Hoofdmenu openen

Het kabinet Drees-Van Schaik (ook bekend als Drees I)[1] was het Nederlandse kabinet van 7 augustus 1948 tot 15 maart 1951. Het werd gevormd door de politieke partijen Katholieke Volkspartij (KVP), Partij van de Arbeid (PvdA), Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) na de Tweede Kamerverkiezingen van 1948. Het centrum kabinet Drees-Van Schaik was een meerderheidskabinet dat zowel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer kon rekenen op een ruime meerderheid. Het kabinet Drees-Van Schaik was het eerste kabinet van de rooms-rode coalitie.[2]

Kabinet Drees-Van Schaik
Drees I
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
Coalitie KVP, PvdA, CHU, VVD
Zeteltal TK 32 + 27 + 9 + 8 = 76
Premier dr. W. (Willem) Drees
Beëdiging 7 augustus 1948
Demissionair 24 januari 1951
Ontslagdatum 15 maart 1951
Voorganger Beel I
Opvolger Drees I
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

VerloopBewerken

Het kabinet besloeg ruim een tweederdemeerderheid (76 van de 100 zetels), zodat de grondwetswijziging die nodig was voor de onafhankelijkheid van Nederlands Oost-Indië ook in tweede aanleg door het parlement gevoerd kon worden.

In 1948 voerde Nederland voor de tweede maal een politionele actie uit in Indonesië, wat tot internationale afkeuring leidde. In 1949 werd Nederland lid van de NAVO en lijfde enkele kleinere gebieden van Duitsland in. Eind 1949 werd de onafhankelijkheid van Indonesië door Nederland erkend. In 1951 leidde uiteindelijk een motie over Nieuw-Guinea tot de val van het kabinet. Er werden geen nieuwe verkiezingen gehouden, maar met dezelfde partijen werd een nieuwe regering gevormd.

Op 4 september 1948 doet Koningin Wilhelmina afstand van de troon ten gunste van prinses Juliana, die overigens al enige tijd als regentes is opgetreden.

AmbtsbekledersBewerken

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
  dr.
W. (Willem) Drees

(1886–1988)
Minister-president /
Minister
Algemene Zaken 7 augustus 1948 –
22 december 1958
PvdA
  mr.
J.R.H. (Josef) van Schaik

(1882–1962)
Vicepremier /
Minister
Voorbereiding van de
toekomstige structuur
van het Koninkrijk

(Binnenlandse Zaken)
7 augustus 1948 –
15 maart 1951
KVP
  mr.
J.H. van Maarseveen

(1894–1951)
Minister Binnenlandse Zaken 7 augustus 1948 –
15 juni 1949
(afgetreden na benoeming
tot minister van Uniezaken
en Overzeese Rijksdelen)
KVP
  mr.
J.R.H. (Josef) van Schaik

(1882–1962)
15 juni 1949 –
20 september 1949
(waarnemend)
KVP
  mr.
F.G.C.J.M. (Frans) Teulings

(1891–1966)
20 september 1949 –
15 maart 1951
KVP
  mr.
D.U. (Dirk) Stikker

(1897–1979)
Minister Buitenlandse Zaken 7 augustus 1948 –
2 september 1952
VVD
  mr.dr.
P. (Piet) Lieftinck

(1902–1989)
Minister Financiën 25 juni 1945 –
1 juli 1952
[3]
PvdA
  mr.
Th.R.J. (René) Wijers

(1891–1973)
Minister Justitie 7 augustus 1948 –
15 mei 1950
(afgetreden)
KVP
  mr.
J.H. van Maarseveen

(1894–1951)
15 mei 1950 –
10 juli 1950
(waarnemend)
KVP
  mr.
A.A.M. (Teun) Struycken

(1906–1977)
10 juli 1950 –
15 maart 1951
KVP
  dr.
J.R.M. (Jan) van den Brink

(1915–2006)
Minister Economische Zaken 21 januari 1948 –
2 september 1952
[3]
KVP
  mr.
W.F. (Wim) Schokking

(1900–1960)
Minister Oorlog 7 augustus 1948 –
16 oktober 1950
(afgetreden)
CHU
Marine
  mr.
H.L. (Hans) s' Jacob

(1906–1967)
Oorlog 16 oktober 1950 –
15 maart 1951
O
(Christelijk-
Historisch)
Marine
  mr.dr.
A.M. (Dolf) Joekes

(1885–1962)
Minister Sociale Zaken 7 augustus 1948 –
15 september 1951
PvdA
  dr.
F.J.Th. (Theo) Rutten

(1899–1980)
Minister Onderwijs, Kunsten
en Wetenschappen
7 augustus 1948 –
2 september 1952
KVP
  mr.
J.R.H. (Josef) van Schaik

(1882–1962)
Minister Verkeer en Waterstaat 7 augustus 1948 –
1 november 1948
(waarnemend)
KVP
  mr.
D.G.W. (Derk) Spitzen

(1896–1957)
1 november 1948 –
15 maart 1951
O
  S.L. (Sicco) Mansholt
(1908–1995)
Minister Landbouw, Visserij en
Voedselvoorziening
25 juni 1945 –
1 januari 1958
[3]
PvdA
  mr.dr.
J. (Joris) in 't Veld

(1895–1981)
Minister Wederopbouw en
Volkshuisvesting
1 maart 1948 –
2 september 1952
[3]
PvdA
  mr.
E.M.J.A. (Maan) Sassen

(1911–1995)
Minister Overzeese Gebiedsdelen 7 augustus 1948 –
14 februari 1949
(afgetreden)
KVP
  mr.
J.H. van Maarseveen

(1894–1951)
14 februari 1949 –
27 december 1949
KVP
Uniezaken en Overzeese
Rijksdelen
27 december 1949 –
15 maart 1951
Ambtsbekleder Minister / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
  L. (Lubbertus) Götzen
(1894–1979)
Minister Nederlands-Indonesische
Begrotingstechnische Zaken

(Uniezaken en
Overzeese Rijksdelen
)
11 november 1947 –
15 maart 1951
[3]
O
(Anti–
Revolutionair
)
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
  mr.
N.S. (Nico) Blom

(1899–1972)
Staatssecretaris Nederlands-Indonesische Unie
Politieke Zaken

(Buitenlandse Zaken)
16 februari 1950 –
2 september 1952
O
  mr.dr.
W.Ch.L. (Wim)
van der Grinten

(1913–1994)
Staatssecretaris Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
• Middenstand

(Economische Zaken)
29 januari 1949 –
15 maart 1951
KVP
  H.C.W. (Harry) Moorman
(1899–1971)
Staatssecretaris Koninklijke Marine

(Marine)
1 mei 1949 –
19 mei 1959
KVP
• Materieelvoorzieningen
• Personeelsbeleid

(Oorlog)
27 november 1950 –
1 juni 1951
  mr.
W.H. (Wim) Fockema Andreae

(1909–1996)
1 mei 1949 –
27 november 1950
(afgetreden)
VVD
  mr.dr.
A.A. (Aat) van Rhijn

(1892–1986)
Staatssecretaris • Sociale Zekerheid
• Arbeidsomstandigheden

(Sociale Zaken)
15 februari 1950 –
15 september 1951
PvdA
  dr.
P. (Piet) Muntendam

(1901–1986)
• Volksgezondheid
• Ouderenbeleid
• Gehandicaptenbeleid
• Medische Ethiek

(Sociale Zaken)
1 april 1950 –
15 september 1951
PvdA
  mr.
J.M.L.Th. (Jo) Cals

(1914–1971)
Staatssecretaris • Volksontwikkeling
• Jeugdbeleid
• Cultuurbeleid
• Kunstbeleid
• Mediabeleid
• Sport
• Natuurbehoud

(Onderwijs, Kunsten
en Wetenschappen
)
15 maart 1950 –
2 september 1952
KVP
Bron: Kabinet-Drees-Van Schaik Rijksoverheid.nl

KabinetsformatieBewerken

Reden ontslagaanvraagBewerken

  Zie Kabinetscrisis over het Nieuw-Guineabeleid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De fractie van de VVD in de Tweede Kamer stemde op 24 januari 1951 tijdens het debat over de Nieuw-Guineaconferentie voor de motie van afkeuring, die was ingediend door fractievoorzitter Oud. Hoewel de motie verworpen werd, bood de minister van Buitenlandse Zaken, Stikker (VVD), op 25 januari 1951 zijn ontslag aan en stelden de andere ministers hun portefeuilles ter beschikking.

NoemenswaardighedenBewerken

Zie ookBewerken