Regering-Schollaert

De regering-Schollaert (9 januari 1908 - 18 juni 1911) was een Belgische regering. Het was een homogeen-katholieke regering. Ze volgde de regering-De Trooz op en werd opgevolgd door de regering-De Broqueville I.

Regering-Schollaert
Regeringsleider Frans Schollaert
Regeringsleider Frans Schollaert
Coalitie      Katholieke Partij
Zetels Kamer 87 van 166 (24 mei 1908)
Premier Frans Schollaert
Aantreden 9 januari 1908
Ontslagnemend 8 juni 1911
Einddatum 18 juni 1911
Voorganger De Trooz
Opvolger De Broqueville I
Portaal  Portaalicoon   België

VerloopBewerken

Invoering dienstplichtBewerken

De kwestie van de dienstplicht werd in de jaren 1900 in België steeds belangrijker. Op 21 maart 1902 werd namelijk een militair wetsvoorstel tot invoering van de vrijwillige dienst goedgekeurd, waardoor de oorlogsmacht van 130.000 naar 187.000 man werd gebracht. Maar deze wet uit 1902 riep echter vragen op. Het was pas vanaf 24 november 1908 dat de discussie van deze militaire kwestie echt begon.

Parlementslid Georges Snoy en premier Frans Schollaert ondervroeg minister van Oorlog Joseph Hellebaut over deze wet. Hieruit bliek dat de inspanning van België niet voldoende is: er zijn niet genoeg mannen in het leger. Koning Leopold II was ervan overtuigd dat het systeem niet werkte en wilde de dienstplicht laten invoeren.

De kwestie van de invoering van de dienstplicht werd vanaf dan steeds belangrijker. Voor Leopold II was het antwoord positief: de dienstplicht is noodzakelijk. Hij probeerde daarom François Schollaert te overtuigen om een maatregel te nemen tot invoering van de dienstplicht. De premier aarzelde echter. Hij wou een zachtaardiger compromis: het principe van dienstplicht van één man per gezin. Hierdoor zou elk gezin een zoon moeten geven aan het leger, zodat hij zijn militaire dienstplicht kan vervullen en indien nodig kan dienen.

Het wetsvoorstel werd op 8 juli 1909 ingediend, maar het ontwerp zorgde voor veel kritiek en er werd een nieuw compromis voorgesteld door Paul Hymans. Hij stelde voor om de beginselen van loting en vervanging, de vrijstelling van de geestelijkheid en een diensttijd van 15 maanden af te schaffen. Dit project werd gesteund door enkele jonge leden van Jong Rechts.

Vanaf 17 november 1909 werd het gewijzigde ontwerp artikel per artikel in stemming gebracht, terwijl de stemming over het gehele ontwerp op 1 december 1909 met 100 stemmen voor en 58 stemmen tegen viel. De Senaat keurde het ontwerp goed op 14 december en Koning Leopold II ondertekende het nog dezelfde dag.

Overname van CongoBewerken

De Onafhankelijke Congostaat, was een privé-bezit van koning Leopold II. Het Parlement hield slechts toezicht op het project van de koning, die beschouwd werd als de "grote bouwer" van Congo. De parlementariërs konden echter niet begrijpen waarom de Leopold II zoveel tijd en werk besteedde aan de verbetering van de stadsplanning en de stedelijke agglomeratie om het land te verlichten. Bovendien hadden de grote internationale mogendheden een slecht beeld van de ontwikkeling van de staat Congo. Zij hadden dan ook gewezen op de misstanden die de Koning had begaan tegen de Congolezen.

Naar aanleiding van deze opmerkingen besloot de koning advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie Edmond Janssens naar Congo te sturen om de situatie te onderzoeken. De parlementariërs vonden dit echter onvoldoende. Premier Paul de Smet de Naeyer voelde zich niet in staat om het geschil tussen de koning en het parlement op te lossen en nam ontslag.

