Pestbosje

historisch landschapselement

Een pestbosje (ook: krengenbosje, rustbosje, veepestbosje of koebosje genoemd) is een historisch landschapselement dat in grote delen van Nederland aangetroffen wordt. Het is een klein met bomen begroeid en vaak met een ringsloot omzoomd stuk land, meestal gelegen aan de rand van een weide.

Pestbosje in de Vlietpolder nabij Ofwegen

Ver voor de tijd van hygiëne en regels moesten boeren ook van hun zieke en dode vee af. Deze dieren werden meestal begraven in de hoek van het weiland, zover mogelijk bij de boerderij vandaan. Vaak betrof het vee dat was bezweken aan veepest of miltvuur waardoor ook de benamingen miltvuurbosje voorkomt. Dit plekje werd vervolgens overgeslagen met maaien en andere bewerkingen. Hierdoor konden er bomen en struiken ontstaan. Op de oudere landgoederen en op plekken waar het boerenlandschap niet door grote ruilverkavelingen is veranderd komt men nog weleens een pestbosje tegen. De ringsloot of afrastering heeft tot doel dat het vee niet met het besmette gebied in aanraking kan komen en ook geen landbewerking kan plaatsvinden, waardoor verspreiding van (sporen[1]) van de miltvuurbacterie Bacillus anthracis (antrax) wordt vermeden.

De kadavers werden vaak met ongebluste kalk overdekt. Dit leidt tot witte vlekken in de aarde. Indien een pestbosje (abusievelijk) geruimd wordt, kunnen deze "witte kuilen" een aanwijzing zijn dat de nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen, omdat er nog sporen van de miltvuurbacterie actief kunnen zijn.

Een pestbosje mag niet verward worden met een geriefbosje, aangeplant om boeren van hout te voorzien. De kenmerkende ringsloot heeft dan de functie het hout tegen het vee te beschermen.

Zie ookBewerken