Regering-Van Acker IV

De regering-Van Acker IV (23 april 1954 - 26 juni 1958) was een Belgische regering. De regering bestond uit de BSP/PSB (86 zetels) en de Liberale Partij (25 zetels).

Regering-Van Acker IV
Regeringsleider Achiel Van Acker
Regeringsleider Achiel Van Acker
Coalitie      BSP/PSB
     Liberale Partij
Zetels Kamer 111 van 212 (11 april 1954)
Premier Achiel Van Acker
Aantreden 23 april 1954
Ontslagnemend 2 juni 1958
Einddatum 26 juni 1958
Voorganger Van Houtte
Opvolger G. Eyskens II
Portaal  Portaalicoon   België

Tijdens deze liberaal-socialistische regering bereikte de Tweede Schoolstrijd een hoogtepunt naar aanleiding van de wet-Collard. Collard probeerde de subsidies aan de katholieke scholen aanzienlijk te verminderen, de voorwaarden voor subsidiëring te verscherpen en te voorzien in de oprichting van een groot aantal rijksscholen.

Ze volgde de regering-Van Houtte op na de verkiezingen van 11 april 1954 en werd opgevolgd door de regering-G. Eyskens II.

SamenstellingBewerken

De regering bestond uit 16 ministers. De BSP/PSB had er 9 en de Liberale Partij had er 7.

Naam Partij Functie en bevoegdheden Termijn
  Achiel Van Acker BSP/PSB Premier 23 april 1954 - 26 juni 1958
  Edouard Anseele BSP/PSB Minister
Verkeerswezen
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Oscar Bossaert Liberale Partij Minister
Middenstand
23 april 1954 - 31 januari 1956
  Léon Mundeleer Liberale Partij 13 februari 1956 - 26 juni 1958
  Auguste Buisseret Liberale Partij Minister
Koloniën
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Léo Collard PSB/BSP Minister
Openbaar Onderwijs
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Edmond Leburton PSB/BSP Minister
Volksgezondheid en Gezin
23 april 1954 - 26 juni 1958
  René Lefebvre Liberale Partij Minister
Landbouw
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Henri Liebaert Liberale Partij Minister
Financiën
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Albert Lilar Liberale Partij Minister
Justitie
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Jean Rey Liberale Partij Minister
Economische Zaken
23 april 1954 - 27 januari 1958
  Roger Motz Liberale Partij 27 januari 1958 - 26 juni 1958
  Paul-Henri Spaak PSB/BSP Minister
Buitenlandse Zaken
23 april 1954 - 13 mei 1957
  Antoon Spinoy BSP/PSB Minister
Landsverdediging
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Léon-Eli Troclet PSB/BSP Minister
Arbeid en Sociale Voorzorg
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Adolphe Van Glabbeke Liberale Partij Minister
Openbare Werken en Wederopbouw
23 april 1954 - 14 januari 1955
  Omer Vanaudenhove Liberale Partij 14 januari 1955 - 26 juni 1958
  Piet Vermeylen BSP/PSB Minister
Binnenlandse Zaken
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Victor Larock PSB/BSP Minister
Buitenlandse Handel (tot 13 mei 1957)
Buitenlandse Zaken (vanaf 13 mei 1957)
23 april 1954 - 26 juni 1958
  Hendrik Fayat BSP/PSB Minister
Buitenlandse Handel
13 mei 1957 - 26 juni 1958

HerschikkingenBewerken

VerloopBewerken

Tweede schoolstrijdBewerken

 
Demonstratie van katholieken in Antwerpen tegen schoolwet-Collard (17 april 1955)
  Zie Schoolstrijd (België) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tweede schoolstrijd, die al sinds 1950 aan de gang was, leidde tot de vorming van een coalitie tussen socialisten en liberalen die de CVP/PSC uitsloot. Vanaf de eerste weken verlaagde de regering de subsidies voor gratis onderwijs. Een eerste demonstratie ter ondersteuning van het vrije onderwijs vond plaats op 26 maart 1955; meer dan 100.000 mensen namen deel, onder wie de leiders van de CVP/PSC. In dat jaar vonden tal van soortgelijke demonstraties plaats. De demonstratie van 10 juli 1955 bracht 250.000 mensen samen; een petitie met 2.197.209 handtekeningen werd dezelfde dag aan koning Boudewijn voorgesteld. Théo Lefèvre (CVP/PSC) riep zelfs op tot economische sabotage door te eisen dat zijn geld uit de Caisse d'Épargne zou worden gehaald. Op 18 mei 1958 bracht een nieuwe demonstratie tegen het regeringsbeleid nog eens 200.000 mensen bijeen.

Europese Economische GemeenschapBewerken

De verwerping van het Verdrag tot de oprichting van een Europese Defensiegemeenschap door Frankrijk leidde tot het uitblijven van een politiek Europa. Hierdoor wordt dan de oprichting van een Europese gemeenschappelijke markt overwogen, maar het Verenigd Koninkrijk is hier dan weer tegen, terwijl Frankrijk aandringt op opwaartse sociale harmonisatie. In België was ondertussen de betrokkenheid van de koloniën omstreden, omdat Congo algemeen werd beschouwd als het domein van zijn metropool. De genoemde gedeeltelijke overdracht van de staatssoevereiniteit werd aanvankelijk door de koning en premier Achiel Van Acker geweigerd; uiteindelijk ondertekende Paul-Henri Spaak op 25 maart 1957 het Verdrag van Rome tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA). In januari 1958 was België voorzitter van de eerste Raad van de EEG; Brussel, dat oorspronkelijk slechts bedoeld was als voorlopige zetel van de Europese instellingen voor 6 maanden, werd de zetel van de Europese instellingen1.