COVID-19

besmettelijke ziekte veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

COVID-19, dat staat voor coronavirus disease 2019, is een besmettelijke ziekte veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2 (voorheen 2019-nCoV). Vermoedelijk is het een zoönose. De ziekte dook eind 2019 op in Wuhan, hoofdstad van de provincie Hubei in China en verspreidde zich in drie maanden naar andere delen van de wereld. Vanaf 11 maart 2020 is er officieel sprake van een pandemie.

COVID-19
Infographic van de symptomen van de ziekte.
Infographic van de symptomen van de ziekte.
Classificatie
Specialisatie infectiologie
Gerelateerde aandoeningen SARS

MERS

Beschrijving
Symptomen Koorts (87,9%)[1]
Hoesten (67,7%)
Vermoeidheid (38,1%)
Productie van sputum (33,4%)
Kortademigheid (18,6%)
Spierpijn (14,8%)
Keelpijn (13,9%)
Hoofdpijn (13,6%)
Rillingen (11,4%)
Misselijkheid of braken (5%)
Verstopte neus (4,8%)
Diarree (3,7%)
Oorzaken SARS-CoV-2
Diagnose Polymerasekettingreactie, Immunoassay, CT-scan
Medicatie Tocilizumab, Hydroxychloroquine
Coderingen
ICD-10 U07.1
DiseasesDB 60833
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De belangrijkste symptomen van COVID-19 zijn koorts, hoesten en vermoeidheid. De ziekte-overdracht vindt vooral plaats door hoesten en niezen, waardoor wordt aangeraden om tussen de een en twee meter afstand tot mogelijk besmette personen te bewaren. Om verspreiding van de ziekte tegen te gaan zijn in veel landen vergaande maatregelen genomen, zoals een verbod op openbare bijeenkomsten, sluiting van horecagelegenheden en de verplichting om thuis te blijven.

Er bestaat geen geneesmiddel voor COVID-19. Sinds januari 2020 wordt hiernaar gezocht en wordt gewerkt aan een vaccin tegen het SARS-CoV-2-virus.

Ontdekking van de ziekteBewerken

 
Tijdlijn van de besmetting van COVID-19.

De ziekte werd voor het eerst geïdentificeerd door medisch personeel in Wuhan, hoofdstad van de provincie Hubei in China, bij patiënten die een longontsteking ontwikkelden zonder een duidelijke oorzaak. Het was dokter Li Wenliang die op 30 december 2019 zijn collega's waarschuwde voor een mogelijke uitbraak van deze ziekte. Vervolgens verspreidde de ziekte zich razendsnel, onder meer door het ontbreken van immuniteit in de bevolking in combinatie met veel besmette internationale reizigers, zodat op 11 maart 2020 de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekendmaakte dat er officieel sprake was van een pandemie.[2]

NaamgevingBewerken

Op 11 februari 2020 maakte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekend dat de ziekte die het virus veroorzaakt de naam COVID-19 zou krijgen, een afkorting van coronavirus disease (coronavirusziekte) met het jaartal van ontdekking. Directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de WHO zei dat er een naam nodig was die niet zou verwijzen naar een bepaalde geografische plek, een dier of een groep mensen. Ook moest de naam uitspreekbaar zijn.[3]

Dezelfde dag stelde de Coronavirussenwerkgroep van het International Committee on Taxonomy of Viruses (ICTV) voor om voor het virus zelf voortaan de naam ‘severe acute respiratory syndrome coronavirus 2’ te gebruiken, afgekort ‘SARS-CoV-2’, vanwege de gelijkenissen met het SARS-virus dat officieel dezelfde naam draagt, maar dan zonder het volgnummer 2.

