Tadej Pogačar

wielrenner uit Slovenië

Tadej Pogačar (uitspraak) (Klanec, 21 september 1998) is een Sloveens wielrenner die sinds 2019 voor het UCI World Tour-team UAE Team Emirates uitkomt. Pogačar brak in 2019 door bij het grote publiek door op 20-jarige leeftijd derde te worden in de Vuelta. In 2020 werd hij de op een na jongste winnaar ooit van de Tour de France. Pogačar wordt algemeen beschouwd als een van de beste renners ter wereld en won in 2021 de Vélo d'Or.

Tadej Pogačar
Pogačar tijdens de Ronde van Slovenië in 2022.
Persoonlijke informatie
Bijnaam Pogi[1]
Geboortedatum 21 september 1998
Geboorteplaats Klanec, Slovenië
Lengte 177 cm
Sportieve informatie
Huidige ploeg UAE Team Emirates
Discipline(s) Wegwielrennen
Specialisatie(s) Allrounder
Ploegen
2017–2018
2019–heden
Ljubljana Gusto Xaurum
UAE Team Emirates
Beste prestaties
Milaan-San Remo 3e (2024)
Ronde van Vlaanderen 1e (2023)
Amstel Gold Race 1e (2023)
Luik-Bastenaken-Luik 1e (2021, 2024)
Ronde van Lombardije 1e (2021, 2022, 2023)
Ronde van Italië 1e (2024)
6 etappezeges
Ronde van Frankrijk 1e (2020, 2021)
11 etappezeges
Ronde van Spanje 3e (2019)
3 etappezeges
WK op de weg 3e (2023)
Overige
Zeges:  
Strade Bianche
Waalse Pijl
GP van Montréal
Ronde van de VAE
Parijs-Nice
Tirreno-Adriatico
Ronde van Catalonië
Ronde van Californië
2022, 2024
2023
2022
2021, 2022
2023
2021, 2022
2024
2019
Medailleoverzicht
Wegwielrennen
Evenement Goud Zilver Brons
Olympische Zomerspelen 0 0 1
Wereldkampioenschappen 0 0 1
Totaal (2 medailles) 0 0 2
Medailles
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

Als specialist in het rondewerk won Pogačar tweemaal de Ronde van Frankrijk (in 2020 en 2021) en behaalde hij elf ritzeges. In 2024 voegde hij daar de Ronde van Italië aan toe. Ook in het klassieke werk is hij een wereldtopper, getuige zijn zeges in de wielermonumenten Ronde van Vlaanderen, tweemaal Luik-Bastenaken-Luik en driemaal de Ronde van Lombardije. Verder won hij ook al tweemaal de Strade Bianche, Parijs-Nice, tweemaal de Tirreno-Adriatico, de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl.

Levensloop bewerken

Jeugd bewerken

Pogačar groeide op in Klanec, een dorpje in het noorden van Slovenië. Als kind deed hij aan hardlopen en voetbal, maar vanaf zijn tiende was wielrennen zijn eerste sport.[2] Pogačar bleek talent te hebben op de fiets en viel op bij ex-renner Andrej Hauptman, die hem wegwijs maakte in de wielersport. In 2016 won hij de prestigieuze meerdaagse juniorenwedstrijd Giro della Lunigiana en anderhalve week later werd hij derde op het Europees kampioenschap in Plumelec. Bij de beloften won hij in 2018 zowel het eindklassement van de GP Priessnitz spa als dat van de Ronde van de Toekomst.

2019 – Profdebuut bij UAE Team Emirates bewerken

 
Pogačar tijdens de Ronde van Californië in 2019.

In 2019 werd Pogačar prof bij UAE Team Emirates,[3] waar hij als neo-prof een contract voor twee seizoenen had getekend. Zijn debuut voor de ploeg maakte hij in de Tour Down Under, waar hij na zes etappes op de dertiende plaats in het algemeen klassement eindigde. Een maand later behaalde hij in de Ronde van de Algarve zijn eerste profzege: in de tweede etappe won hij, na in de laatste meters weg te springen bij Wout Poels.[4] Door zijn overwinning nam hij de leiderstrui over van Fabio Jakobsen, die een dag eerder de openingsetappe had gewonnen. Die leiderstrui verdedigde de jonge Sloveen in de overige drie etappes, onder meer met een vijfde plaats in de tijdrit en een zesde plaats in de slotetappe, met succes.[5] Naast het algemeen klassement schreef hij ook het jongerenklassement op zijn naam.

Na zijn dertigste plaats in de Strade Bianche nam hij een maand rust. Begin april reed hij de Grote Prijs Miguel Indurain, waar hij in de slotfase ten aanval trok. Op de slotklim werd hij ingehaald door Jonathan Hivert, die solo naar de overwinning reed. Negen seconden later finishte Pogačar, in een achtervolgende groep van zes renners, als zesde.[6] Twee dagen later stond hij aan de start van de Ronde van het Baskenland, waar hij in de openingstijdrit de achttiende tijd neerzette.[7] In de vierde etappe leek Pogačar naar de overwinning te sprinten, maar in de laatste meters kwam klassementsleider Maximilian Schachmann hem nog voorbij.[8] Als tiende in het algemeen klassement begon Pogačar aan de slotetappe, een rit van 118,2 kilometer in en rond Eibar. Halverwege de rit moest de Azurki worden beklommen. Op deze beklimming moest klassementsleider Emanuel Buchmann lossen, terwijl Pogačar zich handhaafde in een elitegroep vooraan de koers. Hij finishte uiteindelijk als vijfde, waardoor hij naar de zesde plek in het eindklassement steeg.[9] Dat was genoeg om de jongerentrui over te nemen van Schachmann. Later die maand nam hij deel aan drie heuvelklassiekers: in de Amstel Gold Race haalde hij de finish niet, in de Waalse Pijl eindigde hij op plek 53 en in Luik-Bastenaken-Luik werd hij achttiende. Twee weken later stond hij als een van de favorieten aan de start van de Ronde van Californië.[10] In de zesde etappe, met aankomst op Mount Baldy, sprintte Pogačar met Sergio Higuita om de dagzege. De Colombiaan maakte een foutje in de laatste bocht, waardoor Pogačar langszij kwam en de etappe won.[11] Zijn klimtijd naar Mount Baldy was de snelste ooit. Hij legde de beklimming sneller af dan voormalig winnaars als Levi Leipheimer, Chris Horner en Rafał Majka.[12] Door zijn overwinning nam hij de leiderstrui over van Tejay van Garderen. Hoewel zijn leidende positie in de laatste etappe nog werd aangevallen, verdedigde hij zijn leiderstrui met succes.[13] Hij volgde Egan Bernal als eindwinnaar. Na afloop de wedstrijd gaf hij aan dat de zevendaagse rittenkoers zijn hoofddoel van het seizoen was.[14] Bij zijn terugkeer op Europese bodem won hij het nationale kampioenschap tijdrijden, voor Matej Mohorič en Jan Tratnik.[15] Twee dagen later werd hij zevende in de GP Lugano, waar zijn ploeggnoten Diego Ulissi en Aljaksandr Raboesjenka op de eerste en tweede plek eindigden.[16]

In juni behaalde hij de vierde plaats in de ronde van zijn thuisland, die Diego Ulissi won. Pogačar pakte de jongerentrui. Tijdens de Ronde van Spanje van 2019 won hij drie etappes, werd hij derde in het eindklassement en won hij tevens de jongerentrui.[17]

2020 bewerken

Begin 2020 schreef Pogačar twee etappes en het eindklassement van de Ronde van Valencia op zijn naam, en won hij een rit en het jongerenklassement in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten. Na de coronabreak kroonde hij zich voor de tweede opeenvolgende keer tot Sloveens kampioen tijdrijden. In de Ronde van Frankrijk verbaasde Pogačar de wielerwereld door, na de negende en de vijftiende etappe, ook de tijdrit in de twintigste etappe te winnen en bij die laatste overwinning een achterstand van 57 seconden op leider Primož Roglič in het klassement nog om te buigen in een voorsprong van 59 seconden. Hij werd daarmee de jongste Tourwinnaar sinds Henri Cornet in 1904, en schreef naast het eindklassement ook het bergklassement en het jongerenklassement op zijn naam.

