Zuid-Ossetië

afscheidingsrepubliek van Georgië

Zuid-Ossetië, officieel de Republiek Zuid-Ossetië - Staat Alanië (Ossetisch: Хуссар Ирыстон; Choessar Iryston, Georgisch: სამხრეთ ოსეთი; Samchret Osseti, Russisch: Южная Осетия; Joezjnaja Osetija) is een afscheidingsrepubliek van Georgië in de Zuidelijke Kaukasus. Het is een bergachtig en dunbevolkt gebied tussen het Georgische kerngebied in het westen, zuiden en oosten en de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië-Alanië in het noorden en ligt geografisch gezien aan de zuidkant van de kam van de Grote Kaukasus. De zelfverklaarde republiek heeft een oppervlakte van 3.900 km² en heeft 56.520 inwoners (2022[1]).

Zuid-Ossetië
Хуссар Ирыстон
Южная Осетия
სამხრეთ ოსეთი
Regio van Georgië
Vlag van Zuid-Ossetië Wapen van Zuid-Ossetië
(Details) (Details)
Kaart van Zuid-Ossetië
Geografie
Hoofdstad Tschinvali
Coördinaten 42°13'30"NB, 43°58'12"OL
Bevolking
Inwoners (2022) Gestegen 56.520[1] (14.5 /km²)
Religie Orthodox
Talen Ossetisch, Russisch en Georgisch
Politiek
President Anatoly Bibilov (2017-)
Overig
Munteenheid Russische roebel
Tijdzone UTC +4
Detailkaart
Kaart van Zuid-Ossetië
Zuid-Ossetië

Zuid-Ossetië was tussen 1922 en 1990 een autonome oblast binnen de Georgische Sovjetrepubliek. Tijdens het Georgisch-Ossetisch conflict werd in december 1990 de autonomie door de Georgische SSR ingetrokken. Op 29 mei 1992 verklaarde de regio zich onafhankelijk als Republiek Zuid-Ossetië, die na de Russisch-Georgische oorlog van 2008 door vijf VN-lidstaten wordt erkend: Rusland, Nicaragua, Venezuela, Nauru en Syrië.[3] Met deze oorlog verloor Georgië het laatste stukje gezag over Zuid-Ossetië en sinds oktober 2008 beschouwt Georgië het gebied als bezet door Rusland.[4] De republiek is zeer afhankelijk van politieke, financiële en militaire steun van Rusland. In 2021 bedroeg de Russische financiële steun 83% van het budget.[5] Er zijn ongeveer 5.000 Russische troepen permanent gestationeerd.[6][7]

Met enige regelmaat heeft het Zuid-Osseetse leiderschap de intentie uitgesproken om de republiek te verenigen met Noord-Ossetië en op te laten nemen in de Russische Federatie. In maart 2022 werd dit door president Anatoli Bibilov weer geopperd in opmaat naar de presidentsverkiezingen,[8] waarop Russische politici een referendum eisten.[9][10][11] Op 8 mei won Alan Gaglojev de verkiezing van Bibilov, met een kritische campagne tegen Bibilov en het beoogde referendum waar hij afstand van nam als niet opportuun op dit moment.[12] Leidende Russische politici reageerden met eenzelfde sentiment.[13] Op 13 mei 2022 zette Bibilov in een laatste daad toch door en schreef het referendum uit voor 17 juli 2022.[14]

StatusBewerken

 
Internationale erkenning van Zuid-Ossetië:
 VN-lidstaten
en
 
 De facto staten

Georgië ziet Zuid-Ossetië als onderdeel van zijn staatsgebied en wordt daarin gesteund door de meeste landen en internationale organisaties. Het refereert er officieel aan als 'Tschinvali Regio', vernoemd naar de hoofdplaats. Het gebied van de voormalige autonome oblast is door de Georgische autoriteiten in 1995 met de bestuurlijke herindeling van het land administratief herverdeeld over diverse Georgische regio's in lijn met de districtsgrenzen vóór de autonomie in 1922, ook al oefent Tbilisi er feitelijk geen gezag meer over uit. Op 29 mei 1992 bekrachtigde Zuid-Ossetië het onafhankelijkheidsbesluit dat zowel door het inmiddels onafhankelijk geworden Georgië als de internationale gemeenschap niet werd erkend.

Na de Russisch-Georgische oorlog van 2008 erkende Rusland op 26 augustus van dat jaar als eerste VN-lid de onafhankelijkheid van het gebied. Daarna volgden Nicaragua (2008), Venezuela (2009), Nauru (2009) en in 2018 Syrië. De Pacifische eilandstaat Tuvalu verklaarde in 2011 Zuid-Ossetië te erkennen, maar trok dit in 2014 weer in na het aangaan van diplomatieke relaties met Georgië. Verder hebben alleen niet algemeen erkende separatistische republieken zoals Abchazië, Transnistrië, Artsach, Sahrawi Arabische Democratische Republiek en de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk Zuid-Ossetië erkend als soevereine staat. Samen met Abchazië, Transnistrië en Artsach vormt Zuid-Ossetië de Gemeenschap voor democratie en rechten van staten.

Aansluiting bij RuslandBewerken

Zuid-Ossetië heeft de wens tot aansluiting bij Rusland en het samengaan met Noord-Ossetië nooit onder stoelen of banken gestoken. Dit speelde een belangrijke rol bij de ontstaansgeschiedenis van de Zuid-Ossetische Autonome Oblast in 1922, en kwam terug tijdens de val van de Sovjet-Unie. In januari 2014 werd in Zuid-Ossetië een referendum over vereniging met Noord-Ossetië en aansluiting bij Rusland aangekondigd, te houden tijdens parlementsverkiezingen in juni van dat jaar. In 2016 werd door parlementsvoorzitter Anatoli Bibilov en president Leonid Tibilov afgesproken een dergelijk referendum na de presidentsverkiezingen van 2017 te houden.[15] Door gebrek aan interesse, urgentie en direct belang voor Moskou werd uitstel afstel.[16][17] Wel werd een referendum over naamsverandering parallel met de presidentsverkiezingen van 2017 gehouden. Daarmee veranderde de Republiek Zuid-Ossetië haar naam naar de Republiek Zuid-Ossetië - Staat Alanië,[18] dat een verwantschap met Noord-Ossetië-Alanië verder moest benadrukken.

Op 30 maart 2022 kondigde president Anatoli Bibilov aan dat hij na de presidentsverkiezingen van 2022 juridische stappen zal zetten voor aansluiting van Zuid-Ossetië bij Rusland.[8] In reactie daarop stelden Russische politici dat Rusland in wettige zin klaar is om (delen van) andere landen op te nemen als onderdeel van de Russische Federatie, maar dat een referendum een voorwaarde is voor een dergelijke stap.[9] De Zuid-Osseetse leider zette dat vervolgens in gang.[10][11] Op 8 mei 2022 verloor Bibilov de presidentsverkiezing van Alan Gaglojev, leider van de Nychas-partij, die afstand nam van deze eenzijdige niet met Moskou afgestemde acties van Bibilov waarmee "de Russische Federatie in diskrediet wordt gebracht en anti-Russische sentimenten in de republiek ontstaan". Hij voegde daar aan toe dat hij denkt "dat de huidige autoriteiten van Rusland nog steeds bezig zijn met andere zaken, die serieuzer zijn".[12] Leidende Russische politici reageerden na de verkiezing met eenzelfde sentiment, en stelden dat ze verwachten dat Gaglojev geen haast zal maken met het referendum.[13] Op 13 mei 2022, elf dagen voor de overdracht van het presidentschap, zette Bibilov toch door en schreef het referendum uit voor 17 juli 2022.[14]

PaspoortisatieBewerken

De meeste inwoners van Zuid-Ossetië verkregen vanaf eind jaren 1990 een Russisch paspoort door actief Russisch beleid.[20] Hiermee maakten de Osseten duidelijk dat ze niet als onderdeel van Georgië beschouwd wensen te worden. Tevens vormde dit met de jaren een steeds groter speerpunt van Russisch beleid om via "paspoortisatie" legitimiteit te kunnen ontlenen aan eventuele interventies.[21][22] De Russische president Dmitri Medvedev gaf aan dat de reden van de Russische inval in 2008 "het beschermen van Russische staatsburgers" was.[23]

GeschiedenisBewerken

De Osseten (Ossetisch: upæmmæ/irættæ) stammen af van de Alanen, een grote Sarmatische stam, een Iraanstalig nomadenvolk, door vermenging met Kaukasische volkeren. Een deel van de Alanen trok westwaarts Europa in en een deel bleef in het zuiden van het huidige Rusland, langs en ten zuiden van de rivier de Don. In de middeleeuwen stichtten deze oostelijke Alanen het koninkrijk Alanië in de noordelijke Kaukasus, waar het huidige Noord-Ossetië-Alanië een deel van was. In de 13e eeuw werd tijdens het bewind van de Mongolen een deel van deze Alanen gedwongen naar het zuiden te migreren, in en later over het Kaukasusgebergte en mengden zij zich met inheemse Kaukasische volkeren, waaronder de Georgiërs.[24][lit 3] Daarna roeiden de troepen van Timoer Lenk een groot deel van de achtergebleven Alaanse bevolking uit.

Tot 1801: vorming identiteitBewerken

Er ontstonden uiteindelijk drie nabijgelegen regio's waar de Alanen zich vestigden, die elk een eigen culturele en taalkundige (Osseetse) identiteit kregen. Iron in het noorden werd de grootste gemeenschap dat ruwweg het moderne Noord-Ossetië werd. Onder Georgische invloed bekeerden zij zich in 12e-13e eeuw tot het oosters-orthodoxe geloof.

 
Osseetse trek naar zuiden

Ten westen hiervan lag Digor, de naam van een vallei. De Osseten hier bekeerden zich in de 17e eeuw onder invloed van de Kabardijnen tot de soennitische islam. Dit gebied ligt in het moderne Kabardië-Balkarië en het westelijke deel van Noord-Ossetië. Vanaf de late 15e eeuw migreerden Osseten naar de Georgische historische regio Dvaleti, waar de etnisch Georgische subgroep Dval woonde.[25] Onder Osseten is dit gebied bekend komen te staan als Tualläg (ook wel Tuallag; Tual betekent 'zuid'). Dvaleti lag in het uiterste zuiden van het moderne Noord-Ossetië, tegen de hoofdkam van de Grote Kaukasus en viel onder het Georgische koninkrijk Kartlië. In literatuur wordt ook wel verwezen naar het Mamison-Nar bassin, en geografisch ligt het tussen de Mamison- en Truso-passen.

Vanaf de 15e eeuw viel Dvaleti onder de Kartliaanse regio Samatsjablo, het territorium onder gezag van de Georgische adellijke familie Matsjabeli, dat een zekere mate van autonomie genoot binnen het koninkrijk Kartlië. De Georgiërs vernoemden het gebied naar deze familie door de naam Samatsjablo te gebruiken, wat letterlijk "van Matsjabeli" betekent.[lit 3] Deze naam maakte rond 1990 ten tijde van de Georgisch-nationalitische regering van Zviad Gamsachoerdia een heropleving door als de onofficiële Georgische naam voor het gebied dat samenviel met het toenmalige Zuid-Ossetische Autonome Oblast - in een nationalistische ontkenning van de Zuid-Osseetse entiteit. Later werd echter officieel het minder beladen begrip "Tschinvali regio" geïntroduceerd voor het hele gebied.[26]

De Tual Osseetse gemeenschappen stonden door assimilatie onder Georgische invloed, en waren net als de Irons in het noorden bekeerd tot het oosters-orthodoxe geloof. Taalkundig hadden ze een dialect van het Iron Ossetisch met veel leenwoorden uit het Georgisch.[lit 5][lit 6] De Tual Osseten migreerden vanaf Dvaleti zuidwaarts over de Kaukasus en er ontstonden in de 17e eeuw gemeenschappen in het uiterste noorden van het huidige Zuid-Ossetië,[27] en in de Truso-vallei,[28] de bovenloop van de Terek. Dit gebied in de tegenwoordige Georgische gemeente Kazbegi wordt door het moderne Zuid-Ossetië ook wel Oostelijk-Ossetië genoemd, en het legt er een territoriale claim op.[29]

Na de Russisch-Turkse Oorlog van 1768-1774 werd in 1774 Iron door het Russische Rijk geannexeerd. In 1783 sloot het Georgische Koninkrijk Kartli-Kachetië, waar de Tuallag Osseten onder vielen, het Verdrag van Georgiejevsk met het Russische Rijk, waarna de Russen in 1801 overgingen tot annexatie.[30]

1801 - 1917: in het Russische RijkBewerken

 
Osseten in Gouvernement Tiflis (census 1886)
 Osseten (effen roze)

In de 19e eeuw werd door Kolonel Vasili Potto geschreven dat de onderwerping van de Osseten gekoppeld was aan het creëren van veiligheid rond de enige weg die Rusland door de Kaukasus met Georgië verbond, de 'Georgische militaire weg' via de Darjalkloof.[31] Ook Arnold Zisserman, een Russische assistent voor hetprinselijk gezag in Kachetië, beschreef in 1847 hoe de onderwerping van de Kisten nodig was voor de veiligheid van de strategisch belangrijke weg. Dit waren Tsjetsjenen in Georgië die ook in deze omgeving woonden en regelmatig voor problemen zorgden.[lit 9] Deze weg verbond tevens bij gebrek aan een goed direct alternatief de Osseetse gemeenschappen aan beide zijden van de Kaukasus, en het garanderen van een veilige doorgang kwam dit ten goede. Dit en de gezamenlijke religieuze achtergrond heeft de Iron en Tuallag Osseten een sterke Russische oriëntatie gegeven, die in de 20e eeuw doorwerkte.[31] De Russische heersers gingen voor deze doelstellingen ook over tot actieve vestiging van Osseten langs de weg om een demografische buffer tegen minder vriendelijke volkeren te creëren.[lit 10]

Tijdens de Russische bestuurlijke herinrichting van Transkaukasië in 1846 kwam het grootste deel van het Tuallag Osseetse leefgebied in het Gouvernement Tiflis te liggen. Een kleiner noordwestelijk deel lag in het Gouvernement Koetais. Binnen het gouvernement Tiflis kwamen de Osseten bestuurlijk in het Oejezd Gori terecht, waarbinnen het Okroeg Ossetië werd gecreëerd. Dit was de eerste bestuurlijke eenheid op historisch Georgisch grondgebied die in de naam direct aan de Osseten refereerde. In 1859 werd dit district weer afgeschaft door samenvoeging met het district Gorsky, waarbij het oostelijke deel naar het Oejezd Tianeti ging.[32] Medio 1859 werd Dvaleti van Oejezd Gori en Gouvernement Tiflis afgescheiden en als district Nar aan het Osseets Militaire District toegevoegd, dat in 1860 opging in het Oblast Terek. Een reden was dat dit deel van Gouvernement Tiflis ten noorden van de Kaukasus waterscheiding lag en het verleggen van de grens het bestuur eenvoudiger maakte.[33][34] Heden ten dage is dit het zuidelijke puntje van het Noord-Osseetse district Alagirski.

Gedurende de 19e eeuw migreerden de Tuallag Osseten verder naar het zuiden, via de lagere bergen van Sjida Kartli over de centraal-Georgische rivier de Mtkvari, naar het Trialetigebergte. Met name in Rusland en Zuid-Ossetië wordt aan hen gerefereerd als Trialeti-Osseten (Ossetisch: Триалеты Ирыстон). Zij vestigden zich in de centrale Georgische districten Chasjoeri, Kareli, Gori, en Kaspi en assimileerden met de Georgiërs waardoor er veel gemengde families ontstonden.[31]

1918 - 1921: in de Democratische Republiek GeorgieBewerken

Na de Russische Oktoberrevolutie in 1917 riepen Georgië, Armenië en Azerbeidzjan in 1918 gezamenlijk de onafhankelijkheid uit van de Transkaukasische Federatieve Republiek. Deze viel na een maand uit elkaar in drie landen, waaronder de Democratische Republiek Georgië dat zich op 26 mei 1918 onafhankelijk verklaarde. In juni 1917 richtten de Osseten in Georgië een Nationale Raad van Zuid-Ossetië op, vijf maanden voordat de Georgiërs dat deden.[35] Geïnspireerd door de vestiging van de Sovjetregering in Noord-Ossetië en de oprichting van de Sovjetrepubliek Terek vond er een boerenopstand plaats in maart 1918, de eerste van drie Osseetse opstanden in Georgië tot 1921. Ondanks deze opstand, waarbij Tschinvali werd geplunderd,[36] ontwikkelden de relaties tussen de Osseten en de Georgiërs zich binnen de nieuwe uitgeroepen staat in eerste instantie positief.

In augustus 1918 stelde de Nationale Raad van Zuid-Ossetië in een verklaring: "Zuid-Ossetië maakt deel uit van de Democratische Republiek Georgië op basis van brede territoriale soevereiniteit - voor een enkel grondgebied voor de bevolking en op basis van culturele en persoonlijke autonomie voor de Osseten die in Georgië wonen." Het verwachtte een Georgisch voorstel en uitwerking hiertoe dat aan het Zuid-Osseetse congres voorgelegd zou moeten worden. De vraag om politieke autonomie kwam in 1919 opzetten, iets dat voor de Georgiërs een brug te ver was. Volgens hen boden zij via de Onafhankelijkheidsverklaring van 1918 en de grondwet (in ontwerp) vrije sociaaleconomische en culturele ontwikkeling, gelijke politieke en burgerrechten voor alle burgers van het land ongeacht religie of etniciteit.[37]

 
Mensjewiek Volkswacht voerde onderdrukking rebellie uit

Uiteindelijk ontstond frictie tussen de Osseten en Georgiërs door (economische) klassenstrijd, zoals over het (feodale) landbeleid. Georgiërs waren voornamelijk landeigenaren, van welk land de Osseetse boeren gebruik maakten in een feodale constructie, wat leidde tot agressie van (Osseetse) boeren richting de (Georgische) landeigenaren.[38] Dit werd door de Georgische autoriteiten hardhandig onderdrukt, waardoor de klassenstrijd vanuit Osseets perspectief escaleerde tot een etnisch conflict dat doorwerkt tot in de 21e eeuw.[lit 12] De Nationale Raad van Zuid-Ossetië bestond geheel uit bolsjewieken terwijl Georgië door mensjewieken bestuurd werd. De Sovjets, die een onafhankelijk Georgië niet konden verteren, schoten de Osseten graag te hulp in de toenemende frictie met de Georgiërs om zo de Georgische staat te helpen ondermijnen. Al was deze Russische hulp tot 1920 vrij beperkt omdat zij het te druk hadden met het bevechten van het Witte Leger.

Osseetse rebellen probeerden in de periode 1918-1920 meermaals in Sjida Kartli een Sovjetregime te vestigen en aansluiting bij bolsjewistisch Rusland te bewerkstelligen.[39] Een deel van de Osseten zag de inclusie van het zuidelijke Osseetse leefgebied in de Georgische staat helemaal niet zitten, en zagen dit als een bezetting. In hun interpretatie van de geschiedenis had Ossetië zich in 1774 vrijwillig bij Rusland aangesloten, en was elke staatkundige scheiding ten noorden en zuiden van de Kaukasus onrechtmatig.[lit 13] In de Osseetse lezing wordt genegeerd dat de Russische annexatie van (Iron) Ossetië in 1774 geen betrekking had op de Tuallag Osseetse gemeenschap in het Georgische Koninkrijk Kartli-Kachetië dat in 1801 geannexeerd werd. De Digor Osseten in Kabardië verzetten zich tegen de Russische annexatie in de 18e eeuw. Er was met andere woorden geen eensluidende Osseetse annexatie door Rusland, noch was er sprake van een zogeheten 'verenigd Ossetië'. Toch is dat de lijn die de Osseten sinds de 20e eeuw voorhouden, waarbij men spreekt van een 'Georgische bezetting' van 'historisch Osseets land', wat tot frictie en conflict met de Georgiërs leidde.

Op 27 april 1920 vond er een Sovjet-coup in Bakoe plaats, die een paar dagen later gevolgd werd door een couppoging van Georgische bolsjewieken in Tbilisi, in de verwachting dat het Rode Leger te hulp zou schieten.[41] Deze hulp kwam niet en de coup faalde. Een week later, op 7 mei 1920, tekenden Sovjet Rusland en Georgië het Verdrag van Moskou waarmee Rusland de onafhankelijke Georgische staat en bestaande grenzen in de Grote Kaukasus erkende. Hiermee eindigde de Russische bemoeienis echter niet. In het Russische Vladikavkaz richtte het Kaukasisch Commissariaat (Kavkom) in juni 1920 het Zuid-Osseetse Revolutionair Comité (Revkom) op, waarna in het Roki district tegen de Russische grens een Osseetse opstand uitbrak die door Georgische troepen werd onderdrukt.[lit 12]

Met Russische steun stuurde het Revkom Noord-Osseetse strijdkrachten via de Darialkloof naar Georgië om Zuid-Ossetië binnen te vallen, een unilaterale oorlogsverklaring en in strijd met het verdrag een maand eerder gesloten. Het Georgische leger leverde strijd wat leidde tot de dood van circa 5.000 (Osseetse) soldaten, lokale sympathisanten en vluchtelingen.[42] Ongeveer 20.000 Zuid-Osseten sloegen op de vlucht naar het noorden.[43] Het bleek een Georgische pyrrusoverwinning, want de gebeurtenis staat in het huidige Zuid-Ossetië bekend als de 'Osseetse genocide' en is een belangrijke factor in de nationaal-historische identiteit van de Osseten en hun afkeer van Georgië.[44] In 1921 veroverde het Rode Leger de jonge Georgische republiek.

1921 - 1991: in de Sovjet-UnieBewerken

 
Oprichting van Zuid-Ossetische AO in 1922 over de toenmalige Georgische districten. In 1995 werden de oude grenzen hersteld voor de nieuwe regio's.[45]

De Georgische Socialistische Sovjetrepubliek, opgericht na de verovering van de Democratische Republiek Georgië door het Rode Leger in 1921, creëerde op 20 april 1922 een autonome administratieve eenheid voor de Transkaukasische Osseten, de Zuid-Ossetische Autonome Oblast.[47] Sommigen geloven dat de bolsjewieken deze autonomie aan de Osseten hebben verleend in ruil voor hun loyaliteit in de strijd tegen de Democratische Republiek Georgië en het begunstigen van lokale separatisten, aangezien dit gebied vóór de Sovjet invasie nooit een afzonderlijke entiteit was geweest.[48][49]

Het tekenen van administratieve grenzen van de Zuid-Ossetische AO was een ingewikkeld proces. Naast delen van Oejezd (district, county) Gori en Oejezd Doesjeti, gelegen in het eerdere Gouvernement Tiflis, werden ook delen van Oejezd Ratsja (in voormalig Gouvernement Koetais) opgenomen in de Zuid-Ossetische AO.[50] Al deze gebieden waren historisch inheems Georgisch land, zoals hierboven al beschreven. Na veel deliberaties en onder talrijk protest van de Georgische bevolking werden tientallen in meerderheid of exclusief etnisch Georgische dorpen opgenomen in de Zuid-Ossetische AO. Hier woonden ongeveer 20.000 Georgiërs en 1.110 Osseten.[51] Tegelijkertijd werden de Tsjasaval gemeenschap in Ratsja, een deel van Doesjeti district, het Kobi district (Kazbegi) en de Osseetse dorpen in het Trialetigebergte niet bij de oblast toegevoegd ondanks Osseetse wens. Het grootste deel van de Osseetse gemeenschap in de Georgische SSR bleef daarmee buiten de Zuid-Ossetische Autonome Oblast. Hoewel de stad Tschinvali relatief weinig Osseetse inwoners had en omgeven was met Georgisch bevolkte dorpen, werd het toch de hoofdstad van de Zuid-Ossetische AO.[52]

Het historische Ossetië in de Noord-Kaukasus had geen eigen politieke entiteit vóór 1924, toen de Noord-Ossetische Autonome Oblast werd opgericht.[53] In 1925 deden de Osseten bij Stalin een poging om de beide Ossetische deelgebieden bestuurlijk te verenigen, maar dit initiatief had geen resultaat. Ondanks herhaaldelijke pleidooien en besluiten op diverse Zuid-Osseetse Sovjet congressen in deze periode werd het gebrek aan een directe wegverbinding en de geografische scheiding aangehaald als een argument tegen de vereniging. Uiteindelijk werd een resolutie ingediend om beide gebieden in de Georgische SSR op te nemen, maar ook dit werd in Moskou niet geaccepteerd, onder meer omdat men vreesde voor etnische spanningen in de Noordelijke Kaukasus, met name met de Ingoesjen. Daarnaast vreesde men voor de stabiliteit van de relatie tussen Moskou en de Georgiërs op het moment dat de Zuid-Ossetische AO in de Russische SFSR zou worden opgenomen.[54]

Hoewel de Osseten hun eigen Ossetische taal hadden, waren Russisch en Georgisch de administratieve/staatstalen. Onder de regering van de Georgische SSR genoten de Osseten culturele autonomie net als andere minderheden, waaronder het spreken van de Ossetische taal en het onderwijzen ervan op scholen. In 1989 woonde 60% van de Osseten in de Georgische Socialistische Sovjetrepubliek buiten de Zuid-Ossetische AO,[56] en leefden zij een geïntegreerd leven met Georgiërs.[31] Tot aan 1989 leidde de Zuid-Ossetische Autonome Oblast een vrij onopvallend bestaan in de Georgische SSR. Ondertussen werd door Osseetse lobby in weerwil van Georgische tegenlobby in de periode 1975-1986 een directe wegverbinding gebouwd tussen de Noord- en Zuid-Osseetse autonome gebieden.

Nationalisme en burgeroorlogBewerken

Met het aantreden van Michail Gorbatsjov als leider van de Sovjet-Unie en zijn beleid van glasnost en perestrojka ontstond er ruimte voor nationalisme in de gehele Sovjet Unie, ook in Georgië. De dissident Zviad Gamsachoerdia joeg de Georgische onafhankelijkheidsstrijd eind jaren 1980 aan met (etnisch) nationalisme, wat snel tot frictie met de Osseten leidde, met name in Zuid-Ossetië. De nationalistische Gamsachoerdia voerde propaganda tegen de Osseten, onder het mom "Georgië voor Georgiërs". Niet onbelangrijk om te weten in het conflict tussen de Osseten en Georgië, is het feit dat de voormalig president Micheil Saakasjvili (2004-2013) de voornoemde Gamsachoerdia middels een officiële herbegrafenis in ere heeft hersteld.[57] Voor Georgiërs is Gamsachoerdia de held van herwonnen onafhankelijkheid, voor Osseten is hij dat niet.

De Zuid-Osseten hernieuwden hun inspanningen om hun bestuurlijke status binnen de Sovjet-Unie te verhogen. In 1988 werd het Volksfront (Ademon Nychas) in Zuid-Ossetië opgericht. De Georgische Opperste Sovjet verklaarde in 1989 het Georgisch de nationale taal voor de hele republiek. Dit veroorzaakte grote onrust in Zuid-Ossetië, waar de leiders eisten dat het Ossetisch de taal van hun staat zou worden.[58] Ondanks het feit dat Zuid-Ossetië Ossetisch als eigen taal kent, was en is Russisch de officiële taal gebleven. Op 10 november 1989 deed de Zuid-Osseetse Raad een verzoek bij de Georgische Opperste Sovjet om van de regio een Autonome Republiek (in plaats van Regio) te maken. Dit tot woede van de Georgische autoriteiten.[60] Hierbij speelde de taalkwestie een rol, ondanks pogingen de crisis te bezweren middels openbare fora waaraan zowel Georgiërs als Osseten deelnamen. Dit kon niet voorkomen dat op 23 november 1989 15.000 Georgiërs naar Tschinvali marcheerden, onder leiding van Gamsachoerdia. De karavaan van bussen en auto's werd opgewacht door een bende Osseten, milities en soldaten van het 8e regiment van het Sovjetleger, die hen de toegang tot de stad verhinderde. Bij de confrontatie die ontstond vielen de eerste slachtoffers.

In najaar 1990 werd Gamsachoerdia na de eerste vrije verkiezingen in de Georgische Sovjetrepubliek tot leider van de Georgische SSR gekozen. Gedurende de voorafgaande campagne liepen de spanningen met de Osseten snel op. De Georgische autoriteiten verboden regionale partijen mee te doen wat in Zuid-Ossetië gezien werd als expliciete uitsluiting van hun Volksfront. Op 20 september 1990 riepen zij de Zuid-Ossetische Democratische Sovjetrepubliek (Russisch: Юго-Осетинскую Советскую демократическую республику) uit als volwaardige Sovjetrepubliek binnen de Sovjet-Unie.[61][62] Op 9 december 1990 hielden de Zuid-Osseten eigen verkiezingen voor hun uitgeroepen en van de Georgische onafhankelijke Sovjetrepubliek, en op 11 december verklaarden zij zich bestuurlijk ondergeschikt aan Moskou in plaats van Tbilisi. De nieuw gevormde regering van Gamsachoerdia en zijn Ronde Tafelcoalitie, die de Georgische verkiezingen van oktober 1990 gewonnen hadden, trok op diezelfde dag de Zuid-Osseetse autonomie in.[63][64] Voor de Georgiërs bestaat de bestuurlijke eenheid Zuid-Ossetië sinds die datum niet meer. In officiële termen wordt er sindsdien van Tschinvali Regio gesproken om het territoir van het voormalige oblast geografisch te duiden in berichten over de feitelijk afgescheiden Republiek Zuid-Ossetië.

