts weinigen van hen terug naar Georgië.

Sinds de jaren 1990 emigreerde een groot deel van de Pontische Grieken naar Griekenland, en vertrokken ook veel Russen vanaf 1989 naar Rusland. Het Russisch aandeel in de totale bevolking daalde van 6,3% in 1989 naar 0,7% in 2014, waarbij het merendeel in de jaren 1990 vertrok (census 2002: 1,5%).

TaalBewerken

De Georgiërs spreken in meerderheid Georgisch, een Zuid-Kaukasische taal. In het westen wordt het daarmee verwante (maar niet officieel erkende) Mingreels gesproken en in de Kaukasus het eveneens verwante Svanetisch en Lazisch. Daarnaast spreken niet-Georgische groepen in het land naast het Georgisch nog vaak een eigen taal, zoals het bijna uitgestorven Kist en Batsbo in en rond de Pankisi-kloof, die verwant zijn aan het Tsjetsjeens. Naast het Georgisch, dat in het hele land geldt als officiële taal, is het Abchazisch een officiële taal in Abchazië, wat is vastgelegd in artikel 2 van de Georgische grondwet.[33]

Ongeveer 87,6% van de bevolking heeft een van de Georgische talen als moedertaal, 6,2% Azerbeidzjaans, 3,9% Armeens en 1,2% Russisch in het door Tbilisi gecontroleerde deel van Georgië. Het Ossetisch wordt door ruim 5.000 mensen als moedertaal gesproken, vooral in dorpen langs de conflictlijn. Het Abchazisch speelt geen enkele rol buiten Abchazië.[34]

ReligieBewerken

De Georgiërs zijn in grote meerderheid christelijk. De bekering van het koninkrijk Iberië, het huidige Georgië, tot het christendom begon in de vroege vierde eeuw toen (de latere beschermheilige) Nino rond het jaar 320 naar het land vluchtte en inwoners evangeliseerde. Koning Mirian III liet zich in 334 bekeren op de plek van het 6e-eeuwse Dzjvariklooster, dat bovenop een heuvel staat aan de overkant van de Aragvi rivier bij de hoofdstad van Iberië Mtscheta, en verklaarde in 337 het christendom als staatsgodsdienst. In Mtscheta bij de samenvloeiing van de Mtkvari en Aragvi rivieren, op de plek waar tegenwoordig de 11e-eeuwse Svetitschoveli-kathedraal staat, werd op Nino's aanwijzen de eerste Georgische kerk gebouwd. Nino trok zich aan het eind van haar leven terug in Bodbe in Kacheti waar ze overleed en begraven is. Deze plekken zijn nog steeds belangrijk voor de Georgische nationale en christelijke identiteit.

Volgens de volkstelling van 2014[1] behoort 83% tot de oosters-orthodoxe kerken, hoofdzakelijk de Georgisch-Orthodoxe Kerk, maar ook een klein deel de Russisch-Orthodoxe Kerk, vooral de Osseten. Bijna 11% van de bevolking is islamitisch. Dit betreft de Azerbeidzjaanse (sjiitisch) minderheid in het zuidoosten en de Adzjaren (soennitisch) in het zuidwesten. 3% behoort tot de Armeense Apostolische Orthodoxe Kerk.

Verder is een 0,5% katholiek, waaronder katholieken die de Latijnse ritus volgen, Georgisch-Byzantijns-katholieken en Armeens katholieken. De Abchaziërs zijn voornamelijk Russisch-orthodoxe christenen, maar ook deels soennitische moslims. Er zijn ook kleine joodse gemeenschappen. De Heilige Nino en Joris (Georgius) zijn de beschermheiligen van Georgië.

Een bijzondere religieuze minderheid vormen de Jezidi's, Koerden wier godsdienst een mengeling is van islam, christendom en andere religies. Volgens de volkstelling van 2014 betreft het ruim 12.000 inwoners (0,3%). Veel Jezidi's zijn na de onafhankelijkheid uit Georgië geëmigreerd vanwege onder meer discriminatie. In 1989 was het aantal nog circa 33.000.[35]

Bestuur en politiekBewerken

De huidige grondwet is ingesteld op 17 oktober 1995 en is sindsdien meermaals aangepast.[33] Pogingen in de eerste jaren van de herwonnen onafhankelijkheid om de grondwet die de Democratische Republiek Georgië in 1921 op de valreep van de Sovjet inval aannam in ere te herstellen mislukten door de turbulente wisselingen van macht. In 1993 besloot parlementsvoorzitter Edoeard Sjevardnadze als waarnemend staatshoofd een constitutionele commissie in te stellen met als doel een herziene versie van de grondwet uit 1921 te formuleren. Uiteindelijk kwam er een geheel nieuwe grondwet.

Bestuurlijke indelingBewerken

  Zie Bestuurlijke indeling van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land is bestuurlijk onderverdeeld in 9 regio's, 2 autonome republieken en 1 stad met regiostatus. De regio's zijn verder verdeeld in gemeenten.

Politieke partijenBewerken

De belangrijkste politieke partijen zijn:

In het verleden waren de volgende partijen belangrijk:

De communistische partij, die in het Sovjettijdperk tot 1990 de enige partij was, werd in 1991 verboden. Een socialistische partij werd in 1994 toegestaan.

President en premierBewerken

Op 4 januari 2004 werd Micheil Saakasjvili met bijna 86% van de stemmen tot president gekozen. Op 25 januari werd hij als de nieuwe president ingehuldigd, onder toeziend oog van de Russische en Amerikaanse ministers van buitenlandse zaken, Igor Ivanov en Colin Powell. Het parlement besloot om tevens een nieuwe vlag in gebruik te nemen. Deze vlag stamt uit de tijd van het middeleeuwse Verenigde Georgische Koninkrijk. Op 6 januari 2008 werd Saakasjvili herkozen met 52,8% van de stemmen. Hij wendde daarmee een verwachte tweede stemronde af. Aan de verkiezingen van 2013 mocht hij niet meedoen omdat hij twee termijnen president was geweest.

Op 1 oktober 2012 verloor de partij van Saakasjvili de parlementsverkiezingen van de 'Georgische Droom coalitie' onder leiding van Bidzina Ivanisjvili. Door deze uitslag ontstond een situatie vergelijkbaar met de Franse cohabitation. Bij de presidentsverkiezingen van oktober 2013 won Giorgi Margvelasjvili, partijgenoot van premier Ivanisjvili, in de eerste stemronde van Saakasjvili's partijgenoot David Bakradze. De filosoof Margvelasjvili was eerder vicepremier en minister van Onderwijs.[36] Hij kreeg echter minder macht dan zijn voorganger, want door een grondwetswijziging werd de premier voortaan de belangrijkste politieke figuur in Georgië.[36]

President Margvelasjvili stelde zich in 2018 niet herkiesbaar voor een tweede termijn. Hij werd in december 2018 opgevolgd door Salome Zoerabisjvili, die als eerste vrouw in de geschiedenis de Georgische presidentsverkiezingen had gewonnen. De premier van Georgië is sinds februari 2021 Irakli Garibasjvili, die deze functie eerder al bekleedde tussen 2013 en 2015.

EconomieBewerken

Net als andere landen in de regio had het land het economisch moeilijk in de eerste jaren na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. In de communistische tijd was Georgie een aantrekkelijk vakantieland en het toerisme maakte het land relatief welvarend. Het werd zwaar getroffen door de burgeroorlog (1991-1992): het toerisme, en de teelt van thee, tabak en citrusvruchten stortte in. De inflatie steeg tot meer dan 15.000 procent in 1993[37] en er was sprake van forse economische krimp. Tussen 1989 en 1994 daalde het bruto binnenlands product (BBP) in totaal met bijna 80%, waarbij 1992 met -44,9% de kroon spande. Pas in 1995 werd voor het eerst een bescheiden reële economische groei van 2,6% gerealiseerd.[38]

Met het aantreden van Edoeard Sjevardnadze in 1995 als president trad er enige verbetering op. Hij kwam met hervormingsvoorstellen, introduceerde een nieuwe nationale munt en het land trad in 2000 toe tot de Wereldhandelsorganisatie. In de jaren negentig kreeg het land financiële steun van onder andere de Wereldbank en het IMF. Het herstel werd gefrustreerd door corruptie en een zwakke overheid. Dit zorgde voor een grote buitenlandse schuld, veel armoede, en achterstallige betalingen van lonen en pensioenen. Inmiddels is volgens Transparency International de corruptie in belangrijke mate afgenomen, mede dankzij het hervormingsbeleid van de derde president Micheil Saakasjvili. Het land stond in 2003 nog op plaats 124 (van 133) in de Corruption Perception Index,[39] in 2012 stond het land op nummer 52 (van 176). Sindsdien schommelt Georgië rond plek 45 (op 180 landen) en is er sprake van stagnatie. Ter vergelijking: hiermee staat Georgië tussen verschillende Centraal-Europese EU lidstaten. De export blijft echter sterk achter bij de import met een groot tekort op de lopende rekening tot gevolg.[40] Belangrijke handelspartners zijn China, Rusland, Turkije en Azerbeidzjan.

Bruto Binnenlands Product Georgië vanaf 1990
Jaar[41] BBP
(in miljarden US$)
BBP per hoofd
(in US$)
Reële groei
(% mut JoJ)
Inflatie
(% mut JoJ)
Saldo overheid-begroting
(in % BBP)
Staatsschuld
(in % BBP)[42]
Saldo lopende rekening
(in % BBP)
1995 2,7 578 2,6% 162,7% -5% - -18,2%
2000 3,1 750 1,8% 4,1% -3,2% 67,7% -5,8%
2005 6,4 1643 9,6% 8,2% -0,1% 34,1% -10,8%
2010 12,2 3233 6,2% 7,1% -4,4% 42,5% -9,8%
2015 14,9 4014 3,0% 4,0% -1,1% 41,3% -11,8%
2020 15,9 4279 -6,2% 5,2% -9,3% 62,4% -12,4%

Een belangrijke economische stap was de opening in 1999 van de 833 kilometer lange Bakoe (Azerbeidzjan) - Soepsa oliepijpleiding, met een dagelijkse doorvoer van 120.000 vaten. Deze pijpleiding is de opvolger van de Bakoe-Batoemi oliepijpleiding die in 1907 opende[43] en in 1942 deels werd ontmanteld. Voor de Soepsa oliepijpleiding zijn aan de Zwarte Zee opslagtanks gebouwd, de Soepsa Terminal, en is op zee een ankerpunt voor olietankers om olie in te nemen.[44]

Toeristisch zijn vooral de wintersportgebieden, de kust van de Zwarte Zee en de kuuroorden in trek. Ook de oude stadscentra, waaronder de vroegere hoofdstad Mtscheta, zijn toeristisch van belang.

Natuurlijke rijkdommenBewerken

 
Vanwege de vruchtbare valleien is Georgië het oudste wijnproducerende land van de wereld.[45]

Op de berghellingen langs de Zwarte Zee worden onder meer citrusvruchten, thee, tabak en druiven geteeld. De akkerbouw, die graan, voedergewassen en etherische oliën produceert, is intensief en sterk gemechaniseerd. De veehouderij omvat runder- (vooral in het westen), schapen- en geiten- (oosten) en varkensteelt.

  Zie Wijnbouw in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanwege de vruchtbare valleien is Georgië het oudste wijnproducerende land van Europa, en waarschijnlijk ook van de wereld. Er zijn veel verschillende wijnsoorten te vinden: meer dan 540 druivensoorten zijn in de loop der eeuwen in Georgië gecultiveerd, meer dan in welk land ter wereld ook.

In het land wordt mangaan en steenkool gewonnen. Deze ertsen worden deels uitgevoerd, deels gebruikt of verwerkt in grote fabrieken in Zestafoni en Roestavi. Energie wordt opgewekt in steenkool-, aardgas- en waterkrachtcentrales.

ArmoedeBewerken

Volgens het VN-Ontwikkelingsprogramma leeft in Georgië meer dan de helft (54,5%) van de bevolking onder de armoedegrens.[46]

Verkeer en vervoerBewerken

Belangrijke havens zijn:

Er zijn internationale vliegvelden in Tbilisi, Batoemi en Koetaisi. Daarnaast zijn er enkele kleine vliegvelden met binnenlandse lijndiensten, in Ambrolaoeri, Mestia en Natachtari

CultuurBewerken

GastronomieBewerken

 
Kacheti, de belangrijkste wijnregio van het land

De Georgische keuken heeft enige faam. Het bekendste gerecht is chatsjapoeri, een plat brood, gevuld met kaas, waarvan vele (regionale) varianten bestaan. De chatsjapoeri kan in restaurants worden gegeten, maar ook als tussendoortje bij stalletjes op straat. Een ander veel voorkomend gerecht zijn chinkalis, deegknoedels gevuld met vlees. Veel gerechten worden bereid van lam, kip, rund of kalkoen.

Georgië is een wijnland bij uitstek. De belangrijkste wijnregio van het land is Kacheti. De belangrijkste biermerken zijn Natachtari en Kazbegi; de nationale sterke drank is tsjatsja. Ook produceert het land het koolzuurhoudende bronwater, onder andere het bekende Borjomi, destijds een favoriete drank van de leiders van de Sovjet-Unie.

BezienswaardighedenBewerken

Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, ligt in een bergdal dat door de rivier Mtkvari is uitgeslepen. In Tbilisi zijn nog veel sporen uit verschillende historische periodes: kerken, synagogen en moskeeën. Ook is er nog veel monumentale Sovjetarchitectuur. Er zijn veel statige oude houten huizen en eeuwenoude badhuizen, Georgië had een belangrijke 'badcultuur'. In Tbilisi staan de 13e-eeuwse Metechikerk, de Sioni-kathedraal uit de 5e eeuw en de Anchiskatikerk. Andere bezienswaardigheden zijn het Narichalafort aan de rand van de stad en het Nationale Art Museum. In de voormalige hoofdstad Mtscheta zijn nog kerken uit de begintijd van het christendom te zien. Bezienswaardigheden in Mtscheta zijn het oude centrum, het Jvariklooster en de Svetitskhovelikathedraal.

SportBewerken

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Georgia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.