Voedselbos

Het voedselbos van Robert Hart in Shropshire

Een voedselbos of eetbare bostuin is een vorm van agroforestry gekenmerkt door onderhoudsarme, duurzame, plantaardige voedselproductie op basis van bosecosystemen, waarbij fruit- en notenbomen, struiken, kruiden, wijnstokken en meerjarige groenten geïntegreerd worden en waarvan de opbrengsten direct nuttig zijn voor de mens. Gebruikmakend van combinatieteelt, worden verschillende soorten gemengd. Ze vormen hierbij een veelvoud van lagen zodat ze een habitat vormen gelijkend op een bos.

Een voedselbos is een prehistorische methode om voedselzekerheid te garanderen in tropische gebieden. In de jaren tachtig paste Robert Hart deze principes aan en paste dit toe op gematigde klimaten. Hij bedacht hiervoor de term "forest gardening" of bostuin.[1]

GeschiedenisBewerken

 
Robert Hart, pionier in voedselbossen

Voedselbossen zijn waarschijnlijk 's werelds oudste vorm van landgebruik en meest veerkrachtige agro-ecosysteem.[2] :124 [3] Ze zijn ontstaan in de prehistorie langs met oerwouden beklede rivieroevers en in de natte uitlopers van moessonregio's. In een geleidelijk proces waarbij families hun directe omgeving verbeterden, werden nuttige boom- en wijnstokkensoorten geïdentificeerd, beschermd en verbeterd, terwijl ongewenste soorten werden geëlimineerd. Uiteindelijk werden superieure niet-inheemse soorten geselecteerd en opgenomen in de tuinen.[4]

Voedselbossen zijn nog steeds gebruikelijk in de tropen en bekend onder verschillende namen, zoals: homegardens in Kerala in Zuid-India, Nepal, Zambia, Zimbabwe en Tanzania; Kandyan-forest gardens in Sri Lanka; [5] huertos familiares en de "familieboomgaarden" van Mexico.[6] Voedselbossen zijn een belangrijke bron van inkomsten en voedselzekerheid gebleken voor de lokale bevolking.[7]

Robert Hart paste in de jaren tachtig de principes uit voorgaande landen aan naar het gematigde klimaat van het Verenigd Koninkrijk.[1] Zijn theorieën werden verder ontwikkeld door Martin Crawford van de Agroforestry Research Trust en verschillende permaculturalisten zoals Graham Bell, Patrick Whitefield, Dave Jacke en Geoff Lawton.

In gematigde klimatenBewerken

Succesvol voedselbos breidt uit naar Schijndel

Hart begon aan landbouw te doen in Shropshire, Verenigd Koninkrijk, met de bedoeling een gezonde en therapeutische omgeving te maken voor zichzelf en zijn broer Lacon.[8] Beginnend als relatief conventionele kleinschalige boer, ontdekte Hart al snel dat het onderhouden van grote jaarlijkse groentebedden, het houden van vee en het verzorgen van een boomgaard taken waren die hun kracht te boven gingen. Een klein bedje met meerjarige groenten en kruiden die hij geplant had, zorgde echter voor zichzelf met weinig onderhoud.

Nadat Hart om gezondheids- en persoonlijke redenen een veganistisch dieet had aangenomen, verving hij zijn boerderijdieren door planten. De drie belangrijkste producten uit een voedselbos zijn fruit, noten en groene bladgroenten.[9] Hij creëerde een model-voedselbos uit een 500 m2 boomgaard op zijn boerderij en begon zijn tuinierwijze ecologische tuinbouw of ecocultivatie te noemen.[2] :45 Hart liet later deze termen vallen zodra hij zich ervan bewust werd dat boslandbouw en bostuinen al werden gebruikt om soortgelijke systemen te beschrijven in andere delen van de wereld. :28, 43 Hij werd geïnspireerd door de methoden van boslandbouw van Toyohiko Kagawa en James Sholto Douglas, en door de productiviteit van de Keralan-huistuinen, zoals Hart uitlegt: "Vanuit het oogpunt van agroforestry is misschien wel het meest geavanceerde land ter wereld de Indiase staat Kerala, die maar liefst drie en een half miljoen bostuinen telt... Als een voorbeeld van de buitengewone intensiteit van de teelt van sommige bostuinen, werd een perceel van slechts 0.12 hectares gevonden door een studiegroep, die bestond uit drieëntwintig jonge kokospalmen, twaalf kruidnagelbomen, zesenvijftig bananen en negenenveertig ananassen, met dertig peperplanten die de bomen omwinden. Bovendien kweekte de kleine houder voer voor zijn huiskoe." :4-5

Systeem van zeven lagenBewerken

 
De zeven lagen van de bostuin

Robert Hart pionierde met een systeem gebaseerd op de waarneming dat een natuurlijk bos in verschillende niveaus kan worden verdeeld. Hij gebruikte intercropping om een bestaande kleine boomgaard van appels en peren te ontwikkelen tot een eetbaar polycultuurlandschap bestaande uit de volgende lagen:

  1. 'Boomlaag' bestaande uit de originele volwassen fruitbomen.
  2. 'Lage boomlaag' van kleinere noten- en fruitbomen tot dwergwortelstokken.
  3. 'Struiklaag' van fruitstruiken zoals krenten en bessen.
  4. 'Kruidlaag' van meerjarige groenten en kruiden.
  5. 'Schimmellaag' of 'ondergrondse' dimensie van planten gekweekt voor hun wortels en knollen.
  6. 'Bodembedekker' van eetbare planten die zich horizontaal verspreiden.
  7. 'Verticale laag' van wijnstokken en klimmers.

Een belangrijk onderdeel van het systeem met zeven lagen waren de planten die hij selecteerde. De meeste traditionele groentegewassen die tegenwoordig worden geteeld, zoals wortelen, zijn zonminnende planten die niet geselecteerd zijn voor het meer schaduwrijke voedselbos. Hart gaf de voorkeur aan schaduwtolerante meerjarige groenten.

Verdere ontwikkelingBewerken

De Agroforestry Research Trust, beheerd door Martin Crawford, voert experimentele voedselbosprojecten uit op een aantal percelen in Devon, Verenigd Koninkrijk.[10] Crawford beschrijft een voedselbos als een onderhoudsarme manier om voedsel en andere huishoudelijke producten duurzaam te produceren.[11]

Ken Fern had het idee dat voor een succesvol gematigd voedselbos een breder scala aan eetbare schaduwtolerante planten zou moeten worden gebruikt. Hiervoor heeft Fern de organisatie Plants for a Future opgericht, die een database heeft samengesteld van planten die geschikt zijn voor een dergelijk systeem.[12] [13]

PermacultuurBewerken

Bill Mollison, die de term permacultuur bedacht, bezocht Robert Hart in zijn voedselbos in Wenlock Edge in oktober 1990.[2] :149 Het systeem van de zeven lagen van Hart is sindsdien aangenomen als een gemeenschappelijk ontwerpelement van de permacultuur.

Talloze permaculturalisten zijn voorstanders van voedselbossen, zoals Graham Bell, Patrick Whitefield, Dave Jacke, Eric Toensmeier en Geoff Lawton. Bell begon zijn voedselbos te bouwen in 1991 en schreef het boek The Permaculture Garden in 1995, Whitefield schreef het boek How to Make a Forest Garden in 2002, Jacke en Toensmeier, co-auteur van de tweedelige boekenset Edible Forest Gardens in 2005, en Lawton presenteerden de film Establishing a Food Forest in 2008.[14] [15] [16]

In tropische klimatenBewerken

Een voedselbos of ''homegarden'' komt veel voor in de tropen en gebruikt intercropping om bomen, gewassen en vee op hetzelfde land te cultiveren. In Kerala in Zuid-India en in het noordoosten van India is de homegarden de meest voorkomende vorm van landgebruik en wordt verder ook toegepast in Indonesië. Een voorbeeld is de combinatie van kokosnoot, zwarte peper, cacao en ananas. Deze tuinen zijn een voorbeeld van polycultuur en zorgen ervoor dat veel genetische diversiteit van gewassen behouden blijft, net als bepaalde erfgoedplanten die niet in monoculturen worden gevonden. Een voedselbos wordt soms losjes vergeleken met het religieuze concept van de Hof van Eden.[17]

AmerikaBewerken

In de BBC-serie Unnatural Histories wordt gesteld dat het Amazone-regenwoud, in plaats van een ongerepte wildernis te zijn, al minstens 11.000 jaar door mensen is gevormd door middel van praktijken zoals voedselbossen en terra preta.[18]

Op het schiereiland Yucatán werd een groot deel van de Maya- voedselvoorziening verbouwd in "boomgaardtuinen", bekend als pet kot.[19] Het systeem dankt zijn naam aan de lage stenen muur (pet betekent 'rond' en kot, 'muur van losse stenen') die gewoonlijk de tuinen omringen.[20]

AfrikaBewerken

In veel Afrikaanse landen, zoals Zambia, Zimbabwe, Ethiopië en Tanzania, zijn homegardens wijdverbreid op het platteland en in stedelijke gebieden. Ze spelen een essentiële rol in het zorgen voor voedselzekerheid. Het meest bekend zijn de Chaga- of Chagga-tuinen op de hellingen van de Kilimanjaro in Tanzania. Dit zijn voorbeelden van een agroforestry-systeem. In veel landen zijn vrouwen de hoofdrolspelers in de homegardens en wordt het voedsel voornamelijk geproduceerd voor levensonderhoud. In Noord-Afrika is oase-gelaagd tuinieren met palmbomen, fruitbomen en groenten een traditioneel type voedselbos.

Zie ookBewerken