Batoemi

stad in Georgië

Batoemi (ook Batoem, Batumi of Batoum, Georgisch: ბათუმი) is de tweede stad van Georgië met 173.745 inwoners (2022), gelegen in het zuidwesten van Georgië aan de Zwarte Zee dicht bij de Turkse grens en is de hoofdstad van de autonome republiek Adzjarië. De stad ligt op de plaats van een oude Griekse kolonie en is een belangrijk aardolieraffinage- en scheepvaartcentrum. Het is een van de vijf steden in Georgië met zogeheten zelfbestuur, een stadsgemeente. In de 21e eeuw is de stad uitgegroeid tot een belangrijke toeristische trekpleister, dankzij een gerichte stadsrenovatie en -modernisering, ingezet na de Rozenrevolutie van 2003.

Batoemi
ბათუმი
Stad in Georgië Vlag van Georgië
Vlag van Batoemi
Wapen van Batoemi
Batoemi (Georgië)
Batoemi
Situering
Regio Adzjarië
Coördinaten 41° 38′ NB, 41° 38′ OL
Algemeen
Oppervlakte 82,3 km² [2]
Inwoners
(2022)
Gestegen 173.745 [1]
(2.111 inw./km²)
Burgemeester Artsjil Tsjikovani
Overig
Website batumi.ge
Foto's
Centraal Batoemi
Centraal Batoemi
Oud gebouw in Batoemi
Oud gebouw in Batoemi
Portaal  Portaalicoon   Georgië

GeschiedenisBewerken

 
Een groep moellahs in Batoemi (c. 1910)

Batoemi is sinds de 11e eeuw bekend vanwege zijn vestingwerken. De stad maakt deel uit van Georgië sinds de middeleeuwen. Het kwam onder Ottomaanse heerschappij in de 16e eeuw. In de 18de eeuw werd de Georgische bevolking geïslamiseerd en sindsdien profileert zij zich als Adzjaren. De provincie Batoemi werd in 1878 door Rusland geannexeerd overeenkomstig het Verdrag van San Stefano tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk, dat op 23 maart van dat jaar werd bekrachtigd. Het gebied viel vervolgens onder het Gouvernement Koetais. In deze periode kwam de grootschalige aanleg van spoorlijnen in het Russische Rijk op gang, ook in Transkaukasië.

In 1883 werd de spoorlijn tussen Bakoe en Batoemi gecompleteerd, met financiering van de Rothschild familie,[3] die deze verbinding wilde voor de oliehandel, wat een nieuwe fase van havenstad Batoemi inluidde. Door de Batum Oil Refining and Trading Company (Bnito), die was overgenomen door Baron Alphonse Rothschild, werden in Batoemi olieopslagtanks en raffinaderijen gebouwd, wat de stad een van de grootste oliehavens van die tijd maakte. In 1907 volgde na 10 jaar bouw de opening van de Bakoe-Batoemi oliepijpleiding, met 885 kilometer de langste in zijn tijd.[4] Jozef Stalin arriveerde eind 1901 in de stad om revolutionaire stakingen te organiseren bij de Bnito olieraffinaderijen van Rothschild, die in 1902 uitliepen op bloedige confrontaties tussen demonstranten en de politie.[lit 1][lit 2]

1918-1921Bewerken

Het Verdrag van Brest-Litovsk, wat het einde betekende in maart 1918 van de deelname van de bolsjewistische RSFSR aan de Eerste Wereldoorlog, resulteerde erin dat Batoemi opnieuw in Turkse handen kwam,[lit 3] wat enkele maanden later bekrachtigd werd in het Verdrag van Batoem tussen het Ottomaanse Rijk en de inmiddels gevormde Democratische Republiek Georgië. Als gevolg van het einde van de Eerste Wereldoorlog viel het gebied van december 1918 tot juli 1920 tijdelijk onder Brits gezag, waarna Adzjarië met Batoemi werd overgedragen aan de Democratische Republiek Georgië, die het gebied autonomie verleende.[5] Gedurende de Sovjet invasie van Georgië in februari 1921 heroverden de Turken het gebied weer, waarna het noordelijke deel van het oorspronkelijke Adzjarië, inclusief Batoemi, alsnog afgestaan werd aan de inmiddels opgerichte Georgische Socialistische Sovjetrepubliek in ruil voor de provincie Kars, dat aan de Turken viel. Dit werd geformaliseerd in artikel VI van het Verdrag van Kars op voorwaarde dat de moslimbevolking autonomie zou krijgen. In juli 1921 werd de Autonome Socialistische Sovjetrepubliek Adzjaristan binnen de Georgische SSR opgericht. Het was daarmee de enige autonomie in de Sovjet-Unie die gebaseerd was op religie in plaats van etniciteit.[lit 4]

1921-1991Bewerken

Gedurende de Sovjet-overheersing had Batoemi een over het algemeen weinig opvallend bestaan. Het was de meest zuidelijke havenstad van de Sovjet-Unie, en de bestaande olie-infrastructuur werd uitgebreid onder de Sovjets. De Adzjaren hadden weliswaar een unieke religieuze autonomie binnen de Georgische SSR, maar dat betekende geenszins dat dit zich vertaalde in vrijheden. Ook Adzjarië ontkwam niet aan religieuze onderdrukking. De jaren 1920 waren rumoerig in Adzjarië met verschillende opstanden tegen de onderdrukking en verplichte collectivisatie. Batoemi bleef in eerste instantie nog rustig tijdens de Augustusopstand in de Georgische SSR, maar ontsnapte uiteindelijk niet aan de terreur die er uit voortvloeide. Op 31 augustus 1924 werden lokale deelnemers aan anti-Sovjet-demonstraties doodgeschoten, waaronder generaal-majoor Giorgi Purtseladze, een actieve deelnemer aan de strijd om Batoemi vrij te krijgen van de Ottomanen.[6] In april 1929 kwamen islamitische dorpsbewoners in de bergen van Adzjarië in opstand tegen de verplichte collectivisatie en religieuze vervolging. De Sovjet-troepen werden ingeroepen en de opstand werd snel neergeslagen. Duizenden Adzjaren werden uit de republiek gedeporteerd.[7] De Grote Zuivering van de jaren 1937-38 ging ook in Batoemi niet ongemerkt voorbij.

Vanaf 1991Bewerken

Toen de Sovjet-Unie in 1991 instortte, werd Aslan Abasjidze benoemd tot hoofd van de regering van de Autonome Republiek Adzjarië. Aan zijn corrupte bewind, waarbij hij Adzjarië als een persoonlijk koninkrijk bestuurde, kwam een einde na de Adzjarië crisis in 2004. President Micheil Saakasjvili, die dat jaar na de Rozenrevolutie van 2003 was gekozen, maakte vervolgens meteen werk van de inclusie van Adzjarië in Georgië en zette het stevig in op het aanjagen van de lokale economie en het ontwikkelen van Batoemi als Zwarte Zee badplaats. Het vliegveld werd snel vernieuwd en uitgebreid, in de stad werd het oude centrum gerestaureerd, een nieuwe boulevard en grote moderne hotels werden gebouwd. Als een van de weinige steden in Georgië groeit de bevolking sindsdien en is het een populaire toeristenbestemming geworden.[8]

DemografieBewerken

 
Georgisch-Orthodoxe Sint Nicolaaskerk (r)

Batoemi had per 1 januari 2022 173.745 inwoners,[1] een stijging van bijna 5% ten opzichte van de volkstelling van 2014.[2] Geheel tegen de landelijke ontwikkeling in 2021 in, steeg het aantal inwoners van Batoemi in dat jaar door met ruim 1.700 inwoners.