BesmettingBewerken

BesmettingswijzeBewerken

Tussen mensen vindt ziekte-overdracht plaats via druppelinfectie vanuit de luchtwegen. Het virus bevindt zich in slijm dat vooral door hoesten en niezen wordt uitgestoten. Artsen raden aan, een afstand tot mogelijk besmette personen te bewaren van anderhalf meter, bijvoorbeeld in Australië, tot twee meter, bijvoorbeeld in Zwitserland. Tijdens medische behandelingen, zoals intuberen, kunnen besmettelijke aerosolen ontstaan. Het besmette slijm kan ook via de handen op de slijmvliezen van andere personen terechtkomen. Vermoed wordt, dat besmet slijm ook oppervlakken kan besmetten en zo indirect in besmettelijke hoeveelheden bij andere mensen terecht kan komen. [4] Besmetting via faeces is onzeker, maar bekend van de gerelateerde aandoening SARS. Het is onduidelijk, hoe lang het virus buiten het lichaam besmettelijk blijft. Van andere virussen is bekend, dat dat sterk afhankelijk is van de luchtvochtigheid, de temperatuur, van ultraviolette straling, als ook van het soort oppervlak waarop het virus terechtkomt, de druppelgrootte en de aanvankelijke hoeveelheid virusdeeltjes.

Er zijn geen aanwijzingen voor besmetting via borstvoeding of bevalling waar handhygiëne in acht wordt genomen.[4]

Het virus kan zich zowel diep in de longen als in de bovenste luchtwegen vermenigvuldigen. Dat laatste zou mede verklaren waarom patiënten met milde symptomen al besmettelijk kunnen zijn.[5]

Als patiënten overleden zijn, is er relatief weinig besmettingsgevaar voor de omgeving, aangezien ze niet meer kunnen hoesten of niezen, en aangezien lichamelijk contact ook goed te controleren valt.

IncubatietijdBewerken

De mediaan van de incubatietijd is ongeveer vijf dagen, met uitersten van één tot twaalf dagen; voor quarantaine-doeleinden wordt veertien dagen aangehouden. Er zijn meldingen van Chinese onderzoekers van zeldzame incubatietijden tot 24 dagen.[6]

Asymptomatische besmettingBewerken

Er zijn aanwijzingen dat iemand een ander kan besmetten vóórdat zich bij diegene ziekteverschijnselen manifesteren.[7] Besmetting door mensen bij wie de ziekte asymptomatisch verloopt is onzeker, maar wordt niet onmogelijk geacht.[8]

Het is nog niet duidelijk of en hoe lang besmetting na een doorgemaakte ziekte nog mogelijk is.

ReproductiegetalBewerken

Een besmet persoon besmet in een onbeschermde populatie gemiddeld 2,2 andere mensen (het reproductiegetal).[9] Zolang dit getal groter dan 1 blijft, breidt de ziekte zich uit; zodra het getal kleiner dan 1 wordt, zal de ziekte uitdoven.

SymptomenBewerken

 
Ernst van de symptomen bij degenen waar COVID19 is gediagnosticeerd in China[10]
 
Longontsteking met melkglasachtige veranderingen in beide longen (CT)

De ziekte wordt gekenmerkt door griepachtige symptomen, waaronder koorts, hoesten, kortademigheid, spierpijn, vermoeidheid.

De WHO kwam per 20 februari 2020 op basis van 55.924 in laboratoria positief geteste personen op het voorkomen van de volgende symptomen: koorts (87,9%), droge hoest (67,7%), vermoeidheid (38,1%), sputum-productie (33,4%), kortademigheid (18,6%), keelpijn (13,9%), hoofdpijn (13,6%), spierpijn (14,8%), koude rillingen (11,4%), misselijkheid of braken (5,0%), verstopte neus (4,8%), diarree (3,7%), bloedspuwing (0,9%), en bindvliesontsteking (0,8%).[1]

De ziekte kan de longen aantasten door: virale vermeerdering, hyperreactiviteit van het immuunsysteem en afbraak van longweefsel.[11][12] In ernstige gevallen leidt het tot een virale longontsteking, acute respiratory distress syndrome (ARDS), sepsis, uitval van de nieren en septische shock met mogelijk een fatale afloop.

Het grootste deel van de patiënten heeft geen, milde of matige symptomen, ontwikkelt antilichamen tussen zes tot twaalf dagen,[13] en is daarna voor een periode beter bestand tegen het virus (immuun). Milde symptomen zijn keelpijn, lichte hoest en een verhoging van de lichaamstemperatuur tot 38,0 °C. Matige symptomen zijn vooral longontstekingen die zonder ziekenhuisopname genezen.

OorzaakBewerken

Net als het SARS-virus infecteert SARS-CoV-2 mensen door het gebruik van serineprotease TMPRSS2 om via de ACE 2-receptoren de cellen binnen te dringen.[14] SARS-CoV-2 heeft echter een tien tot twintig maal hogere receptoraffiniteit (bindingssterkte), wat een verklaring kan zijn voor de hogere mens-op-mens besmettingskans.[15][16]

DiagnostiekBewerken

  Zie COVID-19-test voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Door ook te testen op bacteriële infecties en influenza worden deze oorzaken uitgesloten.

PCR-testBewerken

De standaard diagnosemethode is door middel van een omgekeerde polymerasekettingreactietest (rRT-PCR) op een sputummonster of een nasofaryngeaal uitstrijkje.[17] De diagnose 'COVID-19' wordt volgens de richtlijn van het RIVM op 12 maart 2020 als volgt gesteld: ‘Elke persoon waarbij door middel van RT-PCR op twee onafhankelijke targets een infectie met SARS-CoV-2 is vastgesteld, ongeacht of deze persoon voldoet aan de klinische en epidemiologische criteria voor een verdenking.’[4]

De test wordt gedaan in twee verschillende laboratoria. Het testen duurt ongeveer zes uur. Ook in opschalingslaboratoria (een ziekenhuis dat zelf de faciliteiten heeft om te testen) wordt getest zodat wordt voorkomen dat patiënten lang ongetest op de intensive care liggen.

Er is een test met een detectietijd van 5 minuten.[18][19]

In sommige gevallen is er een positief testresultaat na herstel. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de negatieve test, waarna de patiënt als hersteld werd gezien, slecht werd uitgevoerd. Een andere mogelijkheid is dat er door de hoge gevoeligheid van de test nog kleine achtergebleven deeltjes worden gedetecteerd. Dit wordt ook gevonden bij andere virussen die luchtwegaandoeningen veroorzaken, zoals griepvirussen.[20]

Serologische testBewerken

Een antilichaam voorkomt dat het virus nog kan infecteren. Er is een monoklonaal antilichaam tegen SARS-CoV-2 ontdekt dat kan helpen bij de opsporing en preventie van COVID-19.[21][22] Het kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van een medicijn en voor een diagnostische test. Het ontwikkelen van een diagnostische test duurt korter dan het ontwikkelen van een medicijn. Als medicijn blijft het antilichaam een paar weken aanwezig waarin de patiënt kan herstellen, maar waarschijnlijk niet om het virus voor altijd te weren (Passieve immuniteit). Daarvoor is het beter als de patiënt eigen immuniteit krijgt. In Nederland gaat bloedbank Sanquin dergelijke tests uitvoeren onder bloeddonoren.[23]

RadiologieBewerken

Bij een röntgenonderzoek kan een normale opname richtingwijzend zijn bij de verdenking op longontsteking. Bij een bewezen COVID-19-infectie wordt vaak een computertomografie uitgevoerd, omdat hiermee veelal veranderingen vastgesteld kunnen worden voordat deze op een normale opname zichtbaar zijn.[24] Kenmerkend zijn ondoorzichtige veranderingen van het longparenchym die op melkglas lijken. De diagnostiek middels een CT-scan kan in bepaalde gevallen zelfs sneller en effectiever zijn dan die middels RT-PCR.[25] Radiologen uit Changsha beschreven meerdere patiënten waarbij de diagnose COVID-19 op grond van de CT-bevinding gesteld werd met een aanvankelijk negatieve RT-PCR-test die pas na meerdere herhalingen positief bleek.[26] Bij een epidemie kan vandaar als triagestrategie een typische CT-bevinding aanleiding zijn om snel met de therapie te beginnen, ook als de RT-PCR-test (nog) negatief is.[27]

BehandelingBewerken

Er is geen geneesmiddel voor de ziekte bekend, daarom worden patiënten in (thuis)isolatie geplaatst. Wel kunnen de symptomen verminderd worden, zodat het immuunsysteem tijd krijgt om het virus te bestrijden. Er zijn veel onderzoeken of bestaande medicijnen voor andere ziekten ook werkzaam zijn en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen en vaccins.[28]

Voorlopig adviesBewerken

Op 3 maart 2020 wees het RIVM in een voorlopig advies behandelaars erop, dat bij matig tot ernstige COVID-19 het gebruik van chloroquine bij volwassenen of de combinatie ritonavir/lopinavir bij kinderen onder de tien kilo overwogen kan worden. Bij zeer ernstige COVID-19 is de combinatietherapie van chloroquine met remdesivir aangewezen. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van deze stoffen bij COVID-19 en ten dele zijn de bijwerkingen onbekend. Daarom is in elk geval geïnformeerde toestemming van de patiënt nodig.[29] Genoemde geneesmiddelen zijn niet geregistreerd voor deze indicatie. Chloroquine is sinds 1934 in de handel en is wel geregistreerd voor andere indicaties. Het gebruik is echter offlabel.[30] Remdesivir wordt ook als enig geneesmiddel onderzocht.[31]

Bij zeer ernstig zieke patiënten kunnen er complicaties van de ziekte optreden, zoals een bacteriële superinfectie. Deze patiënten krijgen hiertegen antibiotica toegediend.

Experimentele geneesmiddelenBewerken

Bij ernstige infecties kunnen eventueel bestaande middelen tegen andere ziekten en virussen worden toegediend aan patiënten, zoals malaria (chloroquine), ebola (het experimentele remdesivir) en hiv (lopinavir/ritonavir)). Er lopen verschillende onderzoeken naar de werking van deze en andere stoffen, maar voor betrouwbare conslusies over werking en bijwerking is tijd nodig.

Chloroquine en hydroxychloroquineBewerken

Op 17 februari 2020 werd gerapporteerd dat chloroquine bij klinische tests werkzaam bleek tegen COVID-19. Het was getest in meer dan 10 ziekenhuizen in Beijing en de Chinese provincies Guangdong en Hunan. Dit op initiatief van onderzoekers van de KU Leuven.[32][33] In vitro onderzoek laat zien dat chloroquine werkzaam is tegen het virus. De benodigde concentratie is in principe haalbaar in vivo. De onderzoekers bevelen een klinische studie aan.[34] De resultaten zijn nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd en de persberichten geven geen kwantitatieve informatie over de effectiviteit, bijwerkingen en statistische significantie. Het uitproberen van chloroquine was opgepakt op grond van eerdere bevindingen in de SARS-epidemie in 2004.[35]

Er loopt sinds maart 2020 een proef aan de Rijksuniversiteit Groningen waarbij het chloroquine tot de juiste deeltjesgrootte verpulverd wordt en vervolgens geplaatst wordt in een speciale inhalator: de cyclops, waardoor het medicijn diep doordringt in de longen van een patiënt.[36] Dit betreft dus een specifiek lokale toepassing rechtstreeks in de door het coronavirus aangetaste longen. Op deze wijze zou het medicijn niet enkel kunnen genezen, maar ook kunnen beschermen.[37]

In Frankrijk is Didier Raoult, specialist in tropische infectieziekten, begonnen met het geven van de combinatie hydroxychloroquine en azithromycine aan besmette patiënten. Hij claimt een genezingspercentage van 75% binnen 6 dagen. Van de controlegroep was 90% nog ziek.[38][39] Wetenschappers hebben sterke twijfels bij de onderzoeksopzet en de conclusies.[40][41]

Het sterk verwante zusje hydroxychloroquine is wereldwijd geregistreerd voor een aantal indicaties waaronder reumatoïde artritis, systemische lupus erythematodes en ook de behandeling van acute aanvallen en profylaxe van malaria veroorzaakt door Plasmodium vivax, P. falciparum, P. ovale en P. malariae.[42]

De Amerikaans president Donald Trump gelooft in dit middel zonder wetenschappelijke onderbouwing. Hij kwam in conflict met de FDA inzake het niet-geregistreerd gebruik van dit geneesmiddel bij de profylaxe en genezing van COVID-19. Het middel is wereldwijd beschikbaar maar net als chloroquine nog niet goedgekeurd voor deze specifieke indicatie.[43][44] Verschillende mensen overleden na zelfmedicatie door de bijwerkingen van het door Trump aanbevolen middel.

