Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Mediterrane bossen, bosland en struwelen

WWF-bioom

Mediterrane bossen, bosland en struwelen vormen een van de 14 biomen waarin het WWF het landoppervlak van onze planeet indeelt. Ongeveer 20% van de bekende plantensoorten worden in dit bioom aangetroffen.

Mediterrane bossen, bosland en struwelen
landschap in Hoog-Corsica
landschap in Hoog-Corsica
Breedtes 35° Z tot 25° Z

30° N tot 45° N

Klimaat middellandsezeeklimaat
Oppervlakte 3.200.000 km²
Beschermd 2.2 %
Biome map 12.svg
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Inhoud

KenmerkenBewerken

De vegetatie wordt gekenmerkt door

  1. een lage kroon
  2. vrij geringe dichtheid
  3. niet erg groen
  4. de groei is vrij traag en aangepast aan het ritme van het klimaat: een kort droog seizoen, onregelmatige regenval, vooral in de winter
  5. sterke winden zijn mogelijk
  6. branden treden regelmatig op en vuur speelt een belangrijke rol in de levenscycli
  7. menselijk ingrijpen heeft het bioom ernstig aangetast (tot meer dan de helft) en dit proces zet zich nog voort

Het bioom komt vooral in het Middellandse Zeegebied voor, maar er zijn andere delen van de aarde waar het ook een rol speelt. De vegetatie wordt wel sclerofiel genoemd wat betekent dat de bladeren gewoonlijk tegen een stootje kunnen. Dit is het geval voor de olijfboom en de steeneik van Zuid-Europa, maar net zo goed voor de suikerbossen van het geslacht Protea. Ook voor veel soorten van de Australische bush geldt hetzelfde.

Geografische verspreidingBewerken

Afrotropisch gebiedBewerken

Australaziatisch gebiedBewerken

  • De bossen en struwelen van het zuidwesten van Australië
  • De bossen van Zuid-Australië

Nearctisch gebiedBewerken

Neotropisch gebiedBewerken

Palearctisch gebiedBewerken

  • De bossen en struwelen rond de Middellandse Zee

KlimaatBewerken

 
Australische bush.

De zomers zijn heet en droog, 's winters is het weer vrij zacht en soms nat en deze afwisseling heeft aanpassingen opgelegd aan de vegetatie. De jaarlijkse regenval varieert van 300 mm/jaar tot 800 mm/jaar met uitschieters op grotere hoogte. Tleta ktama in de Marokkanse Rif ontvangt 1500 mm en Mont Aigoual zelfs 2000 mm. Er is plotseling opkomend onweer ten gevolge van het vocht dat verdampt van de warme zee en de koudere luchtstromen die van elders (bijv. Centraal Europa) het gebied inkomen. Deze geberutenissen kunnen tot aanzienlijke overstromingen aanleiding geven.

Her gebied ontvang veel zon met zo'n 2500 uur per jaar. Het aantal regenachtige dagen is klein: minder dan 100 dagen per jaar. Het droge zomerseizoen kan 3 tot 4 maanden duren. De temperatuur schommelt rond een gemiddelde van 15-20 °C. Vorst en sneeuw zijn zeldzaam en treden gewoonlijk alleen op grotere hoogte op. Plantensoorten zijn vakk niet vorstbestendig. Er treden vaak ook sterke bergwinden op. Sommige daarvan hebben hun eigen benaming zoals de mistral, sirocco of de bora

FloraBewerken

 
Naaldbos bij Oujda.

De vegetatie telt een aanzienlijk aantal eenjarige planten die hun levenscyclus voltooien binnen het ritme van de jaargetijden. Vaak sterven ze al af voor de droge zomer begint. Daarnaast zijn er ook talrijke xerofiele planten die in staat zijn vocht op te slaan, bijvoorbeeld in een bloembol en het verlies aan vocht tegengaan door een verkleind bladoppervlak of doordat zij huidmondjes bezitten die zich in hete uren afsluiten van de buitenwereld. Ook treed er vaak verhouting op onder invloed van de sterke zonnestraling. De grond is vaak kalkhoudend en er vaak karstverschijnselen die het afvloeien van gevallen neerslag bespoedigen. Dit maakt het landschap nog droger. Soms is er sprake van "rode aarde" die kaolienhoudende klei bevat die met hematiet rood gekeurd is. Deze gronden zijn vaak een overblijfsel van nattere tijden in het Kwartair.

Het bioom is vaak sterk aangetast door ingrijpen van de mens. Er wordt vaak brand gesticht om nieuw landbouwareaal to ontgininnen en het houden van geiten en opzettelijke ontbossing -bijvoorbeeld voor de scheepsbouw in de Romeinse tijd- heeft veel kaalslag veroorzaakt. Van de bossen met steeneik komen nog maar fragmenten voor. Er wordt vandaag de dag wel her en der geprobeerd om het verloren bos weer op te doen groeien.[1].

BosBewerken

We kunnen naar de dominante soorten een aantal vegetatietypes onderscheiden:

 
Kurkeiken.

De begroeiing kan echter ook meer uit struweel bestaan en daar wordt in Europa een onderscheid gemaakt in maquis en garrique. Voor een deel berust het verschil op de hoeveelheid neerslag, maar ook de grondsoort speelt een voorname role. Maquis komt meer op kiezelrijke grond voor en garrique op drogere meer kalkachtige gronden. Daarnaast worden ook dennenbossen aangetroffen, maar voor een deel gaat dit terug op de invasieve en snelgroeiende aleppoden.

MaquisBewerken

 
Chaparral in Californië.

Maquis is een soort bos waarin hoge bomen ontbreken. In andere streken van de wereld worden er andere namen aan gegeven:

Maquis groeit vooral op kiezelrijke bodem oftewel verweerde rotsen. Er worden veel plantensoorten aangetroffen, waaronder vaak een groot aantal endmische soorten. Boomsoorten bereiken soms een hoogte boven de 4 meter. In Europa zijn daaronder de steeneik, de kurkeik en de olijfboom. Veel begroeiing is echter in de vorm van struiken die wat lager blijven, zoals de boomhei, aardbeiboom en soorten uit de Ericaceae. In het fynbos zijn het vaak de Protea-soorten die deze plaats innemen.

Nog lagere struiken en planten komen ook in vele soorten. Daaronder valt bijvoorbeeld roosmarijn, de stekelige jeneverbes, lavendel en clematis.

GarriqueBewerken

Dit type is eigenlijk een verworden vorm van steeneikenwoud die de kalkrijke bodems bedekt die snel zijn neerslag verliest en waar de begroeiing minder dicht is. Er zijn hier nog minder hogere bomen en er groeien vooral planten die goed tegen droogte kunnen, zoals de hulsteik die niet hoger wordt dan 1,5 meter, soorten uit het geslacht Cistus, tijm, roosmarijn, salie, lavendel, hysop en bolgewassen zoals crocus, iris en tulp. Indien de degradatie voortschrijdt verandert dit type vegetatie in steppe. In andere delen van de wereld komt een vergelijkbaar type vegetatie voor, zoals het renosterveld van Zuid-Afrika, waar ook vele bolgewassen aangetroffen worden.

FaunaBewerken

Het bioom is rijk aan insectensoorten, waaronder krekels en sprinkhanen. Ook reptielen zijn vaak goed vertegenwoordigd, waaronder hagedissen en gecko's. Er zijn ook vaak endemische vogelsoorten zoals de honingzuigers en Afrikaanse suikervogels of een aantal soorten roofvogels zoals arenden en buizerds, maar ook aaseters zoals de condor.

Grote zoogdieren zijn vaak door toedoen van de mens verdwenen, zoals de Afrikaanse blauwbok of vervangen door huisdieren of vee, zoals ezels, geiten of schapen. Kleinere nachtdieren zoals de opossums van Chili en Australië zijn er vaak nog wel.

Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde: algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie: archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie: beschrijvende plantkunde · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie: ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie: adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek: taxonomie · botanische nomenclatuur · APG II-systeem · APG III-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie: abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding