Ronald Venetiaan

toneelschrijver uit Suriname

Runaldo Ronald Venetiaan (Paramaribo, 18 juni 1936) is een voormalig Surinaams politicus. Hij was in twee perioden vijftien jaar staatshoofd en hiermee de langstzittende president van Suriname.

Ronald Venetiaan
Ronald Venetiaan
Geboren 18 juni 1936
Paramaribo, Suriname
Politieke partij Nationale Partij Suriname (NPS)
Partner Liesbeth Venetiaan-Vanenburg
Religie Rooms-katholiek
President van Suriname
Aangetreden 12 augustus 2000
Einde termijn 12 augustus 2010
Voorganger Jules Wijdenbosch
Opvolger Desi Bouterse
President van Suriname
Aangetreden 16 september 1991
Einde termijn 15 september 1996
Voorganger Johan Kraag
Opvolger Jules Wijdenbosch
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Suriname

BiografieBewerken

Venetiaan komt uit een klein gezin; hij heeft één zus. Zijn vader, die veel werkte in het Surinaamse binnenland, behoorde tot de Evangelische Broedergemeente. Hij werd vooral opgevoed en gevormd door zijn katholieke moeder.

Na het behalen van zijn Mulo diploma bezocht Venetiaan van 1953 tot 1955 de Algemene Middelbare School waar hij zijn vwo-diploma behaalde met vier tienen, waardoor hij in aanmerking kwam voor een van de vijf Nederlandse beurzen.

Daarna vertrok hij naar Nederland waar hij wiskunde en natuurkunde studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden, wonend op kamers boven het bejaardentehuis Zonneweelde in Oegstgeest met zijn studievriend Hans Prade.

Tijdens zijn studententijd in Leiden, was Ronald Venetiaan actief lid van de studentenvereniging L.V.V.S. Augustinus. In 1964 behaalde hij zijn doctoraalexamen, en keerde hij dat jaar terug naar Suriname, waar hij werkzaam was als leraar wis- en natuurkunde. Hij ontpopte zich als etno-nationalist. "De Hollander wordt overschat. Als het hem in Suriname te veel wordt, pakt hij zijn biezen", schreef hij in 1968 in een pamflet.[1] Vanaf 1969 was hij directeur van de Algemene Middelbare School.

In 1973 werd hij voor de Nationale Partij Suriname minister van Onderwijs en Volksontwikkeling in de regering van Henck Arron. In 1980 kwam door de Sergeantencoup onder leiding van Desi Bouterse een eind aan het kabinet-Arron II. Venetiaan werd docent aan de technische faculteit van de Anton de Kom Universiteit.

Eerste termijn 1991-1996Bewerken

  Zie ook kabinet-Venetiaan I voor meer over dit onderwerp

Nadat de democratie met de verkiezingen van 1987 was hersteld, werd Venetiaan opnieuw minister van Onderwijs en Volksontwikkeling. Op 24 december 1990 kwam ook het kabinet-Shankar/Arron ten val door een staatsgreep ("telefooncoup").

In 1991 werd de toen 55-jarige Venetiaan presidentskandidaat voor het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling. Hij werd op 7 september gekozen. Als president wist hij de invloed van de militairen verder terug te dringen. Zo slaagde hij erin Bouterse als bevelhebber te vervangen door een loyale officier. De relaties met Nederland normaliseerden, maar tot een echte hervatting van de ontwikkelingsrelatie kwam het niet. En de Surinaamse economie bleef in de versukkeling.

Een miljard is meer dan we verwacht hadden" , is de opgewekte reactie in de straten van Paramaribo na de ondertekening van het raamverdrag in Nederland. Maar, wordt er voorzichtig bijgezegd, "het is nu afwachten geblazen wanneer dat geld nu precies komt en vooral waar het naar toe gaat." Het bestedingspatroon van de ontwikkelingsgelden uit 1975 staat nog vers in het geheugen van de Surinamers. Een scepticus vindt dat er niet te vroeg gejuicht mag worden. "Het is een sigaar uit eigen doos" , stelt hij koel vast. "Dat geld was toch al sinds 1975 van Suriname? Bovendien is er eigenlijk niks veranderd, pas als Suriname in november met het aanpassingsprogramma begint zal het geld vrij komen. Tot die tijd moeten we het met 40 miljoen aan betalingsbalans steun doen."