2021 bewerken

In 2021 was het voor Pogačar meteen raak in zijn eerste etappekoers van het jaar: hij won de derde etappe en het eind- en jongerenklassement in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten.[18] Hij had een verschil van 35 seconden opgebouwd met Adam Yates. In de volgende rittenkoers waar hij aan deelnam kon hij eveneens zegevieren, ditmaal in de Tirreno-Adriatico. Hij won de vierde etappe van Terni naar Prati di Tivo. Enkele dagen later werd hij na een tijdrit in San Benedetto del Tronto de winnaar van het eind-, berg- en jongerenklassement van deze 56e editie van de Koers van de twee zeeën, zoals de wedstrijd ook wel genoemd wordt. Eind april won hij Luik-Bastenaken-Luik nadat hij te sterk was voor wereldkampioen Julian Alaphilippe.[19] In "zijn" Ronde van Slovenië won hij voor de eerste keer in zijn carrière het eindklassement, na een vijfde en tweemaal een vierde plek in de voorgaande edities. Zijn voorsprong op de nummer twee Diego Ulissi was ruim: 1 minuut en 26 seconden. Deze Ronde van Slovenië gold voor Pogačar als zijn voorbereiding op de Ronde van Frankrijk 2021, die niet veel later volgde. In de vijfde etappe van deze ronde, een tijdrit van Changé naar Laval, was hij maar liefst 26 seconden sneller dan de Deen Jonas Vingegaard. Desalniettemin bleef de leiderstrui in handen van Mathieu van der Poel. Na de achtste etappe nam Pogačar de leiderstrui over. In de etappes die volgden wist hij zijn voorsprong met zijn concurrenten flink uit te breiden. Zijn volgende etappezege behaalde hij in de zeventiende etappe op de Col de Portet. Concurrenten Vingegaard en Richard Carapaz werden tweede en derde, beide renners hadden inmiddels een achterstand van ruim vijf en een halve minuut op de Sloveen. Een dag later won hij de achttiende etappe, met wederom Vingegaard en Carapaz in zijn kielzog.[20] Bij aankomst op de Champs-Élysées in Parijs won hij het eind-, berg- en jongerenklassement, net als in 2020. Tevens bracht hij zijn totale aantal etappezeges naar zes. Een week later moest hij het onderspit delven in de wegwedstrijd op de Olympische Spelen. Samen met Wout van Aert sloot hij het podium af na winst van Carapaz. Op zijn laatste koersdag van het jaar won Pogačar bij zijn eerste deelname de Ronde van Lombardije. Hij versloeg Fausto Masnada in een sprint om de zege. Pogačar won hiermee zijn tweede wielermonument van het jaar.[21]

2022 bewerken

 
Pogačar wint de derde etappe van de Ronde van Slovenië in 2022.

Net als in 2021 schreef hij in 2022 in het begin van het jaar de eindklassementen in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten en Tirreno-Adriatico op zijn naam. Daarnaast won hij in beide rondes twee etappes en enkele klassementen. Tussen deze twee meerdaagse wedstrijden door vond de Strade Bianche plaats. In Siena kwam hij solo over de finish nadat hij 50 kilometer daarvoor weggereden was bij zijn concurrenten.[22] In het voorjaar reed hij verder top 10-uitslagen in Milaan-San Remo, Dwars door Vlaanderen en de Ronde van Vlaanderen. Medio juni nam hij deel aan de Ronde van Slovenië waar hij, net als een jaar eerder, het eindklassement won. Ook won hij twee etappes en het puntenklassement. De Ronde van Frankrijk, die niet veel later volgde, zorgde voor veel spektakel en strijd tussen de Sloveen en Jonas Vingegaard. Pogačar boekte drie etappezeges in deze wedstrijd. Zijn eerste was de zesde etappe die finishte in Longwy.[23] Na een spannende finale om de ritzege in de zevende etappe was hij net te sterk voor Vingegaard en vergrootte hiermee zijn voorsprong in het algemene klassement.[24] In de elfde etappe liep hij grote tijdsachterstand op met Vingegaard, die Pogačar het onderspit liet delven. Pogačar had na deze etappe een achterstand van twee minuten en tweeëntwintig seconden op Vingegaard.[25] Later won hij de zeventiende etappe, maar dat mocht echter niet baten voor zijn eindklassering. De Deen was in het eindklassement ditmaal te sterk voor Pogačar. Pogačar werd tweede en won voor de derde keer op rij het jongerenklassement. In het najaar won hij nog drie eendagswedstrijden: de Grote Prijs van Montréal, Tre Valli Varesine en de Ronde van Lombardije.

