Remco Evenepoel

Belgisch wielrenner

Remco Evenepoel (Aalst, 25 januari 2000) is een Belgisch wielrenner die anno 2022 rijdt voor Quick Step-Alpha Vinyl. Als neoprof won hij in 2019 de Ronde van België, de Clásica San Sebastián en het Europees kampioenschap tijdrijden. In 2022 won hij met Luik-Bastenaken-Luik zijn eerste Monument en met de Ronde van Spanje zijn eerste Grote Ronde. Datzelfde jaar werd hij in Wollongong ook wereldkampioen op de weg.[2]

Remco Evenepoel
Evenepoel na het WK voor junioren in 2018
Persoonlijke informatie
Bijnaam De Aerokogel van Schepdaal[1]
Geboortedatum 25 januari 2000
Geboorteplaats Aalst, België
Nationaliteit Belgische
Lengte 171 cm
Gewicht 60 kg
Sportieve informatie
Huidige ploeg Quick Step-Alpha Vinyl
Discipline(s) Wegwielrennen
Specialisatie(s) Klimmer, tijdrijder
Ploegen
2019–2021
2022
Deceuninck–Quick-Step
Quick Step-Alpha Vinyl
Beste prestaties
Luik-Bastenaken-Luik 1e (2022)
Ronde van Lombardije 19e (2021)
Ronde van Spanje 1e (2022)
2 etappezeges
WK op de weg 1e (2022)
Overige
Zeges:  
Clásica San Sebastián
Ronde van Polen
2019, 2022
2020
Medailleoverzicht
Wegwielrennen
Evenement Goud Zilver Brons
Wereldkampioenschappen 1 1 2
Europese kampioenschappen 1 1 1
Totaal (7 medailles) 2 2 3
Medailles
Wegwielrennen
Wereldkampioenschappen
Goud Wollongong 2022 Wegwedstrijd
Zilver Yorkshire 2019 Individuele tijdrit
Brons Brugge 2021 Individuele tijdrit
Brons Wollongong 2022 Individuele tijdrit
Europese kampioenschappen
Goud Alkmaar 2019 Individuele tijdrit
Zilver Trente 2021 Wegwedstrijd
Brons Trente 2021 Individuele tijdrit
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

VoetbalcarrièreBewerken

Remco Evenepoel begon zijn carrière als voetballer op vijfjarige leeftijd bij RSC Anderlecht. Van zijn elfde tot en met zijn veertiende speelde hij vier seizoenen bij het Nederlandse PSV, waarna hij opnieuw de overstap maakte naar Anderlecht. In 2014 en 2015 speelde Evenepoel in totaal vier wedstrijden bij het nationale U15-elftal, in 2015 en 2016 speelde hij vijf wedstrijden bij de U16 van de Rode Duivels.

Nadat hij bij Anderlecht meerdere malen op de bank moest blijven zitten, verruilde hij begin 2017 paars-wit voor KV Mechelen. Daar hing hij vier maanden later zijn voetbalschoenen aan de haak.

Jeugdinterlands van Remco Evenepoel
Team (№ interlands) Datum Wedstrijd Uitslag Soort wedstrijd Doelpunten
Als speler bij RSC Anderlecht
Onder 15 (1.) 11 november 2014   BelgiëNederland   2 – 2 Vriendschappelijk
Onder 15 (2.) 13 november 2014   NederlandBelgië   3 – 1 Vriendschappelijk
Onder 15 (3.) 17 februari 2015   ItaliëBelgië   2 – 1 Vriendschappelijk   66'
Onder 15 (4.) 19 februari 2015   ItaliëBelgië   1 – 2 Vriendschappelijk
Onder 16 (1.) 12 september 2015   BelgiëDuitsland   1 – 5 Vriendschappelijk
Onder 16 (2.) 24 november 2015   PortugalBelgië   3 – 3 Vriendschappelijk
Onder 16 (3.) 26 november 2015   PortugalBelgië   3 – 2 Vriendschappelijk
Onder 16 (4.) 18 januari 2016   BelgiëGriekenland   0 – 1 Vriendschappelijk
Onder 16 (5.) 21 januari 2016   BelgiëVerenigde Staten   0 – 2 Vriendschappelijk

WielrennenBewerken

JeugdBewerken

In april 2017 debuteerde Evenepoel in het wielrennen, de sport waarin zijn vader Patrick Evenepoel van 1991 tot 1994 prof was. In zijn eerste wedstrijd bij de junioren eindigde Evenepoel 71e, maar twee maanden later boekte hij meteen zijn eerste overwinning. Uiteindelijk sloot hij het seizoen 2017 af met 7 overwinningen, waaronder La Philippe Gilbert. Aan het einde van het seizoen was hij ook geselecteerd voor het wereldkampioenschap in het Noorse Bergen, maar daar moest hij na drie valpartijen opgeven.