In het verleden heeft de bevolkingsomvang van Batoemi grote fluctuaties gekend die samenvallen met grote historische gebeurtenissen. Sinds Batoemi eind 19e eeuw onder Russische overheersing een belangrijke oliehaven werd met de aansluiting op spoorwegen en de aanleg van een oliepijpleiding uit Bakoe is het aantal inwoners van de stad snel gegroeid tot de Sovjetperiode begon. In de jaren 1920 zakte het aantal inwoners flink. Later nam het aantal inwoners weer snel toe tot de chaotische jaren 1990 in het onafhankelijke Georgië. Vanaf 2010 is er weer sprake van groei. Dit komt grotendeels door een gemeentelijke herindeling in 2012, waardoor een tiental plaatsen ten noorden van Batoemi werden ingelijfd,[10] en daarna autonome groei. Bij de volkstelling van 2014 telde de stad 152.839 inwoners, waarmee het Koetaisi is voorbijgestreefd en de tweede grote stad van Georgië is geworden.

In Batoemi komen alle belangrijke godsdiensten van de Kaukasus voor. Het grootste deel van de bevolking is oosters-ortodox (68,7%) of moslim (25,3%). Verder is 0,6% Armeens-Apostolisch en zijn er kleine gemeenschappen (tot 100 mensen) katholieken, jehova's, protestanten, joden en jezidi's. Een kleine 4.000 personen (2,6%, de derde grote groep) is niet gelovig.[11]

Bevolkingsontwikkeling van Batoemi
Jaar 1886 1897 1922 1926 1959 1970 1979 1989 2002[12] 2014 2019 2021 2022
Inwoners   14.803   28.508   60.810   48.474   82.328   100.603   122.815   136.609   121.806   152.839   166.044   172.063   173.745
Verantwoording data: Bevolkingsstatistiek Georgië 1886 tot heden.[13][14][15] Noot: [12]

BestuurBewerken

 
Batoemi stadhuis

De gemeenteraad (Georgisch: საკრებულო, sakreboelo) van Batoemi is het vertegenwoordigend orgaan dat elke vier jaar middels een gemengd kiesstelsel wordt gekozen. Deze bestaat sinds 2021 uit 35 leden: zeven leden worden gekozen door middel van een districtenstelsel en 28 worden via een proportionele lijststem gekozen.[16] In 2017 was de verhouding 15 proportioneel om 10 districtszetels.

Bij de gemeentelijke verkiezingen van oktober 2021 werd Artsjil Tsjikovani van de Georgische Droom partij met 51,0% van de stemmen tot burgemeester gekozen, na een vereiste tweede ronde tegen een kandidaat van de Verenigde Nationale Beweging. De Georgische Droom behaalde de meeste proportionele stemmen (39,4%), direct gevolgd door de Verenigde Nationale Beweging (38,4%). Op grote afstand volgden de oppositiepartijen Voor Georgië (10,0%) en Lelo voor Georgië (3,3%). Twaalf andere partijen haalden de kiesdrempel van 3% niet. Vier districtszetels zijn naar kandidaten van Georgische Droom gegaan, en drie naar Verenigde Nationale Beweging.[17][18] Batoemi was daarmee een van de gemeenten waar de hegemonie van de heersende partij Georgische Droom onder druk kwam te staan, wat leidde tot oppositie protesten en beschuldigingen van fraude.[19]

Partij 2017 [20] 2021 [21] Samenstelling Sakreboelo (zetels per partij)
  Georgische Droom (GD) 19 16                                
  Verenigde Nationale Beweging (UNM) 4 15                            
  Voor Georgië 3      
  Lelo voor Georgië 1  
  Alliantie van Patriotten (AP) 1
  Europees Georgië (EG) 1
Total 25 35  

EconomieBewerken

 
Kerosine opslag in Batoemi (1888)

In 1885 verkreeg de Rothschild familie de Batum Oil Refining and Trading Company[22] nadat de familie de aanleg van de spoorlijn naar Bakoe had gefinancierd.[3] Het oliebedrijf kreeg met de kapitaalkrachtige familie veel geld om de activiteiten sterk uit te breiden en bouwden olieopslagtanks en raffinaderijen en maakte van de stad een van de grootste oliehavens van die tijd. Batoemi is nog steeds het eindpunt van de (oost-west) spoorweg door de Kaukasus en het eindpunt van een belangrijke oliepijpleiding. De industrieën zijn onder andere olieraffinaderijen, scheepsbouw, voedselverwerking en lichte productie.