2023 bewerken

 
Pogačar tijdens de Ronde van Frankrijk in 2023.

In 2023 nam hij in het voorjaar aan andere wedstrijden deel dan de laatste paar voorgaande jaren. Op zijn eerste racedag was het meteen raak: hij won de Clásica Jaén Paraíso Interior, waar hij een solo van 36 kilometer afrondde.[26] Nadien reed hij de Ruta del Sol, waar hij de eerste, tweede en vierde etappe won. Zijn etappezeges zorgden ervoor dat hij het eind-, punten- en jongerenklassement won. Twee weken later ging hij in Parijs-Nice de strijd wederom aan met Vingegaard. In dit geval was de Sloveen te sterk voor Vingegaard. Pogačar won drie etappes en drie klassementen, waaronder het eindklassement. David Gaudu werd tweede en Vingegaard sloot het podium af.[27] Ook in de eendaagse klassiekers van dat voorjaar liet hij zich zien. Hij won de Ronde van Vlaanderen, voor Mathieu van der Poel, de Amstel Gold Race, voor Ben Healy, en de Waalse Pijl, voor Mattias Skjelmose. Dit jaar was Pogačars enige voorbereiding op de Ronde van Frankrijk deelname aan de nationale kampioenschappen. Op 22 juni werd hij kampioen in het tijdrijden, drie dagen later zegevierde hij voor het eerst in de wegrit. In de Ronde van Frankrijk won hij twee etappes: de zesde en de twintigste etappe. Zijn totale aantal etappezeges in de Ronde van Frankrijk kwam hiermee op elf te staan. In het eindklassement was Vingegaard echter wederom te sterk. De Deen had een tijdsverschil van bijna zeven minuten en dertig seconden opgebouwd.[28] Ondanks enige vermoeidheid na deze Ronde van Frankrijk nam hij deel aan de wereldkampioenschappen wielrennen.[29] Op de weg eindigde hij als derde achter Wout van Aert en Van der Poel. In de tijdrit moest hij het doen met een 21e plaats. In het najaar was hij opnieuw sterk in de Italiaanse eendagskoersen. Hij haalde vier top 10-plaatsen en won voor de derde maal op rij de Ronde van Lombardije, waar hij solo over de finish kwam, voor Andrea Bagioli. Dit was het derde jaar op rij dat Pogačar de eindklassementen van de Europe Tour en de World Tour won.

2024 bewerken

In 2024 won hij op zijn eerste wedstrijddag van het seizoen voor de tweede keer de Strade Bianche. In Milaan-San Remo werd hij derde achter Jasper Philipsen en Michael Matthews. In de Ronde van Catalonië was hij oppermachtig: hij won vier etappes en ook drie klassementen.[30] Een maand later zegevierde hij voor de tweede maal in Luik-Bastenaken-Luik. Hij reed wederom een solo van meer dan dertig kilometer.

