Hoofdmenu openen

Rijshout

Verzamelnaam voor wilgenhout gebruikt in de waterbouw
Mijt met geoogst rijshout.
Buitendijkse wilgenakker (griend).

Rijshout is de verzamelnaam voor staken en tenen van veelal wilgenhout die oorspronkelijk werden geoogst in de grienden langs de rivieren en in de Biesbosch. Tegenwoordig wordt rijshout voornamelijk gekweekt en geoogst op speciaal aangelegde plantages in minder drassige gebieden. Daar wordt het hout machinaal gepoot, geoogst, gebundeld en opgeslagen.

Inhoud

HistorieBewerken

In het verleden (voor 1940) werd een veelheid van houtsoorten gebruikt voor rijshoutconstructies, onder andere eikenhakhout (Gelders rijshout). Soms werd ook elzenhout gebruikt. Maar sinds de Eerste Wereldoorlog wordt vrijwel uitsluiten Hollands rijshout (wilgenhout) gebruikt. De gehakte wilgentenen worden gesorteerd op dikte en lengte en onder verschillende namen in de handel gebracht:

  • Paal of staak, ca 1,35 m lang en ca 5 cm dik, met een punt.
  • Sliet, ca 2,2 m lang en ca 7 cm dik
  • Lat, ca 3 m lang, en ca 5 cm dik
  • Bos: bundel van wilgentenen, ca 3 m lang en ca 15 cm dik
  • Wiep: een bundel van wilgentenen die zo gebonden is dat hij veel langer is dan de lengte van de afzonderlijke tenen; een wiep moet strak gebonden maar wel flexibel zijn. Wiepen worden gemaakt met lengtes van 10 - 50 m en een diameter van ca 15 cm.

Opmerking: Bij rijshoutwerk is het overigens gebruikelijk om niet de diameter te gebruiken maar de omtrek. Dus wiepen van 40 cm hebben niet een diameter van 40 cm, maar een omtrek van 40 cm.

ToepassingBewerken

Hiervan worden voornamelijk zinkstukken gemaakt, die worden gebruikt in de waterbouw. Een toepassing die weinig meer voorkomt is de verwerking tot rijsdammen bij de landaanwinning achter de waddendijken. Deze dammen remden de afstroming, zodat de kleideeltjes in het water eerder bezonken. Van de tenen worden tegenwoordig nog wel matten gevlochten die worden gebruikt als windscherm en dergelijke. Klassiek gebruik van rijshout wordt beschreven in Hollands' Rijshout, een boek uit 1920.[1] Voor wat modernere toepasssing kan worden verwezen naar Zink- en aanverwante werken, benevens het hoe en de wijze waarop.[2]

Oogsten en verwerkenBewerken

Het oude handwerk van de griendwerker is vrijwel uitgestorven om twee redenen: het is niet meer rendabel en het is uitermate zwaar werk. De staken moeten namelijk op een hoogte van 60–70 cm boven het maaiveld met een hiep worden gekapt en vervolgens gebundeld en uitgedragen. De ondergrond waarop gewerkt moest worden was meestal moerassig en dus moeilijk begaanbaar. Daarom wordt rijshout tegenwoordig vooral op 'plantages' gekweekt en machinaal geoogst. Hiervoor wordt vooral wilgenhout gebruikt.[3]

Zie ookBewerken

  • Rijsoord voor de plaats in Zuid Holland.
  • Rijsenhout voor de plaats in de Haarlemmermeer
  • Rijsdam voor de plaats in de provincie Groningen.

ReferentiesBewerken

  1. Breen, L.G. Van, Hollands' Rijshout, Oosterbaan en Le Contre, Goes, 1920. Geraadpleegd op 4-5-2019.
  2. Hakkeling, B., Zink- en aanverwante werken, benevens het hoe en de wijze waarop, VBKO, 1970. Geraadpleegd op 4-5-2019.
  3. Nieuwe grienden. Van Aalsburg Griendhouthandel. Geraadpleegd op 5-5-2019.