Hoofdmenu openen

Christen-Democratisch Appèl

Nederlandse politieke partij
(Doorverwezen vanaf CDA)
Zie artikel Zie Compagnie des Alpes voor het bedrijf dat pretparken beheert.

Het Christen-Democratisch Appèl (afgekort: CDA) is een Nederlandse politieke partij en heeft een christendemocratische signatuur.

Christen-Democratisch Appèl
CDA logo.svg
Personen
Partijvoorzitter Rutger Ploum
Partijleider vacant
Fractieleider in de Tweede Kamer Pieter Heerma
Fractieleider in de Eerste Kamer Ben Knapen
Delegatieleider in het Europees Parlement Esther de Lange
Mandaten
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Eerste Kamer
Zetels in het Europees Parlement
Geschiedenis
Opgericht 11 oktober 1980[1]
Fusie van ARP, CHU en KVP
Algemene gegevens
Actief in Nederland
Aantal leden 48.775 (2017)
Richting Centrum-rechts[2]
Ideologie Christendemocratie[3]
Confessionalisme[4]
Economisch liberalisme[5]
Conservatief-liberalisme
Kleuren      Donkergroen
Jongerenorganisatie CDJA
Internationale organisatie CDI
Europese fractie EVP-groep
Europese organisatie Europese Volkspartij
Website www.cda.nl
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

In 1980 ontstond het CDA uit een fusie van de gereformeerde Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de Nederlands Hervormde Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Katholieke Volkspartij (KVP). De partij is sinds haar oprichting in 1980 regeringspartij geweest in alle kabinetten, met uitzondering van de Paarse kabinetten Kok I en Kok II en het kabinet-Rutte II. Ook de drie partijen waaruit het CDA is ontstaan, hebben vrijwel voortdurend deel uitgemaakt van de regering. De KVP heeft van 1945 tot de samensmelting continu deel uitgemaakt van het kabinet, de ARP elf keer en de CHU tien keer. Het CDA heeft ook veruit de meeste premiers geleverd.

De christendemocratische fusiepartij leed zware zetelverliezen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 daalde het CDA van 54 naar 34 zetels en in 1998 daalden ze verder tot 23 zetels. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 leed het CDA een tot dan toe ongekend historisch electoraal dieptepunt (van 41 naar 21 zetels). Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 was Sybrand Buma de verkozen partijleider en aangewezen lijsttrekker. Bij deze verkiezingen onderging de partij opnieuw een groot zetelverlies en bereikte met 13 zetels haar laagste zetelaantal sinds de oprichting. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 ging het weer beter met het CDA en behaalde het 19 zetels.

Uit het CDA kwamen na de oprichting in 1980 twee nieuwe politieke partijen voort door afscheuring. In 1981 splitste een groep progressieve CDA-leden met veelal ARP-achtergrond zich door oprichting van de links-progressieve Evangelische Volkspartij (EVP) af. De EVP ging in 1989 op in GroenLinks. In het jaar 1994 splitsten lokale conservatieve katholieke politici zich af van de fusiepartij CDA en verenigden zich in de Katholieke Politieke Partij (KPP) die onder leiding van Van Boetzelaer meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen in 1994 en 1998. Na 1998 keerden de KPP-politici echter terug binnen het CDA.

HistorieBewerken

 
Het CDA-logo tot 2012

Het CDA werd officieel op 11 oktober 1980 opgericht als gevolg van een fusie van drie oude christelijke partijen, de oorspronkelijk hervormde Christelijk-Historische Unie (CHU), de gereformeerde Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP), die ook wel 'de drie grote confessionele partijen' werden genoemd. Architect van de nieuwe alliantie was Piet Steenkamp. De drie partijen waren echter al sinds 1967 hierover met elkaar in gesprek. Dit overleg vond plaats in de Groep van Achttien, vertegenwoordigers uit de betreffende partijen, waarbij het belangrijkste punt van discussie het begrip 'christelijke politiek' was.