In zijn tweede seizoen bij de junioren begon Evenepoel met winst in het clubkampioenschap te Rumst. Daarna won hij onder andere Kuurne-Brussel-Kuurne en de Guido Reybrouck Classic, alvorens hij zich begin mei tot Belgisch kampioen tijdrijden kroonde.[3] Een week later schreef hij, na twee etappezeges, ook het eindklassement van de prestigieuze Vredeskoers op zijn naam. Eind mei won hij een etappe en het eindklassement in de Trophée Centre Morbihan, en werd hij Belgisch kampioen op de weg.[4]

In juli werd hij Europees kampioen tijdrijden voor junioren. Hij won voor landgenoot Ilan Van Wilder en de Italiaan Antonio Tiberi. Bij de beloftencategorie kon enkel Edoardo Affini zijn tijd verbreken. In de wegwedstrijd, twee dagen later, won Evenepoel met een voorsprong van bijna 10 minuten op de Zwitser Alexandre Balmer.[5] Begin augustus won Evenepoel de derde etappe en het eindklassement van Aubel-Thimister-Stavelot. Een maand later schreef hij drie etappes en het eindklassement van de Giro della Lunigiana op zijn naam.

 
Evenepoel tijdens het WK tijdrijden voor junioren in 2018
 
Evenepoel tijdens het WK op de weg voor junioren in 2018

Op 25 september werd Evenepoel wereldkampioen tijdrijden voor junioren in het Oostenrijkse Innsbruck. Hij klopte de Australiër Lucas Plapp met 1 minuut en 23 seconden, de grootste voorsprong ooit op een wereldkampioenschap tijdrijden voor junioren. De Italiaan Andrea Piccolo vervolledigde het podium.[6]

Twee dagen later wist hij ook de wegrit te winnen, met anderhalve minuut voorsprong op de Duitser Marius Mayrhofer en de Italiaan Alessandro Fancellu. Evenepoel reed, nadat hij eerder vanwege materiaalpech een achterstand van bijna 2 minuten had goedgemaakt, op 20 kilometer van het einde weg en kwam solo over de finish.[7] Hij was daarmee de eerste junior ooit die in hetzelfde jaar zowel het wereldkampioenschap tijdrijden als het wereldkampioenschap op de weg wist te winnen. Uiteindelijk sloot Evenepoel zijn seizoen af met 36 zeges en bracht zo zijn totaal op 43 zeges bij de junioren.

2019Bewerken

In 2019 werd Evenepoel prof bij de Belgische wielerploeg Deceuninck–Quick-Step. Hij sloeg de beloftencategorie over en maakte op 27 januari als 19-jarige zijn profdebuut in de Ronde van San Juan. Hij maakte er meteen indruk en werd na de tweede etappe leider in het jongerenklassement.[8] In de daaropvolgende derde etappe, een tijdrit over 12 kilometer, eindigde hij derde, zijn eerste podiumplek bij de profs.[9] Uiteindelijk werd hij negende in het eindklassement en won hij het jongerenklassement met een voorsprong van 3 seconden op de Zwitser Gino Mäder.[10]

Zijn World Tour-debuut maakte Evenepoel in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten eind februari. Na vijftiende te zijn geworden in de eerste bergrit, moest hij in de vierde etappe opgeven door een valpartij.[11] De daaropvolgende wedstrijden die hij reed waren Nokere Koerse, zijn profdebuut op Belgische bodem, en de Bredene Koksijde Classic. De eerstvolgende etappewedstrijd die hij reed, was de Ronde van Turkije in april. In de koninginnenrit deed hij een gooi naar de overwinning, maar werd hij uiteindelijk vierde.[12] In het eindklassement eindigde hij eveneens als vierde.