Raamverdrag 1992Bewerken

Anderen willen duidelijkheid hoe het geld besteed wordt. Straks barst het gekrakeel weer los, zeggen ze. "Net als in '75 wil natuurlijk iedereen een graantje mee pikken van de mijoenen. De grootste hindoestaanse handelaars hebben de laatste jaren hun zakken kunnen vullen en nu willen de creolen de krenten in de pap wel eens zien." Verwacht wordt dat de ruzies over het geld tussen de traditionele machtzuilen binnenkort zullen beginnen. Fred Derby, minister en daarnaast voorzitter van de moederbond en vakcentrale C47, staat voor in de rij om geld voor 'zijn' arbeiders los te peuteren. De Verenigde Hindoestaanse Partij heeft het geld in gedachten al in de handel en industriesector geinvesteerd en de NPS, wiens creoolse achterban voornamelijk bij de overheid werkt vindt dat 'het volk' vooral niets tekort mag komen. En natuurlijk staan ook de bedrijven te trappelen om met behulp van de ontwikkelingsgelden uit het moeras te komen. Aan noodlijdende bedrijven is hier tenslotte geen gebrek." Vooralsnog is van 'gekrakeel' geen sprake. Het Nieuwe Front zegt 'zeer blij en trots' te zijn over het werk van Venetiaan in Den Haag. "The job is well done" , vindt voorzitter Henck Arron tevreden. "We zullen ons huiswerk nu moeten doen. De basis is gelegd voor een goede toekomst. Nu moeten de Surinamers er gezamenlijk voor zorgen het aanpassingsprogramma succesvol uit te voeren." Arron vindt dat Nederland van zijn restrictieve beleid moet afstappen. Volgens hem legt Nederland teveel nadruk op een structureel aanpassingsprogramma. "Suriname heeft al zoveel goede wil getoond door het duidelijk vastleggen van zaken als rechtsstaat en mensenrechten dat Nederland nu toch wel overtuigd moet zijn van de goede wil van Suriname." De oppositie is minder tevreden met de onderhandelingsresultaten in Den Haag. De aan het leger gelieerde NDP en het Demokratisch Alternatief vinden dat Venetiaan zich in Den Haag een loer heeft laten draaien. Zij zijn vooral boos dat het rapport van het consultantburo Coopers en Lybrand, dat onder andere een forse devaluatie en inkrimping van het overheidsapparaat voorstaat, als nieuwe voorwaarde geldt om aan de verdragsmiddelen te komen.[2]

In november 1992 nam de Nationale Assemblee het Structureel Aanpassings Programma (SAP) aan. Dit omdat Suriname op dat moment in een economische crisis zat. Om ontwikkelingshulp uit Nederland te blijven ontvangen, moest Suriname het plan aannemen. Een van de maatregelen van het programma was een verandering van de officiële wisselkoers. Er vond devaluatie plaats en werden bepaalde subsidies afgeschaft. Ook het strenger aanpakken van belastingontduikers, verhoging van de belastinggelden en het inkrimpen van de overheid behoorden tot de lijst van maatregelen. Het plan pakte echter slecht uit voor de Surinaamse bevolking. De uitvoering van het aanpassingsprogramma verliep traag en stuitte op maatschappelijk verzet. Stakingen waren aan de orde van de dag. Door inflatie en weinig werkgelegenheid nam de armoede onder de mensen in de jaren '90 enorm toe. Met de invoering van de Surinaamse dollar in 2004 was de SAP-periode voorbij.

In 1993 maakte President Venetiaan het vertrek van drie bewindslieden bekend, onlangs nam de minister van Handel en Industrie Gobardhan (VHP) zijn vertrek al bekend. De herziening van de regeringssamenstelling volgde op de kritiek op het gebrek aan daadkracht van de regering-Venetiaan door de Nederlandse ministers Pronk en Kooijmans. Daarnaast hebben de minister van Arbeid Simons (SPA), minister van Planning en Ontwikkeling Sedoc (NPS) en minister van Natuurlijke Hulpbronnen Pollack (NPS) het veld moeten ruimen. Met uitzondering van Sedoc, die vanwege gezondheidsreden stopte, werd als reden voor vertrek van de bewindslieden "evaluatie van twee jaar Nieuw Front" opgegeven.

President Venetiaan verweet zijn coalitiegenoot de VHP, de soevereiniteit van Suriname in gevaar te brengen. Venetiaan betwijfelde of de coalitie Nieuw Front, van NPS, VHP en KTPI en SPA, in die vorm de verkiezingen van 1996 kon ingaan. In reactie op deze aanval van Venetiaan had de vooraanstaande VHP'er Pretaap Radhakishun, voorzitter van de VHP adviesraad, gezegd dat Venetiaan moest worden afgezet als president. Hij wees erop dat zo'n afzetting mogelijk is als de VHP in het parlement meestemde met de oppositie, die al langer op het aftreden van Venetiaan aandrong. Radhakishun verweet Venetiaan dictatoriale eigenschappen te hebben. Hij zei twee jaar geleden weinig aandacht te hebben geschonken aan het feit dat Venetiaan zichzelf een Afro-Surinamer noemde, maar hij kijkt daar nu anders tegen aan. Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd was de Hindoestaanse VHP, ook toen net als nu onder leiding van Lachmon, tegen, de NPS had toen het initiatief voor de dekolonisatie genomen. Venetiaans kritiek richtte zich vooral op VHP voorzitter Lachmon, tevens parlementsvoorzitter. Hij verweet Lachmon vorige maand in Nederland op eigen houtje te hebben gesproken over de omstreden contacten van Suriname met het IMF. Volgens Venetiaan is “in feite geprobeerd een coup te plegen met de kwestie van het overhandigen van kwartaalrapporten van het IMF aan Nederland.” Verder zou de VHP zich volgens de NPS-voorzitter sterk maken voor een terugkeer van Suriname naar het Koninkrijk der Nederlanden. Op een bijeenkomst in het Johan Adolf Pengel Instituut zei Venetiaan dat nooit zal worden toegestaan dat Suriname weer kolonie wordt van Nederland en dat dat duidelijk is gemaakt aan de VHP voorzitter. “Wij zijn niet bereid weer onder het Nederlandse juk te gaan en hierin staan we niet alleen”, aldus Venetiaan. Lachmon wacht met een reactie tot een spoedpartijraad die de VHP zou houden. Venetiaan achtte het niet uitgesloten dat de VHP samen met de oppositiepartijen DA'91 en Pendawalima een verkiezingsissue zullen maken van 'Terug naar het Koninkrijk'. Volgens Venetiaan zijn er binnen zijn eigen partij mensen te vinden die hiertegen bereid zijn om samen te werken met de NDP, de partij van oud-legerleider Bouterse.[3]

Tijdens de verkiezingen van 1996 won het Front opnieuw. Als gevolg van een breuk in de Vooruitstrevende Hervormingspartij haalde het Front echter niet de tweederdemeerderheid in het parlement die voor de verkiezing van Venetiaan als president benodigd was. In de Verenigde Volksvergadering, een kiescollege van landelijke en regionale vertegenwoordigers, behaalde de NDP-kandidaat en oud-premier Jules Wijdenbosch de zege.

Venetiaan bleef lid van De Nationale Assemblée. De regering-Wijdenbosch II veroorzaakte hyperinflatie en kwam na hevige protesten ten val ("Bosje go home").

Tweede termijn 2000-2005Bewerken

  Zie ook kabinet-Venetiaan II en kabinet-Venetiaan III voor meer over dit onderwerp

Op 12 augustus 2000 werd de toen 64-jarige Ronald Venetiaan opnieuw gekozen tot president. Ook ditmaal was hij de Nieuw Front-kandidaat. Ondanks het enthousiasme van het electoraat stond het Nieuw Front niet zo massaal achter Venetiaan als presidentskandidaat. Zelfs binnen zijn eigen partij NPS gold zijn kandidatuur niet als onomstreden, en vooral binnen de VHP, die net voor de verkiezingen nog een eigen presidentskandidaat naar voren probeerden te schuiven.

Pas na een jaar kwam de regering-Venetiaan traag op gang. Al maanden gonsde er een vraag door Paramaribo: wat doet president Venetiaan? ,,Wanneer gaat er nou eens wat gebeuren'', vroeg een man zich af. Pas in 2001 leek het Nieuw Front zich te realiseren dat de communicatie met het electoraat te wensen overliet. Venetiaan, die bij zijn aantreden nog ,,transparantie van bestuur'' aankondigde, profileerde zich slechts zelden. Tijdens een persconferentie op het kabinet van de president was het onderwerp: `één jaar Venetiaan, hoe verder?' De gebeurtenis was live op radio en tv. Venetiaan nam, minzaam als altijd, het woord maar bleef afhoudend toen de échte kwesties aan de orde kwamen: ,,Ik hoef me niet bezig te houden met de vraag of ik tevreden ben.'' was zijn antwoord. De pers nam er geen genoegen mee. Aan het eind plaatste een journalist de opmerking ,,dat we nu nog niet weten hoe we na één jaar verder moeten''. Venetiaan glimlachte en kwam met zijn uitsmijter: ,,Werken en geld verdienen.'' En weg was hij. Niemand twijfelde aan de goede wil en integriteit van de president. Maar Ronald Venetiaan is niet de man van grote visies. Delegeren viel hem zwaar, tegenspraak duldde hij zelden en hij was o, zo voorzichtig, vertelden mensen uit zijn directe omgeving. Een minister, die anoniem wilde blijven: ,,De president doet de hele dag maar één ding: wikken en wegen; er is genoeg gewikt en gewogen. Venetiaan moet nu risico's nemen en zelf gaan pushen.'' Ook drong toen de vraag zich op wat Surinames ontwikkelingsvisie eigenlijk was. Binnen het kabinet, vertelden diverse ministers, is dáár nog maar weinig fundamenteel over gesproken. Zaken als het verdelen van posities en de steeds maar voortwoekerende arbeidsonrust eisten het eerste jaar de aandacht op.[4]

"Het besluit van Michaël Slory om in het Spaans te gaan schrijven, in plaats van het Sranantongo, werd hem door president Venetiaan ooit verweten”, zegt journalist Corine Spoor. Hierop herinnerde Slory Venetiaan eraan dat deze als minister van Onderwijs geen enkel initiatief had genomen om het Sranantongo een prominente plaats te geven en als officiële volkstaal in te voeren in het onderwijs.

Venetiaan worstelde met de broze verhoudingen in zijn coalitie. Sinds het aantreden van zijn regering was veel tijd opgegaan aan eindeloze discussies met etnische sentimenten over welke vertegenwoordiger van welke partij op welke post moesten komen. Zo verloor de Nieuw Front-coalitie de eerste maanden kostbare weken met een tijdrovende formatie, die als bijkomend gevolg had dat niet overal de beste mensen op de juiste plekken terecht kwamen. Maar ook na de formatie bleven de onderlinge twistpunten over de invulling van posities bestaan. Pas in 2001 kon de coalitie melden dat men het eens was geworden over de verdeling van de ambassadeursposten, die volgens critici trouwens onnodig waren uitgebreid. Zwaarste slachtoffer van het complexe benoemingenbeleid was het justitieapparaat, dat met grote problemen kampte. Al maanden steggelde de coalitie over de invulling van een handvol cruciale posities bij het departement, openbaar ministerie, rechterlijke macht en het politiekorps. Het had tot gevolg dat van enkele wezenlijke punten die in de regeringsverklaring werden genoemd, zoals aanpassing van de grondwet, modernisering van bestuur en het aanpakken van de economische delicten uit de periode-Wijdenbosch, nog nauwelijks iets terecht was gekomen. Op het departement ontbrak het aan goede wetgevingsjuristen, het OM was onderbemand en het fraudeteam van het politiekorps klaagde over te weinig middelen.[4]

Daarnaast werd het Nieuw Front eerder dat jaar onaangenaam verrast door het wegvallen van SPA-leider Fred Derby, die onverwachts overleed. Voor de stabiliteit in de regeringscoalitie was dat een groot verlies. Hoewel de SPA de kleinste partij in het Nieuw Front was, speelde Derby, die een goede verhouding met Venetiaan had, een katalyserende rol binnen het machtsblok van de NPS, de VHP en de PL. Bovendien had hij, als leider van de grote vakcentrale C-47, veel invloed op de werknemersbeweging. En ook Derby maakte zich zorgen. Vlak na zijn dood werd bekend dat hij nog maar onlangs zijn scepsis tegenover Venetiaan had laten blijken over het gebrek aan slagvaardigheid van de coalitie.[4]

Dat wil niet zeggen dat de regering-Venetiaan helemaal geen succes heeft geboekt. Anders dan tijdens de regering-Wijdenbosch werden de Nationale Assemblee en het maatschappelijk middenveld weer meer betrokken bij het beleid. Verder was er relatieve monetaire rust, werd de slepende discussie over de beschikbaarheid van de Nederlandse ontwikkelingsgelden betrekkelijk soepel op de rails gezet en toonde het IMF zich gematigd optimistisch over de economische situatie, die overigens, na de periode-Wijdenbosch, weinig slechter kon.[4] Immer behoedzaam introduceerde het kabinet Venetiaan II, een stabiele nieuwe munt; de Surinaamse dollar, vergrootte de goudvoorraad van de Centrale Bank, en loste langzaam de opgelopen staatsschuld af.

In december 2002 haalde Venetiaan in het parlement ongewoon fel uit naar Nederland vanwege de slechte ontwikkelingsrelatie tussen beide landen. Venetiaan doelde hiermee op de toenmalige Nederlandse militaire attaché in Paramaribo, Hans Valk. Geruchten over de betrokkenheid van Valk bij de coup die Desi Bouterse aan de macht bracht, doen al jaren de ronde. De president, die op een dinsdag het parlement toesprak, hekelde de geringe vooruitgang die sinds 2000 was geboekt in de ontwikkelingsrelatie. Zijn opvallend harde woorden kwamen een dag nadat zijn minister van Ontwikkelingssamenwerking Stanley Raghoebarsing Nederland in de Volkskrant had uitgemaakt voor 'onbetrouwbaar, drammerig en betweterig'. In de Tweede Kamer reageerde toenmalig staatssecretaris Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking geïrriteerd op die kritiek. Ze was toen nog niet op de hoogte van de uitval van president Venetiaan. Volgens Van Ardenne hadden de Surinamers 'gestotterd, gesteund en geaarzeld' voordat ze akkoord gingen met hervatting van de ontwikkelingshulp. Ze bestreed dat Nederland de Surinamers bepaalde vormen van hulp heeft opgedrongen. Volgens Venetiaan was Nederland daar wel degelijk op uit: 'Men zal juichen wanneer we ''ja en amen'' zeggen op alles wat men uitdraagt en wanneer we toestaan dat op alle ministeries een Nederlander wordt geplaatst om de sectorale hulp te coördineren. We willen geen kern van buitenlanders op ministeries.' Volgens het staatshoofd 'gaat men de zaak hier overnemen' als de Surinamers zich niet meer inzetten voor de ontwikkeling van het land. Venetiaan vond dat er de afgelopen twee jaar tijd was verloren met de nieuwe sectorale aanpak. In plaats van projecten steunde Den Haag sectoren zoals onderwijs en gezondheidszorg. Venetiaan: 'Zoals wij het niet altijd bij het rechte eind hebben, hebben ook de donoren niet altijd gelijk. Maar wanneer de problemen komen, is het gemakkelijk te zeggen dat het ontvangend land heeft gefaald of geen hersenen heeft.' Volgens staatssecretaris Van Ardenne was Suriname volledig akkoord gegaan met de nieuwe vorm van hulpverlening. 'De Nederlandse regering wordt als excuus gebruikt voor het gebrek aan vooruitgang', aldus de bewindsvrouw. 'Er is nu een startfonds van 22 miljoen euro, we kunnen aan de slag'. Suriname had nog recht op een bedrag van 225 miljoen euro. Over de besteding van een deel daarvan, 63 miljoen, was al overeenstemming bereikt. Eind jaren negentig schortte Nederland de hulp op; de toenmalige regering-Wijdenbosch werd beticht van ondeugdelijk bestuur en beleid. Na het aantreden van president Venetiaan in 2000 liet Nederland weten dat het geld alsnog zou vrijkomen, zij het onder voorwaarden.[5]

Bezoek aan Nederland in 2004Bewerken

Na zo'n vier jaar president te zijn geweest kon een officieel bezoek aan Den Haag er nooit van af. Wel twee privébezoeken. Terwijl verbetering van de relatie met Nederland, na de moeilijke jaren onder de regering-Wijdenbosch, toch prioriteit was in Paramaribo toen het Nieuw Front in 2000 aantrad. Maar ook op het Catshuis stonden ze niet te trappelen om Venetiaan de hand te schudden. 'Er is geen Surinaams verzoek gekomen voor een onderhoud met premier Balkenende', aldus de Rijksvoorlichtingsdienst. 'Ook van onze kant is er geen initiatief geweest. De president is ook op doorreis uit China.' Een besloten gesprek met Nederlandse politici van Surinaamse afkomst, een bijeenkomst met Rotterdamse Surinamers en een persgesprek stonden tot dinsdag op de agenda van Venetiaan, die op een zondag arriveerde.

Drie jaar terug, tijdens zijn eerste privébezoek, gaf de president ook de voorkeur aan het aanhalen van de betrekkingen met de Surinaamse gemeenschap. Maar omdat het een Surinaamse gewoonte is, aldus Venetiaan, om het gastland op de hoogte te stellen van je aanwezigheid, ging hij toen ook langs bij koningin Beatrix en premier Kok. Het was het eerste onderhoud op het hoogste niveau in zo'n tien jaar tussen beide landen. Niets van dat nu. 'De president ontvangt al genoeg Nederlandse politici als ze Suriname bezoeken', zegt Iwan Leeuwin, voorzitter van het Landelijk Platform Surinaamse Politici. Een delegatie van het platform, dat raadsleden, wethouders en Kamerleden van Surinaamse afkomst bundelt, heeft vandaag een onderhoud in Den Haag met Venetiaan. Leeuwin: 'Trouwens, wij zijn ook Nederlandse politici . Dus kun je niet zeggen dat de president geen Nederlandse politici wil ontmoeten. De relatie met Nederland zal zeker worden besproken'.

Onmin over hervatting van de ontwikkelingsrelatie, die onder Wijdenbosch een dieptepunt had bereikt, lag aan de basis van de lauwe betrekkingen. Nog geen twee weken terug leverde het staatshoofd flinke kritiek op een studie over 25 jaar ontwikkelingssamenwerking. Het zou te weinig kritiek op Nederland bevatten. In 2002 haalde de president, en voorvechter van het creoolse nationalisme ongewoon fel uit naar Den Haag. Wederom was de slechte ontwikkelingsrelatie de aanleiding. 'Suriname gaat niet gedwee toegeven aan de wil van donoren', aldus de president. Ook stelde hij Nederland verantwoordelijk voor de coup in 1980 van Desi Bouterse, zijn belangrijkste rivaal bij de verkiezingen van 2005. Zelfs de training van Nederlandse mariniers in de Surinaamse jungle leidde tot touwtrekken tussen beide landen.

Geert Wilders (destijds VVD-Kamerlid) bekroop het gevoel dat het een bezoek betrof van Fidel Castro, niet van een bevriend Surinaams staatshoofd. 'Van iemand die je liever niet wil zien.' Wilders weet heus wel dat de president tot dinsdag hier slechts op 'privébezoek' is. 'Maar het was toch zinvol geweest als beide heren, Balkenende en Venetiaan, elkaar zouden spreken? Op z'n minst hadden ze een kopje koffie kunnen drinken, maar als beide heren elkaar niet willen zien, dan houdt het op.' 'De relatie is niet geworden wat velen ervan verwachtten toen deze Surinaamse regering aantrad', meende Wilders. 'Ik betwijfel of er wel politieke wil is van Surinaamse kant.' PvdA-Kamerlid Bert Koenders vond de relatie 'helemaal niet zo slecht': zakelijk maar betrokken. Hij drong wel aan op overleg tussen beide landen over de toekomst van de ontwikkelingsrelatie. ' Ik heb liever dat, dan een vluggertje tussen Balkenende en Venetiaan.'[6]

Derde termijn 2005-2010Bewerken

Op 3 augustus 2005 werd president Venetiaan herkozen, nadat NDP-kandidaat Rabin Parmessar in opspraak was geraakt omdat hij niet bleek te voldoen aan de grondwettelijke vereisten voor het presidentschap.

Bij de stemmingen in De Nationale Assemblee behaalde geen enkele kandidaat een tweederdemeerderheid, zodat de Verenigde Volksvergadering bij gewone meerderheid een keuze moest maken. Van de 879 stemgerechtigde parlementariërs, ressort- en districtsraadsleden in de Anthony Nesty Sporthal brachten 560 leden hun stem uit op Venetiaan. Rabin Parmessar, de presidentskandidaat van NDP en VVV, kreeg 315 stemmen. Vier afgevaardigden stemden blanco.

Hij werd na 10 jaar opgevolgd door Bouterse in 2010.

Zie ook Lijst van bewindslieden onder Ronald Venetiaan.

Na 2010Bewerken

Een jong land met bejaarde leiders; Suriname kiest dinsdag een nieuw parlement. Jongeren snakken naar verandering. Zelfs de 73-jarige president Venetiaan zet hiphop in om jonge kiezers te trekken. Op haar blackberry kijkt Sharon Wijnaldum (23) naar een videoclip van de populaire rapper Laco. Vanaf het minischerm kijkt hij haar strak aan, terwijl achter hem een sexy zangeres met volle lippen mee zingt. ‘Moro internet, moro produktie, moro doro!’ oftewel ‘meer internet, meer productie, er gaat meer komen!’ Het is niet Laco’s nieuwste hit, maar de verkiezingsslogan van de Nationale Partij Suriname (NPS), een belofte verpakt in een stevige beat. Opmerkelijk voor de partij van de huidige, 73-jarige president Ronald Venetiaan die een wat stoffig imago heeft. Sharon Wijnaldum, student aan de Surinaamse pabo, stemde bij de vorige verkiezingen op de Nationale Democratische Partij van oud-legerleider Desi Bouterse. Ze is verrast over de clip van Laco. „Ik had dit nooit verwacht van de NPS. Ze komen altijd zo suf over. Ik ken ook niemand die op ze stemt of het zou durven toegeven. Maar dit is wel cool. Wat de student betreft, mag „ongeveer alles” veranderen voor jongeren in Suriname. „We worden al jaren bestuurd door oude mensen die alleen hun eigen zakken vullen.” Dat politieke partijen er nu alles aan doen om de jonge kiezer te winnen, en zelfs de bejaarde en als stug bekend staande president Venetiaan zich met rap laat associëren, is niet voor niets. Suriname is een jong land. Van de vijfhonderdduizend Surinamers is ruim 70 procent onder de dertig. Volgende week gaan maar liefst veertigduizend achttienjarige ‘first voters’ naar de stembus. Was het voorheen vooral de NDP van Desi Bouterse die in jongeren investeerde, nu lopen alle partijen met de jeugd weg.[7]

