Permacultuur

Permacultuur is een ontwerpmethode, gebaseerd op ethiek, ecologie en andere wetenschappen, voor het ontwerpen van de menselijke leefomgeving op een manier die ecologisch duurzaam en economisch stabiel is. Complexe ecosystemen in de natuur en oude/traditionele tuinbouw dienen hierbij als voorbeeld. Bill Mollison, een van de grondleggers van permacultuur stelt in zijn Introduction to permaculture (1991): 'Permacultuur is een filosofie van werken mét in plaats van tegen de natuur; van langdurige en doordachte observatie in plaats van langdurige en onnadenkende arbeid; en van het kijken naar planten en dieren in al hun functies in plaats van een gebied als een monocultuursysteem te zien.'[1]

De focus ligt daarbij niet op zichzelf staande elementen binnen een systeem, maar op hun onderlinge relaties en op een verstandige plaatsing en ordening ervan, volgens het beginsel van 'het geheel is meer dan de som der delen'.

Permacultuur houdt zich onder andere bezig met:

  • voedselvoorziening;
  • verbeteren van de waterhuishouding;
  • productie van brandstof en bouwmateriaal;
  • duurzame architectuur;
  • het creëren van een sociale structuur;
  • het herstellen van door de mens beschadigde landschappen;
  • het creëren van een veerkrachtig systeem, dat o.a. bescherming biedt tegen mogelijk negatieve invloeden van de natuur.

Permacultuur de methodeBewerken

Permacultuur is een samengesteld begrip van de Engelse woorden Permanent en Agriculture en later verbreed tot (Permanent) Culture[2]. Het begrip is in de jaren 70 aan de universiteit van Tasmanië (Australië) bedacht en doorontwikkeld door Bill Mollison en zijn student David Holmgren[3], om een oplossing te vinden voor een groot aantal problemen, zoals verwoestijning en bodemerosie, die de industriële monocultuur landbouw met zich meebrengt. De resultaten van een diepgaande studie van natuurlijke ecosystemen en traditionele kleinschalige voedselproductiesystemen leidde tot een samenhangende ontwerpmethode die functies vervult voor de mens, bijvoorbeeld voedselvoorziening, met de veerkracht van een natuurlijk ecosysteem. Inspiratie werd gevonden in experimenten en methodes zoals Toyohiko Kagawa’s ‘forest farming’ in Japan in de jaren 30[4], de ideeën uit Water for Every Farm (1964) van de Australische P. A. Yeomans[5] [2],het werk van Stewart Brand en ook Ruth Stout and Esther Deans (no-dig gardening) met als bekendste invloed Masanobu Fukuoka met zijn natural farming uit de jaren dertig in Japan.[6]

 
Plant en dier

Het resultaat kan men een 'ontworpen ecosysteem' noemen. Permacultuur onderscheidt zich van biologische landbouw, die zich ook baseert op ecologie, o.a. door het nadrukkelijk gebruikmaken van meerjarige planten (climax vegetatie) en het ontbreken van wisselteelt, jaarlijkse grondbewerkingen ('no-till' landbouw - Masanobu Fukuoka) en een polycultuur. In de praktijk is permacultuur meestal gericht op kleinschalige zelfvoorzienende landbouw, terwijl biologische landbouw meer commercieel productiegericht is, en in dit opzicht tussen permacultuur en chemisch-industriële landbouw in staat. In de laatste decennia zijn er internationaal en in Nederland echter steeds meer ontwikkelingen richtingland- en tuinbouw.

Een fundamenteler onderscheid ligt in de ethische reflectie die als onderlegger onder het hele systeem ligt. Daarbij heeft permacultuur, zoals eerder geschetst, als ontwerpmethodologie een breder toepassingsgebied dan alleen voedselproductie zoals bij de biologische of biologische-dynamische landbouw. In de praktijk is permacultuur meestal gericht op kleinschalige zelfvoorzienende landbouw, terwijl biologische landbouw meer commercieel productiegericht is, en in dit opzicht tussen permacultuur en chemisch-industriële landbouw in staat.

Permacultuur kent drie ethische principes, tien tot twaalf ontwerpprincipes, en heeft systeemdenken en denken in patronen als basis.

