Pioniersoort

Zachte berk als pioniersoort in een recent afgebrand bos

Een pioniersoort is een soort die een meestal leeg of bijna leeg gebied koloniseert waar het niet eerder voorkwam. Een pioniersoort kan een plant of dier zijn, maar ook bijvoorbeeld een bacterie, alg of korstmos. De vestiging van pioniersoorten is meestal de eerste stap in ecologische successie.

Pionieersoorten zijn vaak specialisten in het innemen van een kaal gebied; ze hebben over het algemeen een korte levenscyclus en vermeerderen zich snel.

Pionierplanten hebben veelal diepe wortels en relatief grote bladeren. Er wordt veel en licht zaad geproduceerd, waardoor het gemakkelijk verspreid geraakt, en vertoont een lange kiemkracht om bij verstoring de vrijgekomen plaats te kunnen innemen. Kruidachtige pionierplanten zijn meestal eenjarig. Ze worden typisch als onkruid ervaren.

Met pionierbegroeiing worden meestal de eerste planten bedoeld die op pas ontstane terreinen voorkomen. Het kan gaan om stukken land van opgespoten grond, recent drooggevallen of afgebrand land, nieuwe eilanden ontstaan door vulkanische activiteit, enz. De pioniervegetatie ontstaat in opeenvolgende reeksen, waarbij de vorige adventiefsoort aanwezig moet zijn om de volgende toe te laten. De zaden van deze vegetatie komen meestal via de wind, door aanspoeling of door menselijke activiteit.

Pionierplanten worden gewoonlijk na verloop van tijd weggeconcurreerd door meer specialistische vegetatie, al dan niet door zelfinhiberende processen en facilitatie. Onder natuurlijke omstandigheden kunnen pionierssoorten standhouden bij steeds weer voorkomende storing zoals brand of verhoogde waterstanden. Bij stabiele omstandigheden zou alles immers tot een climaxvegetatie leiden.

Ook onder de dieren komen pioniersoorten voor die snel open gebieden kunnen koloniseren.

Voorbeelden van pionierplanten in Europa zijn:

RegenwoudBewerken

Bij het kappen van regenwoud, zoals bijvoorbeeld in Suriname, spelen pioniersoorten een grote rol in de vorming van secundaire begroeiing die kapoeweri genoemd wordt. Jonge kapoeweri is kruidachtig, maar er komen al snel boomsoorten. Soorten zoals Cecropia spp. zijn enigszins berucht als pionierbomen. Er zijn een aantal opmerkelijke verschillen tussen pionierboomsoorten en primaire oerwoudsoorten.[1]

Kenmerk Pionier Primair
Groei Nieuwe groei na verwoesting Voordurende groei, plaatselijk versneld op open plekken
Kieming Na lange rust; vindt plaats in licht. Onmiddellijk; vindt plaats in schaduw.
Zaden Vaak klein Vaak groot
Hoogtegroei Snel Zaailingen moeten vaak jaren wachten
Verspreiding Snel en ver (vaak door wind); droge vrucht. Zeer beperkt, meestal door vruchtenetende dieren
Verjonging Meestal geen; beperkte levensduur Voortdurend, vaak in gelaagd bos; lange levensduur
Invloed van buitenaf Erg gevoelig Afgesloten kringloop
Bestuiving Door generalisten Vaak gespecialiseerd op de archaïsche bloemen
Stabiliteit Weinig stabiel en dynamisch Zeer stabiel
Ziekteverspreiding Erg gevoelig Tamelijk ongevoelig
Algemene begrippen:concurrentie · dood hout · plantkunde van A tot Z · SynBioSys · vegetatie · vegetatiekunde · vegetatiekunde van A tot Z
Biogeografie:adventief · archeofyt · areaal · autochtoon · beschermingsstatus · cultuurplant · cultuurvolger · disjunct verspreidingsgebied · eilandbiogeografie · endemie · exoot · extinctie · florarijk · floristiek · inburgering · inheems · invasieve soort · kosmopolitische verspreiding · massa-extinctie · Rode Lijst van de IUCN · status · synchorologie · uitsterven · verspreidingsgebied · vestiging
Levensvorm:bladrozet · bladverliezend · boom · chamaefyt · dwergstruik · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtig · groenblijvend · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · liaan · loofboom · naaldboom · slingerplant · struik · succulent · therofyt · winterhard
Standplaats:boomgrens · ecologische groep · Ellenberggetal · extremofiel · freatofyt · halofiel · halofyt · hellingbos · helofyt · indicatorplant · indicatorwaarde van Ellenberg · oecologische groep · standplaatsfactor · stroomdalflora · tredplant · verlandingsvegetatie · xerofiel · xerofyt · zoutplant
Structuur en textuur:biodiversiteit · biomassa · boomlaag · kruidlaag · moslaag · ondergroei · pioniersoort · schimmellaag · Shannon-index · strooisellaag · struiklaag · symmorfologie · vegetatielaag · vegetatiestructuur · vegetatieperiode · zode
Syntaxonomie:associatie · associatiefragment · derivaatgemeenschap · fytocoenologie · fytocoenon · fytosociologie · klasse · klasse-eigen · klasse-vreemd · onderverbond · orde · plantengemeenschap · plantensociologie · rompgemeenschap · subassociatie · syntaxon · syntaxoncode · syntaxonomie‎ · verbond
Vegetatieonderzoek:abundantie · bedekking · Braun-Blanquetmethode · constante soort · differentiërende soort · exclusieve soort · Frans-Zwitserse school · International Association for Vegetation Science · kensoort · minimumareaal · Plantensociologische Kring Nederland · preferente kensoort · preferente soort · presentie · relevé · trouw · vegetatieopname · vegetatieschaal van Tansley · Zürich-Montpellier school
Vegetaties:climaxvegetatie · dijkvegetatie · geriefbos · houtwal · Landelijke Vegetatie Databank · potentieel natuurlijke vegetatie · watervegetatie · De vegetatie van Nederland (boek)
Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde:algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie:archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie:beschrijvende plantkunde · adventief · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie:ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie:adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · Plantengeografie · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek:taxonomie · botanische nomenclatuur · APG I-systeem · APG II-systeem · APG III-systeem · APG IV-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie:abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatielaag · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding