Broekbos

Zie artikel Voor het gelijknamige bosgebied in België, zie Broekbos (Voeren).
1rightarrow blue.svg Zie ook: Broek (landschap), Broek (toponiem)
Figuur 1. Broekbos bij Anderen in Drenthe

Een broekbos is een permanent nat en af en toe plaatselijk overstroomd bos. Deze natte bossen komen wereldwijd voor. Broekbossen zijn in natte beekdalen en langs laag- en hoogvenen te vinden. Sinds de tweede helft van de 20e eeuw zijn er in Nederland veel broekbossen verdwenen.

InleidingBewerken

 
Figuur 2. Berkenbroekbos Aamsveen

Een broekbos is een bos waarbij de vegetatie wordt bepaald door de hoge stand van het grondwater. ‘Broek’ betekent laag gelegen moerassig land. Het grootste gedeelte van het jaar staat de waterspiegel tot op of boven het maaiveld. Elzen en berken vormen hierbij de boomlaag. Afhankelijk van de soortensamenstelling vallen broekbossen vegetatiekundig gezien onder de klasse van de berkenbroekbossen (Vaccinio-Betuletea pubescentis) of de klasse van de elzenbroekbossen (Alnetea glutinosae). Er zijn in Nederland drie verschillende biotopen aan te wijzen waarin broekbossen aanwezig zijn: laagveen, hoogveen en beekdalen. De berkenbroekbossen (Figuur 2) zijn ontstaan uit hoogvenen en natte heidegebieden. Elzenbroekbossen komen voor in beekdalen en laagveengebieden.

BiotoopBewerken

De drie broekbosbiotopen op laagveen, hoogveen en in beekdalen wijken sterk af van andere bosbiotopen. De luchtvochtigheid en grondwaterstand zijn hoog. Slechts een beperkt aantal boomsoorten kan onder deze zeer natte omstandigheden groeien. Door het gebrek aan zuurstof in de bodem vindt er weinig afbraak van organisch materiaal plaats. Hierdoor hoopt dit materiaal zich op en kan veenvorming optreden. Binnen een broekbos zijn de verschillen in microhabitats erg groot. In een goed ontwikkeld broekbos zijn er zeer natte laagten en relatief droge plekken rondom boomvoeten. Zo kan gele lis goed groeien op de nattere plekken in de broekbossen, en gedijt de bosanemoon op de drogere plekken. De soortensamenstelling wordt nauwelijks bepaald door de leeftijd van het bos of door de samenstelling van de boomlaag. Abiotische factoren bepalen voor een groot deel welke soorten in een broekbos voorkomen. Broekbossen bevatten weinig typische bosplanten en hebben vooral lichtminnende soorten in de ondergroei.[1] Typische bossoorten verspreiden zich vaak traag, waardoor ze niet snel in (jonge) broekbossen worden aangetroffen. Voor broekbossen zijn weinig soorten kenmerkend. De uitzondering hierop is de elzenzegge; deze soort komt vrijwel uitsluitend voor in de elzenbroekbossen in beekdalen. Elzenzegge is een kensoort voor de associatie elzenzegge-elzenbroek. Veel soorten in broekbossen komen ook voor in moeras. Wanneer bijvoorbeeld berkenbroekbos aan een moeras grenst, bestaat de ondergroei vaak uit moerassoorten, zoals pijpenstrootje en eenarig wollegras.

Ontstaan van broekbosBewerken

Broekbossen ontwikkelen zich vaak in veengebieden of op plekken waar het voor andere typen bos te nat is. Broekbossen zijn vaak het eindstadium van de vegetatiesuccessie door verlanding en bosontwikkeling. Van oudsher kwam elzenbroekbos voornamelijk voor in beekdalen, en was er relatief weinig broekbos langs hoog- en laagveen. Door menselijke ingrepen in de waterhuishouding ten behoeve van de landbouw, verdroogden veel van de veengebieden en konden bomen zich hier ontwikkelen. Hierdoor ontstond er meer elzen- en berkenbroekbos rondom en op veen. Ook het verminderd maaien van riet zorgde ervoor dat er zich meer broekbos kon ontwikkelen. Zo was het oppervlak aan elzenbroekbos in de regio Vechtplassen slechts 200 hectare in 1920, maar dit breidde zich uit van 450 ha in 1950 tot 650 hectare in 1980. In de Wieden en Weerribben was de uitbreiding na 1950 relatief nog veel sterker.[2] Sinds de jaren 1970 vindt er in veengebieden vaak opslag van berken plaats, waardoor deze gebieden zich zonder ingrijpen kunnen ontwikkelen naar broekbos. De elzenbroekbossen van de beekdalen zijn in oppervlakte juist achteruit gegaan door ontginning.

Broekbos in verschillende biotopenBewerken

 
Figuur 3. Vlonderpad door elzenbroekbos in het moerasgebied Hooglandsedijk bij Amersfoort

In Nederland worden vanuit vegetatiekundig oogpunt twee klassen broekbos onderscheiden: elzenbroekbos en berkenbroekbos. Deze worden als aparte klassen onderscheiden op het hoogste niveau in de vegetatiekunde. Ondanks de naam worden ze als vegetatieklasse niet onderscheiden op boomsoorten, maar op de aanwezige soorten in de ondergroei. De verschillende biotopen waarin broekbos voorkomt, zijn bepalend voor de soorten die voorkomen. Aan de hand daarvan worden de volgende drie broekbostypen onderscheiden:

Elzenbroekbos in beekdalenBewerken

Bij elzenbroekbos in beekdalen is er sprake van een natte, matig voedselrijke bodem waarop zwarte els domineert. Vaak is er hierbij sprake van kwel, die rijk is aan ijzer. Kenmerkende soorten zijn elzenzegge, dotterbloem, slangenwortel en holpijp. In plassen ontwikkelt zich een verlandingsvegetatie met soorten als waterdrieblad en grote boterbloem. Een grote rijkdom aan bladmossen is kenmerkend voor dit type bos.

Door de stijgende vraag naar landbouwgrond en voortschrijdende mechanisatie zijn in de 20e eeuw vrijwel alle beken in beekdalen gekanaliseerd. Door kanalisering kan het water snel worden afgevoerd en valt een broekbos droog, waarna het voor landbouw kan worden ontgonnen. Een gedeelte van deze gekanaliseerde beken laat men nu weer meanderen. Het centrale gedeelte van de broekbossen bleef ten tijde van de ontginning soms nat vanwege hoge kweldruk, waardoor deze bossen niet altijd in cultuur zijn gebracht. Hun vitaliteit werd desondanks minder, en langs de randen kregen soorten die op stikstofrijke bodems groeien de overhand, zoals braam.[3] Elzenbroekbos is van zichzelf al relatief voedselrijk. Elzen leggen door middel van micro-organismen (actinomyceten) in de wortelknolletjes tot 100 kg per hectare stikstof vast.[4]

Elzenbroekbos op laagveenBewerken

 
Figuur 4. Veenmos in broekbos

Veel elzenbroekbos op veen is ontstaan door ontwatering, waardoor bomen zich konden vestigen. Een kenmerkende associatie in de elzenbroekbossen is het moerasvaren-elzenbroek. Zwarte els, moerasvaren en veenmossen zijn voor deze associatie kenmerkend (Figuur 5). Veel voorkomende soorten naast moerasvaren zijn pluimvaren, moeraswederik, oeverzegge en haakveenmos. Bij toenemende verzuring en verdroging komt in laagveengebieden op kraggen (drijvende eilandjes van planten) en in veenmosrietland plaatselijk ook berkenbroekbos tot ontwikkeling. Hierin kunnen zich hoogveen-typerende soorten als eenarig wollegras vestigen, zoals in het Naardermeer is gebeurd. De meeste broekbossen liggen echter op locaties waar water snel wegloopt uit het gebied, zodat er geen hoogveenvorming kan plaatsvinden.[1]

Berkenbroekbos op hoogveen en natte heideBewerken

Net als elzenbroekbos op laagveen, is het berkenbroekbos vaak ontstaan door ontwatering van het naastliggende hoogveen ten behoeve van landbouwontginning. Door voortschrijdende ontwatering breidt berkenbroekbos zich in sommige regio’s uit. Zo was het oppervlak aan berkenbroekbos in de regio Vechtplassen slechts 300 hectare in 1920, maar dit breidde zich uit tot meer dan 2000 hectare in 1980. Berkenbroekbossen komen uitsluitend voor op venige biotopen waar alleen zuur en voedselarm regenwater aanwezig is. De pH ligt tussen de 2.0 en 2.5. De rijsbes is de enige kensoort voor dit bostype.

