Veldrijden in het seizoen 2020-2021

sportseizoen van een competitie

Het veldritseizoen 2020-2021 begint op 5 september 2020 met de Virginia's Blue Ridge GO Cross in Roanoke, Verenigde Staten en eindigt op 21 februari 2020 met de Internationale Sluitingsprijs in Oostmalle, België.

Veldrijden in het seizoen 2020-2021
(Mannen elite)
Eindklassementen
Regenboogtrui WK Vlag van Nederland Mathieu van der Poel
Europeese kampioenstrui EK Vlag van België Eli Iserbyt
Belgische kampioenstrui BK Vlag van België Wout van Aert
Nederlandse kampioenstrui NK niet verreden
Wereldbeker Vlag van België Wout van Aert
Superprestige Vlag van België Toon Aerts
Trofee Vlag van België Eli Iserbyt
Navigatie
<<< 2019-2020     2021-2022 >>>
Portaal  Portaalicoon   Wielersport
Veldrijden in het seizoen 2020-2021
(Vrouwen elite)
Eindklassementen
Regenboogtrui WK Vlag van Nederland Lucinda Brand
Europeese kampioenstrui EK Vlag van Nederland Ceylin del Carmen Alvarado
Belgische kampioenstrui BK Vlag van België Sanne Cant
Nederlandse kampioenstrui NK niet verreden
Wereldbeker Vlag van Nederland Lucinda Brand
Superprestige Vlag van Nederland Lucinda Brand
Trofee Vlag van Nederland Lucinda Brand
Navigatie
<<< 2019-2020     2021-2022 >>>
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

UCI rankingBewerken

De UCI ranking wordt opgemaakt aan de hand van de resultaten van het afgelopen jaar. Bij elke nieuwe ranking worden de punten behaald sinds de vorige ranking erbij geteld en de punten die zijn behaald tot dezelfde datum het jaar ervoor eraf gehaald. Het aantal punten dat gewonnen kan worden bij elke wedstrijd is afhankelijk van de wedstrijdcategorie. De startvolgorde in sommige wedstrijden is afhankelijk van deze ranking: hoe hoger op de ranking, hoe verder vooraan de renner mag starten.

De beste vijftig renners en rensters in de ranking zijn startgerechtigd in de wereldbeker, mits gerangschikt bij de beste acht van hun land. Alle landen die minder dan acht startgerechtigde renners hebben, mogen hun team aanvullen tot acht renners.

PuntenverdelingBewerken

Categorie Omschrijving 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e
CM Wereldkampioenschap (Championnats du Monde) 400 360 320 280 240 200 190 180 170 160
CDM Wereldbeker (Coupe du Monde) 200 160 140 120 110 100 90 80 70 60
CC Continentaal kampioenschap (Championnats Continental) 100 60 40 30 25 20 17 15 12 10
CN Nationaal kampioenschap (Championnat National) 100 60 40 30 25 20 15 10 5 3
C1 Wedstrijdcategorie 1 80 60 40 30 25 20 17 15 12 10
C2 Wedstrijdcategorie 2 40 30 20 15 10 8 6 4 2 1

Voor alle categorieën, behalve de jongens junioren worden alle resultaten meegenomen voor de UCI ranking.
Voor de jongens junioren worden alleen de beste uitslagen in aanmerking genomen:
- jongens junioren wedstijden van een klasse 1 of klasse 2 evenement: de beste 6 resultaten van elke renner;
- jongens junioren UCI Wereldbekerwedstrijd: de beste 5 resultaten van elke renner.

Corona maatregelenBewerken

Vanwege de coronapandemie zijn enkele maatregelen genomen om de ranking eerlijker te maken voor rijders die niet in staat zijn om wedstrijden te rijden:

  • Mannen elite en vrouwen elite: de UCI-ranking vanaf 17 november 2020 bestaat naast de verdiende punten uit het seizoen 2020-2021, uit de UCI-punten van het seizoen 2019-2020 van de wedstrijden die in het seizoen 2020-2021 zijn afgelast. (Een voorbeeld: de pan-Amerikaanse kampioenschappen veldrijden van 7-8 november 2020 zijn afgelast vanwege de coronapandemie. De punten van de vorige editie van 9-10 november 2019 blijven in de ranglijst tot het einde van het seizoen 2020-2021.)
  • Mannen elite en vrouwen elite: alle punten worden na het seizoen 2021-2022 op nul gezet, met uitzondering van de punten van de Wereldkampioenschappen veldrijden 2021.
  • Jongens junioren: de junioren ranking is geannuleerd per 17 november 2020 en zal herstarten in het begin van het seizoen 2021-2022, met uitzondering van de punten van de Wereldkampioenschappen veldrijden 2021.[1]

