Sergeantencoup

De Sergeantencoup is de staatsgreep in Suriname die sergeant Desi Bouterse en sergeant Roy Horb met 14 collega-sergeanten, de "Groep van 16" genoemd, pleegden op 25 februari 1980.

Monument "De Historische Strijd"
Desi Bouterse

Sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heerste er in het land ontevredenheid over de regering van premier Henck Arron. Desi Bouterse werd in 1979 door Roy Horb gevraagd voorzitter te worden van een nieuwe militaire vakbond. Van de legerleiding mochten militairen echter geen vakbond oprichten. Later vroeg Horb aan Bouterse om de leiding op zich te nemen van een uit te voeren staatsgreep.

VoorgeschiedenisBewerken

Sinds begin 1980 was het onrustig in het land en met name binnen de Surinaamse Krijgsmacht (SKM), bij het naderen van de voor 27 maart 1980 aangekondigde verkiezingen. Een groep van 240 militairen, onderofficeren en korporaals (totaal meer dan een kwart van het Surinaamse leger), die bij een actie van de niet-erkende militaire vakbond Bond van Militair Kader (BOMIKA), waarbij een smeulend conflict over salariëring escaleerde, het vertrouwen in de legerleiding had opgezegd, was op 30 januari 1980 door de militaire politie en de oproerpolitie uit de Memre Boekoe-kazerne te Paramaribo verwijderd, waarna zij zich verzamelden in het George W. Streepy Stadion. De bond beschuldigde de legerleiding en met name kolonel Yngwe Elstak en zijn adjunct luitenant-kolonel R.Essed ervan aan de vooravond van de verkiezingen "handelingen tegen de regering uit te lokken". Bestuursleden van de vakbond werden gearresteerd, onder wie sergeant-majoor Badrissein Sital, sergeant Laurens Neede en Ramon Abrahams. [1][2] Premier Arron noemde tijdens een persconferentie de actie een "staatsgreep", "omdat ze de democratische staat Suriname bedreigt".[3][4] [5]

De coup op 25 februari 1980Bewerken

  Zie ook militair bewind in Suriname voor meer over dit onderwerp

De vlam sloeg in de pan toen drie sergeanten op verdenking van insubordinatie werden gearresteerd en vastgezet in het Hoofdbureau van Politie; zij konden zware straffen tegemoetzien, maar zover kwam het niet [6] . Op de vroege ochtend van maandag 25 februari 1980 werd de Memre Boekoe-kazerne ingenomen door opstandige militairen onder leiding van Bouterse. Ook werd het gebouw van dagblad De West ingenomen. Daarna begonnen beschietingen van het Hoofdbureau van Politie. President Ferrier droeg via zijn adjudant telefonisch de vechtende partijen op om het schieten te staken en de sergeanten namen de macht over in Suriname. In Paramaribo werd de avondklok afgekondigd. [7][8][9]

Op de dag van de staatsgreep werden ten minste vijf mensen om het leven gebracht. Voor een exact aantal is te weinig onderzoek gedaan. Die dag werden luitenant I.A. (J.) van Aalst en sergeant-majoor A.J. Comvalius op hun posten doodgeschoten. Toen twee politieagenten poolshoogte namen, werd agent Mohamed Ramdjan Soeltan doodgeschoten en raakte zijn collega zwaar gewond. Tijdens de beschietingen vanaf een marineboot op het politiebureau vielen twee burgerdoden, mogelijk van Guyanaanse nationaliteit.[10][11]

Het tweede kabinet van premier Arron werd beschuldigd van corruptie en afgezet. Politici en adviseurs van de regering zoals Arron en Frank Essed werden gevangengezet. [12] Op 15 maart 1980 werd Henk Chin A Sen premier van Suriname en er werd een links kabinet gevormd waarin ook leden van de Nationale Militaire Raad (NMR) zitting hadden.

Mogelijke betrokkenheid kolonel ValkBewerken

Er waren geruchten dat de Nederlandse kolonel Hans Valk, militair attaché bij de Nederlandse Ambassade in Paramaribo, betrokken was bij de Sergeantencoup. Zo zou hij het document Zwarte Tulp, een soort blauwdruk voor hoe een staatsgreep uit te voeren in Suriname, in handen van de coupplegers hebben gespeeld. Hoewel het nooit bewezen is, zei president Venetiaan in december 2002 over deze staatsgreep: "Het is gebeurd vanuit een kleine achterkamer in Nederland en gecoördineerd door een zekere Valk." De Nederlandse archieven op dit punt blijven gesloten tot 2060.[13]

TegencoupsBewerken

Later volgde meerdere pogingen tot tegencoups die allemaal mislukten.

De groep van 16Bewerken

De "Groep van 16" sergeanten bestond uit de volgende personen:

Later zouden de leiders van de coup elkaar hogere rangen toekennen. Bouterse werd luitenant-kolonel en Horb majoor.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

ReferentiesBewerken

  1. Suriname drukt oproer kop in, Algemeen Dagblad, 31 januari 1980
  2. Rel in het leger van Suriname, Het Parool, 31 januari 1980
  3. Conflict in Surtiname tussen opperbevel en militair kader - Premier Arron: "Dit is een staatsgreep", Leeuwarder Courant, 31 januari 1980
  4. Opstandige onderofficieren en korporaal bezetten kazerne - Militaire rebellie in Suriname bedwongen, Nieuwsblad van het Noorden, 31 januari 1980
  5. Het rommelde al lang in leger van Suriname, Algemeen Dagblad. 1 februari 1980
  6. Elsbeth Etty, Surinaamse militairen voor de krijgsraad - Actie voor vakbondsrechten in leger escaleert, De Waarheid, 21 februari 1980
  7. Muiterij in Suriname - Land van buitenwereld afgesloten - Verschillende doden en gewonden in Paramaribo Amigoe, 25 februari 1980
  8. Suriname stuurloos - Leger eist macht op - premier laat zich niet zien, Algemeen Dagblad, 26 februari 1980
  9. Avondklok in Paramaribo, Algemeen Dagblad, 26 februari 1980
  10. Filecia L. Patterson, De 8-december “MOORDEN” 1982
  11. Ellen de Vries, In memoriam Mohamed Ramdjan Soeltan, 25 februari 2010
  12. Junta vormt burgerraad - Surinaams kabinet geeft zich over, NRC Handelsblad, 26 februari 1980
  13. Het Parool 18 april 2020