Vooruitstrevende Hervormings Partij

politieke partij uit Suriname
(Doorverwezen vanaf Verenigde Hindoestaanse Partij)

De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) is een politieke partij in Suriname. De VHP, die oorspronkelijk een Hindoestaanse politieke partij was (Verenigde Hindostaanse Partij), kent een grote aanhang in de districten Paramaribo, Wanica, Nickerie, Saramacca en Commewijne.

Vooruitstrevende Hervormings Partij
Vooruitstrevende Hervormings Partij
Personen
Partijvoorzitter Chan Santokhi
Mandaten
Zetels in De Nationale Assemblée
20 / 51
Geschiedenis
Opgericht 16 januari 1949
Afsplitsing(en) - 1996: Basispartij voor Vernieuwing en Democratie (BVD)

- 1962: Actiegroep (AG)

Algemene gegevens
Actief in Vlag van Suriname Suriname
Richting centrum
Ideologie Sociaal-liberalisme

Sociaaldemocratie

Wetenschappelijk bureau Jagernath Lachmon Wetenschappelijk Instituut
Website http://vhp.sr

https://www.vhpnederland.nl

Portaal  Portaalicoon   Politiek

in 2011 trad Chan Santokhi aan als voorzitter van de partij. Onder zijn bestuur ontwikkelde de partij zich tot een multi-etnische politieke partij.[1] Opiniepeilingen in 2020 van de IDOS vertonen steeds meer kiezers uit allerlei andere bevolkingsgroepen.[2]

Het hoofdkwartier van de VHP is de Olifant, een terrein aan de Mr. Jagernath Lachmonstraat (voorheen Coppenamestraat) dat, in tegenstelling tot wat velen denken, eigendom is van Stichting Olifant (en dus niet van de VHP).

Ontstaan en beginjarenBewerken

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog werden in Suriname meerdere politieke partijen opgericht zoals de katholiek creoolse PSV, de creoolse NPS en de Javaanse KTPI omdat in 1948 het census- en capaciteitskiesrecht voor mannen werd vervangen door een algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen.

De Verenigde Hindostaanse Partij (afgekort VHP) kwam in januari 1949[3] tot stand door een fusie van

Eerste verkiezingen 1949Bewerken

Voorzitter van de VHP werd Lachmon, hij zou in deze functie blijven tot zijn dood in 2001. Bij de eerste algemene verkiezingen van Suriname in mei 1949 was de zetelverdeling in de Staten van Suriname: dertien zetels voor de NPS, zes zetels voor de VHP en twee zetels voor de KTPI. Door het winner takes all principe dat bij die verkiezingen gold, kreeg de partij met de meeste stemmen in een district of kieskring alle zetels voor dat gebied. De NPS kreeg als winnaar van het district Paramaribo alle tien zetels voor Paramaribo. In het district Suriname met iets minder kiesgerechtigden dan in Paramaribo waren drie kieskringen die elk goed waren voor een zetel. De VHP kreeg in de districten Saramacca, Nickerie en Suriname elk twee zetels.

Verbroederingspolitiek (VHP en NPS)Bewerken

Bij de verkiezingen van 1951 was de uitslag in zetels hetzelfde als in 1949. De macht van de NPS werd pas gebroken toen de SDP, PSV, KTPI en Partij Suriname onder de naam Eenheidsfront in 1955 de verkiezingen won door dertien zetels te halen met zes voor de VHP en slechts twee voor de NPS. Omdat hiermee de NPS'ers Pengel en Rens geen statenlid meer waren bood Lachmon aan dat twee gekozen VHP'ers zich zouden terugtrekken om na een herverkiezing Pengel en Rens toch in de Staten terug te laten keren. Pengel ging op dit aanbod in en won zo alsnog een zetel in het district Saramacca. Dit was het begin van de verbroederingspolitiek tussen de VHP en de NPS.

In 1962 splitste de jongerenbeweging 'Actiegroep van de VHP' zich af en ging verder als de politieke partij Actiegroep.

Naamsverandering in 1966: Vatan Hitkari PartijBewerken

In augustus 1966 werd de naam van de partij veranderd in Vatan Hitkari Partij (Partij ter Bevordering van het Nationaal Welzijn) waarbij met opzet de afkorting VHP bleef. Als onderdeel van deze heroriëntatie werd het accent verlegd van een besloten Verenigde Hindoestaanse Partij naar een voor ieder open Vatan Hitkari Partij: iedereen die de beginselen van de partij kon onderschrijven kon lid kon worden, ongeacht etnische afkomst.

In verband met de heroriëntatie werden de beginselen van de partij herschreven en als volgt vastgelegd op 14 augustus 1966:

Manifest van de Vatan Hitkari Partij[4]Bewerken

Algemene Beginselen

  1. De partij huldigt het principe van een harmonische staatkundige, economische, sociale en culturele ontwikkeling van Suriname.
  2. De partij onderschrijft het beginsel van de handhaving van de democratische rechtstaat en van de fundamentele rechten en menselijke vrijheden.
  3. De partij onderschrijft het beginsel van vrijheid van politieke meningsuiting en partijvorming.


1. Op staatkundig gebied:

a. geleidelijke staatkundige ontwikkeling van het land naar volledige zelfstandigheid, met behoud van de nodige en/of noodzakelijke banden met de landen van het Koninkrijk.

b. versterking van de vriendschapsbetrekkingen met daarvoor in aanmerking komende landen buiten het Koninkrijk, in het bijzonder met de nabuurlanden en met de landen gelegen in het Caribisch gebied.


2. Op economisch gebied:

a. streven naar een evenwichtige economische ontwikkeling van het land.

b. verhoging van het nationaal inkomen en een rechtvaardige inkomstenverdeling.

c. zover mogelijk op de meest rationele wijze dienstbaar maken van alle natuurlijke hulpbronnen aan de economische ontwikkeling van het land.


3. Op justitieel gebied:

a. handhaving van de rechtszekerheid en van een onafhankelijke rechterlijke macht.

b. aanpassing van de wetgeving aan de behoeften van het Surinaamse volk in al zijn geledingen.


4. Op sociaal gebied:

a. bevordering van de goede samenwerking tussen de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname.

b. erkenning van het recht op arbeid en van de zorg voor gebrekkigen en bejaarden.

c. zorg voor een goede gezondheidstoestand in het gehele land.


5. Op cultureel gebied:

a. gelijke kansen voor een ieder voor wat betreft het ontvangen van onderwijs en ontwikkeling.

b. vrijheid van culturele uitingen en manifestaties, die zoveel mogelijk gericht zijn op de bevordering van een nationale Surinaamse cultuur.

c. vrijheid van geloofsbelijdenis, godsdienstuitoefening en godsdienstige organisatie.

1967-1987Bewerken

Na de verkiezingen van 1967 besloot Pengel een coalitie te vormen van NPS, Actiegroep/Partij van de Landbouw en SDP waarmee er een einde kwam aan de verbroederingspolitiek. Door stakingen kwam deze regering echter in 1969 al ten val.

Bij de vervroegde verkiezingen van 24 oktober 1969 haalde het VHP-blok (VHP, Actiegroep en SRI) 19 van de 39 zetels, het PNP-blok (PNP, KTPI, PSV en PBP) 8 zetels, de NPS 11 zetels en de PNR 1 zetel. Hoewel in de daaropvolgende VHP-PNP regering het VHP-blok dus veel meer zetels had dan het PNP-blok, werd niet VHP-leider Lachmon maar Sedney premier van Suriname en minister van Algemene Zaken. Bij die keuze zal de opgelopen spanningen tussen de hindoestaanse en creoolse bevolkingsgroepen hebben meegespeeld. De VHP kreeg 5 ministerposten en Lachmon werd wederom voorzitter van de Staten.

In 1973 zou gekozen worden voor de huidige naam: Vooruitstrevende Hervormings Partij. Met deze naamswijziging wilde men benadrukken dat de partij niet alleen openstond voor Surinamers van Hindoestaanse afkomst, maar voor alle Surinamers.

Bij de verkiezingen van november 1973 behaalde de PNP van Sedney geen enkele zetel en werden de 39 zetels verdeeld tussen de Nationale Partij Kombinatie (NPK; bestaande uit NPS, PNR, PSV en KTPI) met 22 zetels en de VHP met 17 zetels. Drie maanden later kondigde premier Arron opeens aan dat hij voor het einde van 1975 onafhankelijkheid van Suriname wilde bereiken. De VHP vond het daarvoor te vroeg. Midden 1975 verlieten Somohardjo, Liesdek-Clarke en Lee Kong Fong de NPK en vormden een driemansfractie zodat de NPK nog maar op 19 van de 39 zetels kon rekenen. Spoedig daarna was Lee Kong Fong enige tijd onvindbaar (hij zou ondergedoken zijn na intimidatie door partijgenoten) zodat de verhoudingen in de Staten 19 tegen 19 was en er geen besluiten meer genomen konden worden. Terwijl de onderhandelingen met Nederland vorderde ontbrak het de regering dus aan een gewone meerderheid in de Staten, laat staan een ruime meerderheid die nodig was om de nieuwe grondwet goed te keuren. Toen er ook nog eens onrust in het land uitbrak met onder andere brandstichtingen en een mislukte moordaanslag op Arron, besloot het VHP statenlid Hindori de regering te steunen om een mogelijke burgeroorlog te voorkomen. Hoewel Hindori door deze stap binnen zijn partij verguisd werd besloot de VHP in deze nieuwe situatie om toch maar met de NPK samen te werken aan een nieuwe grondwet en zich neer te leggen bij de snelle onafhankelijkheid die op 25 november 1975 een feit werd.

Afgezet door Desi BouterseBewerken

In 1977 won de NPK in een iets gewijzigde samenstelling opnieuw 22 van de 39 zetels. De overige zeventien gingen naar de Verenigde Democratische Partij die bestond uit VHP, Pendawalima, SPS en PALU. Als gevolg van de Sergeantencoup in februari 1980 onder leiding van Desi Bouterse kwam aan deze regering voortijdig een einde.

Na de dictatuurBewerken

Na het herstel van de democratie in 1987 vormden KTPI, NPS en VHP het Front voor Democratie en Ontwikkeling dat veertig van de 51 zetels won bij de verkiezingen van dat jaar. Nog nooit eerder had een politieke combinatie zoveel zetels weten te bemachtigen. Lachmon werd parlementsvoorzitter en de VHP mocht naast vijf ministers ook de president leveren: Ramsewak Shankar.

Door de telefooncoup van december 1990 werd Shankar afgezet en waren vervroegde verkiezingen noodzakelijk. De SPA sloot zich aan bij het Front voor Democratie en Ontwikkeling waarna het samenwerkingsverband hernoemd werd tot het Nieuw Front (NF). Het NF haalde bij de verkiezingen van 1991 nog maar 30 van de 51 zetels wat nog wel genoeg was voor een meerderheid. Ronald Venetiaan werd namens de Nationale Partij Suriname voor de eerste keer president met de VHP'er Jules Ajodhia als vicepresident, de VHP kreeg vijf ministerposten.

Dissidenten en ontstaan BVDBewerken

In 1996 was er een groep dissidenten binnen de VHP die eerst binnen die partij onder de naam Beweging voor Demokratie-VHP (BVD-VHP) functioneerden en later hun eigen partij oprichtten: de Basispartij voor Vernieuwing en Democratie (BVD). Bij de verkiezingen van 23 mei 1996 maakte de VHP wederom deel uit van het NF, maar van de negen VHP parlementariërs stapten er vijf op waaronder Marijke Djwalapersad. Deze vijf BVD'ers hielpen de Wijdenbosch-regering aan een meerderheid waarvoor ze vier ministers en de vicepresident mochten leveren. Hoewel de VHP in de oppositie zat werd Lachmon in juli 1996 herkozen als parlementsvoorzitter. Enkele maanden later trad hij af omdat hij zich niet kon vinden in de regering van Wijdenbosch waarna Djwalapersad hem opvolgde.

Bij het aantreden van Santokhi in juli 2011 als voorzitter van de VHP keerde Djwalapersad terug naar de VHP. Santokhi was blij hiermee en riep alle andere ex-VHPers op om terug te keren naar hun "moederpartij". Tegenwoordig is de BVD samengesmolten met de Nationale Democratische Partij van Desi Bouterse. Dit gebeurde onder leiding van voorzitter Dilip Sardjoe.

2000-2010Bewerken

Na vervroegde verkiezingen in 2000 kwam het Nieuw Front, waar de VHP onderdeel van is, weer in de regering. In dat jaar werd Venetiaan voor de tweede keer president met wederom Jules Ajodhia als vicepresident. Lachmon kwam terug als DNA-voorzitter maar hij overleed in oktober 2001 waarmee ook een einde kwam aan zijn voorzitterschap van de VHP. Ramdien Sardjoe nam beide functies over.

Programmapunten 2000[5]
Algemeen
  • dat het volk in vrede, vrijheid, veiligheid en in waardigheid kan leven
  • dat de geest van verbroedering, culturele en religieuze integratie en van harmonie in de samenleven wordt versterkt
  • dat de leefomstandigheden van het volk, vooral die van de kansarmen, menswaardig zijn
  • dat de jeugd, de jonge Surinamer, zich optimaal kan ontplooien tot een zelfstandig en waardig lid van de natie
  • dat de natie zicht intern versterkt en stabiliseert en extern een waardige plaats verwerft in de wereldgemeenschap
Specifiek
  • herstel van een stabiele democratische rechtsstaat Suriname
  • herstel van de beginselen van democratie in de samenleving
  • volle beleving van de rechten en vrijheden van de mens
  • vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • respectering van elkaars opvattingen, zeden en gewoonten
  • intensivering van natievorming en versterking van het nationaal bewustzijn
  • aanpassing aan de realiteitszin van globalisatie
  • politieke stabiliteit en herwinnen van het vertrouwen van het volk en van de internationale gemeenschap
  • verbetering van de levensstandaard van de gehele bevolking
  • bevordering van een evenwichtige ontwikkeling gebaseerd op een adequate benutting van de menselijke en natuurlijke hulpbronnen
  • evenwichtige bezetting en benutting van maatschappelijke mogelijkheden door mannen en vrouwen
Openbare orde en justitieel beleid
  • bestrijding van de nationale vijanden van de Staat zoals corruptie, omkooppraktijken, onverantwoordelijke bevoorrechting van politieke vrienden, verrijking ten nadele van de Staat
  • een kritisch onderzoek van contracten en van andere aangegane verbintenissen met de Staat en waar nodig deze te herzien, uiteraard binnen de mogelijkheden van de wet
  • bestrijding van het drugsgebruik, de drugshandel en de grensoverschrijdende misdaad
  • bestrijding van de steeds toenemende criminaliteit
  • effectieve aanpak van huiselijk geweld
Politiek-bestuurlijk beleid
  • openbaarheid van bestuur
  • integrale herziening van de Grondwet
  • realisatie van organieke wetten met een bijzondere aandacht voor het "terugroeprecht"
  • decentralisatie van bestuur en beleid
  • verbetering van het regionaal bestuur
  • openbare aanbesteding van staatswerken
  • algemeen toezicht bij de uitvoering van staatswerken
Monetair en financieel beleid
  • financieel-monetaire stabiliteit
  • herstel van het budgettair evenwicht: tussen de inkomsten en uitgaven van de Staat
  • opheffing van structurele financiële tekorten bij overheidsbestedingen
  • beheersing van staatsuitgaven en controle op overheidsbestedingen
  • indamming van monetaire financiering van staatsuitgaven (monetair neutrale financiering)
  • evenwichtige betalingsbalanspositie
  • beteugeling van de hollende inflatie
  • stabiliteit in het wisselkoersbeleid en een juiste oriëntatie in de valutahandel
  • beheersbaar niveau van binnen- en buitenlandse schuld
  • versterking van de koopkracht van onze munt (gulden)
  • belastingsysteem gebaseerd op het beginsel van draagkracht
  • verlichting in de moordende belastingaanslagen
Economische politiek
  • duurzame economische groei
  • overgang van een importeconomie naar een exporteconomie
  • sturende rol van de overheid in het economisch gebeuren
  • uitvoering van een herstel en groeiprogramma van de ontwrichte economie
  • stimulering van economische activiteit:
  • aanmoediging en vergroting van zekerheid bij investeerders
  • bevordering van particuliere investeringen door verleningen van garanties, fiscale en andere faciliteiten
  • opheffing van belemmering bij vestiging van bedrijven, bij import en export en bij het deviezenverkeer
  • het geven van incentives aan een goed en gezond ontwikkeld bedrijfsleven
  • stimulering van "joint ventures" in de productieve sector (joint venture strategie)
  • bevordering van vrije concurrentie
  • bewaking van het prijsniveau van nutsvoorzieningen (water, licht, enz.)
  • rechtvaardige inkomens- en vermogensontwikkeling
  • inspelen op recente ontwikkelingen in de internationale gemeenschap op economisch gebied o.a. WTO
Buitenlandse politiek
  • het vertrouwen van de internationale gemeenschap herwinnen voor wat betreft "good governance"
  • een richtige uitvoering van verdragen en overeenkomsten aangedaan in bilateraal en multilateraal verband met het accent op herstel van de verstoorde relatie met Nederland
  • versterking van bilaterale relaties met landen in de regio, maar ook met de landen van de Amerika's, de EU-landen en de landen in Afrika en in Azië
  • intensivering van de integratie in de regio
  • het saneren en intensiveren van buitenlandse posten ter vergroting van het aandeel in de internationale handel ten behoeve van de eigen economie
Ontwikkelingspolitiek
  • voortzetting en intensivering van de ontwikkelings- samenwerkingsrelaties met de externe donoren; landen zoals Nederland (Raamverdrag), België (ontwikkelingssamenwerking), China (leningen), Amerika (tarwe) en internationale organisaties als het EOF (schenkingen), IDB (leningen), IsDB (leningen)
  • diversificatie van samenwerkingsrelaties
  • ontwikkelingsprogramma's die overwegend productief gericht zijn, terwijl ook aandacht dient te worden besteed aan de financiering van projecten die infrastructureel of sociaal educatief van aard zijn
  • duurzame menselijke ontwikkeling
  • ontwikkelingsprogramma's die de natie economisch weerbaar moeten helpen maken

Na de verkiezingen van 2005 ging het aantal zetels van het NF terug van 33 naar 23 en het aantal VHP-ministers terug van vijf naar vier. Paul Somohardjo van de regeringspartij Pertjajah Luhur wilde graag vicepresident worden, maar vanwege een eerdere veroordeling werd besloten om Sardjoe als vicepresident aan te stellen zodat Somohardjo hem kon opvolgen als DNA-voorzitter.

VHP-Ministers regeerperiode 1991-1996 (5 van de 16 ministersposten)Bewerken

VHP-Ministers regeerperiode 2000-2005 (5 van de 16 ministersposten)Bewerken

VHP-Ministers regeerperiode 2005-2010 (4 van de 17 ministersposten)Bewerken

VHP-Ministers regeerperiode 2020-2025 (8 van de 17 ministersposten)Bewerken

Tijdperk SantokhiBewerken

Vanwege zijn succesvolle periode als minister en zijn confrontatie met Desi Bouterse steeg de populariteit van Chan Santokhi enorm binnen de VHP. Er was al vrij lang een roep binnen de VHP om Santokhi meer macht in de partij te geven.[6] Zo wilde een groot deel van de VHP-aanhangers Santokhi als lijsttrekker voor de VHP in het district Wanica bij de parlementsverkiezingen van mei 2010. Maar de partijleiding was het hier oneens mee en plaatste Santokhi op nummer zeven van de kandidatenlijst (aanvankelijk was Santokhi de lijsttrekker, maar later besloot toenmalig voorzitter Ramdien Sardjoe deze positie aan Radjkoemar Randjietsingh te geven). Het argument hiervoor was dat Santokhi "in het belang van de partij", gezien zijn populariteit, een betere rol te vervullen had als lijstduwer.[7]

Ondanks het feit dat Santokhi laag op de kieslijst van de VHP was geplaatst, lukte het hem om op een na landelijk de meeste stemmen te halen bij de verkiezingen. Alleen Desi Bouterse kreeg meer stemmen. Santokhi werd in juli 2010 namens het Nieuw Front voorgedragen als kandidaat voor de presidentsverkiezingen in het parlement. Zijn tegenkandidaat was Desi Bouterse. Doordat de A-Combinatie van Ronnie Brunswijk en de VolksAlliantie van Paul Somohardjo, de oude partners van het Nieuw Front, hun steun gaven aan de Megacombinatie, werd Bouterse en niet Santokhi gekozen tot president van Suriname. Het Nieuw Front, en dus ook de VHP, belandde na tien jaar weer in de oppositie. Het is de tweede keer sinds de herinvoering van de democratie in 1987 dat de VHP in de oppositie terechtkwam. De eerste keer was na de verkiezingen van 1996, toen vijf parlementariërs van de VHP (onder de naam BVD-VHP) en de gehele KTPI-fractie overliepen naar de NDP.[8]

Op 3 juli 2011 droeg Ramdien Sardjoe op 75-jarige leeftijd de voorzittershamer over aan Chan Santokhi nadat deze de interne VHP verkiezingen met 85.6% won.[9][10] Ramdien Sardjoe werd na de benoeming van Santokhi tot de nieuwe voorzitter van de partij benoemd tot erevoorzitter van de VHP.

Tijdens de verkiezingen van 2015 deed de VHP mee in de alliantie V7. Santokhi werd door V7 naar voren geschoven als de presidentskandidaat. De alliantie behaalde 18 zetels.[11]

Transformatie naar multi-etnische partijBewerken

Vanaf het aantreden van Santokhi zette zich een groei van het aantal leden in.[12] Ook veranderde de samenstelling van de achterban naar een multi-etnische partij. Zo had tijdens de verkiezingen van 2015 92% van de kandidaten een hindoestaanse achtergrond en tijdens de verkiezingen van 2020 was dit gehalveerd tot 45%. De andere VHP-kandidaten in 2020 bestaan verder voor 21% uit marrons, 14% uit creolen en 14% uit Javanen. Daarnaast is de religieuze achtergrond diverser en is 39% van de kandidaten een vrouw, terwijl dit in 2015 nog 15% was.[13] Op de kandidatenlijsten van de tien districten staan vijf vrouwelijke en vijf mannelijke lijsttrekkers.[14] De VHP presenteerde kort voor de verkiezingen een wederopbouwprogramma met concrete plannen om Suriname uit de economische en coronacrisis te halen.[15]

De partij deed in alle districten mee tijdens de verkiezingen van 2020 en verwierf 20 zetels.[16]

Grondbeginselen[17]Bewerken

De VHP is een politieke organisatie die zich in haar politiek laat leiden door idealistische en staatkundige beginselen, de Grondwet, en internationale verdragen. De volgende 10 grondbeginselen worden door de VHP geacht de basis te vormen voor duurzame ontwikkeling van Suriname:

  1. De VHP streeft naar een harmonieuze Surinaamse samenleving welke haar krachten put uit de vrijheid en verscheidenheid in religie, etniciteit, cultuur, persoonlijke overtuiging, democratie en vrije meningsuiting.
  2. De VHP staat voor verbroedering, natieversterking en solidariteit.
  3. De VHP staat voor een democratische rechtsstaat met scheiding van de drie machten en geeft invulling aan haar politiek bestuurlijk beleid via sociaaldemocratische en sociaal liberale principes.
  4. De VHP staat voor een staatsbestuur gebaseerd op de principes van goed bestuur, sterke overheidsinstituten, openbaarheid, voorspelbaarheid, transparantie en decentralisatie.
  5. De VHP staat voor vrijheid, gelijkheid en broederschap.
  6. De VHP staat voor hoogwaardig onderwijs, persoonlijke ontplooiing, emancipatie en het ontwikkelen van talenten.
  7. De VHP staat voor het vergroten van het nationaal inkomen, welvaart, welzijn en sociale rechtvaardigheid voor iedere burger: het rechtvaardig verdelen van het nationaal inkomen en het garanderen van bestaanszekerheden zoals werkgelegenheid, en woon- en leefvoorzieningen voor iedere burger.
  8. De VHP staat voor een sociaal liberale samenleving met een gereguleerde vrijemarkteconomie, diversificatie van de economie, en ondernemerschap.
  9. De VHP staat voor de groene ontwikkeling van Suriname, waarbij de balans tussen economie en duurzame ontwikkeling vraagt om politieke keuzes voor o.a. smart agrarische productie, natuurontwikkeling, milieuvriendelijke productie, ICT-ontwikkeling en mobiliteit, schone en leefbare buurten en stadsontwikkeling, en duurzame energieproductie.
  10. De VHP zet zich in voor wereldwijde vrede, veiligheid, gelijkwaardigheid en staat voor dialoog en internationale samenwerking met gelijkdenkende landen.

VoorzittersBewerken

De partij heeft vier voorzitters gehad sinds de oprichting:

Externe linksBewerken