VerspreidingBewerken

Broekbossen komen in Europa veelvuldig voor. Broekbos is van nature geen dominerend bostype; het is beperkt tot zeer natte groeiplaatsen.[5] Berkenbroekbos heeft zijn hoofdverspreiding in Midden- en Noord-Europa. In het algemeen geldt dat naar het oosten toe de hoogvenen sterker bebost zijn. Nederland ligt aan de zuidwestelijke grens van het areaal.[6] Elzenbroekbossen komen ook in heel Europa voor. In Nederland zijn ze wijd verspreid, maar over het algemeen zijn ze verdroogd en klein in oppervlakte. Goed ontwikkelde beekbegeleidende elzenbroekbossen zijn zeldzaam geworden sinds de 1970er jaren. De restanten zijn vaak niet groter dan enkele hectaren.[7],[8]

FunctiesBewerken

Broekbossen hebben verschillende functies, en er bestaan dus meerdere redenen om hen te beschermen en uit te breiden. De volgende functies zijn van belang:

  • Bieden van een ‘stepping-stone’ (verplaatsing door het landschap) functie voor planten en dieren
  • Vormen van een directe verbinding tussen andere bossen
  • Bieden van een rustplaats voor dieren

Broekbossen zijn in het algemeen slecht toegankelijk voor de mens, waardoor ze een rustig milieu vormen voor dieren, in het bijzonder voor vogels. Voor overwinterende vogelsoorten als sijs en barmsijs zijn broekbossen belangrijke foerageergebieden. Daarnaast broeden er soorten als nachtegaal, zwartkop en bosrietzanger.[1]

Broekbossen vervullen een "stepping-stone"-functie voor moerasplanten die voor verspreiding van zaden of vegetatieve plantendelen over langere afstand afhankelijk zijn van inunderend beekwater.[9] Ook dieren kunnen gebruik maken van de broekbossen om zich te verplaatsen door het landschap. Soms is het mogelijk om andere bossen via broekbossen met elkaar te verbinden.

Door boomgroei en mogelijk veenontwikkeling is de vastlegging van CO2 mogelijk een van de beheerdoelen. Broekbossen bieden ook mogelijkheden voor waterberging.[10] In sommige gevallen worden broekbossen aangeplant om water te zuiveren. Er zijn aanwijzingen dat drassige bossen een goed waterzuiverend vermogen zouden hebben.[11]

BedreigingenBewerken

De grootste bedreigingen voor broekbos zijn eutrofiëring door gebiedsvreemd water, een slechte hydrologische situatie, en het verdwijnen van areaal. Met name broekbossen van de beekdalen zijn sterk gereduceerd in oppervlakte ten opzichte van vroeger. Door ontginning van deze gebieden zijn veel soorten verdwenen. Ook is vaak gebiedsvreemd water in broekbossen ingelaten, waardoor eutrofiëring en verzuring kon optreden, met als gevolg verruiging. Eutrofiëring kan ook voorkomen bij bossen in de buurt van landbouwgebieden. Ontwatering van gebieden kan een te lage grondwaterspiegel tot gevolg hebben, waardoor zich andere planten en organismen in het gebied kunnen vestigen. Daarnaast heeft het ecologisch systeem van de bossen vaak een geringe veerkracht vanwege de kleine omvang en geïsoleerde ligging van de gebieden.[8],[3],[12]

Bescherming en beheerBewerken

Vanwege de genoemde bedreigingen is het soms noodzakelijk om maatregelen toe te passen om broekbos te behouden of te ontwikkelen. Hiertoe kan men vier typen maatregelen toepassen:

1. Ten eerste kan het oude grondwaterregime worden teruggebracht in de richting van het niveau van voor de ontwatering. Het is daarbij belangrijk het broekbos niet te nat te maken, maar ook zeker niet te droog. Door het grondwaterpeil te hoog te laten staan, kan kwel worden weggedrukt, en daarmee de positieve invloed die kwel kan hebben op de ondergroei. Als het wel nodig is het peil te verhogen, moet men waken voor een te snelle stijging van het water. Elzen hebben een wortelgestel dat zich aanpast aan de grondwaterstand, maar dat kost enige tijd. Daardoor worden deze bomen kwetsbaar bij te snelle veranderingen.