Tijdens de koninginnenrit van de Ronde van Romandië was Evenepoel mee met de vlucht van de dag. In slechte weersomstandigheden ging hij mee tot de slotklim, maar toen Daniel Martin versnelde, moest hij lossen. In de afsluitende tijdrit werd hij vijftiende. In de Ronde van Noorwegen kwam Evenepoel tijdens de eerste etappe ten val. Op Twitter postte hij een foto van zijn gedeukte helm. "Deze helm heeft mijn leven gered", schreef hij erbij. "Nog eens het bewijs dat je er altijd een moet dragen."[13] In de vijfde etappe trok hij samen met de Zwitser Marc Hirschi in de aanval. Pas op 4 kilometer van het einde werden ze gegrepen door het uitgedunde peloton.[14]

Eind mei nam Evenepoel met zijn ploeg Deceuninck–Quick-Step deel aan de Hammer Series Stavanger. De ploeg won de tweede etappe, de Hammer Sprint, en eindigde zesde in het eindklassement.[15] Twee weken later reed hij solo naar de zege in de klimwedstrijd van de Hammer Series Limburg. Hij reed op 29 kilometer van het einde weg van zijn medevluchters en hield aan de finish meer dan een minuut over op de eerste achtervolgers.[16] Deceuninck–Quick-Step won ook de sprintwedstrijd en het eindklassement.[17]

Op 13 juni behaalde Evenepoel tijdens de tweede etappe van de Ronde van België met aankomst in Zottegem zijn eerste individuele overwinning bij de profs. Op 12 kilometer van het einde trok hij in de aanval met werelduurrecordhouder Victor Campenaerts. Nadat die laatste in een linkse bocht onderuit ging, reed Evenepoel solo naar de winst.[18] In de daaropvolgende dagen slaagde hij erin zijn leiderstrui te behouden en zo zijn eerste etappewedstrijd bij de profs te winnen.[19]

Eind juli won hij de derde etappe van de Adriatica Ionica Race. Hij haalde het na een solo van iets meer dan 25 kilometer met 2 minuten voorsprong op zijn dichtste achtervolgers.[20] Een week later werd hij de jongste winnaar ooit van een World Tour-wedstrijd door de Clásica San Sebastián te winnen. Enkel Victor Fastre en Georges Ronsse waren vóór de invoering van de World Tour jonger toen ze een grote eendagswedstrijd wonnen.[21] Nog een week later werd hij Europees kampioen tijdrijden in Alkmaar. Hij was 18 seconden sneller dan de Deen Kasper Asgreen, tevens ploeggenoot bij Deceuninck–Quick-Step. Evenepoel droeg zijn overwinning op aan collega-wielrenner Bjorg Lambrecht, die drie dagen eerder was overleden tijdens de Ronde van Polen.[22]

Op het wereldkampioenschap tijdrijden in Yorkshire eindigde hij als tweede na Rohan Dennis, de beste prestatie ooit voor België in de individuele tijdrit bij de elite mannen.[23] Begin november verloor hij nipt de verkiezing van de Flandrien-Trofee, die werd gewonnen door Wout van Aert.[24] Een maand later won hij wel de verkiezing voor de Kristallen Fiets.[25] Hij werd daarna ook verkozen tot Sportman van het jaar.[26]

2020Bewerken

Het seizoen 2020 begon voor Evenepoel opnieuw met de Ronde van San Juan. In de derde etappe, een individuele tijdrit over 15 kilometer, was het meteen raak. Hij verpulverde de tegenstand en nam de leiderstrui over van Fernando Gaviria.[27] Dankzij een vijfde plaats in de koninginnenrit richting de Alto Colorado kwam de eindzege daarna niet meer in gevaar.[28] Evenepoel zette zijn sterk seizoensbegin verder in de Ronde van de Algarve, waar hij met een indrukwekkende versnelling bergop de tweede etappe op zijn naam schreef. Hij won ook de afsluitende tijdrit door 10 seconden sneller te rijden dan regerend wereldkampioen Rohan Dennis en verzekerde zich daarmee van de eindzege.[29]

Als gevolg van de coronacrisis kon Evenepoel pas eind juli zijn seizoen voortzetten in de Ronde van Burgos. Na een tiende plaats in de openingsrit degradeerde hij de tegenstand in de derde etappe met aankomst op de Picón Blanco. Dankzij een derde plaats in de slotrit, na Iván Sosa en Mikel Landa, stelde Evenepoel de eindzege veilig.[30] In de daaropvolgende Ronde van Polen won hij de vierde etappe na een solo van 50 kilometer, met bijna twee minuten voorsprong op eerste achtervolger Jakob Fuglsang. Aan de finish had hij voldoende tijd om het rugnummer van zijn ploegmaat Fabio Jakobsen, die in de eerste rit zwaar ten val was gekomen, omhoog te houden. In de afsluitende vijfde etappe kwam de eindzege van Evenepoel niet meer in gevaar, waardoor hij ook zijn vierde rittenkoers van het jaar winnend wist af te sluiten.[31]

