Megacombinatie

politieke partij uit Suriname

De Megacombinatie (afgekort MC en ook geschreven als MEGA Combinatie of Mega Combinatie) was een politieke alliantie in Suriname die op 5 juli 2008 werd opgericht.

AlliantieBewerken

Het was een bundeling van de volgende vier partijen:

BestuurBewerken

Het bestuur van de combinatie werd gevormd door het Voorzitters Collectief bestaande uit:

VerkiezingenBewerken

De combinatie werd opgericht met het doel om gezamenlijk mee te doen aan de parlementsverkiezingen van 25 mei 2010. Bij deze verkiezing behaalde de Megacombinatie 40,22% van de stemmen en daarmee 23 van de 51 parlementaire zetels (19 voor de NDP, twee voor NS, een voor de KTPI en eveneens een voor de PALU). Desi Bouterse werd namens de Megacombinatie voorgedragen als kandidaat voor het presidentschap van Suriname. De samenwerking van de Megacombinatie met de A-Combinatie van Ronnie Brunswijk (7 zetels) en de Pertjajah Luhur van Paul Somohardjo (6 zetels) leverden een totaal op van 36 zetels en dat zijn er precies twee méér dan de voor directe verkiezing vereiste tweederdemeerderheid in De Nationale Assemblée. Bouterse werd op 19 juli 2010 dankzij deze meerderheid gekozen tot president van Suriname. Nota bene: Na de verkiezing van Bouterse tot president van Suriname, kwam zijn zetel beschikbaar; Henk Ramnandanlal, ondervoorzitter van de PALU, gaf vanaf 20 juli 2010 invulling aan deze zetel. Hierdoor had de PALU daarna twee zetels in De Nationale Assemblée.[1]

Kabinet-Bouterse IBewerken

Tijdens het kabinet-Bouterse I is Nieuw Suriname op 24 maart 2011 uit de Megacombinatie gestapt vanwege "de behandeling die zij kregen binnen de Megacombinatie". Zij vormden toen een eigen fractie, maar maakten nog steeds deel uit van de coalitie totdat zij op 24 april 2012, vanwege hun standpunt over de amnestiewet, door president Bouterse uit de coalitie werden gezet.[2][3] Terwijl de KTPI officieel nog steeds deel uitmaakte van de Megacombinatie, richtte parlementariër Oesman Wangsabesari een eigen partij op met de naam Nieuwe Stijl KTPI.

Verkiezingsprogramma 2010-2015[4]Bewerken

1. InleidingBewerken

Naast het beleid dat door de MEGA Combinatie (MC) in de volgende hoofdstukken zal worden verwoord, wenst zij onderstaand aan te geven aan welke activiteiten en/of projecten zij zich in ieder geval zal committeren na het verkrijgen van regeermandaat:

  • Optimalisering van het ambtenarenapparaat gekoppeld aan de creatie van werkgelegenheid in de private sector en adequate bezetting van menskracht.
  • De opzet van een industriefonds voor de financiering van nationale KMO bedrijven tegen laagdrempelige soepele voorwaarden.
  • Transformatie van het belastingsysteem naar een systeem dat de nationale productie ondersteunt.
  • Het onderwijssysteem zal hervormd worden door een accentverlegging van onderwijzer naar leerling en van docent naar student en gericht worden op de nationale ontwikkeling. Er zal accentverlegging plaatsvinden van leren naar probleemoplossing, terwijl beheersing van de wiskunde en het gebruik van de taal opgestuwd zullen worden naar hoogten die een snelle penetratie van het kennisveld tot een realiteit maken.
  • Binnen de komende 5 jaren zullen wij een grote sprong voorwaarts maken wat betreft versnelde en gratis Wifi internetverbindingen gericht op het onderwijs, dienstverlening vanuit de overheid en de creatie van een verdiencapaciteit in een nieuwe sector (E-commerce).
  • In de komende 5 jaren zal gewerkt worden aan de realisatie van een nieuw regeercentrum waarbij alle ministeries op één locatie zullen worden geconcentreerd.
  • Het voorbereiden van een projectdossier voor het tot stand brengen van een zeewering achter de parwabossen, waarop een tweede Oost-West snelweg zal worden geprojecteerd.
  • Het tot stand brengen van een Zuid-Noord spoorwegverbinding tussen Brazilië en de Noordkust van Suriname.
  • De bouw van twee nieuwe zeehavens.