Van 1918 tot 1980 maakten deze afzonderlijke partijen vrijwel onafgebroken deel uit van de regering.[6] Het CDA is sinds 1977 via een eigen lijst in de Tweede Kamer vertegenwoordigd en heeft tot 2012, met een onderbreking tijdens de paarse kabinetten-Kok tussen 1994 en 2002 en het kabinet Rutte || (2012-2017) steeds regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

De eerste zeventien jaren maakte het CDA deel uit van kabinet-Van Agt I, kabinet-Van Agt II en kabinet-Van Agt III onder aanvoering van Dries van Agt en van de kabinetten Lubbers I, Lubbers II en Lubbers III onder aanvoering van Ruud Lubbers, beiden van CDA-huize. In 1994 leed de partij een gevoelige nederlaag en moest het CDA plaatsnemen in de oppositiebanken. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 1995 leed het CDA opnieuw verlies, en in de Eerste Kamer verloor de partij 8 van haar 27 zetels. Bij de verkiezingen in 1998 slonk de partij in de Tweede Kamer tot het toenmalige historische dieptepunt van 29 zetels. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998 kreeg het CDA bovendien te maken met de katholieke afsplitsing van de conservatieve Katholieke Politieke Partij (KPP) onder leiding van de rooms-katholieke politicus Olaf baron van Boetzelaer, die echter geen Kamerzetel wist te bemachtigen. Na 1998 keerde de KPP-aanhang terug naar het CDA.

 
Het partijbureau van het CDA in Den Haag

Na de oppositievoering onder twee 'Paarse' kabinetten (Partij van de Arbeid/VVD/D66) werd het CDA met 43 zetels de grootste partij bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002. In een coalitie met de LPF en de VVD verkreeg het CDA het premierschap (Jan Peter Balkenende), zes ministeries en vijf staatssecretariaten in het Kabinet-Balkenende I. Door onenigheid binnen de coalitie, vooral binnen de LPF, waar men stuurloos ronddobberde na de moord op hun leider Pim Fortuyn viel het kabinet al binnen enkele maanden. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 werd het CDA onder leiding van Jan Peter Balkenende opnieuw de grootste partij met 44 zetels en werd het kabinet-Balkenende II van CDA, VVD en D66 gevormd. Na het vertrek van D66 uit de coalitie ging in 2006 een minderheidskabinet-Balkenende III van CDA en VVD alleen verder.

Het CDA bleef ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 met 41 zetels de grootste partij van Nederland, met een verschil van 8 zetels op de PvdA. Op 22 februari 2007 werd Kabinet-Balkenende IV beëdigd waarin naast het CDA ook de PvdA en de ChristenUnie deelnemen. Het CDA levert 8 ministers en 4 staatssecretarissen. Dit kabinet is op 20 februari 2010 gevallen door het uittreden van de PvdA, als gevolg van een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen het CDA en de PvdA over het kwestie-Uruzgan. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 behaalde het CDA een historisch verlies van 20 zetels en kwam met 21 zetels terug in de Tweede Kamer. Hierop trad Balkenende af als partijleider en zag hij af van plaatsneming in de CDA-fractie. Door de partij werd besloten om een grondige evaluatie te doen naar dit grote verlies en voorlopig geen partijleider aan te wijzen. Na een moeizame kabinetsformatie werd op 14 oktober 2010 het kabinet-Rutte beëdigd, bestaande uit de VVD en het CDA. In dit kabinet leverden zowel de VVD als het CDA 6 ministers en 4 staatssecretarissen. Bij de verkiezingen van 2010 zakte het CDA verder in de peilingen. Na een lange formatie werd in oktober 2010 het kabinet Rutte I (ook bekend als Rutte-Verhagen)[7] was het Nederlandse kabinet van 14 oktober 2010 tot 5 november 2012. Het werd gevormd door de politieke partijen Volkspartij voor Vrijheid en Democratie en het Christen-Democratisch Appèl, met gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid (PVV) na de Tweede Kamerverkiezingen van 2010. Op 2 oktober 2010 vond een congres plaats van het CDA over de gedoogsteun van de PVV. Van de aanwezigen stemde 68 % voor de samenwerking met de PVV en 32% tegen. Het rechtse kabinet-Rutte I was een minderheidskabinet dat alleen in de Tweede Kamer kon rekenen op een geringe meerderheid en dat in de Eerste Kamer informele steun had van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Het kabinet kon in de Tweede Kamer met de gedoogsteun van de PVV oorspronkelijk rekenen op 76 zetels, een meerderheid van één zetel. Na het vertrek van Hero Brinkman uit de PVV-fractie verloor het kabinet deze meerderheid. Bij zijn vertrek uit de PVV liet Brinkman echter weten dat hij het kabinet zou blijven steunen.[8]

Op 26 april, na het mislukken van het Catshuisoverleg, sloot het CDA met de fracties van VVD, D66, GroenLinks en ChristenUnie een Begrotingsakkoord 2013 over miljarden euro's bezuinigen en hervormen om het begrotingstekort 2013 binnen de norm van 3% te krijgen.

Het partijleiderschap was vanaf eind juni 2012 tot juni 2019 in handen van fractievoorzitter Sybrand Buma. Eerder werd het partijleiderschap gedeeld door vicepremier en minister Maxime Verhagen, Van Haersma Buma en partijvoorzitter Ruth Peetoom. Vanaf juni 2019 is Pieter Heerma fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer.

Na een historisch lange formatie wordt sinds 26 oktober 2017 officieel deelgenomen aan kabinet Rutte III, dat bestaat uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

AfsplitsingenBewerken

Onder leiding van onder meer oud-ARP- en oud-CDA-politica Cathy Ubels kwam in 1981 de links-progressieve Evangelische Volkspartij (EVP) tot stand uit onvrede met de centrumrechtse koers van het CDA. Talrijke leden van de CDA-werkgroep Niet bij brood alleen (1980) verenigden zich aldus met andere links-progressieve protestantse christenen, zoals de Nederlandse Stasi-spion, vredesactivist, EVP-politicus en oud-generaal Chiel von Meijenfeldt. De EVP bestond gedurende bijna tien jaar en ging daarna op in de fusiepartij GroenLinks.

Sinds de oprichting van het CDA is binnen de partij de conservatieve algemeen-christelijke Beweging Christelijke Koers (BCK) actief. In 1994 scheurden conservatieve katholieke lokale CDA-politici en katholieke BCK'ers zich af door oprichting van de Katholieke Politieke Partij (KPP), die echter geen kamerzetel won bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998. Onder leiding van oud-KPP-lijsttrekker Olaf baron van Boetzelaer keerden de conservatieve katholieke KPP-politici na vier jaar terug naar het CDA.

In 2012 doken meermaals geruchten op over een grote conservatieve politieke afscheuring van het CDA in Limburg uit onvrede met de linkse en „rode” partijkoers van de nieuwe partijvoorzitter Ruth Peetoom. Het CDA in Limburg zou een afsplitsing naar gelijkenis met de CSU (Christelijk-Sociale Unie) in Beieren willen oprichten volgens CDA-senator René van der Linden. De Limburgse afdelingsvoorzitter heeft in 2012 al de mogelijkheden van afsplitsing op schrift gesteld.[9]

Huidige partijtop en politieke koersBewerken

Pieter Heerma is sinds 21 mei 2019 fractievoorzitter van de tweede kamer fractie van het CDA en volgt daarmee Sybrand Buma op.