Antivirale medicatieBewerken

Er bestaat nog geen specifieke behandeling voor het virus, maar bestaande antivirale medicatie wordt getest op effectiviteit. Daaronder protease-remmers zoals indinavir, saquinavir, lopinavir, ritonavir en camostat, de RNA polymerase-inhibitor remdesivir, en de griepmedicijnen oseltamivir en interferon beta.[45][46][47]

ImmunostimulantBewerken

In België is een onderzoek gestart met het reeds in 1991 toegelaten sargramostim, waarbij een recombinant granulocyte macrophage colony-stimulating factor (GM-CSF) functioneert als een immunostimulator.[48]

VaccinBewerken

Sinds januari 2020 wordt er door meerdere organisaties en bedrijven aan een vaccin voor het SARS-CoV-2 virus gewerkt. Bij de ontwikkeling van een vaccin moeten pre-klinische en klinische onderzoeken worden gedaan. Dit traject duurt een jaar tot anderhalf jaar.[49][50][51][52][53]

De Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI) ondersteunt drie initiatieven:

BloedplasmaBewerken

Soms kan aan patiënten die al hersteld zijn gevraagd worden bloed te doneren om acute gevallen te behandelen met antilichaamrijk plasma, en voor het ontwikkelen van een vaccin.[54] Door de bloedbank wordt een serum met antilichamen ontwikkeld.[55]

BeademingBewerken

Een deel van de patiënten heeft extra zuurstof nodig door middel van beademing. Eventueel aangevuld met vernevelen, uitzuigen, afwisselend liggen op de linker- en rechterzij, rug en buik, hulp bij rechtop zetten en bij hoesten. Tijdens de coronapandemie ontstond hierdoor in 2020 een tekort aan beademingsapparaten. Onder leiding van TU Delft wordt gewerkt aan een beademingsapparaat dat geschikt is voor coronapatiënten[56] en op de markt verschenen ook meerdere open source-oplossingen.[57][58]

HerstelBewerken

De meeste mensen die COVID-19 hebben gekregen, herstellen daarvan. Mensen met ernstige klachten hebben over het algemeen meer tijd nodig om te herstellen. De WHO laat weten dat in ieder geval een maand na herstel nog antistoffen in het bloed terug te vinden zijn.[59]

PrognoseBewerken

ZiekteverloopBewerken

Bij vier van de vijf patiënten geneest de zieke spontaan in circa twee weken, bij een zwaar verloop duurt het herstel drie tot zes weken.[60]

Potentiële risicofactoren voor een slechte prognose zijn hogere leeftijd, hoge SOFA-score en een hoeveelheid d-dimeer groter dan 1 μg/ml.[61] Onder degenen die aan COVID-19 stierven, hadden velen reeds bestaande aandoeningen, waaronder diabetes, hypertensie en hart- en vaatziekten,[62] en de mediane tijd van initiële symptomen tot de dood was 14 dagen (bereik 6-41 dagen).[63]

Onderzoek naar ziekteverloop voorspellen door kunstmatige intelligentie in te zetten om erachter te komen hoe patiënten met het COVID-19 het beste behandeld kunnen worden.[64]

MortaliteitBewerken

In een toespraak over de WHO-werkgroep in China berichtte de directeur-generaal van de WHO op 24 februari dat de mortaliteit in Wuhan bij 2-4% ligt, maar buiten Wuhan met 0,7% lager ligt. Het sterftecijfer kan verder ook verschillen van land tot land. Mogelijke oorzaken zijn een verschil in de druk op de gezondheidszorg, de leeftijdsopbouw van de bevolking en het aantal mensen dat getest wordt.

