Limburg (Nederlandse provincie)

provincie van Nederland

Limburg (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg); Limburgs: Limbörg of Lèmburg), ook wel Nederlands-Limburg ter onderscheiding van Belgisch-Limburg, is sinds 1867 een van de provincies van Nederland en ligt in het zuidoosten. Het is op Flevoland na de jongste provincie van Nederland. De hoofdstad is Maastricht.

Limburg
Provincie van Nederland Vlag van Nederland
Vlag van de provincie Limburg Wapen van de provincie Limburg
(Details) (Details)
Kaart: Provincie Limburg in NederlandZeelandZuid-HollandBaarle-HertogNoord-BrabantGroningenDuitslandLimburgFrieslandFlevolandDrentheNoord-HollandIJsselmeerUtrechtOverijsselGelderlandFrankrijkBelgiëNoordzee
Over deze afbeelding
Geografie
Hoofdstad Maastricht
Oppervlakte
- Land
- Water
2.209,85 km²
2.146,61 km²
63,24 km²
Coördinaten 51° 15′ NB, 5° 55′ OL
Bevolking
Inwoners (januari 2019) 1.116.137
Bevolkingsdichtheid 520 inw./km²
Aantal gemeenten 31
Politiek
Commissaris van
de Koning
(lijst)
Theo Bovens (CDA)
Overige informatie
Volkslied Limburg mijn vaderland
Religie (2015[1]) 64,5% rooms-katholiek
27,9% geen gezindte
3,3% moslim
2,2% protestant
ISO 3166 NL-LI
Website www.limburg.nl
Detailkaart
Prov-Limburg-OpenTopo.jpg
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Limburg kent drie regio's (COROP-gebieden): Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg. Met zijn 1.117.201 inwoners (op 1 januari 2020) is Limburg een middelgrote Nederlandse provincie, maar met 519 inw./km² is zij wel een van de dichtstbevolkte (na de Randstadprovincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht). Hierin weegt vooral het aandeel van de regio Zuid-Limburg zwaar: deze telt meer inwoners dan Noord- en Midden-Limburg tezamen.

Geografisch wordt de provincie in belangrijke mate gekenmerkt door haar ligging aan de rivier de Maas, vanaf Maastricht in het zuiden tot aan Mook in het noorden. De smalle en langgerekte vorm van de provincie is historisch in hoofdzaak om strategische redenen door de loop van deze rivier bepaald.

Limburg grenst in het uiterste noorden aan de provincie Gelderland en in het noordwesten aan Noord-Brabant, met welk laatste het samen het landsdeel Zuid-Nederland [2] vormt. Met de zuidelijke helft van zijn westgrens grenst Limburg aan de Belgische provincie Limburg, een verwante buurprovincie waarmee het vanaf de Franse tijd tot aan de Belgische onafhankelijkheid bestuurlijk verenigd was.[3]

EigenhedenBewerken

Limburg heeft als enige Nederlandse provincie een grens met twee buitenlanden: in het westen en zuiden (Voeren) met Belgisch Limburg, en eveneens in het zuiden voor een klein deel met de Belgische provincie Luik; in het oosten over de gehele lengte met de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Met name Zuid-Limburg heeft door zijn ligging een euregionale oriëntatie. Mede hierdoor neemt de hoofdstad Maastricht een internationaal bekende positie in.

Limburg bezit een sterk eigen karakter, cultureel en landschappelijk. Een groot deel van de bevolking spreekt een van de vele Limburgse dialecten, die binnen het Nederlands een aparte plaats innemen. De bevolking is van oudsher voor het overgrote deel rooms-katholiek. Tot diep in de twintigste eeuw was de Kerk ook maatschappelijk sterk aanwezig. De provincie vormt een eigen bisdom, het bisdom Roermond. Er zijn allerlei specifieke culturele tradities (onder meer carnaval, schuttersfeesten). Mede door zijn landschappelijke waarden, de Maasduinen in Noord-Limburg, de Maasplassen en de Meinweg in Midden-Limburg en het Heuvelland in Zuid-Limburg, is de provincie van betekenis voor het toerisme.

