Adzjarië

autonome republiek van Georgië
Adjara verwijst hierheen. Zie Adjara (Benin) voor de gemeente in Benin.

Adzjarië (Georgisch: აჭარა, Atsjara ofwel: აჭარის ავტონომიური რესპუბლიკა, Atsjaris Avtonomioeri Respoeblika, Autonome Republiek van Adzjarië) is een autonome republiek in het zuidwesten van Georgië, grenzend aan de Zwarte Zee en Turkije. De regio heeft 355.462 inwoners (2022)[1] en een oppervlakte van 2900 km² (122,6 inw./km²). De voorzitter van de autonome regering is sinds 21 juli 2018 Tornike Rizhvadze, die met 29 jaar de jongste leider van Adzjarië werd.[2][3] Adzjarië heeft zes gemeenten waarvan de hoofdstad Batoemi een stadsgemeente is. Batoemi is de tweede stad van Georgië en heeft deze positie in de jaren 2010 van Koetaisi overgenomen door zowel autonome groei, als gemeentelijke herindeling in 2011 waardoor een tiental plaatsen ten noorden van de stad werden ingelijfd.

Adzjarië
აჭარა
აჭარის ავტონომიური რესპუბლიკა
Autonome Republiek Adzjarië
Atsjaris Avtonomioeri Respoeblika
Vlag van Adzjarië
Wapen van Adzjarië
Vlag van Adzjarië
Wapen van Adzjarië
Kaart van Adzjarië
Coördinaten 41°39'NB, 42°0'OL
Algemeen
Oppervlakte 2900 km²
Inwoners
(2022)
Gestegen 355.462[1]
(122,6 inw./km²)
Hoofdstad Batoemi
Regeringsleider Tornike Rizhvadze (juli 2018)
Etniciteit Georgiërs: 96%
Religie Orthodox: 55%
Islam:40%
Talen Georgisch
Overig
Tijdzone +4
Website adjara.gov.ge
Foto's
Panorama van Batoemi en omgeving
Panorama van Batoemi en omgeving
Portaal  Portaalicoon   Georgië

HistorieBewerken

Adzjarië maakte sinds de oudheid deel uit van Colchis en het Koninkrijk Iberië. Gekoloniseerd door Grieken in de 5e eeuw voor Christus, kwam de regio vanaf de 1e eeuw voor Christus onder Rome te vallen. Het werd vervolgens een deel van Egrisi (Lazica) voordat het in de 8e eeuw na Christus werd opgenomen in het koninkrijk Abchazië (Egrisi-Abchazië) wat in de 11e eeuw leidde tot de eenwording van het Koninkrijk Georgië. De Ottomanen veroverden het gebied vervolgens in 1614. De bevolking van Adzjarië bekeerde zich in deze periode geleidelijk tot de islam.[lit 1] Dat is in de 21e eeuw nog steeds zichtbaar, want ongeveer 40% van de bevolking in Adzjarië is moslim. Deze groep wordt ook wel als etnische subgroep Adzjaren of 'Moslim-Georgiërs' aangeduid. De Ottomanen werden door de Russisch-Turkse Oorlog in 1878 gedwongen Adzjarië af te staan aan het zich uitbreidende Russische Rijk.

 
Britse troepen in Batoemi

Na een tijdelijke bezetting door Turkse en Britse troepen in 1918-1920, werd Adzjarië in juli 1920 door de Britten overgedragen aan de Democratische Republiek Georgië, die het gebied autonomie verleende middels de grondwet die op 21 februari 1921 gedurende de Sovjetinvasie van Georgië werd aangenomen.[4] Na een kort militair conflict in maart 1921 stond de regering van Ankara het grondgebied af aan de inmiddels opgerichte Georgische Socialistische Sovjetrepubliek. Dit werd geformaliseerd in artikel VI van het Verdrag van Kars op voorwaarde dat de moslimbevolking autonomie zou krijgen. In juli 1921 richtte de Sovjet-Unie de Autonome Socialistische Sovjetrepubliek Adzjaristan op binnen de Georgische SSR. In 1936 werd de autonome republiek hernoemd naar Adzjarische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek (ASSR). Het was daarmee de enige autonomie in de Sovjet-Unie die gebaseerd was op religie in plaats van etniciteit.[lit 1]

Terwijl eind 1990 de autonomie van Zuid-Ossetië werd ingetrokken door de Georgische Sovjet regering, werd de Adzjaarse autonomie niet direct bedreigd. De nieuwe grondwet van het onafhankelijke Georgië, die in 1995 werd aangenomen, bevestigde niet expliciet maar wel feitelijk de autonome status van de inmiddels hernoemde Autonome Republiek Adzjarië door het erkennen van de bestuurslichamen en hun bijzondere plaats binnen de Georgische grondwettelijke context.[5] De autonomie ging in de jaren 1990 in de praktijk zo ver onder leiding van de regionale leider Aslan Abasjidze dat de Georgische centrale autoriteiten feitelijk geen grip meer hadden op het gebied, dat onder Abasjidze gebukt ging onder corruptie, criminaliteit en smokkel. Abasjidze kon zijn staat binnen de staat bestendigen door zijn eigen leger op te bouwen en op nationaal niveau te balanceren tussen de verschillende politieke krachten in binnen- en buitenland. Hij zorgde ook voor een flinke politieke voet in Tbilisi. Zijn partij, Democratische Unie voor Wederopleving, had steevast tientallen zetels in het nationale parlement. Toen Micheil Saakasjvili in januari 2004 president van Georgië werd, onder meer met de belofte het centrale gezag weer te herstellen over de afvallige regio's Abchazië, Zuid-Ossetië en ook Adzjarië werd het Abasjidze duidelijk dat zijn positie wankelde.[6]

Adzjarië crisis 2004Bewerken

 
Verwoeste brug over de Tsjoloki

In maart 2004 bezocht de Adzjaarse leider Abasjidze tweemaal Moskou om steun te zoeken tegen de dreiging die hij zag in Saakasjvili's kiezersbelofte. Moskou roerde zich actief in het verbaal in bescherming nemen van Abasjidze en waarschuwde Tbilisi tegen gewapend ingrijpen.[7][8][9] Op 14 maart 2004 ontstond een conflict tussen milities van Adzjarië en de centrale autoriteiten van Georgië. In opmaat naar de hernieuwde Georgische parlementsverkiezingen van 28 maart 2004 wilde de Georgische president op campagne in de regio. Op bevel van Abajsidze, die op dat moment nog steeds in Moskou was, werd Saakasjvili geweigerd de administratieve grens bij de rivier Tsjoloki over te steken. De Georgische regering die zich vervolgens in havenstad Poti verzamelde, stelde een ultimatum en een economische blokkade in.[10] Op 18 maart kwam er een overeenkomst tussen beide partijen waarmee de situatie tijdelijk enigszins de-escaleerde. Na de verkiezingen, waarbij de partij van Abasjidze de kiesdrempel van 7% niet haalde, liepen de spanningen weer op.

In april 2004 weigerde Abasjidze in te gaan op eisen uit Tbilisi om de paramilitaire eenheden op te heffen en tot ontwapening over te gaan.[11] Eind april 2004 riep Abasjidze de noodtoestand weer in leven, en mobiliseerde hij reservisten. Toen raakte het geduld in Tbilisi op. Het Georgische leger hield de grootste oefeningen tot dan toe op hun basis bij Poti, ongeveer 30 kilometer van de Adzjaarse grens. Dit voedde paranoia bij Abasjidze en hij beval bruggen op te blazen in de belangrijkste wegen vanuit het noorden: de Poti-Batoemi hoofdweg over de Tsjoloki en in de (Ozoergeti - Koboeleti) weg bij Kakoeti.[12][13] Dit en het toenemende geweld tegen oppositiegeluid in Adzjarië resulteerde in massaal burgerprotest.[14] Op 6 mei 2004 vluchtte Abasjidze naar Moskou en is de crisis voorbij, zonder dat de Georgische troepen een voet in Adzjarië hebben gezet.[15] Op 4 juli 2004 wordt in Georgië een wet aangenomen die de Adzjaarse autonomie bekrachtigt,[16] en wordt op 20 juli 2004 Levan Varsjalomidze benoemd tot nieuwe voorzitter van de Adzjaarse regering. De regering Saakasjvili maakte meteen werk van de inclusie van Adzjarië in Georgië en zette stevig in op het aanjagen van de lokale economie en het ontwikkelen van Batoemi als Zwarte Zee badplaats. Het vliegveld werd snel vernieuwd en uitgebreid, in de stad werd het oude centrum gerestaureerd, en een nieuwe boulevard en grote moderne hotels werden gebouwd.

GeografieBewerken

 
Adjaristskali, "rivier van Adzjarië"

Adzjarië ligt aan de Zwarte Zee en grenst in het zuiden aan Turkije, in het oosten aan de regio Samtsche-Dzjavacheti en goeria in het noorden. De regio ligt in de westelijke uitlopers van de Kleine Kaukasus bergen en kent hierdoor een ruig en moeilijk toegankelijk binnenland met verschillende sub-gebergtes. Het Meschetigebergte strekt zich in noordoostelijke richting uit van Batoemi naar Goeria. Ten zuiden van de belangrijkste rivier door de regio, de Adjaristskali, vormt het Sjavsjetigebergte de grens met Turkije. De noordelijke uitloper van het Arsianigebergte vormt de natuurlijke grens met de regio Samtsche-Dzjavacheti. Rond de 2.027 meter hoge Goderdzi-pas, in de hoofdweg tussen Batoemi en Achaltsiche, is een wintersportgebied. De hoogste bergen van Adzjarië zijn te vinden in het noordoostelijk, oostelijk en zuidoostelijk grensgebied, met een hoogte tussen de 2.500 en 2.700 meter boven zeeniveau.

Het westelijke kustgebied ten noorden van badplaats Koboeleti is betrekkelijk vlak, maar ten zuiden daarvan veroorzaakt het Meschetigebergte een krappe en bergachtige kuststrook. Alleen rond de monding van de Tsjorochi is er ruimte, waardoor Batoemi kon ontstaan. De bergachtige geografie rond Batoemi zorgt in de 21e eeuw voor bereikbaarheidsproblemen door toenemende drukt van het (internationale) verkeer. De oude hoofdroute langs de kust is niet toereikend en gaat door vele bebouwde kernen. Sinds 2011 wordt er in stappen gewerkt aan de verlegging van de hoofdroute S2 naar Batoemi door het bergachtige binnenland, onder andere door vele tunnels. Een project dat met 1 miljard dollar kostbaar is voor een land als Georgië.

De bergen tot 1.500 meter dichtbij de kust zorgen ook voor veel neerslag. Adzjarië is de natste regio van de Kaukasus en in het verleden de voormalige Sovjet-Unie als geheel.

BestuurBewerken

Bestuurlijke eenheden Adzjarië

Adzjarië heeft zes gemeenten:

Er zijn in totaal 329 bewoonde kernen, waaronder:

DemografieBewerken

 
Batoemi is een aantrekkelijke stad geworden
 
In Choelo wonen veel Moslim-Georgiërs

Volgens de gegevens van het Nationaal Statistisch Bureau van Georgië telde Adzjarië op 1 januari 2022 355.462 inwoners,[1] een groei van circa 6% ten opzichte van de volkstelling van 2014.[17] Hiervan woont 57,6% in steden en 42,4% in dorpen op het platteland. In tegenstelling tot de meeste andere Georgische regio's weet Adzjarië de bevolking vast te houden. De groei komt voornamelijk voor rekening van de stad Batoemi. Deze stad heeft zich ontpopt tot een zeer aantrekkelijke stad om te wonen en werken, aangejaagd door de focus op toerisme, ingezet direct na de val van het lokale Abasjidze regime in 2004.

De bevolking van Adzjarië bestaat volgens de volkstelling van 2014 voor het overgrote deel uit Georgiërs (96,0%). Etnische minderheden zijn Armeniërs (1,6%), etnisch Russen (1,1%). Zij wonen vrijwel exclusief in Batoemi. Verder zijn er kleine gemeenschappen Oekraïners (0,2%), Grieken (0,2%) en Azerbeidzjanen (0,1%).[18] De bevolking van Adzjarië bekeerde zich gedurende de Ottomaanse overheersing van het gebied tot de islam. Zij worden ook wel 'Moslim-Georgiërs' genoemd. Sinds de onafhankelijkheid in 1991 heeft de Georgisch-Orthodoxe Kerk terrein gewonnen ten koste van de islam. 55% van de bevolking in Adzjarië beschouwt zich orthodox christelijk, met name in Batoemi (69%) en Koboeleti (65%).[19] In het achterland van Adzjarië ligt dat geheel anders: in het diep in de bergen gelegen Choelo verklaart bijna 95% zich moslim, maar ook de andere districten kennen een ruime meerderheid moslim. Overige godsdiensten spelen een marginale rol.

Hieronder een overzicht van de bevolkingsontwikkeling in Adzjarië en de zes gemeenten.

Bevolkingsontwikkeling van de Autonome Republiek Adzjarië[20]
1959 1970 1979 1989 2002* 2002** 2014 2021 2022
Adzjarië   245.286   309.768   354.179   392.707   376.016   342.088   333.953   354.905   355.462
Batoemi   82.328   100.603   122.815   136.609   121.806 -   152.839   172.063   173.745
Chelvatsjaoeri   42.870   61.905   71.887   83.562   90.843 -   51.189   52.737   52.696
Choelo   28.159   34.282   38.782   39.388   33.430 -   23.327   26.626

  26.834

Keda   17.204   19.065   19.232   19.928   20.024 -   16.760   16.700   16.612
Koboeleti   54.401   70.717   78.382   88.107   88.063 -   74.794   71.843   70.737
Sjoeachevi   20.324   23.196   23.081   25.113   21.850 -   15.044   14.936   14.838
* Uit onderzoek na volkstelling 2014 is gebleken dat volkstelling 2002 8-9 procent te hoog is uitgevallen.[21]
**Gecorrigeerde data op basis van retro-projectie 1994-2014 i.s.m. VN.[22]

Zie de categorie Adjara van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.