Sterftekans (%) per leeftijd en land
Leeftijd 80+ 70–79 60–69 50–59 40–49 30–39 20–29 10–19 0–9
China (per 11 februari)[65] 14,8 8,0 3,6 1,3 0,4 0,2 0,2 0,2 0,0
Italië (per 12 maart)[66] 16,9 9,6 2,7 0,6 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0
Zuid-Korea (per 15 maart)[67] 9,5 5,3 1,4 0,4 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0

ErfelijkheidBewerken

Erfelijke verschillen bij patienten met verschillende ziekteverlopen worden onderzocht.[69][70]

MaatregelenBewerken

Scenario's verspreidingssnelheidBewerken

  • Niets doen; geen interventies. Overbelasting van de zorg, veel sterfgevallen in korte tijd. Snelle groepsimmuniteit.
  • Casus + contactopsporing; iedereen wordt meerdere malen getest. Meer testen geeft een vroegere detectie, tracering van contacten en verhoogt daarmee het vinden van milde gevallen. Positief getesten worden in isolatie geplaatst. De rest van het gezin gaat thuis in quarantaine. Contacten worden opgespoord en getest. Iedereen moet zich houden aan het meermalig testen. Zeer veel testen nodig. Zeer kwetsbaar voor herintroductie van virus door import of resthaard.
  • Targeted lock-down: iedereen met gelijksoortelijke symptomen van COVID-19 en griep moet in huis blijven.
  • Total lock-down; maximale eliminatie van contacten, iedereen moet in huis blijven, ongeacht of iemand wel of geen symptomen heeft. Zeer kwetsbaar voor herintroductie van virus door import of resthaard.

PreventieBewerken

 
Het effect van het verspreiden van infecties over een lange periode, bekend als het afvlakken van de curve; door lagere pieken kunnen gezondheidsdiensten hetzelfde volume patiënten beter beheren.[71][72]

Aangezien men mogelijk al besmettelijk is vóórdat men zelf ziekteverschijnselen opmerkt, is het nodig dat de gehele bevolking voorzorgsmaatregelen in acht neemt. Dergelijke maatregelen zijn onder meer sociale distantie en goede handhygiëne, het vermijden van sociale contacten en lichamelijk contact, regelmatig handen wassen, hoesten en niezen in de binnenkant van de elleboog, papieren zakdoekjes gebruiken, geen hand schudden, niet met handen aan mond, neus en ogen zitten, tenminste twee meter afstand bewaren en thuis blijven bij krijgen van verkoudheidsklachten. Verdere maatregelen kunnen zijn: in- en uitreisbeperkingen, onnodig reizen vermijden, evenementen verbieden, scholen, bedrijven en organisaties of afdelingen sluiten, vergaderingen beperken, extra schoonmaken van voorwerpen die door meerdere mensen worden aangeraakt, thuiswerken, studeren via internet.

Beschermend materiaalBewerken

Om in ziekenhuizen besmetting te voorkomen, zijn medische handschoenen en mondkapjes van het type FFP2 van belang bij het verplegend personeel op de intensive care en bij bepaalde handelingen van besmette patiënten, en FFP1 voor het overige personeel.[73]

Zorgmedewerkers in de verpleeghuiszorg, huisartsenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg dienen een chirurgisch mondmasker te dragen indien er sprake is van een hoestende of niezende medewerker of patiënt en een contact van meer dan vijf minuten is binnen 1,5 meter afstand.[74]

Sociale onthoudingBewerken

Aanscherpende maatregelen op gebied van sociale onthouding die zijn gericht op minder viruscirculatie onder kwetsbare groepen ten opzichte van de rest van de bevolking. Daarmee kan intussen groepsimmuniteit in de rest van de bevolking worden opgebouwd en wordt tevens de zorg ontlast.

QuarantaineBewerken

Als een persoon geen ziekteverschijnselen heeft, maar wel onbeschermd contact heeft gehad met een patiënt met een bewezen infectie, gaat diegene in (thuis)quarantaine.[bron?] De quarantaine duurt tot de incubatietijd is verlopen. Als men in die periode niet ziek is geworden, wordt de quarantaine opgeheven.

Vaccinatie luchtwegaandoeningen actualiserenBewerken

In Duitsland worden alle mensen boven de leeftijd van 60 en chronisch ziek gevraagd hun vaccinatiestatus te controleren en, indien nodig, (opnieuw) te laten vaccineren tegen pneumokokken, kinkhoest en influenza. In Nederland krijgen mensen vanaf 60 jaar vanaf najaar 2020 een vaccinatie tegen pneumokokkenziekte aangeboden.[75] Een dergelijke vaccinatie helpt niet tegen COVID-19, maar kan een eventuele bacteriële superinfectie met fatale afloop voorkomen. Er wordt een proef met een TBC-vaccin gedaan omdat uit eerder onderzoek bleek dat het een boost van het immuunsysteem gaf dat meer bescherming tegen griep geeft. Maar het is niet bekend of dat ook voor andere infecties zoals COVID-19 geldt.[76]

MeldplichtBewerken

In veel landen, waaronder Nederland en België,[4][77] geldt een meldplicht. In Nederland geldt reeds bij het vermoeden van deze ziekte een meldplicht in groep A.[78]

Maatregelen bij besmettingBewerken

Bij een positieve uitslag volgt zo snel mogelijk een bron- en contactonderzoek om uitbreiding van de ziekte onder de bevolking te beperken, vooral voor groepen met een hoog risicoprofiel, en de capaciteit in de zorg te beperken tot mensen die het echt nodig hebben. Het bronnenonderzoek vervalt, maar het contactonderzoek wordt wel gedaan. Deze fase heet mitigatie. Indien onvoldoende zorg voorhanden is, komt men in de fase waarbij men door middel van triage dient te bepalen wie geholpen kan worden.

VentielfunctieBewerken

De kritieke factor is het aantal bedden op de intensive care om ernstig zieke patiënten te kunnen behandelen. Een actueel overzicht van het totaal aantal beschikbare IC bedden voor COVID-19-patiënten en een prognoseradar is hierbij van belang. Landelijke coördinatie van de capaciteit vanuit de één centrum met directieve aansturing van zowel COVID-19-patiënten als niet COVID-19-patiënten. Uitbreiding van de capaciteit door gecontroleerd opschalen van deze IC-bedden inclusief zorgverleners, apparatuur, testen en testcapaciteit, beschermend materiaal, etc en inclusief overflowscenario's (bijvoorbeeld landelijke optimale spreiding van patiënten of patiënten naar buitenland) en afschalen van niet dringende zorg in ziekenhuizen. Ook prioritering en inzichtelijk maken van de totale voorraden goederen en zorgpersoneel en de voorraden op logistiek optimale plaatsen. Testen van zorgpersoneel, zodat inzage ontstaat hoeveel niet meer kunnen uitvallen. Hiervan afgeleid de maatregelen voor de rest van de bevolking die naar gelang van de capaciteit vermeerderd of verminderd worden.

IsolatieBewerken

Als een persoon wel ziekteverschijnselen heeft, is isolatie van toepassing. Bij thuisisolatie en wonen met meerdere personen verblijft de patiënt in een aparte kamer, waarbij contact met huisgenoten moet worden vermeden. Ook contact met huisdieren (o.a. aaien, knuffelen, kussen of laten likken) wordt afgeraden, ook al is de kans dat dieren het virus kunnen doorgeven klein.[79]

Latente periode verlengenBewerken

Er is een periode van 24 uur vlak na de ziekte waarin de patiënt geen symptomen meer heeft, maar nog wel een latente drager van de infectie kan zijn. Afhankelijk van de viruscirculatie per regio kan uitgegaan worden van een langere periode. Hierdoor wordt de kans op verspreiding door besmetting in de regio kleiner.[80]