Midden augustus kwam zijn seizoen echter abrupt ten einde na een zware val in de Ronde van Lombardije, waar hij als grote favoriet gestart was. Evenepoel botste tijdens de afdaling van de Muro di Sormano tegen een muurtje en dook via de rand van een brug een ravijn in. Daar hield hij een bekkenbreuk en een bloeduitstorting aan zijn longen aan over.[32]

2021Bewerken

Door de val in de Ronde van Lombardije moest Evenepoel zijn seizoenstart noodgedwongen uitstellen. Op 8 mei begon hij zijn seizoen in de Ronde van Italië. Aanvankelijk reed Evenepoel mee voor het algemeen klassement, maar door de korte voorbereiding en het weinige koersritme zakte hij er in de loop van de tweede week door. Hierdoor gaf hij na de 17e etappe ook op.

Na de Ronde van Italië hervatte hij in de Baloise Belgium Tour, waar hij de tijdrit won en eindwinnaar werd. Op het BK tijdrijden werd Evenepoel tweede na ploegmaat Yves Lampaert. Ook werd hij derde op het BK op de weg. Zijn volgende doel was de Olympische Spelen, maar daar stelde hij zowel in de wegrit als in de tijdrit enigszins teleur. Toch bleef Evenepoel niet bij de pakken zitten en knoopte hij weer aan met twee etappezeges en de eindzege in de Ronde van Denemarken. Vervolgens won hij ook nog de Druivenkoers na een solo van 60 kilometer en twee dagen later triomfeerde hij in zijn thuiskoers, de Brussels Cycling Classic. Op het EK tijdrijden werd Evenepoel derde na Küng en Ganna, in de wegrit veroverde hij zilver.[33]

Op het WK tijdrijden in eigen land werd Evenepoel knap derde na Ganna en Van Aert. Na het WK won hij de Coppa Bernocchi door met 2 minuten voorsprong aan te komen na een solo van 30 kilometer.

2022Bewerken

 
Evenepoel tijdens de 10e etappe van de Ronde van Spanje 2022

Evenepoel begon het seizoen in de Ronde van Valencia, waar hij meteen de openingsetappe wist te winnen door weg te rijden uit een elitegroep. Hij eindigde op een tweede plaats in het algemeen klassement, achter Aleksandr Vlasov. Zijn volgende wedstrijd was de Ronde van de Algarve. Door winst in de tijdrit op de vierde dag kon hij er voor de tweede keer het eindklassement in de wacht slepen. Na passages in de Tirreno-Adriatico en de Ronde van het Baskenland, reed Evenepoel met de Brabantse Pijl zijn eerste wedstrijd op Belgische bodem van het jaar. Hij reed 55 kilometer in de aanval met een kleine groep, maar moest zich uiteindelijk tevreden stellen met een zesde plaats. Op 24 april werd de 108e editie van Luik-Bastenaken-Luik verreden, hét hoofddoel van het voorjaar voor Evenepoel. De wedstrijd begon niet rooskleurig voor zijn ploeg met het wegvallen van medekopman Julian Alaphilippe, maar op La Redoute besloot Evenepoel zijn verschroeiende aanval in te zetten. Niemand kon zijn wiel volgen en zo won hij op 22-jarige leeftijd met Luik-Bastenaken-Luik zijn eerste Monument, na een solo van 29,6 kilometer met 48 seconden voorsprong op de nummer twee.[34] Het was tevens zijn eerste deelname aan deze wielerklassieker. Hij werkte de 257,1 kilometer af met een gemiddelde snelheid van 41,397 kilometer per uur, wat de snelste editie in de geschiedenis van La Doyenne was.

Een maand later stond Evenepoel aan de start van de Ronde van Noorwegen. Hij was er heer en meester en won drie etappes én het eindklassement. Twee dagen later stond hij alweer aan de start van Gullegem Koerse, de thuiskoers van zijn ploeg Quick Step-Alpha Vinyl. Op 11 kilometer van de streep liet hij de kopgroep achter en won hij opnieuw met sprekend gemak. Tijdens de Ronde van Zwitserland kon hij zijn gewenste niveau niet halen, maar kon hij de rittenkoers toch positief afsluiten met winst in de tijdrit. Hij werd elfde in het eindklassement. Zijn tijdritvorm zat goed en dat kon hij etaleren door vier dagen later ploegmaat Yves Lampaert te verslaan op het Belgisch kampioenschap tijdrijden.

