Wout van Aert

Belgisch wielrenner

Wout van Aert (Herentals, 15 september 1994[1]) is een Belgisch veldrijder en wegwielrenner die sinds maart 2019 in dienst rijdt bij Team Jumbo-Visma. Hij brak in 2014 door als veldrijder op het hoogste niveau en groeide al snel door tot de top. In 2016 brak hij door als wegrenner. Geroemd om zijn veelzijdigheid wordt Van Aert algemeen beschouwd als een van de beste renners ter wereld.[2]

Wout van Aert
Wout van Aert, Compiègne. Paris-Roubaix 2022.
Persoonlijke informatie
Geboortedatum 15 september 1994
Geboorteplaats Herentals, België
Nationaliteit Vlag van België Belg
Lengte 190 cm
Gewicht 78 kg
Sportieve informatie
Huidige ploeg Team Jumbo-Visma
Discipline(s) Veldrijden
Wegwielrennen
Specialisatie(s) • Moddercrossen
Kasseienkoersen, massasprinten, tijdritten, klimmen
Ploegen
2013–2014
2014–2016
2017–2018
2018–2019
2019–heden
Telenet-Fidea
Crelan-Vastgoedservice
Veranda's Willems-Crelan
Cibel-Cebon Offroad Team
Team Jumbo-Visma
Beste prestaties
Milaan-San Remo 1e (2020)
Gent-Wevelgem 1e (2021)
Ronde van Vlaanderen 2e (2020)
Parijs-Roubaix 2e (2022)
Amstel Gold Race 1e (2021)
Luik-Bastenaken-Luik 3e (2022)
Ronde van Frankrijk 19e (2021)
9 etappezeges
WK op de weg 2e (2020)
Overige
Zeges:  
E3 Saxo Bank Classic
Omloop Het Nieuwsblad
Strade Bianche
BK op de weg
BK tijdrijden
2022
2022
2020
2021
2019, 2020
Medailleoverzicht
Veldrijden
Evenement Goud Zilver Brons
Wereldkampioenschappen 3 3 0
Europese kampioenschappen 0 2 1
Totaal (9 medailles) 3 5 1
Wegwielrennen
Evenement Goud Zilver Brons
Olympische Zomerspelen 0 1 0
Wereldkampioenschappen 0 3 0
Europese kampioenschappen 0 0 1
Totaal (5 medailles) 0 4 1
Medailles
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

Hij werd driemaal op rij wereldkampioen veldrijden in de jaren 2016, 2017 en 2018, ook pakte hij evenveel keren zilver in deze discipline. Van Aert won ook medailles op de wereldkampioenschappen wielrennen: zilver op de weg in 2020 en zilver in het tijdrijden in 2020 en 2021. Daarnaast werd hij vijf keer Belgisch kampioen veldrijden, twee keer Belgisch kampioen tijdrijden en één keer Belgisch kampioen op de weg.

Naast de kampioenschappen won hij onder meer wielermonument Milaan-San Remo en klassiekers als de Strade Bianche, Amstel Gold Race, Gent-Wevelgem, E3 Harelbeke en Omloop Het Nieuwsblad.

In de Ronde van Frankrijk won Van Aert negen etappes met onder meer twee individuele tijdritten, een rit met een dubbele beklimming over de Mont Ventoux en de prestigieuze slotrit op de Champs-Elysées. In 2022 was hij eindwinnaar van de groene trui in het puntenklassement.

Van Aert rijdt voor het Nederlandse World Tour-team Team Jumbo-Visma.

CarrièreBewerken

 
Van Aert in 2014

VeldrijdenBewerken

JeugdBewerken

Van Aert genoot zijn opleiding bij het jeugdteam van Telenet-Fidea. Na een anoniem eerste seizoen bij de junioren in 2010–2011, liet hij voor het eerst van zich spreken in 2011–2012. Zo won hij dat seizoen de cross in Ruddervoorde. Het was dat seizoen de enige cross die Mathieu van der Poel niet wist te winnen. Op zowel het BK als het WK werd hij tweede, dit achter respectievelijk Daan Soete en diezelfde Van der Poel. Vanaf het seizoen 2012–2013 maakte Van Aert de overstap naar de beloften. Als eerstejaars presteerde hij uitstekend: hij won verschillende crossen en werd zowel op het BK als het WK derde. In het daaropvolgende seizoen domineerde hij samen met Van der Poel de beloftecategorie. Van Aert kroonde zich dat seizoen tot wereldkampioen in Hoogerheide, nadat hij drie weken eerder gediskwalificeerd werd op het BK in Waregem vanwege een valse start. Ook won hij zijn eerste wedstrijd bij de elite; in Otegem klopte hij Klaas Vantornout en Rob Peeters.