Sybrand Buma was voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer tot 21 mei 2019 en werd op 18 mei 2012 gekozen tot partijleider; op 30 juni 2012 werd Van Haersma Buma formeel benoemd tot lijsttrekker en partijleider voor de Tweede Kamerverkiezingen 2012 Hij vertrok op 11 juni 2019 uit de Tweede Kamer nadat hij benoemd was tot burgemeester van Leeuwarden. Elco Brinkman is fractievoorzitter van de CDA in de Eerste Kamer. Ruth Peetoom werd op het partijcongres van 9 februari opgevolgd als Partijvoorzitter door Rutger Ploum. Volgens het partijbestuur bevindt het CDA zich in het midden van het politiek spectrum. Sinds 26 oktober 2017 is het CDA weer een regeringspartij en maakt het deel uit van het kabinet-Rutte III.[10]

OrganisatieBewerken

Gerelateerde organisatiesBewerken

Het CDA ondersteunt zusterpartijen in Midden- en Oost-Europa. In 1990 is daartoe de Eduardo Frei Stichting (EFS) opgericht. De EFS ontvangt voor dit werk fondsen uit het MATRA-programma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast geven CDA-politici onder meer trainingen aan lokale politici en vrijwilligers.

Het CDA is mede-oprichter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, een organisatie van zeven Nederlandse politieke partijen die democratiseringswerk steunt in 17 landen.

LedenBewerken

 
Ledenaantallen CDA
Leden CDA
Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden
1975 300 1990 125.033 2005 73.000
1976 2.000 1991 122.238 2006 69.000
1977 11.797 1992 118.449 2007 69.560
1978 20.000 1993 112.117 2008 69.200
1979 25.500 1994 107.000 2009 68.102
1980 162.179 1995 100.442 2010 67.592
1981 143.000 1996 94.412 2011 65.905
1982 152.885 1997 91.000 2012 61.294
1983 147.896 1998 89.000 2013 59.126
1984 138.179 1999 86.000 2014 56.310
1985 131.627 2000 82.000 2016 50.181
1986 127.849 2001 80.000 2017 48.775
1987 128.588 2002 78.000 2018 46.630
1988 127.046 2003 79.000 2019 43.133
1989 122.486 2004 73.500

Bron: CDA - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)

StandpuntenBewerken

KernwaardenBewerken

De partijstandpunten van het CDA komen in grote mate overeen met die van andere grote Europese christendemocratische partijen. Hierbij spelen een viertal kernbegrippen, die de kernwaarden van de Bijbel vertalen, een belangrijke rol:

  • Gespreide verantwoordelijkheid: het principe dat de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de samenleving bij verschillende personen en organisaties ligt en niet bij één organisatie. Dit principe gaat uit van een grotere eigen verantwoordelijkheid, waarbij het individu meer verantwoordelijkheid neemt voor de maatschappij om hem heen. Omdat het individu niet alles alleen kan gelooft het CDA in een sterk maatschappelijk middenveld met organisaties die groepen individuen verenigt in het uitoefenen van verantwoordelijkheid voor een bepaald maatschappelijk aspect (zoals, vakbonden en werkgeversbonden op het gebied van arbeidsverhoudingen). In laatste instantie, als 'de maatschappij' er zelf niet meer uitkomt behoort de overheid uitkomst te bieden. Dit hangt samen met het begrip soevereiniteit in eigen kring. In de verhoudingen tussen verschillende schaalniveaus past het CDA het principe van subsidiariteit toe: de verantwoordelijkheid moet daar liggen waar die het best genomen kan worden en bij voorkeur op een zo laag mogelijk schaalniveau.
  • Gerechtigheid: het principe van rechtvaardigheid, volgens welke goede daden beloond worden en slechte bestraft. Het principe houdt ook in dat iedereen in zijn waarde gelaten moet worden en het recht heeft zich te ontplooien.
  • Solidariteit: het principe dat men dient te zorgen voor kwetsbaren in de samenleving. Het (Bijbelse) begrip naastenliefde ligt hieraan ten grondslag.
  • Rentmeesterschap: het principe dat de mens goed voor de aarde waarop hij leeft moet zorgen. Dit komt in de praktijk neer op een goede zorg voor het milieu, maar houdt voornamelijk de plicht in de aarde in leefbare staat door te geven aan het nageslacht.