Na de Belgische kampioenschappen begon hij aan de voorbereiding van de Ronde van Spanje, zijn grote doel van de zomer. Na weken van maniakale voorbereiding wou hij wedstrijdritme opdoen in de Clásica San Sebastián. Na een fenomenale solo van meer dan 40 kilometer schreef hij deze wedstrijd voor de tweede maal op zijn palmares. Door deze overwinning startte hij op 19 augustus aan zijn eerste Ronde van Spanje als een van de favorieten voor de eindzege. Zelf verlaagde hij deze verwachtingen met als persoonlijk doel om een of meer etappes te winnen en een goed klassement te rijden. Al na de 6e etappe veroverde Evenepoel de rode trui, tevens zijn eerste leiderstrui in een Grote Ronde. Op de 10e dag mocht Evenepoel in de rode leiderstrui als laatste starten aan de individuele tijdrit. Hij reed een verbluffende tijdrit en won met 48 seconden voorsprong op regerend olympisch kampioen tijdrijden Primož Roglič en 1 minuut en 51 seconden op Enric Mas, zijn twee dichtste belagers. Dit was zijn eerste etappezege in een Grote Ronde. Door de naweeën van een val verloor hij enkele seconden tijdens het zware weekend van de tweede week, maar hij kon de slotweek starten met nog steeds een zeer ruime voorsprong. Zijn voorsprong kwam niet meer in gedrang tijdens deze laatste week, in de 18e etappe met een aankomst bergop breidde hij zijn voorsprong zelfs uit door Enric Mas te verslaan. Hiermee won hij zijn eerste etappe in lijn in een Grote Ronde. Op zondag 11 september won Evenepoel zijn eerste Grote Ronde en werd hij 44 jaar na Johan de Muynck de volgende Grote Rondewinnaar voor België.

Twee weken later schreef hij in Wollongong ook het WK op de weg op zijn naam. Na een indrukwekkende solo van 25 kilometer won hij met een voorsprong van 2 minuten en 21 seconden op de groep der favorieten.[2] Hij volgde daarmee Philippe Gilbert op als laatste Belgische wereldkampioen en werd nog maar de vierde renner die erin slaagde om in hetzelfde jaar een Monument, een Grote Ronde en het WK te winnen. Alfredo Binda (1927), Eddy Merckx (1971) en Bernard Hinault (1980) gingen hem voor.

PalmaresBewerken

JeugdBewerken

Trui Kampioenschap Jaar
  Belgisch kampioenschap tijdrijden junioren 2018
Belgisch kampioenschap op de weg junioren 2018
  Europees kampioenschap tijdrijden junioren 2018
Europees kampioenschap op de weg junioren 2018
  Wereldkampioenschap tijdrijden junioren 2018
Wereldkampioenschap op de weg junioren 2018

ProfzegesBewerken

2019 - 12 zeges

2020 - 9 zeges

2021 - 8 zeges

2022 - 16 zeges

Totaal: 45 zeges (waarvan 37 individuele UCI-zeges)

Resultaten in voornaamste wedstrijdenBewerken

Jaar Ronde van
Italië
Ronde van
Frankrijk
Ronde van
Spanje
2019
2020
2021 opgave  
2022   ↑ (2)  
(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen
Jaar Luik-Bast.‑Luik Ronde van Lombardije Clásica San Sebastián Waalse Pijl Brabantse Pijl WK op de weg Wereld­ranglijsten
2019   ↑ opgave 39e (UWR)
2020 opgave 20e (UWR)
2021 19e 62e 14e (UWR)
2022   ↑   43e 6e   ↑

Resultaten in kleinere rondesBewerken

Jaar Ronde van San Juan Ronde van de Algarve Ronde van Valencia Tirreno-Adriatico Ronde van het Baskenland Ronde van Turkije Ronde van Romandië Ronde van Noorwegen Ronde van Zwitserland Ronde van België Ronde van Burgos Ronde van Polen Ronde van Denemarken
2019 9e   4e 76e 63e   ↑ (1) 
2020   ↑ (1)    ↑ (2)    ↑ (1)    ↑ (1)
2021   ↑ (1)   ↑ (2) 
2022   ↑ (1)  2e (1)  11e 4e     ↑ (3)  11e (1)

(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen

PloegenBewerken

OnderscheidingenBewerken

Wielerploegen
Voorganger:
  Julian Alaphilippe
2021
  Wereldkampioen wielrennen  
2022
   
Opvolger:
-
Voorganger:
  Victor Campenaerts
2018
  Europees kampioen tijdrijden  
  Remco Evenepoel
2019
Opvolger:
  Stefan Küng
2020
Voorganger:
Yves Lampaert
2021
  Belgisch kampioen tijdrijden  
Remco Evenepoel
2022

Zie de categorie Remco Evenepoel van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.