Debuut in de Ronde van Italië bewerken

Zijn prestaties in het voorjaar zorgden ervoor dat hij als favoriet voor de eindzege ging deelnemen aan de Ronde van Italië.[31][32] Dit werd zijn eerste deelname aan de Giro. In de slotfase van de eerste etappe plaatste Pogačar, na voorbereidend werk van zijn ploeggenoten, op een korte klim een aanval die enkel Jhonatan Narváez kon volgen. In de afdaling sloot Maximilian Schachmann nog aan, waarna de drie samen naar de finish reden en om de winst konden sprinten. Narváez trok aan het langste eind, voor Schachmann en topfavoriet Pogačar.[33] Tijdens de etappe droeg de Sloveen een rouwband, vanwege het overlijden van een vijftienjarige renner uit zijn opleidingsploeg.[34] Een dag later was hij wederom topfavoriet in de tweede rit, een bergetappe met aankomst na een klim van bijna twaalf kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van meer dan zes procent naar Oropa.[35] Vlak voor de slotklim kwam Pogačar na een lekke band ten val, waarna hij met behulp van enkele ploeggenoten in achtervolging moest op het peloton.[36] Voor de klim begon was Pogi terug in het peloton, waarna zijn ploeggenoten Felix Großschartner en Mikkel Bjerg het tempo bepaalden. Na voorbereidend werk van Rafał Majka trok Pogačar zelf ten aanval. Enkel Ben O'Connor leek te kunnen volgen, maar zo'n tweehonderd meter later moest ook hij passen. Pogačar reed solo naar zijn eerste ritzege in de Giro. Door zijn zege voltooide hij de trilogie: ritwinst in elk van de drie Grote Rondes.[37] Door zijn zege nam hij ook de roze leiderstrui over van Narváez.[38]

De derde rit was op papier een etappe voor de sprinters, hoewel er in de laatste kilometers nog een oplopende strook van 1,8 kilometer aan 4,2 procent lag.[39] Op die helling plaatste de Deen Mikkel Honoré een versnelling, waarna Pogačar en Geraint Thomas meesprongen. Het drietal reed enkele tientallen meters voor het peloton, tot Honoré moest lossen. Pogačar en Thomas hielden het langer vol, tot ook zij in de laatste hectometers terug werden gepakt door het aanstormende peloton.[40][41] Tim Merlier won de sprint, voor Jonathan Milan en Biniam Girmay. In de zevende etappe, een tijdrit van 40,6 kilometer met finish bergop, werd vooraf een strijd tussen Pogačar en tweevoudig wereldkampioen tijdrijden Filippo Ganna verwacht.[42][43] Ganna zette de snelste tijd neer en was bij de eerste twee tijdsmetingen ook sneller dan Pogačar, die als laatste en in de roze trui van start ging. Op de klim was de Sloveen echter ruim een minuut sneller dan Ganna, waardoor hij zijn tweede etappewinst boekte.[44][45]

De tweede rit in lijn met aankomst bergop stond gepland voor etappe acht. Die 152 kilometer lange etappe eindigde met een klim van 14,7 kilometer aan een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent naar Prati di Tivo. Op papier leek het een etappe met kansen voor winst vanuit de vroege vlucht.[46][47] Na een openingsfase met meerdere aanvalspogingen ontstond er een kopgroep van veertien renners, met daarin onder meer voormalig eindwinnaar Nairo Quintana en Romain Bardet. Het peloton, onder aanvoering van Pogačars ploeggenoten Vegard Stake Laengen, Mikkel Bjerg en Domen Novak, gaf de vluchters echter nooit meer dan tweeënhalve minuut voorsprong.[48] Op de slotklim werd Valentin Paret-Peintre als laatste van de vluchters ingerekend.[49] In de laatste kilometers counterde Pogačar versnellingen van Antonio Tiberi, Thymen Arensman en Michael Storer, waarna hij naar zijn derde dagzege sprintte.[50] In de laatste rechte lijn van de negende etappe zette Pogačar zich op kop van het peloton om de ontsnapte Jhonatan Narváez terug te pakken, in dienst van zijn ploeggenoot Sebastián Molano.[51] Op enkele tientallen meters van de finish werd Narváez gegrepen door het sprintende peloton; Molano werd derde.[52]

