Regering-Van Zeeland I

De regering-Van Zeeland I (25 maart 1935 - 13 juni 1936) was een Belgische regering. Het was een coalitie van de Katholieke Unie (80 zetels), de BWP (72 zetels) en de Liberale Partij (24 zetels). Het was dus een verband tussen de drie grootste partijen, een regering van nationale eenheid.

Regering-Van Zeeland I
Regeringsleider Paul van Zeeland
Regeringsleider Paul van Zeeland
Coalitie      Katholieke Unie
     BWP
     Liberale Partij
Zetels Kamer 176 van 187 (27 november 1932)
Premier Paul van Zeeland
Aantreden 25 maart 1935
Ontslagnemend 26 mei 1936
Einddatum 13 juni 1936
Voorganger Theunis II
Opvolger Van Zeeland II
Portaal  Portaalicoon   België

De regering volgde de regering-Theunis II op in de crisis van de jaren 30. Op 30 maart 1935, kort na haar aantreden, devalueerde de regering de Belgische frank met 28%. De regering bleef in functie tot aan de verkiezingen van 24 mei 1936, waarbij de drie grote partijen veel zetels verloren ten voordele van kleinere extremere partijen en met name Rex. Toch werd de regering opgevolgd door een regering-Van Zeeland II.

SamenstellingBewerken

Naam Partij Functie en bevoegdheden
  Paul van Zeeland Katholieke Unie Premier en Minister
Buitenlandse Zaken
  Charles du Bus de Warnaffe Katholieke Unie Minister
Binnenlandse Zaken
  François Bovesse Liberale Partij Minister
Openbaar Onderwijs
  Eugène Soudan BWP Minister
Justitie
  Max-Léo Gérard Liberale Partij Minister
Financiën
  August De Schryver Katholieke Unie Minister
Landbouw
  Hendrik De Man BWP Minister
Openbare Werken en Opslorping van de Werkloosheid
  Achille Delattre BWP Minister
Arbeid en Sociale Voorzorg
  Philip Van Isacker Katholieke Unie Minister
Economische Zaken
  Paul-Henri Spaak BWP Minister
Verkeerswezen en Post, Telegraaf en Telefoon
  Albert Devèze Liberale Partij Minister
Landsverdediging
  Edmond Rubbens Katholieke Unie Minister
Koloniën
  Prosper Poullet Katholieke Unie Minister
Zonder Portefeuille
  Paul Hymans Liberale Partij Minister
Zonder Portefeuille
  Emile Vandervelde BWP Minister
Zonder Portefeuille