Regering-Spaak I

De regering-Janson (15 mei 1938 - 22 februari 1939) was een Belgische regering. Het was een coalitie van de BWP (70 zetels), de Katholieke Unie (63 zetels) en de Liberale Partij (23 zetels).

Regering-Spaak I
Regeringsleider Paul-Henri Spaak
Regeringsleider Paul-Henri Spaak
Coalitie      BWP
     Katholieke Unie
     Liberale Partij
Zetels Kamer 156 van 202 (24 mei 1936)
Premier Paul-Henri Spaak
Aantreden 15 mei 1938
Ontslagnemend 21 februari 1939
Einddatum 22 februari 1939
Voorganger Janson
Opvolger Pierlot I
Portaal  Portaalicoon   België

De regering volgde de regering-Janson op, maar viel al snel door de affaire-Martens en het verlaten van de liberalen. Ze werd opgevolgd door de regering-Pierlot I, die ook al snel viel, waarna verkiezingen op 2 april 1939 werden georganiseerd.

VerloopBewerken

Na de val van de regering-Janson over ruzies over een fiscaal project dat gericht was op de rijksten, werd de socialist Paul-Henri Spaak gevraagd een nieuwe regering te vormen. Spaak deed dit niet door te onderhandelen met de partijen, maar door rechtstreeks op zoek te gaan naar kandidaten voor een ministerieel ambt. Er was dus geen duidelijke regeringsovereenkomst.

Geconfronteerd met een nieuwe economische crisis sloeg de regering er niet in een duidelijke economische lijn te trekken, waarbij de socialisten en de liberalen elkaar radicaal tegenwerkten. Hierdoor moest uiteindelijk de liberale minister van Financiën Max-Léo Gérard gedwongen af treden.

Ook de Spaanse Burgeroorlog bleef een twistpunt binnen de regering. Dit keer tussen de socialisten en de conservatieve katholieken. Spaak voelt zich verplicht, tegen de zin van zijn eigen partij, het regime van Francisco Franco te erkennen om zijn meerderheid te behouden, wat leidde tot het aftreden van Émile Vandervelde als partijvoorzitter van de BWP.

De regering viel uiteindelijk ten val als gevolg van een controverse over de benoeming van Adriaan Martens, een ter dood veroordeelde maar uiteindelijk amnestie gekregen veroordeelde, aan het hoofd van de Vlaamse Academie voor Geneeskunde. De liberalen hekelden deze benoeming en verlieten de regering. Spaak bood toen het ontslag van zijn regering aan.

SamenstellingBewerken

Naam Partij Functie en bevoegdheden Termijn
  Paul-Henri Spaak BWP Premier en Minister
Buitenlandse Zaken (tot 21 januari 1939)
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Joseph Merlot BWP Minister
Binnenlandse Zaken en Openbare Gezondheid
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Octave Dierckx Liberale Partij Minister
Openbaar Onderwijs
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Joseph Pholien Katholieke Unie Minister
Justitie
15 mei 1938 - 21 januari 1939
  Emile van Dievoet Katholieke Unie 21 januari 1939 - 22 februari 1939
  Max-Léo Gérard Liberale Partij Minister
Financiën
15 mei 1938 - 6 december 1938
  Albert-Edouard Janssen Katholieke Unie 6 december 1938 - 22 februari 1939
  August Balthazar BWP Minister
Openbare Werken en Opslorping van de Werkloosheid
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Achille Delattre BWP Minister
Arbeid en Sociale Voorzorg
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Paul Heymans Katholieke Unie Minister
Landbouw, Economische Zaken en Middenstand
15 mei 1938 - 21 januari 1939
  Hendrik Marck Katholieke Unie Minister
Vervoer, PTT en NIR
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Henri J. Denis technicus Minister
Landsverdediging
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Albert de Vleeschauwer Katholieke Unie Minister
Koloniën
15 mei 1938 - 22 februari 1939
  Paul-Emile Janson Liberale Partij Minister
Buitenlandse Zaken
21 januari 1939 - 22 februari 1939
  Georges Barnich BWP Minister
Economische Zaken
21 januari 1939 - 22 februari 1939
  Charles d'Aspremont Lynden Katholieke Unie Minister
Landbouw en Middenstand
21 januari 1939 - 22 februari 1939
  Emile Jennissen Liberale Partij Minister
Openbare Gezondheid
21 januari 1939 - 22 februari 1939

HerschikkingenBewerken