Sparen en uithalen in de tweede Giroweek bewerken

Na de eerste rustdag hield Pogačar zich vier etappes lang relatief rustig.[53] Zelf gaf hij aan last te hebben van een verkoudheid.[54] Acht dagen na zijn gewonnen tijdrit stond er wederom een strijd tegen de klok op het programma. De veertiende etappe was met 31,2 kilometer minder lang dan de eerste tijdrit, maar met zo'n honderdvijftig hoogtemeters een stuk vlakker.[55] Dit parcours was meer op het lijf geschreven van werelduurrecordhouder Filippo Ganna.[56] Bij de eerste tijdsmeting, na 7,8 kilometer, was de Sloveen nog vier seconden sneller dan de Italiaan, maar in de rest van de race was Ganna sneller.[57] Hij won de tijdrit met 29 seconden voorsprong op Pogačar, die wel zijn voorsrpong op zijn concurrenten voor het algemeen klassement uitbreidde. Een dag later stond de etappe met de meeste hoogtemeters op het programma: in 222 kilometer moesten de renners 5.200 hoogtemeters overwinnen, waarna de etappe eindigde in het skigebied Mottolino, nabij Livigno.[58] Hoewel Pogačar vooraf had aangegeven de etappe graag te willen winnen,[59][60][61] kozen bijna vijftig renners voor de aanval.[62] De overige renners in het peloton, onder aanvoering van de ploeggenoten van Pogačar, lieten (een deel van) de vluchters een maximale voorsprong van zo'n vijf minuten bij elkaar fietsen. Toen op de slotklim het gat niet op tijd dichtgereden leek te worden, plaatste Pogi op ruim zes kilometer van de finish zelf een aanval, die door geen van zijn concurrenten werd gevold.[63] Vanaf zijn aanval reed hij gemiddeld meer dan vier kilometer per uur sneller dan zijn naaste concurrenten.[64] Op twee kilometer van de finish haalde hij koploper Nairo Quintana in, waarna hij solo naar zijn vierde ritoverwinning reed.[65]

Dominante eindzege in de Giro bewerken

Met een voorsprong van meer dan zesenhalve minuut op zijn naaste achtervolger Geraint Thomas ging Pogačar de tweede rustdag in. In de ingekorte[66] zestiende etappe wilden de Sloveen en zijn ploeg aanvankelijk niet voor de winst gaan.[67] Omdat Movistar, in dienst van Einer Rubio, het verschil met de vluchters klein hield, kreeg Pogi toch een kans op een nieuwe ritzege. Op de slotklim versnelde Pogačars ploeggenoot Rafał Majka, waarna enkel Pogačar zelf kon volgen. Nadat Majka's werk erop zat soleerde zijn kopman langs koploper Giulio Pellizzari en behaalde zo zijn vijfde etappezege.[68] In de zeventiende etappe wilde Pogačar de ritzege aan een van de vroege vluchters laten. Echter, Team dsm-firmenich PostNL hield, in dienst van hun kopman Romain Bardet, het tempo hoog, waardoor de aanvallers werden teruggepakt.[69] Nadat de Nederlandse ploeg het tempo liet zakken, plaatste de Duitser Georg Steinhauser een aanval die door niemand werd gevolgd. Hij soleerde naar de overwinning. In de groep der favorieten hield Pogačar zich in, tot hij op de flanken van de Broconpas een inspanning plaatste en solo als tweede over de finish kwam.[70] Hij bouwde zijn voorsprong uit tot meer dan zevenenhalve minuut op zijn naaste achtervolger.

In de volgende twee etappes ging de winst naar respectievelijk een sprinter (Tim Merlier) en een aanvaller (Andrea Vendrame) en hield Pogačar zich gedeisd met het oog op de voorlaatste rit.[71][72] In die etappe moesten de renners tweemaal over de Monte Grappa. Tijdens de eerste beklimming hield zijn ploeg, onder aanvoering van met name Mikkel Bjerg, het tempo hoog.[73] Pellizzari viel nog aan vanuit de groep der favorieten en kwam als eerste boven bij de eerste passage over de top van de Monte Grappa. Hiermee behaalde hij voldoende punten om tweede te staan in het bergklassement, wat betekende dat hij in de slotetappe in de blauwe trui mocht starten (klassementsleider Pogačar droeg al het roze). Tijdens de tweede beklimming trok Pogačar zelf ten aanval en haalde Pellizzari, die nog even in zijn wiel meekon, nog voor de top in. Nadat Pellizzari loste soleerde Pogi naar zijn zesde dagzege.[74] In de slotetappe kwam zijn leidende positie niet meer in gevaar en reed Pogačar in de slotkilometers op kop in steun van zijn ploeggenoot Sebastián Molano, die de sprint wilde winnen.[75] Op het eindpodium werd Pogačar geflankeerd door Daniel Martínez en de 38-jarige Geraint Thomas. Zijn voorsprong van bijna tien minuten op nummer twee Martínez was de grootste voorsprong in een Grote Ronde sinds de Ronde van Frankrijk in 1984, toen Laurent Fignon zijn rivaal Bernard Hinault tienenhalve minuut voorbleef.[76] Naast het algemeen klassement schreef Pogačar ook het bergklassement op zijn naam, een prestatie die Chris Froome in 2018 voor het laatst behaalde.

Privé bewerken

Pogačar heeft een relatie met wielrenster Urška Žigart.[77]

Palmares bewerken

Overwinningen bewerken

2017 – 0 zeges
2018 – 1 zege
2019 – 8 zeges
2020 – 9 zeges
2021 – 13 zeges
2022 – 16 zeges
2023 – 17 zeges
2024 – 14 zeges

Totaal: 78 individuele UCI-zeges

Resultaten in voornaamste wedstrijden bewerken

Jaar Ronde van
Italië
Ronde van
Frankrijk
Ronde van
Spanje
2019   ↑ (3)   
2020   ↑ (3)    
2021   ↑ (3)    
2022   ↑ (3)   
2023   ↑ (2)   
2024   ↑ (6)   
(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen
Jaar Milaan-San Remo Ronde van Vlaanderen Amstel Gold Race Luik-Bast.‑Luik Ronde van Lombardije Strade Bianche Waalse Pijl Clásica San Sebastián WK op de weg Wereld­ranglijsten
2019 opgave 18e 30e 53e opgave 18e 15e (UWR)
2020 12e   ↑ 13e 9e 33e   (UWR)
2021   ↑   ↑ 7e 37e   (UWR)
2022 5e 4e   ↑   ↑ 12e opgave 19e   (UWR)
2023 4e   ↑   ↑ opgave   ↑   ↑   ↑   (UWR)
2024   ↑   ↑   ↑

Resultaten in andere etappekoersen bewerken

Jaar Ronde van Valencia Ruta del Sol Ronde van de Algarve Ronde van de VAE Parijs-Nice Tirreno-Adriatico Ronde van Catalonië Ronde van het Baskenland Ronde van Californië Ronde van Slovenië
2017 5e  
2018 4e  
2019   (1)   6e     ↑ (1)   4e  
2020   ↑ (2)     ↑ (1)  
2021   ↑ (1)     ↑ (1)      ↑ (1)   (1)  
2022   ↑ (2)     ↑ (2)      (2)  
2023   (3)     ↑ (3)   
2024   ↑ (4)   

(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen

Jeugd bewerken

2016 (junioren)
2017 (beloften)

Ploegen bewerken

Onderscheidingen bewerken

Voorganger:
  Egan Bernal
2019
  Winnaar van de Ronde van Frankrijk  
  Tadej Pogačar
2020, 2021
Opvolger:
  Jonas Vingegaard
2022
Voorganger:
  Romain Bardet
2019
  Bergkoning in de Ronde van Frankrijk  
  Tadej Pogačar
2020, 2021
Opvolger:
  Jonas Vingegaard
2022
Voorganger:
  Egan Bernal
2019
  Beste jongere in de Ronde van Frankrijk  
  Tadej Pogačar
2020, 2021, 2022, 2023
Opvolger:

2024
Voorganger:
  Primož Roglič
2023
  Winnaar van de Ronde van Italië  
  Tadej Pogačar
2024
Opvolger:

2025
Voorganger:
  Thibaut Pinot
2023
  Bergkoning in de Ronde van Italië  
  Tadej Pogačar
2024
Opvolger:

2025