EindstandenBewerken

MannenBewerken

Individueel
Plaats Renner Punten
1   Toon Aerts 2.771
2   Eli Iserbyt 2.365
3   Michael Vanthourenhout 2.243
4   Mathieu van der Poel 2.150
5   Laurens Sweeck 2.150
6   Lars van der Haar 1.843
7   Wout van Aert 1.685
8   Quinten Hermans 1.605
9   Corné van Kessel 1.421
10   Tom Pidcock 1.327
11   Felipe Orts Lloret 1.111
12   Gianni Vermeersch 1.000
13   Kevin Kühn 986
14   Daan Soete 903
15   Curtis White 901
16   Ryan Kamp 870
17   Joris Nieuwenhuis 721
18   Vincent Baestaens 699
19   Kevin Suarez Fernandez 694
20   Thijs Aerts 693
Landen
Plaats Land Punten
1   België 7.379
2   Nederland 5.414
3   Verenigd Koninkrijk 2.154
4   Spanje 2.128
5   Zwitserland 1.957
6   Verenigde Staten 1.859
7   Frankrijk 1.444
8   Tsjechië 1.186
9   Italië 871
10   Duitsland 730
11   Canada 615
12   Japan 535
13   Australië 427
14   Slowakije 385
15   Polen 381
16   Denemarken 306
17   Luxemburg 251
18   Ierland 243
19   Oostenrijk 233
20   Nieuw-Zeeland 212
Landen U23
Plaats Land Punten
1   Verenigd Koninkrijk 2.154
2   Nederland 1.686
3   België 1.088
4   Zwitserland 563
5   Spanje 499
6   Frankrijk 463
7   Verenigde Staten 400
8   Tsjechië 292
9   Italië 266
10   Japan 199
11   Canada 192
12   Noorwegen 185
13   Luxemburg 184
14   Finland 180
15   Denemarken 155
16   Chili 135
17   Estland 130
18   Kroatië 115
19   Duitsland 115
20   Australië 96

VrouwenBewerken

Individueel
Plaats Renster Punten
1   Ceylin del Carmen Alvarado 2.852
2   Lucinda Brand 2.565
3   Annemarie Worst 2.176
4   Denise Betsema 2.167
5   Clara Honsinger 1.693
6   Manon Bakker 1.440
7   Maghalie Rochette 1.426
8   Sanne Cant 1.298
9   Yara Kastelijn 1.277
10   Kata Blanka Vas 1.034
11   Lucia Gonzalez Blanco 1.010
12   Anna Kay 985
13   Inge van der Heijden 984
14   Rebecca Fahringer 914
15   Aniek van Alphen 834
16   Eva Lechner 803
17   Alice Maria Arzuffi 766
18   Christine Majerus 739
19   Fem van Empel 717
20   Perrine Clauzel 704
Landen
Plaats Land Punten
1   Nederland 7.593
2   Verenigde Staten 3.254
3   België 2.625
4   Canada 2.204
5   Verenigd Koninkrijk 2.043
6   Italië 1.990
7   Frankrijk 1.925
8   Spanje 1.793
9   Tsjechië 1.374
10   Hongarije 1.134
11   Luxemburg 925
12   Zwitserland 760
13   Duitsland 726
14   Oostenrijk 498
15   Japan 498
16   Slowakije 481
17   Australië 366
18   Polen 328
19   Ierland 277
20   Noorwegen 250
Landen U23
Plaats Land Punten
1   Nederland 3.258
2   Verenigd Koninkrijk 1.501
3   Frankrijk 1.383
4   Hongarije 1.124
5   Italië 905
6   Verenigde Staten 733
7   Canada 667
8   België 585
9   Tsjechië 463
10   Zwitserland 400
11   Slowakije 264
12   Luxemburg 216
13   Denemarken 215
14   Japan 204
15   Litouwen 170
16   Estland 170
17   Finland 165
18   Duitsland 164
19   Portugal 155
20   Oostenrijk 145

TeamsBewerken

Gemengd
Plaats Team Punten
1   Baloise Trek Lions 7.857
2   Pauwels Sauzen-Bingoal 7.492
3   Alpecin-Fenix 6.192
4   Credishop-Fristads 4.303
5   Trinity Racing 1.848
6   A.S. Bike Crossteam 1.045
7   Selle Italia-Guerciotti-Elite 1.002
8   Team S1neo-Graal-Bjorka 706

KalenderBewerken

KlassementscrossenBewerken

Van de crossen van de drie grote klassementen (de Wereldbeker, de Superprestige en de Trofee) zullen er nooit twee op dezelfde dag verreden worden. Meestal zijn de crossen verspreid over weekenden, maar het komt voor dat een week(end) meerdere klassementscrossen bevat. De meeste top-crossers rijden in alle onderstaande klassementscrossen mee, waardoor het in sommige periodes/weekenden ("dubbele weekenden") extra druk kan zijn, vooral rondom de kerst en nieuwjaar.

Week Datum Cross 1 (Datum) (Cross 2)
40 4 oktober (zo)   Wereldbeker Waterloo (Wereldbeker)
41 11 oktober (zo)   Cyclocross Gieten (Superprestige)
42 18 oktober (zo)   Wereldbeker Dublin (Wereldbeker)
43 24 oktober (za)   Cyclocross Ruddervoorde (Superprestige)
44 31 oktober (za)   Koppenbergcross (X²O Badkamers Trofee) 1 november (zo)   Druivencross (Wereldbeker) (naar 24/01/21)
45 Week(end) gereserveerd voor continentale kampioenschappen (7 en 8 november)
46 11 november (wo)   Jaarmarktcross Niel (Superprestige) 15 november (zo)   Cyclocross Tábor (Wereldbeker) (naar 29/11/20)
47 21 november (za)
22 november (zo)
  Vlaamse Aardbeiencross (Superprestige) 22 november (zo)   Duinencross (Wereldbeker)
48 28 november (za)   Urban Cross (X²O Badkamers Trofee) 29 november (zo)   Wereldbeker Besançon (Wereldbeker)
  Cyclocross Tábor (Wereldbeker)
49 5 december (za)
6 december (zo)
  Niels Albert CX (Superprestige) 6 december (zo)   Ambiancecross (Wereldbeker) (naar 27/12/20)
50 12 december (za)   Scheldecross (X²O Badkamers Trofee/Wereldbeker) 13 december (zo)   Cyclocross Zonhoven (Wereldbeker)
  Cyclocross Asper-Gavere (Superprestige)
51 19 december (za)   Cyclocross Asper-Gavere (Superprestige) (naar 13/12/20) 20 december (zo)   Citadelcross (Wereldbeker)
52 23 december (wo)   Herentals Cross (X²O Badkamers Trofee)
26 december (za)   GP Eric De Vlaeminck (Superprestige) 27 december (zo)   Cyclocross Diegem (Wereldbeker)
  Ambiancecross (Wereldbeker)
53 29 december (di)   Azencross (X²O Badkamers Trofee)
(vervangen door Herentals op 23/12/12)
1 januari (vr)   GP Sven Nys (X²O Badkamers Trofee)
3 januari (zo)   Vestingcross (Wereldbeker)
1 Week(end) gereserveerd voor nationale kampioenschappen (9 en 10 januari)
2 17 januari (zo)   Wereldbeker Villars (Wereldbeker)
3 23 januari (za)   Flandriencross (X²O Badkamers Trofee) 24 januari (zo)   GP Adrie van der Poel (Wereldbeker)
  Druivencross (Wereldbeker)
4 Week(end) gereserveerd voor wereldkampioenschappen (30 en 31 januari)
5 6 februari (za)   Noordzeecross (Superprestige) 7 februari (zo)   Krawatencross (X²O Badkamers Trofee)
6 14 februari (zo)   Brussels Universities Cyclocross (X²O Badkamers Trofee)

StartgeldenBewerken

Het startgeld wordt deels bepaald door de UCI-ranking. Zo krijgen zowel de mannen als vrouwen, automatische de volgende startgelden op basis van de ranking:

UCI-ranking Startgeld
1 - 3 € 1.000
4 - 10 € 300 tot € 500
11 - 25 € 150

Naast de automatische startgelden kan elke crosser nog over een bijkomend bedrag onderhandelen. De startgelden in het seizoen 2020/2021 voor de mannen bedragen volgens Het Nieuwsblad[2][3]:

Renner Startgeld
  Wout van Aert € 10.000
  Mathieu van der Poel € 10.000
  Eli Iserbyt € 2.250
  Laurens Sweeck € 2.000
  Toon Aerts € 2.000
  Michael Vanthourenhout € 1.250
  Lars van der Haar € 1.000
  Tim Merlier € 500
  Corné van Kessel € 500
  Thibau Nys € 400
  Tom Meeusen € 250
  Daan Soete € 250
  David van der Poel € 250
  Thijs Aerts € 150

StatistiekenBewerken

Meeste overwinningenBewerken

Mannen eliteBewerken

# Renner Team Aantal CDM SP X²O ETH
1   Mathieu van der Poel Alpecin-Fenix 10 2 1 3 2
2   Eli Iserbyt Pauwels Sauzen-Bingoal 7 2 2 2
3   Wout van Aert Jumbo-Visma 5 2 1
4   Laurens Sweeck Pauwels Sauzen-Bingoal 5 2 1 1
5   Toon Aerts Baloise Trek Lions 4 1 1 2
6   Felipe Orts Teika-Gsport-BH 4
7   Michael Vanthourenhout Pauwels Sauzen-Bingoal 3 1 1
8   Lander Loockx Group Hens-Maes Containers 3
-   Michael Boroš ČEZ Cyklo Tábor 3
-   Kevin Kuhn Tormans Cyclo Cross Team 3
-   Marek Konwa UKS Krupiński Suszec 3

Vrouwen eliteBewerken

# Renster Team Aantal CDM SP X²O ETH
1   Lucinda Brand Baloise Trek Lions 12 3 5 1 1
2   Ceylin Alvarado Alpecin-Fenix 10 1 2 5 1
3   Denise Betsema Pauwels Sauzen-Bingoal 8 1 1 1 3
4   Kata Blanka Vas Doltcini-Van Eyck Sport 5 1
5   Lucía González Nesta-Skoda Alecar CX Team 4
6   Sara Casasola Servetto-Piumate-Beltrami TSA 2
-   Suzanne Verhoeven Xalt Cycling 2
-   Amira Mellor Albion Cycles 2
-   Miho Imai CO2 bicycle 2
-   Pavla Havlíková Kooperativa Jablonec nad Nisou 2

Prijzengeld per rennerBewerken

Mannen top 10Bewerken

Nr. Renner Wereldbeker X²O Trofee Superprestige Losse crossen Nat. K. EK WK Totaal
1.   Toon Aerts € 76.175[4]
2.   Eli Iserbyt € 68.935
3.   Michael Vanthourenhout € 52.250
4.   Wout van Aert € 50.600
5.   Mathieu van der Poel € 46.400
6.   Laurens Sweeck € 33.185
7.   Quinten Hermans € 30.155
8.   Tom Pidcock € 18.025

Vrouwen top 10Bewerken

Nr. Renster Wereldbeker X²O Trofee Superprestige Losse crossen Nat. K. EK WK Totaal
1.   Lucinda Brand € 39.900 € 36.400 € 35.450 € 4.450 € 600 € 5.000 € 120.900
2.   Ceylin del Carmen Alvarado € 28.300 € 19.550 € 21.100 € 2.500 € 1.400 € 72.850
3.   Denise Betsema € 21.600 € 21.850 € 12.800 € 11.685 € 2.000 € 69.935
4.   Annemarie Worst € 11.320 € 9.350 € 6.990 € 1.775 € 800 € 3.000 € 33.235
5.   Sanne Cant € 10.800 € 3.325 € 2.665 € 2.920 € 2.300 € 22.010
6.   Kata Blanka Vas € 15.000 € 355 € 300 € 3.145 € 400 € 1.000 € 20.200
7.   Manon Bakker € 9.125 € 3.250 € 4.450 € 2.925 € 300 € 20.050
8.   Clara Honsinger € 16.900 € 1.210 € 700 € 650 € 18.960
9.   Yara Kastelijn € 3.900 € 5.240 € 7.325 € 1.575 € 18.040
10.   Fem van Empel € 6.350 € 4.485 € 310 € 900 € 2.500 € 14.545