In politiek opzicht kent het gebied dat nu Limburg vormt een lange en gevarieerde geschiedenis, die aanzienlijk anders is verlopen dan die van de overige Nederlandse provincies. Limburg was tot aan de Franse tijd een lappendeken van zelfstandige en afhankelijke gebieden, wat gedeeltelijk de grote verscheidenheid aan dialecten kan verklaren: elke plaats heeft zijn eigen dialect, waarbij er zelfs binnen een gemeente grote verschillen kunnen bestaan. Het is echter niet zo dat men elkaar niet zou begrijpen vanwege de dialectverschillen.[4]

De bewoningsgeschiedenis van Limburg gaat ver terug. Onder meer in Zuid-Limburg zijn sporen van Romeinse bewoning en wegen. Maastricht is een van de oudste steden van Nederland.

Economische zwaartepuntenBewerken

Economische zwaartepunten zijn er met name in en rond Venlo (logistiek, tuinbouw), Sittard-Geleen (Chemelot, NedCar) en Maastricht (provinciaal bestuur, universiteit, luchthaven). Deze drie gemeenten zijn ook de Limburgse plaatsen met bijna of meer dan 100.000 inwoners. Heerlen is de grootste gemeente in de Oostelijke Mijnstreek, en de vierde van Limburg.

NaamBewerken

De naam Limburg wordt pas sinds 1815 gebruikt om het gebied van de huidige Nederlandse en Belgische provincie mee aan te duiden. In dat jaar besloot koning Willem I de toen nieuwe provincie, die voorheen uit een lappendeken van gebiedjes bestond en waarvan slechts een miniem stukje van het oude hertogdom Limburg deel uitmaakte, Limburg te noemen. Deze naam raakte snel ingeburgerd en men is er in Limburg sterk aan gehecht geraakt. De naam is rechtstreeks afkomstig van het oude hertogdom Limburg, en daarmee indirect van het kasteel Limburg in het huidige plaatsje Limbourg in de provincie Luik.

Het toponiem Limburg komt in Duitsland vaker voor; bijvoorbeeld een bekende Duitse plaats is Limburg an der Lahn. Ook het in Nederland gelegen Limbricht (nabij Sittard) zou oorspronkelijk Limburg (Lemborgh) geheten hebben. Er bestaat echter geen sluitende verklaring voor deze oude naam. Sommige bronnen verklaren hem als slangen- of drakenburcht. Hierbij zou Lim- een verbuiging zijn van lint, dat te verklaren valt als lintworm, slang of draak.[5] Andere bronnen keren voor de naamverklaring terug naar het Indo-Germaanse en Keltische woorddeel lint, met de betekenis moeras.[6]

GeschiedenisBewerken

  Zie Geschiedenis van Limburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Een Romeinse opgraving, tentoongesteld in het Thermenmuseum in Heerlen (Coriovallum)
 
De drie Limburgen: de in 1839 gesplitste provincies in België en Nederland, en het oorspronkelijke, middeleeuwse Hertogdom Limburg met gelijknamige hoofdstad

VoorhistorieBewerken

De eerste bewoners die sporen achtergelaten hebben waren neanderthalers die in Zuid-Limburg bivakkeerden. In het neolithicum werd hier vuursteen gewonnen in ondergrondse mijnen, onder andere bij Rijckholt.

Romeinse tijdBewerken

In de Romeinse tijd werd Limburg grondig geromaniseerd. Enkele dorpen en steden, bijvoorbeeld Maastricht (Mosa Trajectum), Heerlen (Coriovallum) en Blerick (Blariacum), kunnen hun ontstaan tot de Romeinse tijd terugleiden. Bisschop Servatius introduceerde het christendom in Romeins Maastricht, waar hij in 384 zou zijn overleden.

MiddeleeuwenBewerken

Na de Romeinen hadden de Franken hier de macht. Het gebied floreerde onder deze Frankische heerschappij. Karel de Grote had een belangrijke palts in het nabijgelegen Aken waar hij, vooral op latere leeftijd, 's winters verbleef. Na de opdeling van het Frankische rijk behoorde het gebied van het huidige Limburg, evenals de rest van Nederland, tot in de nieuwe tijd tot het Heilige Roomse Rijk.

Het grondgebied van het huidige Limburg was vanaf de vroege middeleeuwen meestal verdeeld tussen het hertogdom Brabant, hertogdom Gelre, hertogdom Gulik, het prinsbisdom Luik, de prins-bisschop van Keulen en het middeleeuwse hertogdom Limburg. Deze hertogen en bisschoppen waren nominaal onderhorigen van de keizer van het Roomse Rijk maar in de praktijk gedroegen ze zich als onafhankelijke vorsten die vaak onderling in oorlog waren. Hun conflicten werden dikwijls op Limburgs gebied uitgevochten wat zo dan ook bijdroeg aan de versnippering van het gebied.