De Georgische autoriteiten kondigden vervolgens in december 1990 de noodtoestand af in de regio en benoemde de commandant van de Georgische Binnenlandse Troepen als burgemeester van Tschinvali, waarna in januari 1991 directe confrontaties begonnen, toen enkele duizenden Georgische troepen in Tschinvali arriveerden.[60] De burgeroorlog in Zuid-Ossetië was een feit, en duurde ruim een jaar tot na de onafhankelijkheid van Georgië. Op 7 januari 1991 annuleerde Sovjet President Michail Gorbatsjov zowel de Zuid-Ossetische verklaring tot zelfstandige Sovjet Republiek als de Georgische annulering van de Zuid-Ossetische autonomie en riep Georgische troepen op zich terug te trekken. Het Georgische parlement weigerde hier mee in te stemmen.[65] Een in alle chaos tot stand gekomen protocol in maart 1991 met de Russische Sovjet Republiek ter beëindiging van het conflict kwam niet ten uitvoer omdat Georgië zich op 9 april 1991 via onafhankelijkheid van de Sovjet Unie afscheidde.[65]

1991 - 2004: in het onafhankelijke GeorgiëBewerken

 
Georgisch gecontroleerde gebieden Zuid-Ossetië 1992 - 2008[67]

Zviad Gamsachoerdia werd op 26 mei 1991 als eerste president van de onafhankelijke republiek Georgië gekozen nadat het zich op 9 april 1991 onafhankelijk van de Sovjet-Unie had verklaard. Hierdoor duurde de burgeroorlog in Zuid-Ossetië voort. Naast gevechten in de frontlinie rond hoofdstad Tschinvali voerden de Georgiërs een blokkade uit door de weg ten zuiden van de Roki-tunnel die Zuid- met Noord-Ossetië verbindt te controleren, waarbij ze de Georgische dorpen langs de weg ten noorden van Tschinvali als uitvalsbases gebruikten. Georgiërs sloten de stroomtoevoer naar Tschinvali af en blokkeerden de weg waarlangs de stad voedsel en andere producten ontving. Bij verschillende gelegenheden blokkeerden de Zuid-Ossetiërs ook de Georgische dorpen ten noorden van Tskhinvali van de rest van Georgië.[68]

Als gevolg van het conflict vluchtten meer dan 20.000 Zuid-Osseten naar Noord-Ossetië en vond er een ontmenging van Georgische en Osseetse gemeenschappen plaats, ook in delen van Georgië buiten Zuid-Ossetië.[69] Veel vluchtelingen werden ondergebracht in gebieden vanwaar de Ingoesjen door Stalin in 1944 verbannen waren, wat weer tot een conflict tussen de Osseten en de Ingoesjeten leidde betreffende het recht op terugkeer.

Op 21 december 1991 nam de Hoge Raad van Zuid-Ossetië de onafhankelijksheidsverklaring aan waarin de Republiek Zuid-Ossetië (Ossetisch: Республикæ Хуссар Ирыстон; Respoeblika Choessar Iryston, Russisch: Республика Южная Осетия; Respoeblika Joezjnaja Osetija, Georgisch: სამხრეთ ოსეთის რესპუბლიკა; Samchret Osetis Respoeblika werd uitgeroepen.[64] Dit leidde tot een referendum op 19 januari 1992 waarbij volgens de Zuid-Osseetse autoriteiten 99% stemde voor deze onafhankelijheid en aansluiting bij Rusland en Noord-Ossetië. Deze laatsten hielden de boot af door conflicten met Ingoesjetië over het District Prigorodni.[70] Op 29 mei 1992 werd de Zuid-Osseetse onafhankelijkheidsverklaring formeel aangenomen in de regio. Georgië erkende zowel het referendum als de Zuid-Osseetse onafhankelijkheidsverklaring niet.

Ondertussen was in januari 1992 de Georgische president Gamsachoerdia door een coup verdreven en kwam er ruimte voor een oplossing van het conflict, toen Eduard Sjevardnadze in maart 1992 terugkeerde in de Georgische politiek. In juni 1992 stelde de voorzitter van de Russische Sovjet niettemin dat de Georgische daden als genocide konden worden omschreven en dat Rusland daardoor gedwongen kon worden het verzoek tot aansluiting te overwegen.[68] Na rapportages dat Rusland zware wapens had geleverd aan de Osseten stelde de Georgische interim president Sjevardnadze dat Rusland daarmee een actieve partij was in het conflict. In diezelfde maand, op 24 juni 1992, werd in Sochi een staakt-het-vuren overeengekomen op initiatief van de Russische president Boris Jeltsin.

De oorlog kostte aan meer dan duizend mensen het leven, en verdreef tienduizenden van huis en haard.[71] Een vredesoperatie onder gezag van de 'Joint Control Commission' en geleid door Rusland, de Joint Peacekeeping Forces (JPKF) bestaande uit 500 Russen, 500 (Noord-)Osseten en 500 Georgiërs zag vanaf 14 juli 1992 toe op het naleven van het bestand. In 2007 was de verdeelsleutel 500 Russen, 500 (Noord-)Osseten en 320 Georgiërs.[72]

Tussen 1992 en 2004 bleef Zuid-Ossetië feitelijk deel uitmaken van de Georgische economie en het conflict was daarmee meer een politiek geschil dan een giftig etnisch conflict.[73] Georgië had ook feitelijk controle over een flink deel van Zuid-Ossetië, met name waar de Georgische gemeenschap woonde, het oostelijke district Achalgori, rond Tschinvali en langs de westelijke administratieve grens.[71] Tegelijkertijd zijn de gevluchte Osseten en Georgiërs in merendeel niet teruggekeerd, en was het geschatte inwoneraantal van Zuid-Ossetië in 2004 65.000 tegenover 99.700 bij de volkstelling van 1989.[74]

2004 - 2008: naar een nieuwe oorlogBewerken

Aan de betrekkelijke rust en mogelijkheden tot toenadering na het vredesakkoord kwam een eind met de Rozenrevolutie in november 2003 en de verkiezing van Micheil Saakasjvili tot president in januari 2004. Hij beloofde het Georgische gezag te herstellen over Adzjarië[75], Abchazië en Zuid-Ossetië.[76][77] In voorjaar 2004 was Adzjarië het eerste doelwit, en na een korte geweldloze crisis werd het gezag van Tbilisi over de autonome deelrepubliek vrij eenvoudig hersteld.[78] Rusland moest toezien hoe een lokale bondgenoot, de Adzjaarse leider Aslan Abasjidze, vrij simpel van het toneel gespeeld werd en zag uit eerste hand dat het de nieuwe Georgische regering ernst was met hun plannen. Door dit succes aangemoedigd richtte de Georgische president al snel de blik op Zuid-Ossetië.

Als eerste werd de markt in Ergneti, een paar kilometer ten zuiden van de Zuid-Osseetse hoofdstad Tschinvali, aangepakt met anti-smokkel acties zoals het ad-hoc instellen van wegversperringen en controlepunten.[79] De markt was een vrijhaven van smokkel geworden, wat Georgië $130 miljoen per jaar aan douane-inkomsten kostte. De Georgische aanpak leidde ook tot kritiek omdat de markt juist een punt was van interactie tussen verschillende gemeenschappen en het broze vertrouwen in de Georgische intenties zou schaden. De Georgische regering deed aan diverse charme offensieven richting de burgers,[80] net zoals in Adzjarië, maar het mocht niet baten en de boosheid en het wantrouwen keerde zich tegen Tbilisi in plaats van tegen Tschinvali.[81] Begin juni mengde Rusland zich in de kwestie, en waarschuwde tegen "provocatieve stappen" die tot "extreem negatieve consequenties" kunnen leiden,[82] wat een scherpe reactie uit Tbilisi provoceerde: “de kwestie betreft het grondgebied van Georgië en niemand kan voorkomen dat de Georgische autoriteiten orde brengen in het hele land”.

Dit luidde een periode in waarbij de Georgische regering het conflict bracht rond Zuid-Ossetië als een conflict met Rusland in plaats van Zuid-Ossetië waarbij Rusland steeds meer partij koos voor Zuid-Ossetië. Deze laatste verbrak de directe communicatie met Tbilisi, vroeg Rusland om erkenning van onafhankelijkheid en de aansluiting bij Rusland.[83] Een zomer van oplopende spanningen volgde: Georgië confisceerde een Russisch wapentransport,[84] Georgische controleposten werden onder vuur genomen en Georgische vredestroepen raakten gewond en tientallen werden gevangen genomen bij een aanval op een Georgisch dorp.[85] Na kleinere incidenten over en weer komt het in de derde week van augustus 2004 tot grotere confrontaties met 20 doden,[86][87] waarna Georgië snel besluit de troepen terug te trekken en de poging het gezag over heel Zuid-Ossetië te herstellen afbreekt.[88]

Ondanks pogingen in 2005 van zowel Georgië als Rusland om tot een vergelijk te komen over Russische terugtrekking uit Zuid-Ossetië (en Abchazië) en het akkoord over Russische terugtrekking uit bases in andere delen van Georgië,[89] veranderde de relatie uiteindelijk fundamenteel vanaf medio 2006. Dit kwam voornamelijk door de radicale hervormingsgezindheid, westerse toenadering en NAVO aspiraties in Tbilisi,[lit 15] de aanhoudende Georgische oproep aan Rusland de vredestroepen terug te trekken uit Zuid-Ossetië omdat deze een politieke oplossing in de weg zouden staan en de toenemende militaire uitgaven van Georgië. Door deze combinatie stond ook het vertrouwen van de Osseten in de (goede) intenties van Tbilisi onder druk.[90]

 
Zuid-Osseetse president Edoeard Kokojti

De oplopende spanningen met het Kremlin, vooral nadat Georgië een aantal Russen arresteerde op beschuldiging van spionage,[91] leidden onder meer tot een luchtvaartboycot, handelsboycot van diverse populaire Georgische exportproducten zoals wijn en mineraalwater, de sluiting van de enige directe grensovergang bij Stepantsminda, en deportatie van duizenden Georgiërs uit Rusland gedurende 2006 en 2007.[92] Parallel daaraan liep de westerse ontvankelijkheid voor de Georgische NAVO-ambities, en de westerse neiging om Kosovo als onafhankelijk van Servië te willen erkennen in lijn met de koers van VN-afgezant Martti Ahtisaari, belast met het vraagstuk rond de status van Kosovo.[93][94] Rusland herhaalde frequent het standpunt de de facto afscheidingsgebieden Transnistrië, Zuid-Ossetië, Abchazië en Nagorno-Karabach te zullen erkennen zodra de onafhankelijkheid van Kosovo erkend zou worden.[95][96]

In najaar 2006 deed zich de bijzondere situatie voor dat er in Zuid-Ossetië twee parallelle verkiezingen gehouden werden voor het leiderschap van de regio. In oktober 2006 kondigde de oppositiebeweging Reddingsunie van Osseten aan dat ze op 12 november een alternatieve leiderschapsverkiezing en referendum in Zuid-Ossetië zouden gaan organiseren, op dezelfde dag dat de Zuid-Osseetse de facto autoriteiten dit ook zou doen.[97] Tot woede van de Zuid-Osseetse leiders die dit als een provocatie en poging tot confrontatie zagen.[98] De Reddingsunie was een paar weken eerder opgericht door Osseten die in de voorgaande regering van Zuid-Ossetië onder de leider Ludvig Chibirov (1996-2001) dienden. Voormalig premier van de regio, Dmitri Sanakojev, werd als alternatieve president gekozen en 94% van de kiezers zou gestemd hebben voor een federatieve oplossing binnen Georgië. In de door Tschinvali georganiseerde verkiezingen werd de zittende president Edoeard Kokojti met 98% van de stemmen herkozen en zou 99,9% van de kiezers getemd hebben voor de onafhankelijkheid.[99]

Toen westerse landen, onder leiding van de VS, in de winter van 2008 de onafhankelijkheid van Kosovo erkenden en kort daarop Georgië en Oekraïne een zogeheten open-deur uitnodiging kregen van de NAVO om op termijn lid te worden, escaleerden de spanningen rond Zuid-Ossetië en Abchazië snel. Rusland dreigde "er alles aan te doen om Oekraïne en Georgië niet toe te laten tot de NAVO".[100] Kort daarop formaliseerde Rusland directe relaties met Zuid-Ossetië en Abchazië, bracht het zwaar militair materieel naar Abchazië dat buiten het vredesmandaat viel, richtte extra bases op,[101] en werd de spoorweg in Zuid-Abchazië door Russische militairen opgeknapt.[102] De spanningen concentreerden zich in deze fase voornamelijk rond Abchazië. Maar dat veranderde eind juli toen de focus zich verlegde naar Zuid-Ossetië, toen Rusland de grootschalige Kavkaz 2008 militaire oefeningen tegen de Georgische grens afrondde.[102]

2008: oorlogBewerken

 
Haard van het conflict in Zuid-Ossetië. Blauwe pijlen tonen Georgische offensieven, rode pijlen Russische.
  Zie Oorlog in Zuid-Ossetië (2008) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na een periode van oplaaiend geweld en provocaties vanuit Zuid-Osseetse zijde in de zomer van 2008, en na de Zuid-Osseetse schending van een unilateraal door Georgië afgekondigde wapenstilstand, kondigde de Georgische legerleiding op de late avond van 7 augustus 2008 aan de "constitutionele orde [in Zuid-Ossetië] te herstellen".[103] Georgische troepen trokken de hoofdstad Tschinvali binnen. Rusland reageerde met het sturen van meer dan 100 tanks en vliegtuigen, die het gebied reeds op 9 augustus onder controle hadden. Ook werden verschillende Georgische steden en militaire en civiele infrastructuur in het land bestookt door Russische gevechtsvliegtuigen. Op 12 augustus kwamen de Russen en Georgiërs een wapenstilstand overeen door interventie van de Europese Unie onder leiding van de Franse president Nicolas Sarkozy met een 6-punten plan om onderhandelingen te starten.[104] Kort nadat de Russen zich begonnen terug te trekken uit Georgië, verklaarde de Russische president Dmitri Medvedev op 26 augustus 2008 dat Rusland de onafhankelijkheid van zowel Zuid-Ossetië als Abchazië erkende. Deze stap werd door de Verenigde Staten, de Europese Unie, de NAVO en andere gremia sterk veroordeeld.[105] Rusland heeft sinds de oorlog meer troepen in het gebied gestationeerd. Op 4 september 2008 erkende Nicaragua als eerste na Rusland de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië, waarna Venezuela (2009), Nauru (2009) en Syrië (2018) volgden.[3]

Op 8 september 2008 spraken de Russische president Medvedev en de Franse president Sarkozy af in het kader van het 6-punten akkoord dat de Russische troepen zich zouden terugtrekken naar 'pre-conflict posities'.[106] Een dag later kondigde het Kremlin aan in zowel Zuid-Ossetië als Abchazië 3.800 Russische troepen te stationeren onder bilaterale overeenkomsten met de respectievelijke de facto (en door Moskou erkende) regeringen,[107] wat door Georgië en westerse bondgenoten als schending van het 6-puntenakkoord wordt gezien.[108] Georgië beschouwt sindsdien Zuid-Ossetië (en Abchazië) als door Rusland bezet gebied, iets dat ook door de internationale gemeenschap breed wordt erkend.

Hoewel vóór het uitbreken van de oorlog Russische strijdkrachten in Zuid-Ossetië aanwezig waren, was dit in de hoedanigheid van de JPKF vredesmacht sinds 1992, en beperkt tot 500 militairen. Dit mechanisme was na de oorlog van 2008 achterhaald: Georgië wilde hier geen voortzetting van, en Rusland en Zuid-Ossetië waren tegen stationering Georgische troepen in Zuid-Ossetië. De Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië werd daarmee een manier voor Rusland om verblijf van de Russische strijdkrachten te legitimeren buiten de pre-conflict status quo door het sluiten van een "bilaterale" militaire samenwerkings- en integratieovereenkomst met de nieuw erkende "staat".[109]

Als gevolg van de Russische stappen nam Georgië in oktober 2008 de "Wet op Bezette Gebieden" aan.[4][110] De wet bepaalt onder meer dat Zuid-Ossetië en Abchazië alleen vanuit Georgisch gecontroleerd gebied betreden mogen worden (dus niet vanuit Rusland) en dat het ontwikkelen van economische activiteiten verboden is. Daarnaast stelt de wet dat de Russische Federatie – de staat die de regio's militaire bezet – volledig verantwoordelijk is voor de schending van de mensenrechten in Abchazië en Zuid-Ossetië.

Na 2008Bewerken

Vanaf 2009 heeft de Russische Federatie de militaire infrastructuur en aanwezigheid in Zuid-Ossetië sterk uitgebreid. Eerst werd de 4e Garde Militaire Basis in Tschinvali en Javaopgericht, vervolgens begon Rusland met de bouw van grenswachtbases die onder het bevel van de Russische FSB-grenswachtdienst staan om de zogeheten staatsgrens van Zuid-Ossetië af te bakenen en "te beschermen". In totaal zijn er bijna 20 van deze zogenaamde "gemilitariseerde grenswachtbases" gebouwd nabij de de facto grens van Zuid-Ossetië met door Tbilisi gecontroleerd Georgië.[111] Sindsdien zijn in Zuid-Ossetië circa 3.500 Russische militairen en ongeveer 1.500 FSB-grenswachten gestationeerd.[7]

In maart 2015 sloot Rusland een verdrag met Zuid-Ossetië waarin de onderlinge samenwerking van veiligheidsdiensten, legers en grensbewaking is geregeld.[112] Georgië, de NAVO en de Verenigde Staten verzetten zich tegen dit verdrag.[113] Georgië sprak van een 'stap richting annexatie'. In maart 2017 volgde een overeenkomst waarbij de Zuid-Osseetse strijdkrachten geheel opgenomen werden in de Russische.[114] Eind maart 2022 werd bekend dat Zuid-Ossetische troepen in Oekraïne vechten om Rusland te helpen bij de invasie.[115]

In 2015 en 2016 werd door toenmalig president Leonid Tibilov een referendum over het samengaan met Rusland voorgesteld, maar dit werd voor onbepaalde tijd uitgesteld.[15] Op 9 april 2017 werd gelijktijdig met presidentsverkiezingen een referendum gehouden over de officiële naam van Zuid-Ossetië: 80% van de stemmers steunde de naamswijziging naar "Republiek Zuid-Ossetië - Staat Alanië", bedoeld om eenheid met de Republiek Noord-Ossetië-Alanië suggereren.[116] Bij de presidentsverkiezingen werd zittend leider Tibilov verslagen door Anatoly Bibilov.[117]

In aanloop naar de presidentsverkiezingen in april 2022 kondigde president Bibilov op 30 maart 2022 aan dat Zuid-Ossetië het juridische proces zal starten voor aansluiting bij Rusland.[8] Russische politici reageerden positief en zeiden dat de Russische wet klaar is om (delen van) vreemde naties binnen de federatie te accepteren. Ze benadrukten de noodzaak om "de wil van het Ossetische volk tot uitdrukking te brengen" door middel van een referendum.[9] Bibilov zei vervolgens in een lang interview dat hij van plan is om twee referenda te houden, één over annexatie door Rusland, en een tweede stemming over toetreding tot Noord-Ossetië,[118] waarvoor hij de procedure in gang zette op 7 april 2022.[119] Op 10 april 2022 moest Bibilov het in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen afleggen tegen de oppositiekandidaat Alan Gaglojev, met een tweede ronde tussen beiden in het verschiet.[120]

GeografieBewerken

 
Zuid-Ossetië wordt gekenmerkt door bergen

Zuid-Ossetië is een bergachtig gebied in de Kaukasus met een oppervlakte van 3.900 km²[121][122] op het kruispunt van Azië en Europa. Het gebied beslaat de zuidelijke hellingen van de Grote Kaukasus, welke bergkam de grens met Rusland vormt, terwijl noord-zuid uitlopers daarvan Zuid-Ossetië doorkruisen en overgaan in de Iberische Vlakte. Dit is een geografisch plateau waar het centrum van Zuid-Ossetië in ligt,[124] en strekt zich zuidwaarts uit tot bijna aan de Mtkvari-rivier in centraal-Georgië. Ongeveer 90% van Zuid-Ossetië ligt meer dan 1.000 meter boven zeeniveau en het hoogste punt is de berg Chalatsa op de grens met Rusland met een top van op 3.938 meter boven zeeniveau.[125]

De Ratsja- en Lichigebergtes vormen de westelijke geografische grens, waarbij de noordwestelijke hoek van Zuid-Ossetië aan de (noord)westkant van deze gebergtes ligt. Het Charoelagebergte scheidt het oostelijke door etnisch Georgiërs bewoonde Achalgori district van de rest van Zuid-Ossetië, en is de waterscheiding van het Liachvi rivierbekken, terwijl het Lomisigebergte vrijwel de gehele oostelijke grens vormt. De zuidelijke grens van Zuid-Ossetië loopt voornamelijk langs scheidslijn van de voetheuvels en de Sjida Kartli Vlakte, maar is verder weinig geografisch afgebakend. In het centrale noorden van Zuid-Ossetië ligt het Germoechigebergte, een massief met toppen ruim boven de 3.000 meter boven zeeniveau. Dit gebergte scheidt de Kleine- en Grote Liachvi rivieren. In de hoogste delen van Zuid-Ossetië is een klein aantal gletsjers te vinden: een tiental in het bovenste stroomgebied van de Liachvi en een vijftal in het stroomgebied van de Rioni.[127]

De natuurlijke barrière die de Grote Kaukasus vormt blijkt ook uit het gegeven dat er slechts één weg door de bergketen is naar Rusland, de Transkam door de Roki-tunnel naar Noord-Ossetië, die in 1986 werd voltooid. Het Transkam-gedeelte in Zuid-Ossetië maakt nominaal deel uit van de Georgische S10, hoewel Tbilisi feitelijk geen controle heeft over dat deel. De Roki-tunnel was van vitaal belang voor het Russische leger in de Russisch-Georgische oorlog van 2008 omdat het de enige directe route door het Kaukasusgebergte tussen Rusland en Zuid-Ossetië is.[129][130]

Het grootste deel van Zuid-Ossetië ligt in het Mtkvari-bekken, terwijl het noordwestelijke deel in het Rioni-bekken. De Lichi- en Ratsjagebergtes fungeren als waterscheiding tussen deze twee bassins. Belangrijke rivieren in Zuid-Ossetië zijn de Grote- en Kleine Liachvi, Ksani en Medzjoeda, en er zijn tal van andere zijrivieren.

DemografieBewerken

Bevolkingsontwikkeling Zuid-Ossetië vanaf 1926

Bronnen:[131][132][133][134][135][136][138]

Volgens het statistisch overzicht van 2021 telde Zuid-Ossetië op 1 januari 2022 56.520 inwoners,[139] een stijging van 5,6% (bijna 3.000 inwoners) ten opzichte van de volkstelling van oktober 2015 toen 53.532 inwoners geteld werden.[140] Deze stijging vond voornamelijk tussen 2015 en 2018 plaats.

Het aantal inwoners is in Zuid-Ossetië na de val van het communisme drastisch afgenomen van een decennialang stabiel aantal van bijna 100.000 inwoners, vooral door de burgeroorlog die zowel etnische Georgiërs en Osseten in grote getalen verdreef.[141] In 2004 zou het aantal inwoners rond de 65.000 hebben gelegen, volgens ruwe schattingen van internationale organisaties.[136] Er zijn van deze periode geen census data. De Georgische volkstelling van 2002 werd alleen gehouden in delen die het toen controleerde. Als gevolg van de Russisch-Georgische oorlog in 2008 raakten nog eens vele duizenden ontheemd, waarvan slechts een deel, met name Osseten, is teruggekeerd. Circa 26.000 Georgiërs kunnen permanent niet terug naar Zuid-Ossetië en wonen in speciale dorpen.[142]

De totale urbanisatiegraad in Zuid-Ossetië is 60,6% (2021), wat voornamelijk komt door hoofdstad Tschinvali waar bijna 60% van de bevolking van Zuid-Ossetië woont (33.054, 2021).[143] Andere belangrijke plaatsen in Zuid-Ossetië, bestuurlijke centra van de districten, hebben een veel kleinere omvang. Naast Tschinvali heeft alleen het voormalige mijnbouwstadje Kvaisa een stadsstatus (sinds 2008). De bestuurlijke centra Java (Dzau genoemd door Zuid-Ossetië), Achalgori (Leningor) en Kornisi (Znaur) zijn gekwalificeerd als nederzetting met stedelijk karakter (Russisch: Поселки городского типа)

Plaats in Ossetisch in Georgisch Aantal inwoners belangrijkste plaatsen in Zuid-Ossetië
1923 1939 1959 1970 1979 1989 2015 2022
Tschinvali г. Цхинвал ცხინვალი 4.543   13.810   21.641   30.311   34.794   42.934   30.432   33.054
Java пгт Дзау (Dzau) დაბა ჯავა 376   768   856   1.886   1.502   1.524   2.111 -
Achalgori пгт Ленингор (Leningor) დაბა ახალგორი 640   1.413 -   1.584   1.917   2.457   1.033 -
Kvaisa г. Квайса დაბა კვაისი - - 2.320   2.327   1.641   2.264   985   795
Kornisi пгт Знаур (Znaur) დაბა ყორნისი - 100   594   694   763   755   451 -
Totaal 75.056   106.118   96.807   99.421   97.988   98.527   53.532   56.520
Verantwoording data: Sovjet census data[144][145] en Zuid-Osseetse statistische data.[146]

Etnische samenstellingBewerken

Georgische minderheid in Zuid-Ossetië (census 2015)
Znaur
9,5%
Dzau
5,4%
Tschinvali district
4,0%

Tschinvali
1,8%
Leningor
55,6%
 > 1%  
 > 2%  
 > 5%  

 > 10%
 > 25%
 > 50%

De Osseten vormen veruit de grootste bevolkingsgroep in Zuid-Ossetië. Volgens de volkstelling van 2015 zijn 48.146 van de toenmalige 53.532 inwoners etnische Osseten (89,9%). De tweede grote bevolkingsgroep zijn de Georgiërs met 3.966 inwoners (7,4%), op afstand gevolgd door Russen (610), Armeniërs (378), Oekraïners (88), Azerbeidzjanen (50) en de rest bestaat uit kleinere bevolkingsgroepen.[147][148] De Georgiërs wonen nog voornamelijk in het oostelijke Achalgori district en het gelijknamige stadje. In dit district zijn Georgiërs in de meerderheid (56%). Kleinere clusters van de Georgische gemeenschap bevinden zich langs de zuidelijke begrenzing van Zuid-Ossetië in het laagland en in het bergachtige westelijke grensgebied.

Sinds de oprichting in 1922 van de Zuid-Ossetische Autonome Oblast in de Georgische SSR bestond de bevolking vrij constant voor ruim 2/3 uit Osseten, terwijl het aandeel Georgiërs tussen de 25-30% schommelde. Dit veranderde radicaal met de burgeroorlog in de jaren 1990 en daarna. In tegenstelling tot de rest van de Georgische SSR waren de Russen minder aanwezig in Zuid-Ossetië. De hoofdstad Tschinvali werd in de jaren 1920 nog voornamelijk door Georgiërs bewoond, en kende een grote Georgisch Joodse populatie.[149] In 1939 waren de Osseten al de grootste bevolkingsgroep met 44,3% en in 1959 waren ze in de meerderheid (65,8%).[132]

De Georgische gemeenschappen in Zuid-Ossetië staan nog steeds onder druk. De Zuid-Osseetse autoriteiten hebben in 2020 een programam opgezet dat Georgische inwoners van met name Achalgori moet stimuleren te migreren naar Georgisch gecontroleerd gebied.[150]

Verloop etnische samenstelling van Zuid-Ossetië
Jaar 1926[131] 1939[132] 1959[132] 1970[133] 1979[134] 1989[135] 2015[148]
Osseten 60.351 69,1% 72.266 68,1% 63.698 65,8% 66.073 66,5% 65.077 66,4% 65.232 66,2% 48.146 89,9%
Georgiërs 23.538 26,9% 27.525 25,9% 26.584 27,5% 28.125 28,3% 28.187 28,8% 28.544 29,0% 3.966 7,4%
Russen 157 0,2% 2.111 2,0% 2.380 2,5% 1.574 1,6% 2.046 2,1% 2.128 2,2% 610 1,1%
Armeniërs 1.374 1,6% 1.537 1,4% 1.555 1,6% 1.254 1,3% 953 1,0% 984 1,0% 378 0,7%
Joden [151]1.779 2,0% 1.979 1,9% 1.723 1,8% 1.485 1,5% 654 0,7% 396 0,4% - -
Anders 216 0,2% 700 0,7% 867 0,9% 910 0,9% 1.071 1,1% 1.453 1,5% 432 0,8%
Totaal 87.375 106.118 96.807 99.421 97.988 98.527 53.532

TaalBewerken

In Zuid-Ossetië zijn het Ossetisch en het Russisch officiële talen. Na een referendum tijdens presidentsverkiezingen in 2011 is de Russische taal juridisch gelijkgesteld aan het Ossetisch,[153] niet tot ieders tevredenheid in Zuid-Ossetië, omdat ze vonden dat het Russisch geen extra bescherming nodig heeft terwijl het Ossetisch juist als kleine taal in het voortbestaan bedreigd wordt.[154] Het Georgisch heeft geen bijzondere status. De verdeling van de moedertong loopt precies langs de etnische scheidslijn.

In de praktijk lopen de Georgiërs toenemend tegen obstakels aan ten aanzien van hun taalrechten. In 2017 werden alle Georgisch-talige scholen verplicht over te schakelen naar Russisch als primaire taal van onderwijs. Een van de secundaire redenen die aangehaald werden was dat de Georgische scholen boeken uit Tbilisi gebruiken en dat de Zuid-Ossetische autoriteiten geen middelen hebben om hun eigen boeken te vertalen naar het Georgisch. Leider Anatoli Bibilov stelde dat "de bevolking van het Achalgori-district zich deel moet voelen van Zuid-Ossetië, in plaats van Georgië […] We leven in één staat."[155] Een schooldirecteur werd in 2020 ontslagen omdat ze weigerde Georgische leerlingen weg te sturen. Volgens getuigenissen is er ook sprake van gespreksverboden in het Georgisch buiten lesuren of tussen medewerkers.[156] Freedom House heeft in haar jaarlijkse rapportage dan ook vanwege de stelselmatige taalonderdrukking een slechte score gegeven voor de onderwijsvrijheid in Zuid-Ossetië.[157]

Bestuurlijke indelingBewerken

De facto districten van Zuid-Ossetië

Voor de Zuid-Ossetische autoriteiten is de republiek bestuurlijk en administratief onderverdeeld in vier rajons (район, rajon, district) en twee apart bestuurde steden (cахар, sahar/город, gorod), namelijk hoofdstad Tschinvali en voormalige mijnbouwplaats Kvaisa. De rajons zijn onderverdeeld in 40 'landelijke administraties' (сельских администраций, sel'skikh administratsiy, gemeenschappen) die 290 dorpen omvatten. Er zijn daarnaast administratief drie nederzettingen met stedelijk karakter (Russisch: посѐлка городского типа; posèlka gorodskogo tipa), te weten Dzau (Java), Znaur (Kornisi) en Leningor (Achalgori).[158] Zuid-Ossetië hanteert andere plaatsnamen dan Georgië.

Administratief-bestuurlijke eenheden van Zuid-Ossetië[158]
District Oppervlakte Inwoners (2022)
Dzau 1.500 km² 6.144
Leningor 993 km² 3.665
Tschinvali (district) 1.000 km² 8.374
Znaur 400 km² 4.488
Kvaisa (stad) 795
Tschinvali (stad) 33.054

Administratieve indeling volgens GeorgiëBewerken

"Voorlopig administratief-territoriale eenheden"
Tighvi
Koerta
Eredvi
←Stad Tschinvali

Bij de vorming van de Georgische regio's (Georgisch: მხარე of mchare) in 1995 werd het territorium van het in 1990 afgeschafte autonome oblast Zuid-Ossetië verdeeld over de nieuwe regio's, volgens de grenzen van de bestuurlijke eenheden (oejezd) zoals die vóór 1922 bestonden. Het territorium werd binnen de regio's verdeeld over rajons (districten). Twee van deze rajons kwamen geheel in Zuid-Ossetië te liggen: Achalgori en Java. De overige delen behoorden toe aan districten die voor het grootste deel buiten de voormalige autonome regio liggen: Gori, Kareli, Satsjchere en Oni.

Met de hervorming van het lokale bestuur in 2006, toen de Georgische districten werden omgezet naar gemeenten (municipaliteiten), werden een viertal "tijdelijke administratief-territoriale eenheden" opgericht voor het lokale bestuur van de plaatsen in het territorium van Zuid-Ossetië waar Tbilisi feitelijk het gezag nog over had. Dit kwam er op neer dat er tijdelijke gemeenten werden geïntroduceerd, te weten Achalgori, Eredvi, Koerta en Tighvi. De grenzen waren voor het grootste deel gelijk met de indeling die binnen de republiek Zuid-Ossetië wordt gehanteerd, met uitzondering van het district Tschinvali dat gesplitst werd in Koerta en Eredvi. Deze "tijdelijke territoriale eenheden" werden in mei 2007 onder een overkoepelend door Tbilisi erkend interim gezag over Zuid-Ossetië geplaatst, de Zuid-Osseetse Administratie.[159][160][161]

In november 2006 werd in het Georgisch gecontroleerde deel van Zuid-Ossetië een "alternatieve" leiderschapsverkiezing gehouden, tegelijkertijd met de Zuid-Osseetse separatisten.[97][98] Voormalig Zuid-Osseets premier Dmitri Sanakojev, die diende onder de eerste president van Zuid-Ossetië, won deze verkiezing en zette een alternatieve regering op.[162] In mei 2007 werd de regering van Sanakojev door Tbilisi erkend en tot Zuid-Osseetse Administratie bestempeld die formeel de "tijdelijke territoriale eenheden" bestuurde. Dit bestuur had tot augustus 2008 de administratieve zetel in Koerta, een dorpje negen kilometer ten noordoosten van Tschinvali.[163]

Als gevolg van de oorlog in 2008 is deze bestuurlijke indeling door Georgië vooral een papieren administratieve zaak geworden. Het door Tbilisi erkende gezag over het territorium van Zuid-Ossetië behartigt vanuit Tbilisi voornamelijk de belangen van de Georgische vluchtelingen die in speciale nederzettingen in de omgeving van Zuid-Ossetië en andere delen van Georgië wonen.[164] Deze dorpen liggen weliswaar in Georgisch bestuurde gemeenten maar vallen nominaal onder een van de "tijdelijke administratief-territoriale eenheden".[165]

Bestuur en politiekBewerken

 
Parlement in Tschinvali

Op 2 november 1993 werd de eerste grondwet van de feitelijke Republiek Zuid-Ossetië aangenomen, waarmee een presidentiële bestuursvorm werd geïntroduceerd. De herziene en huidige versie van de grondwet werd op 8 april 2001 per referendum bekrachtigd.[166][167] De president van de Republiek Zuid-Ossetië is het staatshoofd en hoofd van de uitvoerende macht van de regering.[168] Het eenkamer parlement van Zuid-Ossetië is het wetgevende orgaan van Zuid-Ossetië, en bestaat uit 34 leden.[169] Georgië en het merendeel van de internationale gemeenschap (VS, EU, OVSE e.a.) erkennen verkiezingen van zowel president als parlement in Zuid-Ossetië niet. De OVSE stuurt geen verkiezingswaarnemers. De autoriteiten in Zuid-Ossetië rekruteren doorgaans in samenwerking met Rusland onofficiële waarnemers uit sympathiserende kringen.[170][171][172] Deze komen uit landen die Zuid-Ossetië erkennen, zoals Rusland, Venezuela of Syrië, maar ook uit EU-lidstaten.[174]

PresidentBewerken

  Zie President van Zuid-Ossetië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Anatoli Bibilov, president Zuid-Ossetië

De president van de republiek wordt voor vijf jaar gekozen door middel van een rechtstreekse volksstemming, met een maximum van twee achtereenvolgende termijnen. Sinds 21 april 2017 is Anatoli Bibilov president van de republiek, die de omstreden verkiezing won van de zittende Leonid Tibilov.[175][176] Op 10 april 2022 vond de eerste ronde plaats van de presidentsverkiezing 2022,[177] waarin de oppositiekandidaat Emilia Gagijeva meer stemmen behaalde dan de zittende Bibilov. Een vereiste tweede ronde vindt in mei 2022 plaats.[178]

ParlementBewerken

  Zie Parlement van Zuid-Ossetië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het eenkamer parlement van Zuid-Ossetië van 34 leden is het wetgevende orgaan van Zuid-Ossetië en wordt voor vijf jaar door de bevolking gekozen. Sinds 2019 is er een gemengd kiessysteem waarbij 17 leden gekozen worden via enkelvoudige districten en 17 leden door middel van evenredige vertegenwoordiging.[169]

De in 2012 opgerichte en tot 2017 door Anatoli Bibilov geleide partij Verenigd Ossetië regeert sinds 2014. De partij zet in op vereniging met Noord-Ossetië en Rusland.[179] Het tekende in 2018 een samenwerkingsverband met de Bosnisch-Servische regeringspartij Alliantie van Onafhankelijke Sociaal-Democraten,[180] en in 2022 met de Verenigd Rusland partij van president Vladimir Poetin.[181]

Russische militaire aanwezigheidBewerken

 
 4e Garde Militaire Basis
 FSB Grenswachtbases
 Trainingterreinen
 Grensovergangen
 Doorgang (alleen lokalen)
 Doorgang Ergneti (alleen autoriteiten)

Een direct gevolg van de Russisch-Georgische oorlog in 2008 is de sterk toegenomen en stevige Russische militaire aanwezigheid in zowel Zuid-Ossetië als Abchazië. Hoewel vóór het uitbreken van de oorlog in beide regio's Russische strijdkrachten aanwezig waren, was dit in de hoedanigheid van vredesmacht en sinds de burgeroorlogen in de jaren negentig beperkt tot 500 militairen in Zuid-Ossetië (JPKF) en 1600 in Abchazië (CISPKF).[72] Beide mechanismen waren na de oorlog achterhaald toen Georgië zich hier uit terugtrok. Het 6-puntenakkoord dat op 12 augustus gesloten werd na bemiddeling door de Europese Unie bepaalde dat de "Russische strijdkrachten terug zullen keren naar hun posities vóór het begin van de vijandelijkheden",[182] en een toelichting bepaalde dat dit het hele territorium van Georgië betrof. De Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië op 26 augustus werd een manier voor Rusland om verblijf van de Russische strijdkrachten buiten de pre-conflict status quo en het 6-puntenakkoord te legitimeren door het sluiten van een "bilaterale" militaire samenwerkings- en integratieovereenkomst met de nieuw erkende "soevereine staat" die volgens Rusland geen onderdeel was van Georgië.[109]

Vanaf 2009 heeft de Russische Federatie de militaire infrastructuur in Zuid-Ossetië sterk uitgebreid. Eerst werd de 4e Garde Militaire Basis bij Tschinvali opgericht met een dependance bij het centraal gelegen Java (in het dorp Oegardanta),[183] wat vastgelegd werd in een overeenkomst met een geldigheid van 49 jaar.[184] Vervolgens begon Rusland met de bouw van grenswachtbases onder het bevel van de Russische FSB-grenswachtdienst om de zogenaamde "staatsgrens" van Zuid-Ossetië af te bakenen en "te beschermen". In totaal zijn er volgens een rapport van Amnesty International 19 van deze zogeheten "gemilitariseerde grenswachtbases" gebouwd nabij de feitelijke grens van Zuid-Ossetië met Tbilisi gecontroleerd Georgië.[111][186][187] Naast deze faciliteiten zijn er ook een tweetal grote oefenterreinen bij Java en aan de noordkant van Tschinvali op de linkeroever van de rivier de Liachvi. In Zuid-Ossetië zijn naar schatting 3500 Russische militairen en ongeveer 1500 FSB-grenswachten gestationeerd.[7][188][lit 17] Georgië beschouwt Zuid-Ossetië als door Rusland bezet.

De impact van deze feitelijke bezetting is significant voor de lokale bevolking rond de conflictlijn. Er worden wekelijks mensen gearresteerd en gevangen gezet voor "illegaal oversteken van de grens", burgers kunnen over en weer familie, vrienden, begraafplaatsen et cetera niet bezoeken en de grens is door de jaren heen steeds meer fysiek gemaakt door hekken, prikkeldraad of andere vormen van zichtbare (en eenzijdige) demarcatie.[185]

Ossetische militairen in Russische legerdienst werden naar de Oekraïense Donbas gestuurd om te vechten in de Russisch - Oekraïense oorlog. Ongeveer 300 van die militairen deserteerden en keerden terug naar Zuid-Ossetië. Zij klaagden over de slechte behandeling en het feit dat ze onvoorbereid naar het slagveld waren gestuurd. De publieke opinie in Zuid-Ossetië keerde zich tegen deze uitzending en tegen de verkiesbare president Anatoli Bibilov, die de uitzending volop steunde.[189][190]

MensenrechtenBewerken

 
Grensdemarcatie heeft grote impact voor Georgische inwoners

Het Georgisch-Ossetisch conflict heeft met de oorlogen van 1991-1992 en 2008 een grote hoeveelheid aan mensenrechtenschendingen gekend. Maar ook na de gewapende conflicten en met de feitelijke volledige Russische bezetting vanaf 2008 is er sprake van stelselmatige schending van mensenrechten. Dit treft met name de Georgische gemeenschap, wat regelmatig op internationale podia wordt aangekaart. Het wordt de achtergebleven gemeenschap van ongeveer 4000 Georgiërs in toenemende mate lastig gemaakt om naar centraal gecontroleerd Georgië te reizen, bijvoorbeeld voor toegang tot boerenland, sociale of medische bezoeken en het collecteren van het Georgische pensioen. Hetzelfde geldt voor de omgekeerde richting ten behoeve van met name (levensvoorzienende) landbouw of sociaal bezoek. Dit treft ook de toegang voor de Georgische gemeenschap tot het hoger onderwijs in bijvoorbeeld Tbilisi.[191] In 2017 werden alle Georgisch-talige scholen verplicht over te schakelen naar Russisch als primaire taal van onderwijs (zie 'Taal'). Georgiërs in Zuid-Ossetië kunnen geen lokaal Zuid-Osseetse 'nationaliteit' krijgen zonder afstand te doen van het Georgische, waardoor zij geen aanspraak kunnen maken op rechten zoals stem- of pensioenrecht. Zuid-Osseetse regels staan een dubbele nationaliteit in combinatie met de Russische wel toe.[192]

De feitelijke grens is sinds 2008 op veel plaatsen, met name aan de zuidkant, fysiek zichtbaar gemaakt. Voorheen kende Zuid-Ossetië een administratieve grens, zoals van een provincie, maar sinds de erkenning van de onafhankelijkheid door Rusland en anderen zijn de autoriteiten van Zuid-Ossetië samen met Rusland bezig de "staatsgrens" te markeren en wordt deze ook gehandhaafd. Door de jaren heen zijn honderden grensborden geplaatst, is er ruim 70 kilometer grens van hekken of prikkeldraad voorzien en worden er greppels gegraven als markering. Soms dwars door dorpen of percelen landbouwgrond. Voor de internationale gemeenschap is dit een schending van het "recht op vrij verkeer" (binnen een staat).[194][195]

De paar Zuid-Osseetse grensdoorgangen die er zijn, worden sinds zomer 2019 feitelijk gesloten gehouden vanwege een territoriaal conflict rond een Georgische politiepost bij Tsjortsjana in Georgisch gecontroleerd gebied, waarvan de Osseten stellen dat dit in Zuid-Osseets territorium staat.[196] Anno 2022 is er geen zicht op reguliere heropening van de grensoversteken.[197] Dit heeft ook zijn weerslag op medisch noodzakelijke reizen en spoedtransporten naar centraal Georgisch gebied, met name voor de Georgiërs in Achalgori waar de meeste Georgiërs in Zuid-Ossetië wonen. Vanaf het stadje is Tbilisi veel beter en sneller bereikbaar dan Tschinvali, en de faciliteiten zijn in Tbilisi veel beter. De vertragingen van medische spoedzorg in het gebied heeft tot diverse doden geleid.[198][199]

 
Grensbord middenin het akkerland

De Russische FSB-grenswacht, die de grensbewaking uitvoert, arresteert maandelijks tot tientallen personen in de buurt van de feitelijke grens, met name Georgiërs. Vaak worden deze naar Tschinvali gebracht waarna ze na een berechting vanwege "illegale grensoversteek" met een forse boete een paar dagen later overgedragen worden aan de Georgische autoriteiten. De EUMM is hier altijd bij betrokken als facilitator van de 'hot line' en het contact tussen de Zuid-Osseetse en Georgische autoriteiten. Sinds 2021 is er een toename van langdurige (tot jaren) gevangenzetting.[200]

Waar Osseetse vluchtelingen van de gewapende conflicten in principe terug kunnen keren naar Zuid-Ossetië indien zij dat wensen, kunnen Georgiërs dat niet. Behalve de weigering hen toe te laten, zijn vele Georgische dorpen tijdens en na de oorlog in 2008 vernield en onbewoonbaar gemaakt. Er is met andere woorden voor gezorgd dat voor Georgiërs geen plaats is om naar terug te keren. De Europese Unie, Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de Verenigde Naties nemen regelmatig resoluties aan waarin het fundamentele recht op terugkeer wordt erkend, de gedwongen demografische verandering onacceptabel wordt genoemd en het recht op ongehinderde toegang tot humanitaire en medische zorg wordt onderstreept.[201][202][203] De verslechterende situatie sinds 2019, toen het moeilijker werd gemaakt naar Georgisch gecontroleerd gebied te reizen,[204] waarna vervolgens de grensoversteken helemaal werden gesloten, in combinatie met de daaropvolgende coronapandemie, heeft er voor gezorgd dat de Achalgori-Georgiërs langzamerhand het gebied verlaten. Vooral nadat de Zuid-Osseetse autoriteiten het 'Familie Hereniging Programma' zijn gestart, waarin het vertrekkers afstand laat nemen van bezit in Zuid-Ossetië en hen enig recht op terugkeer ontneemt.[205]

EconomieBewerken

Bruto Binnenlands Product Zuid-Ossetië vanaf 2011.

Bron: Departement van Statistiek van Zuid-Ossetië.[206][137]

De economie van Zuid-Ossetië is voornamelijk agrarisch gericht, hoewel minder dan 1% van het landoppervlak van Zuid-Ossetië wordt gebruikt voor akkerbouw.[207] Granen, fruit en wijnstokken zijn de belangrijkste producten. Tevens is er bosbouw en kleinschalige veeteelt. Er zijn ook een aantal industriële faciliteiten, met name rond de hoofdstad Tschinvali. In 2021 schatte het statistisch bureau van Zuid-Ossetië het BBP op ruim 6,6 miljard Russische roebel[208] (€ 77 miljoen[210]). Na de oorlog in de jaren negentig van de 20e eeuw had Zuid-Ossetië het economisch moeilijk. Het Zuid-Ossetische BBP werd in 2002 nog geschat op $15 miljoen ($250 per hoofd van de bevolking).[211]

Eind 2021 werd het aantal werkzame personen vastgesteld op 20.734, terwijl 2.449 personen als werkloos waren geregistreerd, op een totale beroepsbevolking van 34.308 (mannen 18-65, vrouwen 18-60).[212] Er waren 11 industriële ondernemingen waarvan 9 in bedrijf met een totale productie van ruim 171 miljoen roebel. Ter indicatie van de schaal van bedrijvigheid: de grootste werkgever is het staatsbedrijf "Zuid-Ossetische onderneming van bakkerijproducten" dat in 2021 165 werknemers in dienst had, de helft van het totaal in de industrie.[213]

De Roki-tunnel is de levensader van Zuid-Ossetië en is economisch van essentieel belang. Het is de enige goederentransportroute Zuid-Ossetië in en uit doordat de regio zelf de de facto grens met Tbilisi gecontroleerd Georgië dicht houdt. In het verleden was de tunnel voor de Zuid-Osseten een goede inkomstenbron door douanerechten te heffen op het vrachtverkeer met bestemming Georgië of de zwarte markt in Ergneti. Deze laatste werd in 2004 door de Georgische autoriteiten gesloten vanwege smokkel en ontduiking invoerrechten: Tbilisi had geen controle over de tunnel en liep tot $100 miljoen douaneinkomsten mis.[214][215][217] In 2021 bedroegen de inkomsten uit invoerrechten 164 miljoen roebel (€1,9m).[218]

Vóór de Russisch-Georgische oorlog van 2008 waren er in Zuid-Ossetië ruim 20 kleine fabrieken, met een totale productie van 61,6 miljoen roebel in 2006, waarvan in 2007 slechts 7 in bedrijf waren. In maart 2009 werd gemeld dat de meeste productiefaciliteiten stilstonden en gerepareerd moesten worden. Er was een tekort aan arbeiders en de bedrijven hadden grote schulden.[219] Tevens sloot Georgië na de oorlog de levering van elektriciteit aan de regio Achalgori af, wat de sociaaleconomische situatie in dat gebied verslechterde.[220]

De de facto overheid van Zuid-Ossetië is in kritieke mate afhankelijk van Russische financiële steun,[221] en in 2009 was toenmalig president Edoeard Kokojti dankbaar voor de Russische hulp voor wederopbouw.[222] In 2010 bestond de Zuid-Osseetse begroting voor bijna 99% uit Russische steun.[223] In 2021 bedroeg de afhankelijkheid van de Russische donaties nog steeds 83%.[224]

Zie ookBewerken

  Commons heeft mediabestanden in de categorie Zuid-Ossetië.

ReferentiesBewerken