Derivaatgemeenschap

Een derivaatgemeenschap (DG) is een plantengemeenschap die enkel kensoorten en differentiërende soorten bezit van een hoger syntaxonomisch niveau dan de associatie, samen met nog begeleidende soorten. De kensoorten en differentiërende soorten eigen aan de associatie komen dus niet, of niet meer voor.

Een dergelijke plantengemeenschap kan dus op basis van de soortensamenstelling niet tot op het elementaire niveau, de associatie, geklasseerd worden. Men klasseert het dan onder het niveau waarvan de kensoorten wel aanwezig zijn.

In tegenstelling tot de rompgemeenschappen zijn de dominante soorten in een derivaatgemeenschap klasse-vreemd, dus behoren tot een andere syntaxonomische tak dan de rest van de plantensoorten.

Een derivaatgemeenschap ontstaat meestal wanneer door externe factoren (overbemesting, verdroging,...) of door rechtstreekse inbreng van de mens (exoten) soorten dominant worden die niet tot de oorspronkelijke klasse behoren.

Een voorbeeld is de derivaatgemeenschap van Amerikaanse vogelkers, een verarmde gemeenschap van de klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond (Querceta robori-petraeae) waar de door de mens ingevoerde Amerikaanse vogelkers alle andere struiken verdrongen heeft en de dominante ondergroei geworden is.

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken

Zie de categorie Derivative communities van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Algemene begrippen:concurrentie · dood hout · plantkunde van A tot Z · SynBioSys · vegetatie · vegetatiekunde · vegetatiekunde van A tot Z
Biogeografie:adventief · archeofyt · areaal · autochtoon · beschermingsstatus · cultuurgewas · cultuurvolger · disjunct verspreidingsgebied · eilandbiogeografie · endemisme · exoot · extinctie · florarijk · floristiek · inburgering · inheems · invasieve soort · kosmopoliet · massa-extinctie · Rode Lijst van de IUCN · status · synchorologie · uitsterven · verspreidingsgebied · vestiging
Levensvorm:bladrozet · bladverliezend · boom · chamefyt · dwergstruik · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtige plant · groenblijvend · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · liaan · loofboom · naaldboom · slingerplant · struik · succulent · therofyt · winterhard
Standplaats:boomgrens · ecologische groep · ellenberg-indicatorwaarde · extremofiel · freatofyt · halofiel · halofyt · hellingbos · helofyt · indicatorplant · indicatorwaarde van Ellenberg · oecologische groep · standplaatsfactor · stroomdalflora · tredplant · verlandingsvegetatie · xerofiel · xerofyt · zoutplant
Structuur en textuur:aspect · biodiversiteit · biomassa · boomlaag · kruidlaag · moslaag · ondergroei · pioniersoort · schimmellaag · shannon-index · strooisellaag · struiklaag · symmorfologie · vegetatielaag · vegetatiestructuur · vegetatieperiode · vegetatietextuur · zode
Syntaxonomie:associatie · associatiefragment · contactgemeenschap · derivaatgemeenschap · fytocoenologie · fytocoenon · fytosociologie · klasse · klasse-eigen · klasse-vreemd · onderverbond · Orde · Plantengemeenschap · Plantensociologie · Rompgemeenschap · subassociatie · syntaxon · syntaxoncode · syntaxonomie‎ · verbond
Vegetatieonderzoek:abundantie · bedekking · Braun-Blanquetmethode · constante soort · differentiërende soort · exclusieve soort · Frans-Zwitserse school · International Association for Vegetation Science · kensoort · minimumareaal · Plantensociologische Kring Nederland · preferente kensoort · preferente soort · presentie · relevé · trouw · vegetatieopname · vegetatieschaal van Tansley · Zürich-Montpellier school
Vegetatietypen:climaxvegetatie · dijkvegetatie · geriefbos · houtwal · Landelijke Vegetatie Databank · muurvegetatie · potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) · watervegetatie
Standaardwerken:Heukels' Flora van Nederland · De vegetatie van Nederland