Standpunten in de praktijkBewerken

De kernwaarden vertalen zich in de praktijk in onder meer de volgende standpunten:

  • Vanuit het principe van gespreide verantwoordelijkheid is het CDA in de afgelopen twintig jaar voorstander geweest van een terugtredende overheid die meer ruimte geeft aan mensen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Hierin gaat het CDA echter minder ver dan de VVD, die het ontstane 'gat', dat de terugtredende overheid achterlaat, wil laten opvullen door de markt in plaats van door maatschappelijke organisaties. Hoewel het CDA het kapitalisme niet afwijst en de pogingen om meer marktwerking in de publieke sector in te voeren steunt, ziet het CDA de markt niet als ultieme oplossing voor problemen op het gebied van efficiency en maatschappelijke verhoudingen.
  • Om een samenleving te creëren waarin mensen weten waar ze aan toe zijn en respect krijgen hecht het CDA vanuit het principe gerechtigheid veel waarde aan het herstel van normen en waarden.
  • Hoewel het CDA een van de drijvende krachten is geweest achter de versobering van de sociale zekerheid, komt de kernwaarde solidariteit naar voren in de wens belastingen en toeslagen inkomensafhankelijk te houden. Vanuit dit principe is het CDA bijvoorbeeld tegen verdere liberalisering van de huurmarkt. Ook de aflossing van de staatsschuld in één generatie wordt vanuit het standpunt van solidariteit (tegenover toekomstige generaties) verdedigd.
  • Vanuit het principe rentmeesterschap wil het CDA de uitstoot van CO2 terugdringen. Vanuit dit standpunt staat het CDA niet afwijzend tegenover het opwekken van kernenergie voor de middellange termijn.[11] Vanuit het principe van rentmeesterschap is het CDA voorstander van strengere Europese regels met betrekking tot dierenwelzijn.

Bron: Standpuntenpagina van het CDA

ElectoraatBewerken

Hoewel de aanhang van politieke partijen niet meer zo trouw stemt als vroeger en verkiezingsuitslagen behoorlijk kunnen schommelen, kent het CDA een zekere kernaanhang onder met name katholieke, hervormde en gereformeerde kiezers, al stemmen ook niet-christelijke kiezers op de partij, wat vooral in de jaren tachtig (tijdperk Lubbers) en begin eenentwintigste eeuw gebeurde.[bron?] Regionaal heeft het CDA een bovengemiddeld grote aanhang in Twente, op de Veluwe, in het Westland, in het midden en oosten van Noord-Brabant en in Limburg. Geografisch gezien kent het CDA in veel plattelandsgemeenten een relatief grote aanhang. Minder aanhang heeft het CDA in de grote steden en in Groningen en Drenthe.

De gemeente waar het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 procentueel de meeste stemmen haalde, was Tubbergen (43,4%) (een verlies van 23% ten opzichte van 2006) in de provincie Overijssel. In buurgemeente Dinkelland (totaal 38,3%) had het CDA ook te maken met forse verliezen (22,4% verlies ten opzichte van 2006). In het Overijsselse dorp Daarle (gem. Hellendoorn) werd het meest op het CDA gestemd (63%). Ook in Tilligte, Lattrop en Beuningen bleef het percentage CDA stemmers traditioneel hoog. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werd het CDA in de gemeente Hellendoorn en Twenterand de grootste partij.

VolksvertegenwoordigingBewerken

  Zie: lijst van bewindslieden voor het CDA

RegeringBewerken

Het CDA maakt deel uit van het op 26 oktober 2017 geïnstalleerde kabinet-Rutte III. De portefeuilles van de CDA-bewindslieden zijn:

Raymond Knops was tot 1 november 2019 staatssecretaris. Wegens langdurige ziekte van minister Kajsa Ollongren hebben er diverse wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het kabinet. Dit heeft onder meer geleid tot de benoeming van Raymond Knops als minister.

Tweede KamerBewerken

 

Aantal CDA-zetels in de Tweede Kamer sinds 1956. Zetels tussen 1956 en 1977 (blauw) zijn de som van KVP, ARP en CHU

  Zie: Lijst van Tweede Kamerleden voor het CDA
Verkiezingsjaar Aantal stemmen % van de stemmers Aantal behaalde zetels
1981 2.677.259 30,81% 48 / 150
1982 2.420.441 29,39% 45 / 150
1986 3.172.918 34,59% 54 / 150
1989 3.140.502 35,31% 54 / 150
1994 1.996.418 22,23% 34 / 150
1998 1.581.053 18,37% 29 / 150
2002 2.653.723 27,93% 43 / 150
2003 2.763.480 28,6% 44 / 150
2006 2.608.573 26,5% 41 / 150
2010 1.281.886 13,6% 21 / 150
2012 801.620 8,51% 13 / 150
2017 1.301.796 12,38% 19 / 150

De fractie van het CDA in de Tweede Kamer bestaat uit 19 leden:


Eerste KamerBewerken

  Zie: Lijst van Eerste Kamerleden voor het CDA
Verkiezingsjaar Aantal stemmen % van de stemmers Aantal behaalde zetels
1977 - - 11 / 75
1980 - - 27 / 75
1981 - - 28 / 75
1983 - - 26 / 75
1986 - - 26 / 75
1987 - - 26 / 75
1991 - - 27 / 75
1995 - - 19 / 75
1999 - - 20 / 75
2003 46.848 28,98% 23 / 75
2007 43.501 26,67% 21 / 75
2011 24.260 14,61% 11 / 75
2015 25.145 14,87% 12 / 75
2019 19.756 11,41% 9 / 75

De fractie van het CDA in de Eerste Kamer bestaat uit 9 leden:

Europees ParlementBewerken

  Zie ook lijst van Nederlandse Europarlementariërs 2004-2009
  Zie ook lijst van Europees Parlementsleden voor het CDA
Verkiezingsjaar Aantal stemmen % van de stemmers Aantal behaalde zetels
1979 2.017.743 16,14% 10 / 25
1984 1.590.218 30,02% 8 / 25
1989 1.814.107 34,60% 10 / 25
1994 1.271.855 30,77% 10 / 31
1999 954.898 26,94% 9 / 31
2004 1.164.431 24,43% 7 / 27
2009 913.233 20,05% 5 / 25
2014 721.766 15,18% 5 / 26
2019 669.555 12,18% 4 / 26

De fractie van het CDA in het Europees Parlement bestaat uit vijf leden:

ProvinciesBewerken

Gedeputeerde StatenBewerken

Gedeputeerden:

In Limburg vormen zes gedeputeerden op eigen titel een extra-parlementair college en zijn derhalve niet opgenomen in bovenstaande tabel. De gedeputeerden zijn afkomstig uit: CDA, VVD, FvD, PVV, GL en Lokaal-Limburg. Dit is de enige provincie waar Forum voor Democratie deel uitmaakt van het college.

Commissaris van de Koning:

GemeentenBewerken

Ongeveer 125 burgemeesters in Nederland zijn van CDA-huize. Bekende CDA-burgemeesters zijn onder meer Hubert Bruls (Nijmegen), John Berends (Apeldoorn), Lucas Bolsius (Amersfoort), Ton Rombouts ('s-Hertogenbosch), Cees van der Knaap (Ede), Pieter van Maaren (Urk) en Cornelis Visser (Twenterand).

Het CDA is op gemeentelijk niveau de grootste landelijke partij van Nederland. Ze levert honderden wethouders, 1en een groot aantal gemeenteraads- en deelgemeenteraad leden.

WaterschappenBewerken

De waterschapsverkiezingen in november 2008 vonden voor het eerst plaats met behulp van een lijstenstelsel in plaats van voorheen het personenstelsel. Het CDA doet in alle waterschappen mee.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken