Hoofdmenu openen

Borstelbies

plant uit de cypergrassenfamilie

Borstelbies (Isolepis setacea, synoniem Scirpus setaceus) is een in pollen groeiende of een dichte zode vormende plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De plant is eenjarig, maar kan ook enkele jaren oud worden. Borstelbies komt van nature voor in Europa, Afrika, West- en Centraal-Azië, Siberië, India en China. De plant is ingevoerd in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland algemeen voorkomt en stabiel of toegenomen is. Het aantal chromosomen is 2n = 28.

Borstelbies
Isolepis setacea.jpeg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Clade:Commeliniden
Orde:Poales
Familie:Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)
Geslacht:Isolepis
Soort
Isolepis setacea
(L.) R.Br. (1810)
Afbeeldingen Borstelbies op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Borstelbies op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De plant wordt 2 - 20 (30) cm hoog en vormt kruipende wortelstokken. De rechte of iets gebogen, gevulde stengel is 0,3 - 0,5 mm dik. De tot 9 cm lange en tot 0,5 mm brede bladschijf is vlak of gootvormig.

De plant bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloeiwijze bestaat uit 1 - 3, 2 - 4 mm lange en tot 2 mm brede, eivormige aren en heeft een tot 3 cm lang, rechtopstaand schutblad bovenaan de stengel. Een aar heeft 10 - 40 bloemen. De kafjes staan in een spiraal. De bruine of purpere, elliptische, zeer stompe, kale, 1,3 - 2,1 mm lange en 0,6 - 1,2 mm brede kafjes hebben meestal een stekelpuntje. Het kafje heeft een brede, groene kiel. Er zijn geen borstels. De bloem heeft 3 stempels en 1 - 2 meeldraden.

De grijsbruine tot roodbruine vrucht is een overlangs geribd, driekantig, 0,5 - 1,2 mm lang en 0,5 - 0,6 mm breed nootje en heeft bolle kanten. Het nootje heeft een korte stekelpunt en is licht dwarsgestreept.

VoorkomenBewerken

Borstelbies komt voor als pioniersoort op matig voedselarme, natte tot vochtige, vaak venige of lemige zandgrond grond.

Externe linksBewerken