Gaandeweg het seizoen 2014–2015 merkte Van Aert dat hij de beloftecategorie ontgroeid was. Zo won hij het EK en verschillende manches in de wereldbeker. Samen met Van der Poel besloot hij enkele weken voor het WK om vanaf dan definitief bij de profs te gaan rijden.

EliteBewerken

Vanaf het seizoen 2014–2015 reed Van Aert in dienst van Crelan-Vastgoedservice. Hij startte dat seizoen aanvankelijk nog als belofte, hoewel hij de Bpost bank trofee al bij de elite betwistte. Tijdens de Koppenbergcross verbaasde hij door Sven Nys te kloppen en zo zijn eerste grote overwinning bij de profs te behalen. Hij zou dat seizoen 13 overwinningen behalen, inclusief de eindwinst in de Bpost bank trofee. Hij werd ook tweede op het wereldkampioenschap bij de profs achter Mathieu van der Poel.

2015-2016Bewerken

Vanaf het begin van het seizoen 2015–2016 liet Van Aert een indrukwekkende reeks optekenen door 20 veldritten op rij als eerste (14 keer) of als tweede (6 keer) te finishen. Door de gevolgen van buikgriep eindigde die reeks op 26 december in Heusden-Zolder. Op 1 januari 2016 verzekerde Van Aert zich van een tweede opeenvolgende eindzege in de Bpost bank trofee. Een goeie week later, op 10 januari, kroonde hij zich voor het eerst tot Belgisch kampioen in zijn eigen Lille. Twee weken later, op 24 januari, schreef hij ook de wereldbeker op zijn naam door tweede te worden in Hoogerheide na Mathieu van der Poel. Op 31 januari 2016 werd hij na een spannend eindduel met Lars van der Haar wereldkampioen in het Limburgse Heusden-Zolder. Op 13 februari haalde hij ook het eindklassement van de Superprestige binnen. Van Aert realiseerde hiermee de grand slam van het veldrijden: eindwinst in de drie belangrijkste regelmatigheidsklassementen en winst op het nationale kampioenschap en het wereldkampioenschap. Van Aert is de tweede crosser in de geschiedenis die deze prestatie kon neerzetten, na Sven Nys in het seizoen 2004–2005. Voor de volledigheid moet hier vermeld worden dat Van Aert het Europees kampioenschap aan Lars van der Haar moest laten. Dit kampioenschap werd in het seizoen 2004–2005 nog niet gereden. Aan het einde van het seizoen werd Van Aert verkozen tot Koning Winter.

2016-2017Bewerken

In het seizoen 2016–2017 behaalde Van Aert 18 overwinningen. Hij werd dat seizoen voor de tweede keer in zijn carrière Belgisch kampioen en verlengde in het Luxemburgse Belvaux ook zijn wereldtitel. Hij haalde het voor Mathieu van der Poel, die af te rekenen kreeg met vier lekke banden.

2017-2018Bewerken

Op 4 februari 2018 werd Van Aert in Valkenburg voor de derde keer wereldkampioen. Hij was drie weken eerder ook al voor de derde keer Belgisch kampioen geworden. Een jaar later, in het Deense Bogense, moest Van Aert vrede nemen met de tweede plaats op het WK.

2018-2019Bewerken

In het seizoen 2018-2019 behaalde Van Aert vier overwinningen. Op de kampioenschappen werd hij telkens tweede. Op het Europees kampioenschap tweede achter Mathieu van der Poel, op het Belgisch kampioenschap tweede achter Toon Aerts en op het wereldkampioenschap opnieuw tweede achter Van der Poel.

2019-2020Bewerken

Door de gevolgen van zijn zware valpartij in de Ronde van Frankrijk 2019, miste Van Aert een groot deel van het veldritseizoen 2019–2020. Op 27 december maakte hij tijdens de Azencross zijn rentree in het veld; hij bekroonde zijn lange revalidatie met een vijfde plaats.[3] Tijdens zijn laatste cross, de Krawatencross in zijn eigen thuisdorp, werd hij eerste. Dit was meteen ook zijn eerste overwinning na zijn val in de Tour. In totaal reed Van Aert slechts 7 wedstrijden.

2020-2021Bewerken

In het seizoen 2020–2021 reed Van Aert veertien veldcrosswedstrijden waarvan hij er vijf wist te winnen, waaronder het Belgisch kampioenschap. Hij won het klassement in de wereldbeker en haalde een zilveren medaille op het wereldkampioenschap. Dit wereldkampioenschap werd gewonnen door Mathieu van der Poel, mede doordat de koploper Van Aert een lekke band kreeg.

2021-2022Bewerken

Van Aert reed in het seizoen 2021-2022 10 crossen en won er daarvan 9, waaronder het BK, dat hij voor de 5e keer wist te winnen. Enkel in Hulst won hij niet door kettingproblemen. Van Aert gaf verstek voor het WK in Fayetteville omdat dit niet paste in de voorbereiding op het wegseizoen.

WegwielrennenBewerken

BeginBewerken

Dat Wout van Aert ook een uitstekend wegrenner is, bewees hij in 2014. Nadat hij al achtste geworden was in het eindklassement van de Ster ZLM Toer, won hij in juli de derde en vijfde etappe van de Ronde van Luik. Dit leverde hem ook de eindzege op. Hiermee trad hij in de voetsporen van onder anderen Bjarne Riis, Stijn Devolder en Jan Bakelants. Ook in het zomerseizoen 2015 toonde hij zijn grote potentie. Dit door zowel in de Omloop Het Nieuwsblad voor beloften als in de GP Jef Scherens een vierde plek te behalen.

2016Bewerken

In mei 2016 volgde dan zijn eerste UCI-zege op de weg. In de proloog van de Ronde van België verraste hij vriend en vijand door meervoudig wereldkampioen tijdrijden Tony Martin te kloppen. Hierna bleef Van Aert het goed doen op de weg. Zo werd hij tweede in de vierde etappe van de Ster ZLM Toer na Sep Vanmarcke. Op het Belgisch kampioenschap werd hij na een zeer zware wedstrijd negende. In Dwars door het Hageland werd hij knap tweede na Niki Terpstra. Een paar weken voor de start van het nieuwe veldritseizoen won hij na een indrukwekkende demarrage nog de Schaal Sels.

 
Van Aert in 2017

2017Bewerken

Tijdens de Ronde van België van 2017 pakte Van Aert na de tijdrit de rode leiderstrui. In de daaropvolgende vierde etappe verloor hij deze op de flanken van de Roche-aux-Faucons. Uiteindelijk werd hij 10e in het algemene klassement. In de Ronde van Limburg bleek hij de snelste te zijn uit een groepje vluchters. Een week later was hij tijdens de nieuw leven ingeblazen Elfstedenronde wederom de beste sprinter. Hij werd eerste voor Mathieu van der Poel en Lauwrence Naesen. Ook de Grand Prix Pino Cerami wist hij te winnen, opnieuw door de beste sprint in huis te hebben van een select groepje vluchters. Later dat jaar behaalde hij ook nog ereplaatsen in Rad am Ring (2e), Dwars door het Hageland (3e) en de Schaal Sels (2e).

2018Bewerken

In de Omloop Het Nieuwsblad 2018 reed Van Aert na een lekke band mee met de favorieten voor de winst, waarna hij uiteindelijk 32e werd. Bij zijn debuut in de Strade Bianche wist Van Aert mee te glippen met Romain Bardet. Enkel Tiesj Benoot kon vanuit een achtervolgende groep terug komen aansluiten en reed zo naar de overwinning. Een moegestreden Wout van Aert moest tevreden nemen met een derde plaats. In het verdere voorjaar bevestigde hij deze prestatie met onder meer een 10e plaats in Gent-Wevelgem, een 9e plaats in de Ronde van Vlaanderen en een 13e plaats in Parijs-Roubaix.

In augustus won Van Aert na een late demarrage de tweede etappe van de Ronde van Denemarken en werd hij leider. Hij verloor geen tijd meer tijdens deze ronde en won hierdoor het eindklassement. Een week later pakte hij op het Europees kampioenschap in Glasgow de bronzen medaille. Hij werd er in de sprint geklopt door Matteo Trentin en zijn rivaal uit het veldrijden Mathieu van der Poel.

2019Bewerken

In 2019 herhaalde Van Aert in de Strade Bianche zijn prestatie van het voorgaande jaar door opnieuw derde te worden, ditmaal achter Jakob Fuglsang en Julian Alaphilippe. In Milaan-San Remo werd hij 6e en in de E3 Harelbeke sprintte hij naar de tweede plaats. Hij werd geklopt door collega-veldrijder Zdeněk Štybar.

In juni won Van Aert zijn eerste wedstrijd in de World Tour. In het Critérium du Dauphiné slaagde hij erin de tijdrit te winnen met 31 seconden voorsprong op Tejay van Garderen. Een dag later won hij ook de vijfde etappe, door Sam Bennett te verslaan in de sprint. Ook won hij hier het puntenklassement. Op 27 juni won hij voor de eerste keer in zijn carrière het Belgisch kampioenschap tijdrijden.

Op 7 juli won hij met zijn ploeg Jumbo-Visma de 2e etappe, een ploegentijdrit, in de Ronde van Frankrijk en veroverde hij de witte trui van het jongerenklassement. Op 15 juli sprintte hij in Albi naar de overwinning in de 10e etappe door Elia Viviani en Caleb Ewan te verslaan. Hiermee behaalde hij zijn eerste overwinning in een grote ronde. Tijdens de individuele tijdrit op 19 juli kwam Van Aert gruwelijk ten val, waardoor hij de Tour vroegtijdig moest verlaten.[4] Hij liep een zware beenwonde op en men vreesde voor zijn carrière. Ondanks dit vroegtijdige einde van zijn seizoen, won hij dat jaar de Flandrien-Trofee. Een beloning voor zijn constante topprestaties in zowel het veldrijden als het wegwielrennen.

2020Bewerken

Tijdens het openingsweekend toonde Van Aert met een 11e plaats in de Omloop Het Nieuwsblad dat hij goed gerevalideerd was en zijn vorm goed zat voor de andere voorjaarsklassiekers.

Na een onderbreking van bijna vijf maanden wegens de coronacrisis stond de wielerwereld op 1 augustus klaar om aan het hertekende seizoen te beginnen met de Strade Bianche. Door weg te rijden van de kopgroep op de laatste grindstrook en solo aan te komen, wist Van Aert deze wedstrijd voor het eerst te winnen, na eerder twee keer derde te zijn geëindigd. Het was precies één jaar geleden dat hij met zijn revalidatie gestart was na zijn val in de Tour.[5]

Op 8 augustus won Van Aert met Milaan-San Remo zijn eerste monument door voor een aanstormend peloton Julian Alaphilippe in de spurt te verslaan. Vier dagen later won hij de eerste etappe naar Saint-Christo-en-Jarez in het Critérium du Dauphine en nam daarmee de eerste leiderstrui. Ook won hij hier voor het tweede jaar op rij het puntenklassement. Hij zette zijn zegereeks voort door op 20 augustus zijn titel op het Belgisch kampioenschap tijdrijden succesvol te verdedigen. In de Ronde van Frankrijk won hij de 5e etappe naar Privas in een licht oplopende sprint tegen Cees Bol. Ook won hij de 7e etappe naar Lavaur in de spurt van een afgeslankt peloton.

Eind september werd hij tweede op het wereldkampioenschap tijdrijden na Filippo Ganna, waarna hij twee dagen later in de wegwedstrijd opnieuw zilver pakte, ditmaal na Julian Alaphilippe. Omwille van de coronacrisis werd de Ronde van Vlaanderen verreden op 18 oktober. In een spannende wedstrijd reed hij weg met wereldkampioen Julian Alaphilippe en Mathieu van der Poel. Nadat Alaphilippe wegviel door een botsing met een motor, verloor Van Aert de sprint met enkele centimeters verschil van Mathieu van der Poel.

Omwille van de goede sportieve prestaties in 2020 werd Van Aert op 12 november beloond met de Nationale trofee voor sportverdienste. Van Aert werd daarvan per telefoon op de hoogte gebracht door wielerlegende Eddy Merckx.[6] Op 18 december werd hij tevens uitgeroepen tot Sportman van het jaar.[7] Ook werd hij voor de tweede maal bekroond met de Flandrien-Trofee en won hij voor het eerst de Kristallen fiets en de Vlaamse Reus.

2021Bewerken

 
Van Aert in de Ronde van Frankrijk 2021

Van Aert vatte op 6 maart het wegseizoen aan in de Italiaanse klassieker Strade Bianche en werd als titelverdediger 4e in de straten van Siena. Na de Strade Bianche kwam Van Aert met klassementsambities aan de start van de Tirreno-Adriatico, waarin hij in de eerste etappe meteen de massasprint won. Van Aert won ook de afsluitende tijdrit en werd tweede in het eindklassement, na Tourwinnaar Tadej Pogačar. Bovendien nam Van Aert ook de puntentrui mee naar huis. Een week later werd hij als titelverdediger 3e in Milaan-San Remo, na landgenoot Jasper Stuyven en Caleb Ewan. Op 28 maart won Van Aert met Gent-Wevelgem zijn eerste Vlaamse klassieker, na 180 km in een vlucht te hebben gereden die ontstaan was door waaiervorming. Op 18 april won Van Aert met de Amstel Gold Race zijn tweede klassieker van het voorjaar na een prangende millimeterspurt[8] met Tom Pidcock.

Begin mei kreeg Van Aert af te rekenen met een blindedarmontsteking[9] waardoor zijn voorbereiding op de Tour De France onderbroken werd. Hierdoor verdedigde Van Aert zijn titel op het BK tijdrijden niet. Hij start vier dagen later wel op het BK wielrennen in Waregem waar hij voor het eerst in zijn carrière Belgisch kampioen op de weg wordt. Op 7 juli wint Van Aert in de Tour zijn 4e ritzege in een bijzonder prestigieuze etappe met twee keer de beklimming van de mythische Mont Ventoux. In de 20e etappe pakte Van Aert zijn 2e ritzege van deze Tour in de tijdrit naar Saint-Émilion. Een dag later vervolledigde Van Aert zijn historisch drieluik in de sprintetappe naar de Champs-Elysées. Wout van Aert wint een bergrit, tijdrit en sprint in een en dezelfde Tour. Enkel Eddy Merckx (1974) en Bernard Hinault (1979) deden hem dit voor.[10] Zes dagen na de Tour veroverde Van Aert een zilveren medaille in de wegrit van de Olympische Zomerspelen in Tokio, na Richard Carapaz.[11]

Als voorbereiding op het WK in eigen land en Parijs-Roubaix reed Van Aert de Ronde van Groot-Brittannië. Hier behaalde hij vier etappezeges en won hij het eindklassement voor Ethan Hayter en Julian Alaphilippe. Tussen 19 en 26 september stonden de wereldkampioenschappen wielrennen in België gepland. Op de tijdrit voor elite mannen werd Van Aert voor het tweede jaar op rij tweede op vijf seconden van Filippo Ganna. Door zijn indrukwekkende prestaties van het afgelopen jaar en zijn blakende vorm van de voorgaande weken, werd Van Aert vooruitgeschoven als uitgesproken kopman van de Belgische ploeg voor de wegrit voor elite mannen. Het lukte hem in een zeer zware wedstrijd niet de Belgische droom waar te maken om in eigen land wereldkampioen te worden, hij eindigde uiteindelijk op een 11e plaats. Een week later stond, na tijdens het voorjaar te zijn uitgesteld, de Koningin der Klassiekers op het programma. Van Aert sloot hier zijn successeizoen 2021 af met een 7e plaats in een heroïsche editie van Parijs-Roubaix.

Op 19 december verlengde Van Aert zijn titel als Sportman van het jaar. Hij won ook voor het tweede jaar op rij de Kristallen Fiets en voor de derde maal de Flandrien-Trofee.