De basisBewerken

De drie ethische principesBewerken

Permacultuur gaat uit van drie ethische principes:

  1. Zorg voor de aarde: met aarde wordt hier zowel letterlijk aarde als vooral de aarde in haar geheel bedoeld. Het uitgangspunt hierachter is de overtuiging dat al het leven op aarde bestaansrecht - een eigen intrinsieke waarde - heeft. Alle ecosystemen moeten zich kunnen ontwikkelen.
  2. Zorg voor de mens: lijkt al inbegrepen in het eerste principe maar wordt toch apart benoemd. Dit principe benadrukt dat permacultuur een ontwerpsysteem is voor de menselijke leefomgeving. We willen productieve systemen ontwerpen en mensen toegang geven tot hetgeen nodig is voor hun voortbestaan.
  3. Eerlijke aandelen: is een vertaling van het principe van fair shares en betekent iets anders dan het in gelijke porties opdelen van de overvloed. Het principe zegt dat ieders verbruiksaandeel van de grondstoffen en hulpbronnen op onze planeet binnen haar grenzen moet blijven.

Het betreft drie principes die in eerste instantie makkelijk door iedereen onderschreven worden. De dilemma’s en daarmee het eigene van permacultuur ontstaat zodra je de drie met elkaar in overeenstemming wilt brengen en daarover reflecteert. Individuele keuzes en waarden, en lokaal-contextuele accentverschillen zorgen over de hele wereld voor andere uitkomsten. Het onderscheidende van permacultuur is dat het omgaan met ethiek als uitgangspunt dient, en dat besluiten, zowel kleine als grote, vanuit deze principes genomen worden. Permacultuur stelt geen dwingende regels, maar stelt ethische reflectie centraal.

De tien tot twaalf ontwerpprincipesBewerken

Verschillende permaculturisten hebben hun eigen ontwerpprincipes gepubliceerd. De twee grondleggers van permacultuur hielden er allebei hun eigen set op na. Mollison gebruikte er tien, David Holmgren noemt er twaalf[3]. Ze zijn geschreven in actieve vorm: "Observeer en reageer", "Gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten" en "Gebruik de randen en waardeer het marginale". De tien van Mollison zijn meer toepassingsgericht en vooral praktisch bij het ontwerpen in de beginfase. De twaalf van Holmgren zijn meer basishoudingen, die meer bij het verder ontwikkelen aan bod komen. Beide sets zijn waardevol.

De tien van Mollison

  1. Relatieve locatie (de juiste plaatsing van elementen)
  2. Elk element vervult vele functies
  3. Elke functie wordt gedragen door vele elementen
  4. Efficiënte energie planning (zone + sectoren)
  5. De nadruk op biologische/hernieuwbare en lokale bronnen
  6. Energie recycling, kringlopen op de plek zelf.
  7. Intensieve systemen (stapelen in tijd en ruimte)
  8. Met successie werken (versnellen opvolging en evolutie)
  9. Diversiteit
  10. Het effect van randen en overgangen ('the edge effect')

In 1994 (in Introduction To Permaculture, samen met Reny Mia Slay geschreven) voegde hij daar nog twee gedragsprincipes aan toe:

Alles werkt twee kanten op.

Permacultuur vergt veel informatie en verbeeldingskracht.

De twaalf van Holmgren

  1. Observeer en reageer
  2. Vang energie op en sla deze op
  3. Zorg voor opbrengst
  4. Pas zelfregulering toe en accepteer feedback
  5. Gebruik en waardeer hernieuwbare bronnen en diensten
  6. Produceer geen afval
  7. Ontwerp vanuit patronen naar de details
  8. Integreer in plaats van afzonderen
  9. Gebruik kleine en trage oplossingen
  10. Gebruik en waardeer diversiteit
  11. Gebruik en waardeer randen
  12. Reageer creatief op verandering

Er zit een zekere overlap tussen beide. Sommigen combineren de twee sets tot een van vijftien ontwerpprincipes.

Naast de ethische en ontwerpprincipes, spelen het systeemdenken en denken in patronen waarbij het om een attitude gaat, permacultuur een grote rol. Dit denken is meestal te herleiden naar systemen en patronen in de natuur.

Systeemdenken en denken in patronenBewerken

Systeemdenken komt uit de systeemecologie, een methode om complexe biologische systemen (ecosystemen) te doorgronden. Systeemdenken heeft oog voor de complexiteit binnen een ecosysteem en de onderlinge verbondenheid tussen de verschillende delen van dat systeem. Zo’n (eco)systeem, dat bovendien zelfregulerend ontworpen wordt, heeft bijvoorbeeld een in- en output analyse nodig. Want een teveel aan input creëert vervuiling in het systeem. Maar ook een teveel aan output is een probleem, want dat creëert afval. Het ecosysteem wordt hierbij beschouwd als een zwarte doos met invoer, uitvoer en terugkoppeling. Door vanuit de analyse invoer te veranderen en te kijken wat dat voor effect heeft op de uitvoer, kan een model gebouwd worden van hoe het ecosysteem het beste werkt. Het is mogelijk naar believen in te zoomen op een systeem, dat een collectie van kleinere systemen is. Systemen kunnen met elkaar verbonden worden tot weer grotere systemen. Een uitkomst van dit systeemdenken is de grote diversiteit die het binnen het systeem tot gevolg heeft.

Patronen ontstaan onvermijdelijk op het grensvlak van twee media. Door de druk op het grensvlak tussen de twee ontstaat een interactie met energieën kunnen zich in de loop van de tijd op complexe (regelmatige maar niet per se voorspelbare) vormen ontwikkelen. De concreet zichtbare overal in de natuur die van een wiskundige schoonheid zijn tot de meer abstracte patronen in tijd - zoals successie - en patronen in ruimte - zoals zones van gebruik. In permacultuur werken we met de patronen mee, gebruiken we de kracht ervan. Zoals de draagkracht van bogen of het ontstaan van niches op de randen van patronen.

Het denken in successie bijvoorbeeld leidt ertoe dat permacultuur (ook) andere eetbare gewassen inzet dan de reguliere of bv biologische landbouw, die gebruikmaken van de eenjarigen, waarbij een permacultuurbedrijf altijd een groot deel van het land gebruikt voor meerjarigen en successie als gegeven ook inzet bij de indeling van het land.

Het gebruik van zones is een ander patroon dat terug te vinden in de indeling van het land of systeem:

  • Zone 0; betreft het huis de centrale plek zelf.
  • Zone 1; nabij het huis en keukenraam, privé tuin, vooralles dat dagelijkse aandacht vraagt.
  • Zone 2; de eerste grotere zone voor commerciëlere teelt, melkvee of kippen.
  • Zone 3; voor de minder intensieve aandacht en bijvoorbeeld vaste beplanting en fruit.
  • Zone 4; extensieve productie zoals graan, vleesvee, noten, hout.
  • Zone 5; de wilde zone zonder menselijke interventie, waar de natuur haar gang gaat en waar verzameld kan worden.

Permacultuur in de praktijkBewerken

Analyse en ontwerpBewerken

Een permacultuurontwerp begint met het nauwkeurig observeren en in kaart brengen van een locatie en de gebruikers ervan. In de zogenaamde 'sectoranalyse' worden abiotische factoren als licht, wind en neerslag onderzocht. Ook andere invloeden van buitenaf worden in een sectoranalyse meegenomen. De 'zoneanalyse' geeft de tijd en energie weer die door de gebruikers wordt besteed op bepaalde afstand van het centrum energie, ofwel de plek waar je het meest bent, het huis of de kas. Patronen in bodem, vegetatie, dierenpopulaties, cyclische ontwikkelingen en dergelijke worden in kaart gebracht. Naast de locatie-analyse vindt er ook een wensen of doelen analyse plaats die uiteindelijk de doelen voor de te ontwerpen locatie formuleert. Door vervolgens de slimme plaatsing van elementen, het vervullen van essentiële functies door meerdere elementen en het gebruiken van elementen met meerdere functies (biodiversiteit) wordt een ontwerp met optimale opbrengst en veerkracht gemaakt. Educatie van gebruikers is een essentieel onderdeel van een goed permacultuurontwerp. In landen als Nederland is het belangrijk om het permacultuurontwerp zo te maken dat er veel zon wordt ingevangen en dat sterke winden worden omgeleid. Maar ook dat er nagedacht wordt over een optimale wateropvang en -behoud.

Grondbewerking en mulchenBewerken

Een speciale rol is weggelegd voor de bewerking en verbetering van de grond. Aandacht voor bodemstructuur en bodemleven leiden tot de no-till aanpak, wat betekent dat je de grond niet keert. Bij het jaarlijks spitten en ploegen van de bodem wordt niet alleen de bodem losgemaakt en doorgewoeld, de bodem wordt ook daadwerkelijk omgekeerd. De bovenste 20 cm komt op 40 cm diepte te liggen, en de onderste 20 cm komt aan het oppervlakte te liggen. Daarmee wordt het bodemleven vernietigd en juist dit bodemleven zorgt voor een gezonde bodem met een mooie structuur.

Een typisch permacultuur-gebruik is mulchen, het bedekken van de zwarte grond met organisch materiaal. Door de grond te bedekken met materiaal als bladeren, stro, dode plantenresten, zaagsel, etc. kan er geen licht bij de grond komen waardoor onkruid minder snel ontspruit en minder snel groeit. Daarnaast houdt het dode organische materiaal goed vocht vast waardoor de bodem minder snel uitdroogt. In koude klimaten beschermt deze laag de wortels tegen vorstschade. Bovendien beginnen micro-organismen het dode organische materiaal te verteren en wordt dit omgezet in voedingstoffen voor de plant waar het omheen ligt. Mulchen heeft dus vele voordelen en het scheelt ook nog eens veel schoffelwerk.

Ontwerp en positionering van gewassen (niches, combinatieelt en gildes)Bewerken

Het denken in niches zorgt er voor dat we dingen altijd zoveel mogelijk in de juiste context gaan plaatsen: in de juiste relatie tot elkaar. Het bekent letterlijk zoiets als 'nis' of 'een plek waar iets kan zijn'. Het vraagt van de ontwerper een creatief oog om op de tuin plekken te gebruiken of te creëren.

Het begrip Combinatieteelt verwijst bijvoorbeeld naar het principe van multifunctionaliteit en gaat over het plaatsen van planten in relatie tot elkaar op vlak van “functies” die ze voor elkaar kunnen hebben (zoals de functie van stikstoffixatie, of insecten aantrekken).

Gildes zijn een samenstel aan planten en struiken die elkaar versterken.

Creëren van microclimaten en andere handige toepassingenBewerken

Permacultuur is bekend om haar kruidenspiralen en Hügelbedden en andere experimenten om micro-klimaten te creëren. Elke toepassing zal altijd pas na analyse van de omstandigheden en overweging van doelen moeten worden toegepast. Omdat principes anders dan regels uitnodigen tot experiment en zelf nadenken zullen er mogelijk steeds nieuwe ontwikkelingen ontstaan vanuit de permacultuurgedachte, Zeker vanuit het principe van de microklimaat; de manier waarop vijvers in een ontwerp worden opgenomen is hiervan een ander voorbeeld.

Ook toepassingen als kippentractoren en droogkasten zijn door permaculturisten geadopteerde experimenten.

Beheer: plaagdieren, water, en voedselbossenBewerken

Plaagdieren: permacultuur werkt met de natuur mee, en plaagbestrijding wordt zoveel mogelijk vermeden. Dit omdat het in de meeste gevallen symptoombestrijding is en niet het onderliggende probleem aanpakt. Een kanttekening is wel dat plaagdieren, zoals slakken en luizen in de natuur zwakke en zieke planten opruimen. Nu wil het dat onze gecultiveerde en veredelde groenten zichzelf al zwakker zijn.

Met swales worden in de permacultuur water reservoirs gecreëerd die de hoogtelijnen volgen. Zo wordt water opgeslagen en erosie voorkomen.

Voedselbossen: de laatste decennia is het voedselbos in opmars. Een voedselbos is een vorm van agroforestry, gekenmerkt door onderhoudsarme, duurzame, plantaardige voedselproductie op basis van bosecosystemen, waarbij fruit- en notenbomen, struiken, kruiden, wijnstokken en meerjarige groenten geïntegreerd worden en waarvan de opbrengsten direct nuttig zijn voor de mens. Een voedselbos bestaat uit meerdere lagen. Meestal worden de volgende lagen onderscheiden:

  1. 'Boomlaag'
  2. 'Lage boomlaag'
  3. 'Struiklaag'
  4. 'Kruidlaag'
  5. 'Schimmellaag'
  6. 'Bodembedekker'
  7. 'Verticale laag' (klimmers)

Bredere toepassingenBewerken

Permacultuur is een erg breed begrip. Langere permacultuuropleidingen bevatten ook lessen over bijvoorbeeld sociale permacultuur. Dit betreft onder meer transitie-initiatieven, voorheen Transition Towns genoemd. Een ander voorbeeld is economie bekeken door een permacultuurbril. Bill Mollison, een van de grondleggers van de permacultuur, riep tijdens een permacultuur-ontwerpcursus in 1983 al: "And now we have to become bankers". Permacultuur betekent kijken naar het geheel, niet alleen het groene of alleen het economische, maar het geheel in samenhang bekijken en zo een onderdeel van de oplossing worden in plaats van een deel van het probleem.

Zo ontwerpen mensen met permacultuur hun sociale setting, hun tuin, een bedrijf, educatie of bouwen zij hun eigen huis. Dit kan omdat het uitgangspunt van de ethische principes altijd helpt bij het kijken naar keuzes en dilemma's. De ontwerpprincipes lenen zich er voor om voor elk klimaat en omstandigheid een uitwerking te krijgen.

Ontwikkeling van permacultuur in België en NederlandBewerken

Succesvol voedselbos breidt uit naar Schijndel

HistorieBewerken

In 1982 nodigde Sietz Leeflang van Stichting de Twaalf Ambachten Bill Mollison uit voor een reeks lezingen en workshops over permacultuur in Nederland. Samen ontwierpen ze een spiraaltuin op het terrein van De Twaalf Ambachten. In de jaren 90 hielden pioniers als Fransjan de Waard, Peter Peels, Marleen Kapteijn zich bezig met permacultuur. In 1995 startten Harald en Margit Wedig "Sualmana Permacultuur Tuinen", het oudste voedselbos van Nederland, in Limburg. Fransjan de Waard en Leo Bakx startten in 2000 een website voor "Permacultuur in Nederland en Vlaanderen" met regelmatige bijdragen van onder anderen Hans Carlier en Peter Bauwens. Ook bestond in die jaren de "Permacultuur Nieuwsbrief", onder redactie van Liesbeth Spoor en Ronald Oostendorp, met bijdragen van o.a. Malika Cieremans, die in 1999 een scriptie schreef en projecten startte met permacultuur en voedselbossen in gematigde streken.

Rond 2003 begon Douwe Beerda met zijn website[7] en “Stichting permacultuur” en ontstond de Permacultuurschool Nederland van Taco Blom en Ishi Crosby. Onder invloed van maatschappelijke thema’s zoals de Transition Towns-beweging, klimaatverandering, economisch/financiële en grondstoffencrisis ontwikkelde zich een zeer divers landschap aan professionele permaculturisten ontstaan.

In 2009 werd bij Omslag in Eindhoven de documentaire Permacultuur in Nederland – ‘Introductie in een duurzaam ontwerpsysteem’ gelanceerd. De documentaire is het eindproduct van cursisten van de jaaropleiding permacultuur in 2008: Miquel Buckinx, Petra Biesta, Merlijn Janssen Steenberg en Jan Schenk. In 20 minuten geeft de film uitleg over theorie en praktijk van permacultuur in Nederland. Taco Blom en Ishi Crosby (oprichters en docenten van de Permacultuurschool Nederland) geven een toelichting op de ethische principes van permacultuur (zorg voor de aarde, zorg voor mensen en delen van de overvloed) en gaan in op het brede spectrum van de toepassing van permacultuur: het eetbare landschap, bouwen met natuurlijke materialen, waterzuivering, duurzame energie en de sociaal-economische aspecten.[8]

In 2009-2010 onderzocht de Engelse kunstenaar Nils Norman met zijn project 'Eetbare Tuinen' op twee locaties in Den Haag (Stadsboerderij Zuiderpark en Nut en Genoegen) de mogelijkheden van een bottom-up wijze van stedelijke planning die tevens duurzaam en ecologisch is.