Over de kustweg en door Batoemi loopt de belangrijkste transportroute naar Turkije, waar ook verkeer van en naar Armenië en Azerbeidzjan veel gebruik van maakt. Door de slechte verstandhouding met buurland Rusland en de beperkte overland verbindingen ermee, is Georgië voor een groot deel aangewezen op import uit Turkije en Oekraïne via de haven en kustsnelweg van Batoemi.

De stad ligt in een subtropische streek, rijk aan citrusvruchten en thee en toerisme is een belangrijke factor geworden in de lokale economie. Batoemi is na hoofdstad Tbilisi de meest bezochte stad door (internationale) toeristen.[23]

BezienswaardighedenBewerken

 
Het kiezelstrand van Batoemi

De belangrijkste bezienswaardigheid is de boulevard van Batoemi, een kilometerslange baan langs het kiezelstrand met restaurants en bars. De stad en haar strand golden als de zuidelijkste (en warmste) van de Sovjet-Unie. In de laatste decennia van de Sovjet-Unie groeide Batoemi, naast Soechoemi, dan ook uit tot de belangrijkste zon-zee-strandbestemming voor de communistische jeugd. De stad geniet populariteit onder vooral Georgiërs, Turken en Russen.

 
Zicht op Batoemi vanaf botanische tuin

Na het vertrek van Aslan Abasjidze in mei 2004, is hard gewerkt om de regio en Batoemi weer aantrekkelijk te maken voor het toerisme. De stad maakte sindsdien een metamorfose door: de oude buurten in het centrum werden in rap tempo gerenoveerd en deels gesaneerd. Hierbij zijn ook monumentale panden verdwenen, maar in de Turkse buurt en rond het plein zijn goed bewaarde historische panden in sfeerrijke straatjes te bezichtigen. Bezienswaardigheden zijn onder andere het Ajarmuseum, de grote botanische tuinen 7 kilometer ten noorden van de stad en een aquarium (het enige in de toenmalige Sovjet-Unie). Bovendien zijn er diverse resorts aan de kust van de Zwarte Zee waarvan een deel in vervallen staat verkeert. Langs de boulevard verschenen hoge torenflats voor luxe hotels.

VervoerBewerken

De Georgische internationale hoofdweg S2 / E70 (Senaki - Poti - Koboeleti - Sarpi) loopt door de stad en is de belangrijkste weg naar de Turkse grens alsmede de hoofdroute naar Tbilisi. Een nieuwe bypass rond Batoemi moet medio 2024 klaar zijn. De belangrijkste interregionale route vanaf de stad is de nationale route Sh1 die via de binnenlanden van Adzjarië over de 2027 meter hoge Goderdzi-pas naar de stad Achaltsiche gaat. Deze weg volgt de kloof van de Adjaristskali en was in de late Sovjet periode onderdeel van de Sovjet hoofdroute A306.

Sinds 1883 is Batoemi per spoor verbonden met Tbilisi via Samtredia, Chasjoeri en Gori. Het nieuwe centraal station van Batoemi is gelegen aan de noordkant van de stad, voorbij de haven, en werd in 2015 geopend.[24] Voorheen was het station in de binnenstad gelegen, in de Tsjavtsjavadzestraat. Er rijden per dag meerdere rechtstreekse treinen tussen Batoemi en Tbilisi, sommigen non-stop. Tevens is er een dagelijkse trein naar Ozoergeti.

Batoemi heeft een eigen internationale luchthaven dat in reizigersaantallen de derde luchthaven van het land is. De luchthaven ligt aan de zuidzijde van de stad, naast en parallel aan de Tsjorochi rivier.

StedenbandenBewerken

Batoemi onderhoudt stedenbanden met:[25]

SportBewerken

Dinamo Batoemi is de belangrijkste voetbalclub van Batoemi die in 1998 de Georgische voetbalbeker won. Dinamo Batoemi speelt zijn wedstrijden in het Batoemistadion.

Geboren in BatoemiBewerken

Zie ookBewerken

Commons heeft mediabestanden in de categorie Batoemi.