2022Bewerken

Van Aert begon uitmuntend aan zijn wegseizoen met meteen een overwinning in de Omloop Het Nieuwsblad, zijn eerste wegwedstrijd van het jaar. Op de Bosberg wist hij met een versnelling aan het peloton te ontsnappen om vervolgens twaalf kilometer verder solo over de finish te rijden.[12] Naar Parijs-Nice kwam hij om zich te richten op ritzeges. Team Jumbo-Visma imponeerde in de eerste etappe. Zo reed Van Aert met zijn ploegmaats Primoz Roglic en Christope Laporte weg op de laatste beklimming van de dag en haalden ze samen de finish. Na eenmaal 2e en tweemaal 3e te zijn geëindigd in de eerste drie etappes, wist hij de vierde etappe (individuele tijdrit) te winnen.[13] In de slotetappe bikkelden de klassementsmannen nog voor de eindzege in een zinderende strijd waarin Van Aert zich wederom kon tonen als uitstekend klimmer én ploegmaat. Van Aert nam zijn kopman Roglic op sleeptouw in een achtervolging op de ontsnapte Simon Yates en reed al de andere klassementsmannen uit het wiel waardoor ze de eindzege toch konden behouden.[14] Dankzij vijf topdrienoteringen veroverde Van Aert ook het puntenklassement van deze Parijs-Nice.

Op 25 maart wist Van Aert na knap ploegwerk de E3 Saxo Bank Classic te winnen. Hij kwam, zoals in Parijs-Nice, samen met ploeggenoot Christophe Laporte over de streep na een ontsnapping van 42 kilometer.[15] Na ook een goede indruk te hebben gegeven in Gent-Wevelgem, werd Van Aert als topfavoriet bestempeld voor de Ronde van Vlaanderen. Enkele dagen voor de start sloeg het noodlot toe en kwam het nieuws dat Van Aert besmet was met Covid-19, waardoor hij forfait moest geven voor Vlaanderens Mooiste.[16] Ook kon hij zijn titel in de Amstel Gold Race hierdoor niet verdedigen. Een week later startte hij zonder veel ambities aan Parijs-Roubaix, desondanks werd hij tweede achter Dylan van Baarle door de sprint te winnen van een achtervolgende groep.[17] Door het eerdere wegvallen van de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race, besloot Van Aert om voor de eerste maal in zijn carrière te starten in Luik-Bastenaken-Luik. Hier eindigde hij op een derde plaats, na Quinten Hermans en Remco Evenepoel. Ook al hoopte hij voor de start van het seizoen op een overwinning in een monument, kon hij ondanks de coronaperikelen toch spreken van een mooi voorjaar met twee klassieke overwinningen en twee podiumplaatsen in de monumenten.[18]

 
Dag 17 van de Ronde van Frankrijk 2022

Van Aert begon zijn tweede deel van het seizoen in het Critérium du Dauphiné als voorbereiding op de Ronde van Frankrijk in deze rittenkoers won Van Aert 2 ritten in de massasprint en pakte hij de groene puntentrui mee naar huis. Door een lichte knieblessure in de aanloop naar de Tour kon Van Aert zijn Belgische titel op de weg niet verdedigen.

 
Van Aert in na-Tourcriterium van Herentals

Van Aert begon de Ronde van Frankrijk 2022 met een 2e plaats in de openingstijdrit en ook in de twee opeenvolgende etappes werd hij tweede. Door middel van bonificatiesecondes veroverde Van Aert in de 2e etappe de gele leiderstrui, deze zou hij vier etappes dragen. In de 4e etappe pakte hij op indrukwekkende wijze zijn 7e ritzege in de Tour. Na uitstekend voorbereidend werk van zijn ploeg viel Van Aert op 10 km aan op de Cap Blanc Nez, hij hield in zijn eentje een aanstormend peleton af om vervolgens solo te triomferen in Calais. Hiermee volgde Van Aert 46 jaar later Freddy Maertens op als Belg die een rit wint in de Tour met de gele trui aan. Van Aert won vier dagen later ook de 8e etappe in Lausanne na een machtige sprint bergop tegen Michael Matthews en Tadej Pogačar. In etappe 20 slaagde Van Aert er in om zijn derde ritzege van deze tour te winnen door op de voorlaatste dag de tijdrit van Lacapelle-Marival naar Rocamadour te winnen. Zijn ploegmaat Jonas Vingegaard werd in dezelfde tijdrit 2e en kon zo de gele trui veiligstellen waardoor Van Aert’s ploeg Team Jumbo-Visma voor de eerste keer het algemeen klassement van de Tour de France kon winnen. Van Aert won in deze Tour de France voor de eerste maal het puntenklassement met een indrukwekkend eindtotaal van 480 punten, een aantal waarmee hij het record van Peter Sagan (477 punten) verbetert. Door zijn aanvalslustig koersen gedurende de hele Ronde van Frankrijk, werd hem ook de Prijs van de Strijdlust toebedeeld. Hiermee is hij de eerste Belg sinds Eddy Merckx die deze prijs kan winnen.

PrivélevenBewerken

Wout van Aert groeide op in Lille en woont sinds 2015 in Herentals waar hij voordien als boreling ook ter wereld kwam. Zijn vader Henk van Aert en moeder Ivonne Boeckx zijn geboren en getogen in het Kempense Lille. De ouders van Henk van Aert zijn van Nederlandse afkomst. Zij zijn in de jaren 1960 naar Lille verhuisd om daar een boerenbedrijf te beginnen. De Nederlandse roots blijken ook uit de schrijfwijze van de achternaam; het tussenvoegsel 'van' wordt met een kleine letter geschreven, in plaats van met een hoofdletter zoals gebruikelijk in België.[19]

Van Aert studeerde in het middelbaar onderwijs wetenschappen-wiskunde. Daarna volgde hij anderhalf jaar de opleiding toegepaste informatica aan de Thomas More-hogeschool in Geel, waarna hij zich volledig op het wielrennen stortte.[20][21]

In 2018 huwde de wielrenner Sarah De Bie, eveneens afkomstig uit Lille. In 2021 werd een zoon geboren.[22]

PalmaresBewerken

VeldrijdenBewerken

OverwinningenBewerken

Seizoen Wereldbeker Superprestige X²O Trofee WK
 
EK
 
BK
 
Overige Totaal
aantal
zeges
2013–2014 NVT NVT NVT Otegem 1
2014–2015 Koksijde Oudenaarde, Hamme, Essen, Loenhout, Baal, Eindklassement   NVT   Kruibeke, Mol, Bredene, Zonnebeke, Eeklo, Lebbeke, Oostmalle 13
2015–2016 Las Vegas, Eindklassement Gieten, Zonhoven, Asper-Gavere, Francorchamps, Eindklassement Ronse, Oudenaarde, Hamme, Essen, Antwerpen, Baal, Eindklassement       Neerpelt, Erpe-Mere, Kruibeke, Mol, Eeklo 18
2016–2017 Las Vegas, Iowa, Heusden-Zolder, Fiuggi, Eindklassement Francorchamps Ronse, Oudenaarde, Essen, Loenhout, Eindklassement       Geraardsbergen, Waterloo, Ardooie, Boom, Bredene, Oostmalle, Masters Waregem 18
2017–2018 Zeven, Namen Boom, Asper-Gavere   DNS   Ardooie, Sint-Niklaas, Bredene 9
2018–2019 Pontchâteau       Ardooie, Bredene, La Mézière 4
2019–2020 Lille 4e DNS 5e 1
2020–2021 Dendermonde, Overijse, Eindklassement Herentals   DNS   Mol 5
2021–2022 Val di Sole, Dendermonde Boom, Heusden-Zolder Loenhout, Baal, Herentals DNS DNS   Essen 9
Totaal 13 9 20 3 0 5 28 78

ErelijstBewerken

Seizoen Aantal zeges       WB SP X²O UCI
2013–2014 1 overwinning NVT NVT NVT NVT NVT NVT 10e
2014–2015 13 overwinningen   NVT   24e 12e    
2015–2016 18 overwinningen              
2016–2017 18 overwinningen              
2017–2018 9 overwinningen   DNS          
2018–2019 4 overwinningen         4e 14e  
2019–2020 1 overwinning 4e DNS 5e 53e DNS 15e 34e
2020–2021 5 overwinningen   DNS     13e 9e 7e
2021–2022 9 overwinningen DNS DNS   17e 10e 9e 17e
Totaal 78 overwinningen 3 0 5 3 1 3 2

JeugdBewerken

WegwielrennenBewerken

OverwinningenBewerken

2014 – 3 zeges

2015 – 1 zege

  • Wingene Koers (geen UCI-zege)

2016 – 4 zeges

2017 – 3 zeges

2018 – 3 zeges

2019 – 5 zeges

2020 – 6 zeges

2021 – 13 zeges

2022 – 9 zeges

Totaal: 45 zeges (waarvan 37 individuele UCI-zeges)

Resultaten in voornaamste wedstrijdenBewerken

Jaar Ronde van
Italië
Ronde van
Frankrijk
Ronde van
Spanje
2018
2019 opgave (1) 
2020 20e (2) 
2021 19e (3) 
2022 22e (3)   
(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen
Jaar Milaan-San Remo Gent-Wevelgem Ronde van Vlaanderen Parijs-Roubaix Amstel Gold Race Luik-Bast.‑Luik E3 Saxo Bank Classic Strade Bianche Omloop Het Nieuwsblad WK op de weg Wereld­ranglijsten
2018 10e 9e 13e   ↑ 32e 74e (UWR)
2019 6e 29e 14e 22e 58e     ↑ 13e 37e (UWR)
2020   ↑ 8e   ↑   ↑ 11e   ↑   (UWR)
2021   ↑   ↑ 6e 7e   ↑ 11e 4e 11e   (UWR)
2022 8e 12e   ↑   ↑   ↑   ↑

Resultaten in kleinere rondesBewerken

Jaar Parijs-Nice Tirreno-Adriatico Critérium du Dauphiné BinckBank Tour Ronde van België Ronde van Denemarken Ronde van Groot-Brittannië
2013 opgave
2014
2015 23e
2016 8e (1)
2017 37e 10e
2018   ↑ (1)
2019 47e (2) 
2020 32e (1) 
2021   ↑ (2)    ↑ (4)
2022 32e (1)   49e (2) 

(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen

Olympische SpelenBewerken

         
Wegrit mannen 2020 0 1 0

PloegenBewerken

OnderscheidingenBewerken

KledinglijnBewerken

Sinds 29 september 2017 heeft Wout van Aert samen met zijn vrouw Sarah De Bie een eigen kledinglijn met de naam Panache. “Fans zijn op zoek naar kledij die ze niet alleen in het veld, maar ook in het dagelijkse leven kunnen dragen”, aldus Van Aert.[23]

Externe linkBewerken

Wielerploegen

Van Aert · Affini · Bennett · Bouwman · Dekker · van Dijke (vanaf 5 september) · Dumoulin · Eenkhoorn · Van Emden · Foss · Gesink · Groenewegen · Harper · Hofstede · Van Hooydonck · Kooij (vanaf 18 februari) · Kruijswijk · Kuss · Leemreize · Martens (t/m 30 mei) · Martin · Oomen · Pfingsten · Roglič   · Roosen · Teunissen · Tolhoek · Vingegaard · Wynants (t/m 4 april)

Voorganger:
  Mathieu van der Poel
2015
  Wereldkampioen veldrijden  
  Wout van Aert
2016, 2017, 2018
Opvolger:
  Mathieu van der Poel
2019

Voorganger:
Klaas Vantornout
2015
  Belgisch kampioen veldrijden  
Wout van Aert
2016, 2017, 2018
Opvolger:
Toon Aerts
2019
Voorganger:
Laurens Sweeck
2020
  Belgisch kampioen veldrijden  
Wout van Aert
2021, 2022
Opvolger:
-

Voorganger:
Victor Campenaerts
2018
  Belgisch kampioen tijdrijden  
Wout van Aert
2019, 2020
Opvolger:
Yves Lampaert
2021

Voorganger:
Dries De Bondt
2020
  Belgisch kampioen wielrennen  
Wout van Aert
2021
Opvolger:
-
Voorganger:
Remco Evenepoel
2019
Kristallen Fiets
Wout van Aert
2020, 2021
 
Opvolger:
-
Zie de categorie Wout van Aert van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.