Bij de parlementsverkiezingen van 2010 was de inmiddels 74-jarige Venetiaan wederom lijsttrekker en presidentskandidaat namens het Nieuw Front. Echter verloor het Nieuw Front 9 zetels, waaronder 4 voor de NPS, met als gevolg dat Venetiaan niet kon worden herkozen voor een vierde termijn. De verkiezingen werden gewonnen door de Nationale Democratische Partij van Desi Bouterse, die president werd. Bij de inhuldiging van de nieuwe president weigerde Venetiaan de presidentiële ambtsketting zelf over te dragen aan Bouterse, wat gewoonlijk wel traditie is.

Venetiaan werd fractielid namens de NPS in de Nationale Assemblée, dit keer in de oppositie. In oktober 2013 gaf hij te kennen zijn zetel op te geven en een einde te maken aan zijn politieke carrière.[8] Toen Venetiaan in 2010 de verkiezingen verloor, beloonde zijn aftredende regering zichzelf met grote lappen grond. Ministers namen zichzelf op de laatste dag van hun legislatuur in dienst als ambtenaar, zodat ze op ‘hun’ ministeries konden blijven werken. Venetiaan incasseerde zelf 65.000 euro ‘achterstallig vakantiegeld’, dat hij naar eigen zeggen gebruikte om zijn huis te schilderen.[9] In 2011 lekten geheime ambtsberichten uit van de Amerikaanse ambassade, de zogeheten ‘Wikileaks’, waarin cynisch werd opgemerkt dat de regering-Venetiaan bijna nergens een mening over had. De onafhankelijkheid van Kosovo, het nucleaire programma van Iran of rellen in Zimbabwe – Paramaribo nam nooit een standpunt in. Bij een topontmoeting tussen Caribische leiders en toenmalig Amerikaans president George W. Bush in 2007, was Venetiaan als enige staatshoofd niet aanwezig; hij vond die dag zijn verjaardagsfeest belangrijker.[10]

Nationale Partij SurinameBewerken

Venetiaan vervulde verschillende functies bij de Nationale Partij Suriname. Tussen 1987 en 1993 was hij voorzitter van de Adviesraad van de NPS. Vervolgens werd hij voorzitter van het Johan Adolf Pengel Instituut (JAPIN). In 1993 werd hij partijvoorzitter. Op 17 juni 2012 werd hij opgevolgd door Gregory Rusland.[11]

OnderscheidingenBewerken

Venetiaan ontving in 1978 de Nederlandse onderscheiding Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau. Hij werd in eigen land onder meer commandeur in de Ere-Orde van de Gele Ster in 1978 en grootmeester in diezelfde orde in 1991.

DichterBewerken

Sinds zijn studentenjaren is Venetiaan ook actief geweest als dichter, veelal onder het pseudoniem "Vene". Hij publiceerde gedichten in de tijdschriften Mamjo (1963) en Moetete (1968) en in De Ware Tijd Literair. Hij schreef cabaretteksten, liedjes en eenakters. Zijn werk, nationalistisch van toon, is nooit gebundeld.

PrivéBewerken

Hij is gehuwd met Liesbeth Vanenburg. Het echtpaar heeft vier kinderen. Op 1 november 2020 werd zijn dochter Shanti Venetiaan de eerste vrouwelijke voorzitter van de Anton de Kom Universiteit.[12]

Zie ookBewerken

Voorganger:
F.E.M. Mitrasing
Minister van Onderwijs
1973 - 1980
Opvolger:
H.H. Rusland
Voorganger:
A.S. Li Fo Sjoe
Minister van Onderwijs
1988 - 1990
Opvolger:
P. van Mulier
Voorganger:
J.S.P. Kraag
President van Suriname
1991 - 1996
Opvolger:
J.A. Wijdenbosch
Voorganger:
J.A. Wijdenbosch
President van Suriname
2000 - 2010
Opvolger:
D.D. Bouterse

Zie de categorie Ronald Venetiaan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.