Nieuwe tijdBewerken

In de nieuwe tijd was Limburg grotendeels verdeeld tussen Spanje (en diens opvolger Oostenrijk), Pruisen, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, het prinsbisdom Luik en tal van zelfstandige kleine heerlijkheden.

In 1794 werden de lage landen bezet door het Franse revolutionaire leger en kwam het grootste deel van de twee huidige Limburgse provincies onder direct Frans gezag. Het gebied werd toen voor het eerst een bestuurlijke eenheid onder de naam Département de la Meuse-Inférieure ofwel het departement Nedermaas, met als hoofdstad Maastricht. Men mag stellen dat de provincie in eerste instantie door de Fransen is gecreëerd. Na de Franse Tijd, bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd het voormalige departement, tezamen met een deel van het Roerdepartement, een nieuwe provincie, die op gezag van Willem I in zijn geheel Limburg werd genoemd.

In 1830 sloot geheel Limburg, met uitzondering van Maastricht en Mook, waar Nederlandse garnizoenen waren gelegerd, zich aan bij de Belgische Revolutie. Daarom werd van 1830 tot 1833 Maastricht geblokkeerd. De tijdelijke hoofdstad werd Hasselt.

In 1839 werd in het Verdrag der XXIV artikelen, dat het definitieve grensverloop tussen Nederland en de nieuwe Belgische staat vastlegde, bepaald dat het oostelijk deel van Limburg naar Nederland zou terugkeren en tevens als hertogdom bij de Duitse Bond zou worden aangesloten, ter compensatie voor het verlies van westelijk Luxemburg. België zou ter compensatie recht krijgen op een verkeersverbinding door Nederlands-Limburg naar Duitsland, de latere IJzeren Rijn. Koning Willem I bleef zich lang tegen de Belgische afscheiding verzetten, maar aanvaardde het verdrag uiteindelijk in 1839. Sindsdien is Limburg gesplitst in een Belgisch en een Nederlands deel. Onder de bevolking ontstond in 1838 nog een protestbeweging tegen de splitsing en tegen aansluiting van oostelijk Limburg bij Nederland, maar die haalde niets uit.

In maart 1848 brak in de Duitse Bond de Maartrevolutie uit, die streefde naar een Duitse eenheidsstaat op liberale grondslag. De Limburgse vertegenwoordigers in het nieuwe Frankfurter Parlement beijverden zich voor aansluiting bij deze Duitse eenheidsstaat. Uiteindelijk mislukte de revolutie en werd de confederale Duitse Bond heropgericht. De bijzondere positie van Limburg duurde tot 1866, toen de Duitse Bond uiteenviel als gevolg van de tweestrijd tussen Pruisen en Oostenrijk. Tot 1906 bleef de provincie formeel de titel "hertogdom" gebruiken, hoewel het sinds 1866 een gewone provincie was. Vandaag herinnert alleen het plaatselijke gebruik om de commissaris van de Koning gouverneur te noemen, nog aan deze tijd.

Twintigste eeuw en tegenwoordige tijdBewerken

 
Mijnwerkers in de jaren 1940: de steenkoolwinning was decennialang de belangrijkste economische activiteit

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal was gebleven, kwam in België een beweging op gang die ijverde voor de annexatie van Limburg en Zeeuws-Vlaanderen, als 'straf' voor de vermeende Duitsgezindheid van Nederland. Hierop werd in Limburg gemengd gereageerd: sommigen steunden al dan niet openlijk de Belgische eisen, zoals het katholieke Tweede Kamerlid Henri van Groenendael dat prompt door de RKSP geroyeerd werd.

De economie van het zuidelijk deel van de Nederlandse provincie Limburg heeft twee generaties lang voor een belangrijk deel in het teken gestaan van de keramische industrie en steenkoolwinning. De exploitatie van de steenkoolmijnen kwam betrekkelijk laat op gang: aan het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog bleken de mijnen niet langer rendabel. In december 1965 werd de sluiting van de mijnen door toenmalig minister van Economische Zaken Joop den Uyl aangekondigd en op 31 december 1974 ging de laatste mijn dicht. Dit heeft geruime tijd een hoge werkloosheid veroorzaakt, want vóór de sluiting had niet minder dan 15% van de beroepsbevolking in de mijnen gewerkt. Nederlands- en Belgisch-Limburg waren de enige steenkoolwinningsgebieden in West-Europa, waaromheen geen staalindustrie werd gebouwd. De overheden van beide landen hadden hun zware industrie in de Franstalige gebieden, respectievelijk in de Randstad.

De voormalige Staatsmijnen gingen gedeeltelijk verder als het chemieconcern DSM. Ook de logistiek is een belangrijke werkgever in de provincie die een belangrijke verbinding is tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam en het Ruhrgebied. Limburg is aanvang eenentwintigste eeuw een welvarende provincie die steeds meer economische, culturele en bestuurlijke banden is aangegaan met het Duitse, Vlaamse en Waalse grensgebied: de Euregio.

Op 9 december 2008 ondertekenden de commissaris, respectievelijk gouverneur van de beide Limburgen, het Limburgcharter. De beide provinciebesturen zouden willen bereiken dat voortaan de benamingen West- en Oost-Limburg gehanteerd worden voor respectievelijk Belgisch- en Nederlands-Limburg.[7]

GeografieBewerken

GeologieBewerken

 
Het Geuldal bij Camerig: Zuid-Limburg is de meest heuvelachtige streek van (Europees) Nederland

Limburg bestaat aan de oppervlakte, in Noord- en Midden-Limburg, voor een groot deel uit zandgronden, die in het Tertiair door de Rijn (die destijds veel omvangrijker en krachtiger was en wiens stroomgebied een stuk westelijker lag) werden aangevoerd. De in de huidige tijd belangrijkste rivier, de Maas, was een vrij onbeduidende zijrivier van de Rijn. De Maas stroomt over de hele lengte van zuid tot noord door de provincie en heeft de zand- en grindafzettingen van de Rijn ingesneden. Verder zijn de belangrijkste rivieren de Geul (bij Valkenburg), de Roer (bij Roermond), de Neerbeek (bij Neer) en de Geleenbeek (bij Geleen).

Bij Epen komt gesteente uit het geologisch tijdperk Carboon aan de oppervlakte. Bruinkool en steenkool werden gewonnen in Midden- en Zuid-Limburg waar deze grondstoffen dicht aan de oppervlakte liggen. Het zuiden van Limburg geniet bekendheid vanwege het voorkomen aan de oppervlakte van krijtgesteente, afgezet in een ondiepe tropische zee tijdens het geologisch tijdperk Krijt. De ooit horizontale krijtlagen worden diep doorsneden door de Maas en de beekdalen van onder andere de Geul en de Gulp waardoor het zuiden van de provincie een heuvelachtig uiterlijk heeft gekregen. Ook typisch voor Zuid-Limburg is de leemsoort löss die tijdens de IJstijd door de wind hier werd afgezet. In het verleden werd in de Peel, op de grens van Noord-Brabant en Noord-Limburg, turf gestoken. De laatste restanten van dit veengebied zijn nu een natuurreservaat: de Groote Peel.

De krijtlagen uit het Maastrichts Krijt, plaatselijk bekend als "mergel", werden sinds de Romeinse tijd in steengroeven uitgezaagd in blokken om als bouwstenen te dienen. Relatief veel gebouwen in Limburg zijn uit deze mergelblokken opgetrokken. De oude mergelgroeven zijn bekend als 'grotten', zoals bijvoorbeeld Valkenburgse 'gemeentegrot'. De winning van zand en grind bij Roermond nemen nog een belangrijke plaats in.

LandschapBewerken

 
Plateaus en dalen in Zuid-Limburg
 
Het noordelijk deel van het Maasdal tussen Bergen en Echt
  Zie ook: Zuid-Limburg (Nederland)

Uit de tijd van de mijnbouw stamt nog de onderverdeling in een Oostelijke Mijnstreek en een Westelijke Mijnstreek. Het Limburgs Heuvelland in het zuidoosten wordt vaak als Mergelland bestempeld. Toeristisch is de streek Zuid-Limburg een begrip. De bekendste onderdelen van het Mergelland zijn het Plateau van Margraten dat aan de noordzijde wordt begrensd door het dal van de Geul, en aan de westzijde door de Maasvallei met aan de overzijde de Sint Pietersberg, aan de oostzijde door het dal van de Gulp met het dorp Gulpen en met even verder de hoogten rond de Vaalserberg en zuidelijk door de Voerstreek.

HydrografieBewerken

Waters in Limburg zijn:

KlimaatBewerken

Het klimaat is, net als in de rest van Nederland, gematigd zeeklimaat met regelmatige neerslag het hele jaar door. Wel heeft Limburg te maken met een iets grotere invloed van het landklimaat omdat er geen grote temperatuurmatigende watervlaktes in de buurt zijn. Zo kan het zomers een stuk warmer worden dan in de rest van Nederland en in de winter een stuk kouder, vooral in het hogere Zuid-Limburg. Opmerkelijk is dat het voorjaar in vooral Zuid-Limburg iets eerder aanbreekt dan in de rest van noordelijker Nederland; vooral zichtbaar in de eerdere bloei van veel planten.

Een ander verschil met de rest van Nederland is dat de hoogteverschillen een wat grotere rol spelen. Zo is het Maasdal ten zuidwesten van Roermond het droogste gebied van Europees Nederland met rond de 700 mm neerslag per jaar, terwijl enkele tientallen kilometers naar het zuiden het heuvelgebied rond Vaals na de Veluwe het natst is met rond de 900 mm per jaar.

Weergemiddelden voor Maastricht
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
Hoogste maximum (°C) 15,5 19,1 22,2 26,7 30,6 34,0 35,9 36,2 31,3 26,6 21,1 16,4 36,2
Gemiddeld maximum (°C) 5,2 6,1 10,1 14,0 18,3 20,9 23,3 23,0 19,1 14,7 9,2 5,8 14,1
Gemiddelde temperatuur (°C) 2,7 3,1 6,3 9,3 13,5 16,2 18,4 18,0 14,7 10,9 6,4 3,5 10,2
Gemiddeld minimum (°C) 0,0 0,0 2,6 4,7 8,5 11,3 13,5 13,2 10,5 7,2 3,5 0,9 6,3
Laagste minimum (°C) −19,3 −14,7 −12,9 −4,9 −0,8 0,9 5,5 5,2 1,6 −4,2 −9 −15,4 −19,3
Neerslag (mm) 65,3 57,4 61,8 45,1 65,9 70,5 69,6 72,3 61,6 67,2 65,3 70,8 772,7
Bron: KNMI: Langjarige gemiddelden (tijdvak 1981-2010) en extremen (tijdvak 1971 - 2000)[8][9]

Bestuurlijke indelingBewerken

GemeentenBewerken

  Zie ook: Tabel van gemeenten in Limburg en Lijst van voormalige gemeenten in Limburg

Limburg is per 2019 ingedeeld in de volgende 31 gemeenten:

gemeente hoofdplaats
Beek Beek
Beekdaelen Nuth
Beesel Reuver
Bergen Nieuw Bergen
Brunssum Brunssum
Echt-Susteren Echt
Eijsden-Margraten Margraten
Gennep Gennep
Gulpen-Wittem Gulpen
Heerlen Heerlen
Horst aan de Maas Horst
Kerkrade Kerkrade
Landgraaf Landgraaf
Leudal Heythuysen
Maasgouw Maasbracht
Maastricht Maastricht
Meerssen Meerssen
Mook en Middelaar Mook
Nederweert Nederweert
Peel en Maas Panningen
Roerdalen Sint Odiliënberg
Roermond Roermond
Simpelveld Simpelveld
Sittard-Geleen Sittard
Stein Stein
Vaals Vaals
Valkenburg aan de Geul Valkenburg
Venlo Venlo
Venray Venray
Voerendaal Voerendaal
Weert Weert

Plaatsen in Limburg met stadsrechtenBewerken

De Nederlandse provincie Limburg kent 14 plaatsen die ooit stadsrechten hadden. Ook deze lijst geeft een beeld van de vroegere staatkundige versnippering van het gebied. Er waren vele verschillende heren, maar voornamelijk de hertogen van Brabant en van Gelre.

Plaatsen met stadsrecht
Stad Datum van Stadsrecht Inwoneraantal Gemeente Regio Heerlijkheid op het moment van het geven van stadrecht
Wessem 1150-1329 2.085 Maasgouw Midden-Limburg Graafschap Horn
Thorn 1201-1300 2.392 Maasgouw Midden-Limburg Vorstendom Thorn
Maastricht 1204[10] 121.773 Maastricht Zuid-Limburg Prinsbisdom Luik en Hertogdom Brabant
Roermond 1231 58.204 Roermond Midden-Limburg Graafschap Gelre
Sittard 1243 37.446 Sittard-Geleen Zuid-Limburg Hertogdom Limburg
Nieuwstadt 1271 3.345 Echt-Susteren Midden-Limburg Graafschap Gelre
Susteren 1276 7.419 Echt-Susteren Midden-Limburg Graafschap Gelre
Montfort 1294 3.150 Roerdalen Midden-Limburg Hertogdom Gelre
Kessel 1312 5.995 Peel en Maas Noord-Limburg Hertogdom Gelre
Venlo 1343 67.970 Venlo Noord-Limburg Hertogdom Gelre
Echt 1343 7.656 Echt-Susteren Midden-Limburg Hertogdom Gelre
Gennep 1371 17.007 Gennep Noord-Limburg Hertogdom Gelre
Weert 1414 51.000 Weert Midden-Limburg Graafschap Horn
Valkenburg 1452 6.020 Valkenburg aan de Geul Zuid-Limburg Landen van Overmaze (Hertogdom Brabant)

Een aantal andere plaatsen in Limburg hadden of hebben wel stedelijke kenmerken (wallen, grachten, vesting, vrijheden, tolheffing etc.) maar hebben nooit de status 'stad' verkregen.

BevolkingBewerken

Totale bevolking: 1.117.201 personen per 1 januari 2020;

Bevolkingscijfers uit 2016:

  • Bevolking jonger dan 20 jaar: 214.633 personen;
  • Bevolking tussen de 20 en de 65 jaar: 658.487;
  • Bevolking van 65 jaar en ouder: 243.140.

(Cijfers: 8 september 2016[11])

LimburgersBewerken

De Limburgse dialecten hebben taalkundig gezien een aparte plaats binnen de Nederlandse dialecten, maar deze behoren, evenals de overige Nederlandse, tot de westelijke tak van het Germaans. De basis is het Oostelijk-Nederfrankisch, terwijl de Vlaamse, Brabantse en Hollandse dialecten van het Westelijk-Nederfrankisch afstammen. Etnisch gezien is er geen sprake van een apart en afgegrensd volk. Evenals bij de vele andere volkeren in Europa hebben, al vanaf de prehistorie, vele volken bijgedragen aan de etnische samenstelling van de huidige Limburgse bevolking. Onder de voorouders mag men Germanen, Kelten, Romeinen en vele kleinere volken (stammen) rekenen.

AllochtonenBewerken

Op 1 januari 2007 was van de totale bevolking 19,5 procent allochtoon: 14,3% Westers en 5,2% niet-westers.[12] De meeste Westerse allochtonen zijn mensen van Duitse en Vlaamse herkomst of familie. De gemeente Vaals heeft zelfs een allochtone meerderheid: 50,1% van de bevolking is allochtoon, 46,8% westers (38% Duits) en 3,3% niet-westers. Ook Kerkrade, Landgraaf, Brunssum en Heerlen hebben een hoog aandeel Westerse allochtonen. De voormalige gemeente Meijel is met 3,7% de enige waar het aandeel westerse allochtonen onder de 5% ligt. Dit heeft alles te maken met het feit dat Limburg een grensregio is.

Roermond (12,3%) en Venlo (11,1%) hebben het hoogste aandeel niet-Westerse allochtonen, gevolgd door Venray (8,8%), Weert (8,5%) en Maastricht en Heerlen (elk 7,3%). Meijel en Nederweert hebben met 1,1% het laagste aandeel.

CultuurBewerken

 
De Limburgse dialecten en hun aanverwanten over de grens: de Limburgs-Ripuarisch-Moezelfrankisch-Luxemburgse tonaliteit. Deze kaart brengt het verspreidingsgebied in beeld van wat linguïstisch het hoofdkenmerk van het Limburgs is: het betekenisdragend verschil in toonhoogte

De provincie Limburg kent een zeer eigen identiteit, die zich vooral manifesteert in de talrijke Limburgse dialecten. Volgens huidige inzichten vormen die tezamen een Nederfrankische taalvariant, maar met de voor Indo-Europese talen vrij unieke eigenschap van tonaliteit in diverse varianten. Het gebied van het Limburgs reikt van Maastricht en Vaals in het zuiden tot aan Venlo in het noorden; ten noorden van de lijn Panningen-Tegelen worden Kleverlandse dialecten gesproken. Het Venloos neemt een overgangspositie in.

Verdere culturele bijzonderheden zijn de vele kerkkoren, fanfares, harmonieorkesten, de Limburgse schutterijen en culinaire specialiteiten als de Limburgse vlaai. De schutterijen (Nederlandse en Belgische) meten zich jaarlijks in het Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS). In haast elke parochie in Limburg is de jaarlijkse Sacramentsprocessie, in Limburg "brónk" genoemd, het culturele en godsdienstige hoogtepunt van het jaar. Ook carnaval (vastelaovend in het Limburgs) wordt uitgebreid gevierd in Limburg.

Religie en levensbeschouwingBewerken

Limburg behoort tot de Nederlandse provincies waar katholieken in de meerderheid zijn, ook al is die meerderheid slinkend. Al vanaf de laat-Romeinse tijd had het christendom hier voet aan de grond. De oudste christelijke grafstenen van Nederland (5e/6e eeuw) bevinden zich in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. De zetel van de bisschoppen van Luik zou aanvankelijk in Tongeren hebben gestaan, en bevond zich aantoonbaar vanaf de 6e eeuw in Maastricht. Roermond is pas sinds 1559 bisschopsstad van het toen opgerichte (eerste) bisdom Roermond. Sinds de instelling van het tweede bisdom Roermond in 1853 valt het gebied van het bisdom samen met dat van de provincie Limburg.

Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland (1853) leidde een periode in van katholieke emancipatie, nadat katholieken zich in de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden (slechts van toepassing voor een klein deel van de provincie), in de Franse Tijd en in de beginperiode van het Koninkrijk der Nederlanden achtergesteld wisten. Het kloosterleven, het parochieleven, het katholiek onderwijs, de katholieke pers en het katholieke verenigingsleven kwamen in de tweede helft van de 19e eeuw tot bloei. Vanaf circa 1900 was de verzuiling van de samenleving (ook bij protestanten, liberalen en socialisten) min of meer compleet. Met name in Noord-Brabant en Limburg wordt de periode 1900-1960 vaak beschreven als de tijd van het "Rijke Roomse Leven", een term die pas vanaf de jaren 1960 in zwang raakte, toen de hoogtijdagen in feite voorbij waren (zie o.a. Michel van der Plas: Uit het rijke Roomsche Leven, 1963). Het openbare leven, met inbegrip van scholing, arbeidsorganisatie, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding, werd voor een groot deel door katholieke organisaties beheerst, waarbij men zich met name sterk afzette tegen de socialistische zuil (zie o.a. Bisschoppelijk Mandement van 1954).[13]

Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) nam de invloed van de Rooms-Katholieke Kerk in de provincie geleidelijk af. Het zondagse misbezoek en het aantal roepingen voor het priesterambt daalden sterk, evenals het geboortecijfer, wat duidde op een vervreemding van de zedelijke voorschriften van de Kerk. De aanstelling van de orthodoxe kerkhistoricus Joannes Gijsen (1932-2013) als bisschop van Roermond door de Heilige Stoel in 1972, werkte eerder averechts. Gijsen, die orde op zaken moest stellen in het bisdom, riep door zijn autoritaire optreden zoveel weerstand op, dat kritische katholieken zich nog meer van de Kerk afkeerden. Zijn opvolger Frans Wiertz volgde van 1993 tot 2017 een gematigder koers. Het aandeel (nominaal) kerkelijken bleef in Limburg lange tijd nog vrij hoog, maar na 1985 heeft zich ook hierin een duidelijke kentering voorgedaan. Noemde in 1985 nog 78 % van de Limburgers zich katholiek, in 2014 waren de cijfers: 66 % katholiek, 25 % onkerkelijk, 4 % overige christenen, en 4 % moslim.[14] Het zondagse misbezoek bedroeg in 2000 nog slechts 8 %.[15]

EconomieBewerken

Tot in de jaren 70 was de steenkoolwinning in de Oostelijke Mijnstreek een belangrijke pijler onder de Limburgse economie. De sluiting van de mijnen bezorgde de provincie lange tijd een imago van armoede en werkloosheid. De klap werd mede opgevangen door de komst van nieuwe overheidsinstellingen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek in Heerlen, en de opening van de Universiteit Maastricht. Daarnaast bezit Limburg tegenwoordig onder andere fruitteelt, overige landbouw, chemie, dienstverlening en toerisme en een aantal brouwerijen. De werkloosheid in Limburg bedroeg in 2011 5,1%.

Een van de grootste werkgevers is het chemie- en biotechnologieconcern DSM, de opvolger van de Staatsmijnen, met circa 8000 arbeidsplaatsen in Limburg. Een andere bekende werkgever is VDL NedCar in Born. Het is de enige personenautofabriek in Nederland, er worden onder contract voor diverse fabrikanten personenauto's geproduceerd. Anno 2017 werken er ongeveer 5000 mensen aan de assemblage van auto's voor het BMW-concern. Bij de Universiteit Maastricht zijn in totaal circa 3300 medewerkers in dienst en op het hoofdkantoor van Vodafone in Maastricht zijn ongeveer 1500 arbeidsplaatsen. In Venlo ligt het hoofdkantoor van het printerbedrijf Océ.[16]

ToerismeBewerken

Toerisme is in Limburg een belangrijke inkomstenbron. Zo staat de provincie landelijk bovenaan op het gebied van overnachtingen in vakantieparken, was het totale aantal overnachtingen in 2017 14,6 miljoen en besteedden toeristen in dat jaar 4,2 miljard euro.[17] Valkenburg is al vanaf eind 19e eeuw een belangrijk toeristencentrum, onder andere vanwege de ligging in het Geuldal, de bosrijke omgeving, het grotendeels uit mergelstenen gebouwen bestaande centrum, en diverse voor het publiek toegankelijke mergelgrotten.[18] Maastricht is een populaire bestemming voor stedentrips; met bijna 1,2 miljoen hotelovernachtingen (2019) neemt de stad landelijk de vierde plaats in, na Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.[19] De provincie kent een aantal populaire toeristische attracties, waarvan Attractiepark Toverland de best bezochte in de provincie is, gevolgd door GaiaZoo.[20]

PolitiekBewerken

  Zie Politiek in Limburg (Nederland) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Provinciale StatenBewerken

Zetelverdeling 2019-2023
2
4
3
4
2
3
1
9
5
7
7
De 47 zetels zijn als volgt verdeeld:

In mei 2008 besloten de Limburgs Provinciale Staten de benaming Limburgs Parlement te voeren.[21] De officiële naam blijft Provinciale Staten.

Huidige zetelverdeling Provinciale Staten[22]
Partij Zetels Fractievoorzitter
CDA 9 Mariska Werrij-Wetzels
FVD 7 Simone Kerseboom
PVV 7 René Claassen
VVD 5 Karin Straus
SP 4 Marc van Caldenberg
GroenLinks 4 Pepijn Baneke
PvdA 3 Jasper Kuntzelaers
D66 3 Leon Vaessen
LL 2 Raimond Franssen
PvdD 2 Pascale Plusquin
50PLUS 1 Anne Marie Fischer-Otten

LL = Lokaal-Limburg

Gedeputeerde StatenBewerken

Theo Bovens (CDA) is vanaf 1 oktober 2011 commissaris van de Koning (officieus gouverneur genoemd in Limburg).

Het college van Gedeputeerde Staten rust voor de periode 2019-2023 op een coalitie van CDA, PVV, VVD en FvD.

Na de Provinciale Statenverkiezingen 2019 van 20 maart werd op 24 juni 2019 een nieuw collegeprogramma gepresenteerd. Het college bestaat zeven leden.

Provinciesecretaris is G.H.E. (Guido) Derks.

Bekende LimburgersBewerken

  Lijst van bekende Limburgers (Nederland)

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

LiteratuurBewerken

  • Dr. André A. de Bruin: Noord-Limburg integraal bekeken. 1850-1950. Zoektocht naar de wortels van een cultuur, Uitg. Mooi Limburgs Boekenfonds, z.j. (2010), ISBN 978-90-8596-070-6
  • Jappe Alberts, W. prof. dr. (1981) Oorsprong en geschiedenis van De Limburgers, Amsterdam/Brussel: Elsevier

Externe linkBewerken