Hoofdmenu openen

De Regering-Van Houtte was aan de macht van 15 januari 1952 tot 23 april 1954. Ze was homogeen samengesteld uit christendemocraten (CVP/PSC).

In 1952 ging Boudewijn niet naar de begrafenisplechtigheid van de Britse koning George VI. De officiële reden was dat het niet gebruikelijk was dat de koning een officiële plechtigheid bijwoonde in een buitenlandse hoofdstad zolang hij geen officieel bezoek aan het land had gebracht. Men had echter de indruk dat de regering onvoldoende bij de koning had aangedrongen aanwezig te zijn. Bij de stemming over de motie van de oppositie op 12 februari 1952 leed de regering een onverwachte nederlaag (91 stemmen tegen 84) en de oppositie eiste het ontslag van de regering. Premier Van Houtte weigerde omdat de oppositie slechts bij toeval een meederheid had (onverwachtse stemming waarbij een 25-tal CVP'ers afwezig waren). Hij verwees naar de regering-Huysmans die in 1947 ook aanbleef alhoewel die een stemming had verloren over de begroting van Landbouw.[1]

SamenstellingBewerken

Minister Naam Partij
Premier Jean van Houtte CVP
Buitenlandse Zaken Paul Van Zeeland PSC
Verkeerswezen Paul-Willem Segers CVP
Openbare Werken Oscar Behogne PSC
Openbaar Onderwijs Pierre Harmel PSC
Volksgezondheid en Gezin Alfred de Taeye CVP
Koloniën André Dequae CVP
Landsverdediging Etienne De Greef technicus
Buitenlandse Handel Joseph Meurice PSC
Arbeid en Sociale Voorzorg Geeraard Van Den Daele CVP
Landbouw Charles Héger PSC
Financiën Albert-Edouard Janssen CVP
Economische Zaken en Middenstand Jean Duvieusart PSC
Justitie Joseph Pholien PSC
Binnenlandse Zaken Ludovic Moyersoen CVP
Wederopbouw Albert Coppé CVP

HerschikkingenBewerken

9 augustus 1952

3 september 1952

5 december 1952

13 december 1952