Primož Roglič

Sloveens wielrenner én voormalig skispringer

Primož Roglič (Trbovlje, 29 oktober 1989) is een Sloveens wielrenner en voormalig schansspringer die sinds 2016 rijdt voor Team Jumbo-Visma, dat hem overnam van Adria Mobil.[1]

Primož Roglič
Primož Roglič (2017)
Persoonlijke informatie
Geboortedatum 29 oktober 1989
Geboorteplaats Trbovlje, Slovenië
Nationaliteit Sloveens
Lengte 177 cm
Sportieve informatie
Huidige ploeg Team Jumbo-Visma
Discipline(s) Weg
Specialisatie(s) Tijdrijder, klassementsrenner
Ploegen
2013–2015
2016–2018
2019–
Adria Mobil
LottoNL-Jumbo
Team Jumbo-Visma
Beste prestaties
Luik-Bastenaken-Luik 1e (2020)
Ronde van Lombardije 7e (2019)
Ronde van Italië 3e (2019)
3 etappezeges
Ronde van Frankrijk 2e (2020)
3 etappezeges
Ronde van Spanje 1e (2019, 2020, 2021)
9 etappezeges
WK op de weg 6e (2020)
Overige
Zeges:  
Ronde van het Baskenland
Ronde van Romandië
Tirreno-Adriatico
Ronde van de VAE
2018, 2021
2018, 2019
2019
2019
Medailles
Portaal  Portaalicoon   Wielersport
Roglič in 2019

SchansspringenBewerken

In 2006 pakte Roglič op het wereldkampioenschap schansspringen voor junioren de zilveren medaille in de landenwedstrijd.[2] Een jaar later pakte hij met het Sloveense team de wereldtitel bij de junioren.[3] Roglič' persoonlijke schansspringrecord is 146,5 meter, dit sprong hij in 2007 in Planica. Wegens een zware val moest Roglič in 2011 een punt achter zijn schansspringcarrière zetten. Tijdens zijn revalidatie richtte hij zich op wielrennen, waarna bleek dat hij goed mee kon in het peloton.[4]

WielrennenBewerken

2013-2015Bewerken

Van 2013 tot en met 2015 kwam Roglič uit voor Adria Mobil, waarvoor hij in 2014 Kroatië-Slovenië en een rit in de Ronde van Azerbeidzjan won. Een jaar later won hij in de Rondes van Azerbeidzjan en van Slovenië een etappe en het eindklassement.

2016Bewerken

Sinds 2016 rijdt hij voor het team Jumbo-Visma. Op 6 mei 2016 werd hij verrassend tweede in de openingstijdrit van de Ronde van Italië. Het verschil met de nummer één, Tom Dumoulin, bedroeg slechts 22 duizendste van een seconde. Enkele dagen later, op 15 mei 2016, bevestigde hij zijn tijdritcapaciteiten door de negende rit - een individuele tijdrit over 40,5 km - op zijn naam te schrijven. Bijna twee weken na de Giro werd Roglič nationaal kampioen tijdrijden door het 44 kilometer lange parcours in en rond Ljubljana sneller af te leggen dan Matej Mohorič en David Per, die respectievelijk tweede en derde werden. Mede door deze prestaties werd Roglič door de Sloveense bond geselecteerd voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Hier eindigde hij op plek 26 in de wegrit en werd hij tiende in de tijdrit.

2017Bewerken

In de Ronde van Frankrijk won hij de zeventiende etappe van La Mure naar Serre Chevalier. Vlak voor de Col du Galibier, zo'n veertig kilometer voor de finish, sloeg Roglič een gat met zijn medevluchters en koesterde op de kop van de slotklim een voorsprong van anderhalve minuut. Die gaf hij in de lange afdaling niet meer uit handen. Hij werd hiermee de eerste Sloveen die een Touretappe wist te winnen.[5] Op 20 september 2017 nam Roglič deel aan het wereldkampioenschap in het Noorse Bergen. Achter Tom Dumoulin veroverde Roglič de zilveren medaille in de individuele tijdrit.

2018Bewerken

LottoNL-Jumbo neemt Roglič in de Ronde van Frankrijk mee als tweede man voor het algemeen klassement naast de eigenlijke kopman Steven Kruijswijk. Het wielerduo weet al snel een sterke positie in de top 10 in te nemen waarbij de Sloveen voor laatstgenoemde komt te staan. Door knap samen te werken weten ze in de bergen de trein van Sky regelmatig te ontregelen waardoor Roglič een topkandidaat voor het podium in Parijs wordt. In de 19e etappe weet hij na een late ontsnapping in de afdaling van de Aubisque een flink gat te slaan op zijn directe concurrenten en komt als eerste over de streep. Hij neemt de derde plek van Chris Froome over in het algemeen klassement. Met nog een heuvelachtige individuele tijdrit voor de boeg ligt Roglič op koers voor een topklassering in de Tour van 2018, maar werd hier teleurstellend 8e op 1.12 achter etappewinnaar Tom Dumoulin. Hij eindigde deze Ronde daardoor als 4e.

2019Bewerken

2019 was het jaar van de complete doorbraak van Roglič als ronderenner. Na o.a. eindwinsten in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië behaalde hij de derde plaats in de Ronde van Italië. Dit was zijn eerste podiumplaats in een grote ronde. Een ronde die hij overigens leek te gaan winnen na een indrukwekkende tijdritzege waarbij zijn concurrenten op grote achterstand werden gezet. Echter zorgde een mindere derde week ervoor dat hij terugzakte naar een vierde plaats, waarna hij in de afsluitende tijdrit nog een plaatsje wist op te schuiven om op het podium te komen. In de Ronde van Spanje behaalde Roglič ook een tijdritzege en pakte hij de eindzege. In tegenstelling tot de Ronde van Italië kende Roglič geen verzwakkingen en won hij deze ronde al bij al makkelijk voor Valverde en Pogačar.

2020Bewerken

Net zoals in 2019 bewees Roglič al voor de start van de grote rondes dat hij in orde was. Zo won hij de Ronde van de Ain waar hij de Tourwinnaar (Egan Bernal) van het jaar ervoor voor bleef. Toch waren er wat twijfels rond zijn fysieke gesteldheid na een val in het Critérium du Dauphiné, waarin hij opgaf. In de Ronde van Frankrijk bewees Roglič echter dat hij in orde was en won hij de eerste aankomst bergop. Nadien leek hij vrij makkelijk de Ronde te gaan winnen dankzij o.a. zijn sterke ploeg. Echter kwam er in de laatste etappe van de Tour een breukje in het pantser van Roglič. Zijn landgenoot Pogačar reed hem nog uit het geel na een geweldige tijdrit, terwijl Roglič pas vijfde werd. Ondanks deze grote teleurstelling won Roglic niet veel later Luik-Bastenaken-Luik en was hij voordien ook al zesde geworden op het WK op de weg. Dat het met zijn vorm nog steeds goed zat, bewees hij in de Ronde van Spanje. Hij verdedigde hier zijn titel met succes door o.a. vier ritzeges te behalen. Desondanks werd het geen gemakkelijke overwinning voor hem en moest hij in de laatste bergetappe nog alle zeilen bijzetten om Carapaz van zich af te houden. Met een verschil van 24 seconden won hij uiteindelijk deze ronde.

2021Bewerken

In Parijs-Nice won Roglič drie etappes en was ook de eindzege bijna binnen. Twee valpartijen in de slotetappe gooiden echter roet in het eten. Roglič zakte van de eerste naar de vijftiende plek in het algemeen klassement. In de Ronde van het Baskenland was Team Jumbo Visma in een felle strijd om de eindzege gewikkeld met UAE Team Emirates van onder meer Pogačar en Brandon McNulty. Roglič moest zijn leiderstrui even afstaan aan McNulty, maar wist die in de slotetappe overtuigend terug te veroveren.

In de Amstel Gold Race cijferde Roglič zich weg voor ploeggenoot en latere winnaar Wout van Aert. Drie dagen later in de Waalse Pijl ging de Sloveen voor zijn eigen kans. Op de Muur van Hoei koos hij al vroeg de aanval. Alleen wereldkampioen Julian Alaphilippe wist Roglič nog te passeren. In Luik-Bastenaken-Luik kon de oud-skispringer op het beslissende moment net niet mee met de besten. Een dertiende plek was het eindresultaat.

De Tour De France was het hoofddoel voor de Sloveen. Hij viel echter al vroeg uit door een blessure opgelopen bij een valpartij. Daarna herpakte hij zich met een sensationele tijdritzege tijdens de uitgestelde Olympische Spelen van Tokyo waar de Sloveen zich op deze manier verzekerde van zijn eerste gouden medaille bij de profs.

Na de mislukte Tour De France liet de Sloveen zich zien in de Ronde van Spanje, waar hij vier etappes en het eindklassement wist te winnen. Hiermee won hij als een van de weinigen drie keer deze race.

PalmaresBewerken

OverwinningenBewerken

2014 - 2 zeges
2015 - 5 zeges
2016 - 2 zeges
2017 - 6 zeges
2018 - 8 zeges
2019 - 13 zeges
2020 - 12 zeges
2021 - 10 zeges

Resultaten in voornaamste wedstrijdenBewerken

Jaar Ronde van
Italië
Ronde van
Frankrijk
Ronde van
Spanje
2016 58e (1) 
2017 38e (1) 
2018 4e (1) 
2019   ↑ (2)    ↑ (1)  
2020   ↑ (1)    ↑ (4)  
2021 opgave     ↑ (4) 
(*) tussen haakjes aantal individuele etappe-overwinningen
Jaar Milaan-San Remo Amstel Gold Race Luik-Bast.‑Luik Ronde van Lombardije Strade Bianche Clásica San Sebastián Waalse Pijl WK op de weg Wereld­ranglijsten
2016 74e 112e (UWT)
2017 67e 40e 35e 21e 121e 27e (UWT)
2018 17e 48e opgave 34e 11e (UWT)
2019 7e opgave   (UWR)
2020   ↑ 6e   (UWR)
2021 69e 13e   ↑

Resultaten in kleinere rondesBewerken

Jaar Tour Down Under Ronde van de VAE Parijs-Nice Tirreno-Adriatico Ronde van Catalonië Ronde van het Baskenland Ronde van Romandië Critérium du Dauphiné Ronde van Polen
2016 opgave 52e 44e 22e
2017 4e 5e (2)   ↑ (1)
2018 29e (1)   ↑ (1)    
2019   ↑ (1)     ↑ (3)
2020 opgave (1)
2021 15e (3)     (1)  

(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen

PloegenBewerken

Wielerploegen

Van Aert · Affini · Bennett · Bouwman · Dekker · Dumoulin · Eenkhoorn · Van Emden · Foss · Gesink · Groenewegen · Harper · Hofstede · Van Hooydonck · Kooij Vanaf 18 februari · Kruijswijk · Kuss · Leemreize · Martens tot en met 30 mei · Martin · Oomen · Pfingsten · Roglič   · Roosen · Teunissen · Tolhoek · Vingegaard · Wynants tot en met 4 april