3.9 Internationale BetrekkingenBewerken

3.9.1 UitgangspuntenBewerken

  1. Voortaan zal uit efficiëntieoverwegingen onder dit beleidsgebied ook de internationale handel worden opgenomen. Binnen de structuren van het ministerie van Buitenlandse Zaken moet dan wel het departement “Internationale Handel” een voorname plaats innemen.
  2. Om dezelfde redenen is het van belang dat ook “bilaterale ontwikkelingssamenwerking”onder dit beleidsgebied wordt opgenomen. Overlappingen zullen op deze wijze kunnen worden voorkomen. Planning behoort bovendien een apart beleidsgebied te zijn dat direct valt onder het kabinet van de President.
  3. In onze buitenlandse politiek is er vanwege de historische band regelmatig en veel te lang eenzijdig op Nederland gefocust. Instede daarvan is het belangrijker om het beleid te bepalen vanuit het rationele Surinaams belang en daarop te focussen. De selectienorm hiervoor is de antwoordcapaciteit van andere landen per sector per land. Wanneer deze norm wordt gehanteerd dan blijkt dat andere landen als de VS, Brazilië, China, Frankrijk, India, Indonesië en Mexico van groter belang zijn voor ons land. Wanneer wij straks 35 jaar oud zijn als staat, wordt het steeds dringender noodzakelijk om ons als volwaardig volk aan de wereld te presenteren. Het gaat er daarbij om dat wij als Surinaams volk collectief herkenbaar zijn en gaan deelnemen aan het mondiale gebeuren.
  4. Ons land is geen internationale economische grootmacht en ook op militair gebied behoren wij niet tot de groten, waardoor we andere landen onze wil niet kunnen opleggen en geen wezenlijke invloed kunnen uitoefenen op internationale krachten. Dit gegeven betekent dat wij in het internationale verkeer andere instrumenten zullen moeten hanteren om onze belangen veilig te stellen.
  5. In de Surinaamse situatie is het bovendien van belang dat de diplomatie als ontwikkelingsinstrument functioneert. Dit geldt vooral voor bilaterale economische relaties. Concrete invulling geven aan de zogenoemde economische diplomatie behoort een van de prioriteiten te zijn. Kennis van de nationale behoefte, de nationale mogelijkheden, de nationale beperkingen, de nationale vraagstukken en de internationale capaciteiten als genoemd onder punt 3, behoren de leidraad te zijn bij het ministerie opdat gerichte oplossingsmodellen gezocht kunnen worden.
  6. Naast de economische diplomatie zal ons land in haar buitenlands beleid natuurlijk ook op volwassen wijze moeten bijdragen aan de discussies en besluitvorming voor wat betreft internationale vraagstukken. Zaken zoals de WTO onderhandelingen, economische blokvorming, grensoverschrijdende criminaliteit, de FTAA, vredesmissies, armoede, milieu- en veiligheidskwesties gaan dwars door en over geografische grenzen heen en vragen dan ook een speciale aandacht.
  7. Met het oog op globalisatie en het steeds makkelijker voorhanden zijn van massavernietigingswapens, of de kennis om deze te produceren, is de wereld een groot kruitvat geworden. Ons land zal een duidelijk onderbouwde visie moeten ontwikkelen om bij te dragen in de oplossing van deze situatie naar tevredenheid van alle betrokken partijen.
  8. De herstructurering van de wereldeconomie is in volle gang. Met het oog op economische schaalvergroting verenigen landen zich op regionaal niveau in handelsblokken waarbij de economische grenzen geleidelijk vervagen en economische integratie steeds meer vorm krijgt. De voortschrijdende liberalisatie van de markteconomie, een vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal, informatie en arbeid vormen de bouwstenen voor de internationale vrije handel onder het wakend oog van de WTO. Mondialisering is, mede gevoed door de snelle ontwikkeling van de Informatie en Communicatie Technologie (ICT), de nieuwe realiteit van vandaag.
  9. 9. Suriname behoort tot de groep kleine en kwetsbare staten onder de 212 landen; klein wat betreft de bevolking en de eigen binnenlandse markt, klein wat betreft de economie; kwetsbaar in economische zin, in militaire zin, ten opzichte van internationale criminaliteit, illegale drugs- en wapenhandel en transport (achterland is dun bevolkt en landingsgeschikt) en als gevolg daarvan zwak in politieke en diplomatieke positionering.
  10. De buitenlandse politiek van Suriname is over de afgelopen tien jaar sterk achteruitgegaan als gevolg van het infuus van partijpolitiek op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het verbinden van de vorming van diplomaten aan vrijwel uitsluitend één Instituut.

Gevolgen:

  • Demotivering van carrièrediplomaten en navenant, gebrek aan professionalisme in ons internationaal optreden;
  • In plaats van concentratie van inspanningen heeft er een onterechte spreiding van onze diplomatieke missies in het buitenland plaatsgevonden;
  • Wij zijn zwak vertegenwoordigd in de regio waar wij juist moeten integreren en penetreren.

11. Rekening houdende met het bovenstaande moet er naar gestreefd worden om het Ministerie te doen functioneren in het verlengde van de nationaal gestelde doelen van dekolonisatie en natiebouw en de benutting van financiering en technologiemogelijkheden, vooral in de regio en grote landen buiten de regio.

12. Onze buitenlandse politiek moet leiden tot een gestadige versterking van onze internationale onderhandelingscapaciteit door het accent te verschuiven van politieke naar economische diplomatie.

13. Uitvoering van een beleid van relatieontwikkeling in concentrische cirkels, met onze buurlanden Frankrijk, Guyana en Brazilië als eerste en belangrijkste cirkel voor integratie en penetratie; vervolgens de subregio in de U.S.A., CARICOM, ACS, CARIFORUM en OAS verband, etc.

Externe linkBewerken