Gemeenschapsgradiënt

Een gemeenschapsgradiënt is een ecologisch begrip dat de geleidelijke overgang in soortensamenstelling in een transsect (doorsnede) van de ene naar de andere levensgemeenschap aangeeft. Bij het doorlopen van dit transsect verandert daarbij de soortensamenstelling: soorten kunnen verdwijnen of erbij komen of in populatiedichtheid veranderen. De lengte van de gradiënt wordt bepaald aan de hand van grootte van de verandering in soortensamenstelling (toe- en afnames van de abundanties van de soorten) langs de gradiënt.

Ecologische gradiëntBewerken

Een gemeenschapsgradiënt gaat gewoonlijk samen met een ecologische gradiënten. Ecologische gradiënten zijn geleidelijke overgangen tussen twee ecotopen die verschillen wat betreft de abiotische of biotische milieufactoren.

VoorbeeldenBewerken

Een in het veld goed herkenbaar voorbeeld van een gemeenschapsgradiënt vormt de geleidelijke overgang van de slikken via de lage kwelder naar de hoge kwelder en naar de duinen (bij niet-ingedijkte gebieden), waarbij de soorten van de (lage) kwelders verdwijnen en de duinsoorten verschijnen.

Een ander voorbeeld is te vinden bij de overgang van bos, via bosrand, bosmantel en zoom naar grasland, waarin geleidelijk de bossoorten verdwijnen, soorten van boszomen verschijnen en daarna plaatsmaken voor ruigtesoorten en graslandsoorten.

Nog een voorbeeld is de samenstelling van de vegetatie op verschillende hoogten in een berggebied. Er zijn meestal duidelijke zones te herkennen in de hogere bergen:

OrdinatietechniekenBewerken

Het onderzoek aan ecologische en gemeenschapsgradiënten is de aanzet geweest tot het veelvuldig toepassen van (multivariate gradiëntanalyse) ordinatietechnieken, zoals correspondentieanalyse. De lengte van een gemeenschapsgradiënt kan bijvoorbeeld bepaald worden door middel van detrended correspondence analysis, en wordt dan uitgedrukt in SD (standaardafwijking).

Als de lengte 4 SD is of meer is is de kans op gemeenschappelijke soorten tussen het begin en het einde van de gradiënt zeer klein. Bij niet te korte gemeenschapsgradiënten is voor de aangetroffen soorten vaak een voorkeursgebied aan te wijzen waar deze het best (maximaal) ontwikkeld zijn; deze plaats op de gradiënt heet het optimum voor de betreffende soort.

Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde:algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie:archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie:beschrijvende plantkunde · adventief · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie:ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie:adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · Plantengeografie · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek:taxonomie · botanische nomenclatuur · APG I-systeem · APG II-systeem · APG III-systeem · APG IV-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodwieren · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie:abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · dwergstruweel · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatielaag · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding
Navigatiesjablonen plantenNavigatie bloeiwijzen · Navigatie plantenhormonen · Navigatie plantkunde · Navigatie stinsenplanten · Navigatie fytografie bloemplanten · Navigatie fytografie mossen · Navigatie fytografie varens