Het was uiteindelijk premier Jules de Trooz, opvolger van Paul de Smet de Naeyer, die aan het Parlement zijn bereidheid aankondigde om Congo over te nemen door middel van een verdrag. Maar door zijn dood kon hij zijn wens om Congo te heroveren niet doorzetten. Vervolgens besloot François Schollaert, die hem in 1908 opvolgde, het ontwerpverdrag van Jules de Trooz naar de Kamers te brengen.

De zaak Congo werd vervolgens geregeld na de stemmingen van de afgevaardigden en senatoren op 20 augustus 1908 en van koning Leopold II op 18 oktober. Het was door het "winnen van het vertrouwen van de oude vorst en de steun van de Kamers" dat François Schollaert dit verdrag, dat de onafhankelijke staat Congo, de nieuwe Belgische kolonie, heeft gemaakt, erdoor heeft gedrukt. Het verdrag werd uiteindelijk door de kamers gestemd met 83 stemmen voor, 54 tegen en 9 onthoudingen. Op 15 november 1908 werd Congo dus een Belgische kolonie.

SamenstellingBewerken

Naam Partij Functie en bevoegdheden Termijn
  Frans Schollaert Katholieke Partij Voorzitter van de Ministerraad en Minister
Binnenlandse Zaken (tot 5 september 1910)
Landbouw (van 30 oktober 1908 tot 5 augustus 1910)
Kunsten en Wetenschappen (vanaf 5 augustus 1910)
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Julien Davignon Katholieke Partij Minister
Buitenlandse Zaken
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Edouard Descamps Katholieke Partij Minister
Kunsten en Wetenschappen
9 januari 1908 - 5 augustus 1910
  Jules Renkin Katholieke Partij Minister
Justitie (tot 30 oktober 1908)
Koloniën (vanaf 30 oktober 1908)
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Julien Liebaert Katholieke Partij Minister
Financiën
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Joris Helleputte Katholieke Partij Minister
Spoorwegen, Posterijen en Telegrafie (tot 5 september 1910)
Landbouw ad interim (tot 30 oktober 1908)
Landbouw (van 5 augustus 1910)
Openbare Werken (van 5 augustus 1910)
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Auguste Delbeke Katholieke Partij Minister
Openbare Werken
9 januari 1908 - 5 augustus 1910
  Armand Hubert Katholieke Partij Minister
Nijverheid en Arbeid
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Joseph Hellebaut technicus Minister
Oorlog
9 januari 1908 - 18 juni 1911
  Léon de Lantsheere Katholieke Partij Minister
Justitie
30 oktober 1908 - 18 juni 1911
  Paul Berryer Katholieke Partij Minister
Binnenlandse Zaken
5 september 1910 - 18 juni 1911
  Charles de Broqueville Katholieke Partij Minister
Spoorwegen, Posterijen en Telegrafie
5 september 1910 - 18 juni 1911

HerschikkingenBewerken

Val en ontslagBewerken

Koning Leopold II deelde dezelfde ideeën als zijn premier. Maar na zijn dood kwam zijn neef Albert I op de troon, na zes dagen na de dood van zijn oom, op 23 december 1909. Hij was, intekenstelling tot zijn oom, niet akkoord met alle projecten die door de regering-Schollaert werden voorgesteld, zoals de wet op de scholen.

Bovendien daalde het aantal zetels van de Katholieke Partij in het Parlement. Hierdoor rekende de premier op de liberalen en de socialisten om de nodige stemmen te krijgen voor de goedkeuring van de schoolwet. Hij hoopte de steun van heel rechts te krijgen, wat echter niet het geval was. Dit leidde tot een onbalans in de overheid. Destijds maakte Charles Woeste van de gelegenheid gebruik om de regering en haar idee van 'schoolvouchers' in diskrediet te brengen.

De Koning trok zijn vertrouwen in de premier terug, nadat hij het vertrouwen van het parlement had verloren. Hierdoor werd François Schollaert "verplicht" om af te treden, wat hij op 7 juni 1911 deed.