Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Struweel

Opgaand struweel in moerassig gebied
Struweel in duingebied

Een struweel (Oudfr. struvel) is een vegetatie van struiken van 1 tot 5 meter hoog. Als mantel is het struweel vooral aan de rand van een bos, op open plekken en in houtsingels dikwijls goed ontwikkeld. Als onderdeel van een bos wordt het de struiklaag genoemd. Onder bomen is het struweel dikwijls ijler.

Natuur en natuurbeheerBewerken

Struweel komt van nature voor aan bosranden en in gebieden waar de bomen door klimaatomstandigheden net niet meer kunnen groeien, zoals langs de kust in duingebieden met veel wind en boven de boomgrens.

De aanwezigheid en instandhouding van struwelen is belangrijk omdat het de leefomgeving vormt voor veel planten, vogels, vlinders en andere insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Struwelen bieden beschutting, nestgelegenheid en voedsel. In een natuurlijke wildernis met grote grazers, zoals rund, paard, herten, eventueel wisent en eland bestaat een bos uit een boomgroep omgeven door bosranden van struweel.

Het struweel, vaak bestaande uit stekelige struiken als sleedoorn, braam, meidoorn en hondsroos, is in eerste instantie boomloos. Doordat de grazers er niet binnendringen bestaat voor bomen de mogelijkheid tot ontwikkeling te komen.

CultuurlandschapBewerken

Een struweelheg is een halfnatuurlijk lijnvormig landschapselement dat dienstdoet of deed als perceelscheiding en/of beschutting tegen de elementen. Zo een heg bestaat meestal uit meerdere struiksoorten als de meidoorn, braam en de sleedoorn. Ze kan enkele meters hoog worden. Ook een landweer was beplant met struweel ofwel struikgewas.

SoortenBewerken

De volgende natuurtypen worden onderscheiden onder struwelen en mantels:

Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie: archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie: beschrijvende plantkunde · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie: ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie: adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek: taxonomie · botanische nomenclatuur · APG II-systeem · APG III-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie: abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding