Militair bewind in Suriname

Het militair bewind in Suriname[noot 1] verwijst naar de periode van 1980 tot 1987 en kende nog een staart van Kerst 1990 tot mei 1991.

Binnenplaats Fort Zeelandia

Het bewind begon op 25 februari 1980 toen het Surinaamse leger de democratisch gekozen regering omverwierp, ook wel de Sergeantencoup genoemd. De periode eindigde aanvankelijk met de verkiezingen van 1987 die de terugkeer naar de democratie in hadden moeten luiden met het kabinet-Shankar. Deze regering werd tijdens Kerst 1990 door het leger afgezet, ook wel de Telefooncoup genoemd. Het militaire bewind eindigde na de verkiezingen van 1991 met het aantreden van het kabinet-Venetiaan I.

Tijdens het bewind vonden de standrechtelijke Decembermoorden (1982) plaats, werd de media aangevallen met granaataanvallen en begon de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), met bloedbaden onder burgers in met name Moiwana (november 1986), Albina (december 1986), Pokigron (september 1987) en Apoera (1990).

GeschiedenisBewerken

Plotseling aan de machtBewerken

 
Legerleider Bouterse

Na de Surinaamse onafhankelijkheid (1975) was de desillusie onder veel Surinamers groot. Er was veel corruptie, geen goedlopende industrie en veel van de gemaakte beloften kwamen niet uit. Door de tegenvallende situatie in eigen land vertrokken alsnog duizenden Surinamers naar Nederland, wat voor het land een grote aderlating betekende.[1]

Onvrede was er ook onder militairen. Toen sommige het verbod om een eigen vakbond op te richten negeerden, werden ze gevangen gezet op het politiebureau van Paramaribo. Zestien sergeanten, onder wie Desi Bouterse, weigerden zich hierbij neer te leggen en bevrijdden de gevangenen met gebruikmaking van zwaar geschut. Binnen korte tijd gaf de politie en vervolgens de nationale regering zich over en hadden de sergeanten plotseling de macht over het land. Bouterse ontpopte zich als de leider van de militairen.[1]

Vestiging van de dictatuurBewerken

Veel burgers reageerden aanvankelijk positief op de komst van de militairen en een deel zag de sergeanten zelfs als helden van wie ze verwachtten dat ze orde op zaken zouden stellen. De militairen verstevigden echter ook de greep op het land en schaften democratische verkiezingen af. Tegenspraak werd niet geduld[1] en alle vormen van verzet werden de kop ingedrukt. Suriname was veranderd in een militaire dictatuur.[2] De plotse verkrijging van de militaire macht wordt door de coupplegers herverteld alsof het om een revolutie zou zijn gegaan.[1]

TegencoupBewerken

Op 11 maart 1982 deden Soerendre Rambocus en Wilfred Hawker een poging tot een tegencoup tegen de machthebbers die mislukte; Hawker werd kort daarna geëxecuteerd. Rambocus werd gevangen genomen en voor de krijgsraad geleid. Zijn advocaten voerden als verweer aan dat een tegencoup niet strafbaar kon zijn, omdat het militaire bewind ook zo aan de macht was gekomen. Rambocus werd niettemin tot een gevangenisstraf van twaalf jaar veroordeeld.[2] Zo lang zou het echter niet duren. Zowel Rambocus als zijn advocaten Harold Riedewald, Eddy Hoost, Kenneth Gonçalves en John Baboeram, werden in december 1982 onder leiding van Bouterse geëxecuteerd.[3][4]

Maurice Bishop van GrenadaBewerken

In oktober 1982 bracht Maurice Bishop, de premier van de Caraïbische eilandstaat Grenada, een bezoek aan Bouterse. Bij zijn aankomst werden beide leiders getracteerd op een grote protestdemonstratie die door de vakbonden was georganiseerd, waardoor zij zich ernstig beledigd voelden. De volgende uitspraak die Bishop tijdens zijn bezoek maakte, wordt wel de inspiratie voor Bouterse genoemd voor de Decembermoorden: "Je zal de krachten die niet voor je zijn moeten elimineren, anders zullen ze jou elimineren." Over Cyrill Daal, de leider van de grootste vakbond en een van de vijftien dodelijke slachtoffers, zei Bouterse in deze dagen: "Meneer Daal heeft mij de rekening gepresenteerd, ik zal hem contant betalen!"[5]

DecembermoordenBewerken

 
Het 8 Decembermonument in Amsterdam
  Voor meer over dit onderwerp, zie Decembermoorden

In december 1982 brachten de militairen zestien ideologische tegenstanders naar Fort Zeelandia. In de twee nachten vanaf 7 december vermoorden zij vijftien van hen.[1] Voor zijn rol werd Desi Bouterse op 30 augustus 2021 in hoger beroep veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.[noot 2][4]

Bevroren en dubieuze nieuwe internationale relatiesBewerken

De Decembermoorden brachten een schok teweeg, niet alleen in Suriname maar ook erbuiten. Nederland en de Verenigde Staten reageerden met de opschorting van de ontwikkelingshulp, waarna de Surinaamse economie instortte. Om de financiële huishouding weer op orde te brengen, zocht het militaire bewind financiering bij internationale instellingen, zoals de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, maar zonder resultaat.[7] Nieuwe bondgenootschappen met verschillende dubieuze leiders werden door de Verenigde Staten en Brazilië gedwarsboomd:

Binnenlandse OorlogBewerken

 
Jacht op Junglecommando's, juli 1986[21]
  Voor meer over dit onderwerp, zie Binnenlandse Oorlog

