Hoofdmenu openen

Mijnbouw

exploratie, ontwikkeling, winning en verwerking van mineralen uit de bovengrondse aardkorst
Open mijn in Peru.
Oude goudmijn bij Skidoo in de Death Valley, Californië.

Mijnbouw is het systematisch onttrekken van stoffen (delfstoffen, mineralen) aan de bodem voor bijzonder gebruik of verwerking, met een speciaal daarvoor ingerichte voorziening of infrastructuur.

De delfstoffen in de mijnbouw kunnen zich in elke aggregatietoestand bevinden:

Sommige stoffen worden uit de bodem gehaald door eerst hun aggregatietoestand te veranderen, bijvoorbeeld zout dat wordt opgelost in water, om het vervolgens op te kunnen pompen. Bij de aardgaswinning worden juist de ongewenste, door het aardgas gemengde gasvormige stoffen door condensatie verwijderd.

Inhoud

Geschiedenis in België en NederlandBewerken

 
Mijnbouw in Frankfurt 1580.

De geschiedenis van de mijnbouw in Nederland gaat terug tot 3100 jaar voor Christus toen op grote schaal ondergronds vuursteen werd gewonnen in Zuid-Limburg. België kent al sinds de Romeinse tijd steenkoolwinning in de Borinage.

In de middeleeuwen is de ondergrondse kalksteenwinning tot bloei gekomen in kalksteengroeven van onder meer de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Aan het eind van de 19e eeuw verplaatst de kalksteenwinning zich naar dagbouwgroeven zoals nu nog gebeurt door de ENCI in de ENCI-groeve.

Steenkoolwinning vond al plaats vanaf de 12e eeuw, zij het op kleine schaal. Dat gebeurde in het Wormdal nabij de Abdij Rolduc in het huidige Kerkrade. België kent sinds de 16e eeuw ook steenkoolwinning in de provincie Luik. Vanaf de 19e eeuw verschenen er grootschalige gesloten mijnen voor steenkool- en open bruinkoolmijnen. Na 1900 werden er ook steenkoolmijnen opgericht in de Belgische provincie Limburg.

Tot circa 1960 was er grote vraag naar steenkool en groeide de Oostelijke Mijnstreek uit tot een van de welvarendste gebieden van Nederland. Tijdens de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog produceerden de mijnen op topcapaciteit om aan de binnenlandse vraag te kunnen voldoen.

Na 1960 daalde de vraag naar kolen, onder meer doordat stoommachines en stoomtreinen steeds vaker werden vervangen door motoren op elektriciteit, olie en het ook in Nederland gewonnen aardgas. Dit, en de relatief hoge arbeidskosten in Nederland, zorgden voor een neergang in de mijnbouw. De laatste Nederlandse mijn werd in 1974 gesloten.

Typen mijnbouwBewerken

Er zijn twee soorten mijnen: open en gesloten mijnen. Bij open mijnen worden de delfstoffen ontgonnen aan de oppervlakte. Gesloten mijnen hebben naast een bovengronds gedeelte ook een ondergronds gedeelte. Dat wordt enkel toegepast als de delfstoffen te diep liggen omdat ondergrondse winning moeilijker en duurder is. In het geval van open mijnen zijn er twee soorten mijnen, namelijk groeven en dagbouwmijnen. Het verschil tussen beiden is dat bij dagbouw het materiaal wordt afgeschraapt en bij groeven weggesneden.

De speciale voorzieningen kunnen bestaan uit bijzondere middelen om de delfstof te winnen, te transporteren, te zuiveren of op te slaan. Tot de speciale voorzieningen behoort ook de infrastructuur om de exploitatie in stand te houden: pompen, ventilatiemiddelen, energievoorziening, transportwegen en -middelen en verwerkingsfabrieken.

Mijnbouw in NederlandBewerken

Steenkool en bruinkoolBewerken

 
Schachtgebouw van Oranje-Nassau in Heerlen.
 
Oude schachtbok van steenkoolmijn Sauwartan, Dour.

Voor een overzicht van de Nederlandse steenkoolmijnen, zie het hoofdstuk over steenkoolnijverheid in Nederland van het artikel Kolenmijn.

ZoutBewerken

Voor een overzicht van de Nederlandse zoutwinning zie het hoofdstuk Zoutwinning in Nederland van het artikel Zoutwinning.

Nederlands-Indië: Tin, steenkool, goud en olieBewerken

In Nederlands-Indië werd vanaf ongeveer 1710 tin gewonnen in de mijnen van Bangka. Vanaf 1722 kreeg de VOC het monopolie hierop. Later werd er ook tin gewonnen in Billiton en Singkep. In Pengaron op Oost-Borneo werd in 1849 een staatsmijn geopend, die (na een mislukte poging, waarbij de mijn instortte) in 1852 door gouverneur-generaal Jan Jacob Rochussen hernoemd werd tot Oranje Nassau. Pogingen van de VOC tussen 1669 en 1737 om goud te winnen in de Salidamijn ten zuiden van Padang hadden minder succes.

In 1850 werd het Mijnwezen in nederlandsch Oost-Indië opgericht en de Indische Mijnwet (of Mijnreglement) uitgevaardigd om de exploitatie van delfstoffen op gang te helpen en zo de baten van de kolonie snel te verhogen. Minister Charles Ferdinand Pahud legde aanvankelijk het initiatief vooral bij particuliere investeerders, maar later begon de staat ook met het delven van ertsen. De mijnwerkers bestonden vooral uit Chinese koelies.[1]

Vanaf 1852 begon de Billiton Maatschappij met de winning van erts op Banka. Dit bedrijf zou uitgroeien tot een wereldspeler. In 1858 werd steenkool ontdekt aan de rivier de Ombilin in de Padangse Bovenlanden. In 1892 werd hier de Ombilinmijn in gebruik genomen. Eerder was bij Padalarang al een kolenmijn geopend. Later werden ook goud- en zilvermijnen geopend, waarvan die bij Rejang Lebong de meest winstgevende waren. Daarnaast waren er ook veel Chinese kongsies actief.

In 1872 werd de eerste olieboring gezet in opdracht van de Nederlandsche Handel-Maatschappij en investeerder Jan Reerink; de Tjibodas-Tanggat-1 op West-Java. Veel leverden de eerste pogingen niet op. Pas in het laatste kwart van de 19e eeuw zou de productie goed op gang komen, waarbij met name de tinproductie op Banka tot grote winsten leidde. Nog altijd is dit het grootste tinwinningsgebied ter wereld. De steenkolen uit Ombilin waren van groot belang voor de scheepvaart tussen de vele eilanden van de kolonie, die hierdoor geen delfstoffen meer uit Engeland of Brits-Indië hoefde te importeren. De oliewinning kwam laat op gang doordat Java als het centrale wingewest werd gezien en de meeste delfstoffenvoorkomens juist op het 'buitengewest' Sumatra werden gevonden, waarvoor pas later aandacht kwam van de centrale regering in Batavia. Toch was de winning van deze delfstof het meest succesvol. Na enkele particuliere initiatieven wisten grote bedrijven als Koninklijke Olie en later het Amerikaanse Standard Oil grote voorraden tot exploitatie te brengen. Met de inval van Japan in 1942 kwam er een abrupt einde aan de Nederlandse delfstoffenwinning.[2] Na de Pacifische Oorlog en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog kwamen de mijnen in handen van de Indonesische overheid.

Mijnbouw in BelgiëBewerken

De sluiting van de Waalse steenkoolmijnen zonder alternatief heeft tot een lagere levensstandaard geleid. Met de Akkoorden van Zwartberg werd de overheid verplicht bij de sluiting van de Kempische mijnen voor alternatieve werkgelegenheid te zorgen. Naast steenkool zijn er ook tal van andere grondstoffen die in België gewonnen worden, waaronder klei in Vlaanderen, en natuursteen, kalksteen en zandsteen in de Ardennen.

  1. De tinmijnen van Banka en Billiton. In de Archipel (25 maart 2013).
  2. Peter de Ruiter, Het Mijnwezen in Nederlands-Oost-Indië 1850-1950. Dissertatie Universiteit Utrecht (2016).