2. Minstens zo belangrijk is het herstel van de waterkwaliteit. Terugbrengen van het oude grondwaterregime met vervuild water kan namelijk averechts werken. Als goede waterkwaliteit verzekerd is, is verder actief beheer op waterregime meestal niet nodig. Bij een normaal seizoensritme inundeert de bodem in de winter en het voorjaar, en valt ze droog in de zomer. Hierdoor ontstaan er vaak gradiënten van natte tot droge plekken, en daardoor condities voor een hoge biodiversiteit. Ook door het afsterven en omvallen van bomen ontstaan dergelijke gradiënten vanzelf.

3. Verder kan gestuurd worden op een open vegetatiestructuur, via de juiste hydrologie en via bosbeheerkundige ingrepen. Hierdoor valt er meer licht op de bodem, waardoor bodembegroeiing meer ruimte krijgt.

4. Door de input van nutriënten te verkleinen kan men verruiging minimaliseren.[13]

FaunaBewerken

Broekbossen herbergen veel verschillende diersoorten, mede dankzij de grote variatie aan habitats die een broekbos biedt. Het droogvallen van poelen in de zomer zorgt ervoor dat vissen niet kunnen overleven in een broekbos. Het gevolg is dat er minder predatiedruk is op andere watergebonden soorten.

Ongewervelde diersoorten vormen een belangrijke groep, met name de muggen. In de zomer zijn steekmuggen zeer talrijk. Naast muggen zijn kokerjuffers een belangrijke groep. Sommige soorten hebben zich goed aangepast aan het feit dat broekbos vaak droogvalt.

Zoogdieren komen het hele jaar voor in het broekbos. De meeste soorten zijn niet gespecialiseerd in broekbossen en gebruiken ook andere landschapselementen. De bever helpt bij het ontstaan van broekbossen door het afdammen van beken, waardoor bossen op grootschalige wijze geïnundeerd worden. Het nadeel hiervan is dat het bij zeer lange inundatie te nat wordt voor elzen, en wilgen de overhand nemen. De waterspitsmuis komt voor langs beken en in broekbossen. Deze soort is goed aangepast aan natte omstandigheden en voedt zich met ongewervelde soorten, met name op het land.

Een typische broekbos-vogel is er niet. Wel komen er veel vogelsoorten voor. Dit zijn grotendeels typische bossoorten, waaronder de middelste bonte specht. Uit onderzoek blijkt dat er nog weinig kennis is over fauna in broekbossen. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk welke soorten insecten er voorkomen.[1]

Wetgeving en financiering in NederlandBewerken

Broekbossen vallen in Nederland onder diverse natuur- en beheertypen van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) en Natura 2000. Via wetgeving kunnen natuurgebieden en soorten beschermd worden en is er de mogelijkheid om subsidie voor het beheer aan te vragen.

SNLBewerken

Via SNL geven provincies subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van natuur, waaronder broekbossen. Broekbossen vallen onder SNL-beheertype N14.02 Hoog- en laagveenbos. De beheerder of eigenaar kan een jaarvergoeding krijgen voor dit beheertype. Daarnaast kan hij een vergoeding voor monitoring krijgen. De beheerder dient hierbij het beheertype in stand te houden. De manier waarop is aan de beheerder zelf. De gewenste kwaliteit van de milieu- en watercondities is beschreven op de website van Bij12.[14]

Natura2000Bewerken

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. Binnen deze gebieden worden specifieke soorten en leefgebieden beschermd. Berkenbroekbossen vallen onder habitattype H91D0. Ten opzichte van andere berkenbroekbossen in de rest van Europa zijn berkenbroekbossen in Nederland relatief soortenarm.[6] Elzenbroekbossen vallen onder habitattype H91E0.[7] De Nederlandse elzenbroekbossen zijn internationaal gezien niet van bijzondere betekenis omdat dit type veel in omliggende landen voorkomt.

Zie ookBewerken