In 1986 aarde de situatie uit tot de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), een guerrillaoorlog waarin het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk streed tegen het Nationale Leger. Volgens een interview in Het Parool in november 1986 zou Brunswijk niet langer meer als lijfwacht voor Bouterse hebben willen werken, vanwege niet nagekomen beloftes aan het volk. De oorlog ging echter niet alleen om het volk en de controle van het land, maar ook om de controle over de cocaïnehandel.[22] Later, in 2000, werden beide krijgsmannen in Nederland bij verstek in hoger beroep veroordeeld tot gevangenisstraf voor drugshandel: Bouterse tot elf jaar[23] en Brunswijk tot zes jaar.[24]

De oorlog speelde zich af in het oosten van Suriname, in de woongebieden van de marrons en de inheemsen, en was het hevigst van 1986 tot 1989. Vele duizenden inwoners vluchtten naar Frans-Guyana en Paramaribo. Er werden bloedbaden onder de burgerbevolking aangericht in met name Moiwana (november 1986), Albina (december 1986), Pokigron (september 1987) en Apoera (1990). Pokigron werd in april 1989 door het Junglecommando platgebrand.[22]

AmnestiewetBewerken

Aan het eind van de Binnenlandse Oorlog werd de Amnestiewet overeengekomen waarmee amnestie werd verleend aan plegers van strafbare feiten in de periode van 1 januari 1985 tot 19 augustus 1992.[2]

Terwijl het proces rondom de Decembermoorden in 2012 al was begonnen, met Bouterse als hoofdverdachte, werd in april 2012 in De Nationale Assemblée een verruiming van de Amnestiewet aangenomen, waarbij de begindatum werd verplaatst naar 1 april 1980, zodat ook de standrechtelijke executies van december 1982 straffeloos zouden worden. De Krijgsraad oordeelde echter in juni 2016 dat de wetswijziging geen invloed had op lopende processen. Later die maand wilde Bouterse de zaak laten eindigen op grond van een gevaar dat ervan uit zou gaan voor de staatsveiligheid. Ook dit verweer legde de Krijgsraad naast zich neer.[2] Op 30 augustus 2021 werd Bouterse in hoger beroep veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.[noot 2][4]

Terugkeer naar de democratieBewerken

De verkiezingen van 1987 brachten het kabinet-Shankar voort en luidden de terugkeer naar de democratie in. De regering was echter broos en het leger bleef op de achtergrond een machtsfactor. Dit bleek te meer tijdens Kerst 1990, toen de regering door het leger werd afgezet door middel van de Telefooncoup. Hierna volgden de verkiezingen van 1991 en het aantreden van het kabinet-Venetiaan I. Ook daarna was de dreiging van het leger nog jarenlang niet geheel verdwenen.

EconomieBewerken

Jaar bbp per inwoner in USD
1975 1.296
1980 2.211
1981 2.468
1982 2.535
1983 2.439
1984 2.368
1985 2.368
1986 2.382
1987 2.572
1988 2.986
1989 1.366
1990 959
bron: Wereldbank[25]

Na een economische groei in de jaren rondom de Surinaamse onafhankelijkheid (1975) stagneerde de economie van Suriname tijdens het militaire bewind. Dit veranderde nadat het leger de Decembermoorden had voltrokken. Nederland en de Verenigde Staten, die tot dan toe de relatie met Suriname niet hadden bekoeld, stopten meteen de ontwikkelingshulp. Het militaire bewind probeerde hierna om vervangende financiering te krijgen bij internationale instellingen, zoals de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), maar slaagde daar niet in.[7]

Daarnaast zakte in 1982 de prijs voor aluminiumoxide (aluinaarde) in, waardoor de inkomsten uit bauxiet binnen vijf jaar daalden van 27% tot 3%. Tijdens het militaire bewind was er gebrek aan veel artikelen, variërend van graan tot toiletpapier. Doordat de Centrale Bank van Suriname (CBvS) onder leiding van Henk Goedschalk monetair financierde, oftewel geld bijdrukte om het begrotingstekort weg te werken, steeg de inflatie in Suriname naar 53% in 1987.[7]

De terugkeer naar de democratie bezorgde in 1987 geen direct herstel van de economie. Daarvoor hadden de aanslagen op bruggen, elektriciteitscentrales en fabrieken te veel schade aangericht. Het herstel liet daardoor nog meerdere jaren op zich wachten[7] en kwam goed op dreef met het aantreden van André Telting als governor van de Centrale Bank van Suriname, eerst in maart 1994 en opnieuw bij zijn terugkeer in 2000.[7]

KabinettenBewerken

  Zie kabinetsherschikkingen tijdens het militaire bewind in Suriname voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens het militaire bewind was er gemiddeld elk jaar een nieuw kabinet. Bij elkaar zijn er acht kabinetten geweest. Tijdens latere regeringen van de NDP, de partij die Bouterse in 1987 oprichtte, was een vergelijkbare regeerstijl te zien met vele kabinetsherschikkingen tijdens het kabinet-Wijdenbosch II en zogenoemde reshufflings tijdens de kabinetten Desi Bouterse.

Kabinet President Premier Periode
Chin A Sen I Henk Chin A Sen Henk Chin A Sen 1980-1981
Chin A Sen II Henk Chin A Sen Henk Chin A Sen 1981-1982
Neijhorst Fred Ramdat Misier Henry Neijhorst 1982-1983
Alibux Errol Alibux 1983-1984
Udenhout I Wim Udenhout 1984-1985
Udenhout II Wim Udenhout 1985-1986
Radhakishun Pretaap Radhakishun 1986-1987
Wijdenbosch I Jules Wijdenbosch 1987-1988
Shankar Ramsewak Shankar Henck Arron 1990-1991

Zie ookBewerken