EpidemiologieBewerken

  Zie Coronapandemie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Uit cijfers van de WHO van het aantal besmettingen in China blijkt dat van het aantal besmettingen dat per 20 februari 2020 waren gemeld dat 78% van deze besmettingen was vastgesteld bij mensen tussen de 30 en 69 jaar en slechts 10,2% was gemeld bij mensen jonger dan 30 jaar.[81] Uit onderzoek in diverse landen blijkt dat mannen vaker in het ziekenhuis worden opgenomen dan vrouwen. Circa 62-70% is man.[82] Dit is opmerkelijk omdat de verdeling van diagnosestelling tussen de geslachten wel ongeveer gelijk is.[83] Ook mensen met overgewicht zijn oververtegenwoordigd op de IC[84]; volgens Brits onderzoek heeft 70% van de opnames in de IC overgewicht.[82] Eerste berekeningen uit China tonen aan dat het virus zich het best verspreidt bij een temperatuur vlak onder de 9 graden Celsius.[85]

Genetische verwantschapBewerken

Uit onderzoek naar de genetische verwantschap van het virus bleek dat dat in Nederland meerdere introducties uit het buitenland zijn geweest die leiden tot meerdere clusters op verschillende plekken.[86]

SterftecijferBewerken

Er is verschil tussen absolute sterfte en oversterfte. De absolute sterfte is het aantal mensen waarbij COVID-19 als doodsoorzaak op de doodsoorzaakverklaring staat. Echter, een deel van de mensen die overlijden zou zonder COVID-19 ook op korte termijn overleden zijn. Daarnaast is niet van iedere overledene duidelijk wat de exacte doodsoorzaak was, vooral als men niet in het ziekenhuis overleden is. Daarom wordt per periode het aantal overledenen vergeleken met het aantal verwachte overledenen. Dit gebeurt aan de hand van eerdere sterftecijfers. Dit wordt per geslachts- en leeftijdscategorie gedaan om te corrigeren voor verandering in de bevolkingsopbouw. Oversterfte is daardoor een maat voor de dodelijkheid van een aandoening, die wel pas achteraf te berekenen valt. Effecten van levensduurverkorting (vroegtijdige sterfte) of levensduurverlenging (laattijdige sterfte) zijn moeilijk te meten door de veelheid van factoren die hierbij een rol spelen.

Het opmerkelijk verschijnsel doet zich voor dat het totale sterftecijfer door de corona-uitbraak wel eens lager zou kunnen zijn dan voorheen. Dit valt te verklaren doordat in China de industrie grotendeels platgelegd is, waardoor de luchtvervuiling zeer sterk is afgenomen. Daardoor zullen naar schatting 50.000 tot 100.000 mensen per jaar minder overlijden in China, ervan uitgaande dat de industrie nog een jaar stilgelegd zal blijven. Dat is een veel groter aantal dan het totaal aantal mensen dat in dezelfde periode aan een corona-infectie overlijdt.[87]

Overzicht databronnenBewerken

Een overzicht van databronnen die gerelateerd zijn aan het coronavirus en het bijbehorende ziektebeeld COVID-19.[88][89]

Statistieken verspreidingBewerken

Door statistieken ontstaat een beeld van de verspreiding en de opbouw van groepsimmuniteit. Met de statistieken kan men de omvang van de epidemie inschatten en wiskundige piramidescenario's en simulaties maken. Ook de ontwikkeling van reproductiegetal in samenhang met het sterftecijfer. Het doel van groepsimmuniteit is het beschermen van kwetsbare groepen en het voorkomen van overbelasting van de zorg.

Serologische testBewerken

Met een antilichaamtest wordt getest of iemand antistoffen tegen het virus in het bloed heeft. Dit is een bewijs dat die persoon met het virus in aanraking is geweest.

De monsters die routinematig worden ontvangen in de Nivel-griepsurveillance worden in de peilstations ook getest op SARS-CoV-2 om de verspreiding van het virus in de algemene bevolking van Nederland in kaart te brengen. Op korte termijn wordt ook op antilichamen getest via de bloedbank. Verder zijn er virologische dagstaten.

Mogelijk komt er nog een thuistest op basis van een monoklonaal antilichaam tegen SARS-CoV-2 waarmee kan worden gemeld.

MeldingenBewerken

Met het landelijke meldingssysteem Osiris worden in Nederland de nieuwe meldingen, eerste ziektedag, totaal aantal patiënten, aantal opgenomen patiënten in ziekenhuis, overleden patiënten en leeftijd geregistreerd.

  Zie de categorie COVID-19 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.