In 2014 is een serieuze poging ondernomen om onderlinge verbindingen en samenhang in het Nederlands-Vlaamse permacultuurlandschap te bewerkstellingen. Een samenkomst in Antwerpen markeerde de oprichting van (1) een website die alle permacultuur-activiteiten in het Nederlandstalige gebied in kaart zou brengen met een forum dat sinds 2019 geen activiteit meer kent maar waar wel de activiteiten in het gebied nog altijd in kaart worden gebracht, (2) het jaarlijkse Permacultuurfestival in 2015 de oprichting van het Permacultuur Magazine in 2015. Hoewel aanvankelijk breed gedragen, worden de activiteiten inmiddels door kleinere groepen gecontinueerd, wat overigens de verdere ontwikkeling van permacultuur–activiteiten niet belemmerde. Ook termen als permies of permanauten (voorgesteld door Fransjan de Waard) zijn nooit door de gehele gemeenschap gedragen begrippen. Nederland kent inmiddels een divers en rijk permacultuurlandschap variërend van particuliere initiatieven, tuinderijen tot voedselbossen allen breed vertegenwoordigd in de Facebookgroepen Permacultuur en Praktische Permacultuur.

Boeken en cursussenBewerken

Nieuwe ontwikkelingen gaan onder andere dieper in op voedselbossen (agroforestry) en agro-ecologie, eigen (Nederlandstalige) publicaties en Permacultuur Design Cursussen:

Publicaties: Naast Tuinen van overvloed en diverse vertalingen van Engelse standaardwerken zijn er in het Nederlands taalgebied inmiddels diverse boeken over permacultuur verschenen. Voorbeelden zijn: Tuin smakelijk (2015), Permacultuur van Appelboom tot Zeekool (2018) en Een natuurlijke moestuin met permacultuur (2019).

Cursussen: Permacultuur kent een eigen scholingssysteem dat bestaat uit de Permaculture Design Course (PDC) en een docentenscholing. Beide worden met een internationaal certificaat afgerond en in principe door PDC-docenten gegeven. De PDC kent in principe een internationale standaard op lengte en inhoud van 72 uur voor alle hoofdstukken van de Permaculture Design Manual van Bill Mollison. Internationaal wordt deze, in verband met de reistijd, in twee aaneengesloten weken gegeven. De PDC’s in Nederland kennen naast die tweeweekse variant ook een jaarvariant met meestal negen maandelijkse weekenden, waarmee alle vier de seizoenen doorlopen kan worden. Sommige cursussen leggen het accent op het opdoen van praktische ervaring in het veld en andere meer op de theorie; bij de een is de sociale component of het bouwtechnische groot of ligt juist het accent bij de ethische basis.

Naast de PDC bestaan er ook diverse cursussen als introductie of gericht op deelaspecten.

Land-, tuinbouw en veeteeltBewerken

Permacultuur als voedselvoorziening ontwikkelt zich door diverse boereninitiatieven die volgens of geïnspireerd door permacultuur een bedrijf opzetten. Permacultuur wordt vertegenwoordigd in de Toekomstboeren, Permacultuur Boeren Nederland en Federatie Van Agro-Ecologische Boeren. In 2019 waren zij ondertekenaars van een brief, gericht aan Minister van Landbouw Carola Schouten.

  • De Nieuwe Hof in Sint-Truiden (sinds 2019): Taco Blom, een van de eerste permacultuurtuinders, startte hier in 2008 Samenland en droeg in 2019 het stokje over aan Siem Ottenheim. De Nieuwe Hof werkt met zelfoogst- en afhaalabonnementen.
  • Samenland (sinds 2019 in Nederland): in 2019 is Samenland naar landgoed Heerderberg in Cadier en Keer verhuisd. Taco Blom experimenteert hier met het integreren van vee met de andere voedselproductie.
  • Tuinderij de Voedselketen in Oirschot (sinds 2015): Een kleinschalige tuinderij met een groenten en voedselbosdeel, waar landbouw en natuur hand in hand gaan. “Samen werken met in plaats van tegen – met lekkere en eerlijke groenten als resultaat.” De Voedselketen werkt volgens het CSA-principe (Community Supported Agriculture).
  • Jaring Brunia in Rauwerd (Fr.) (sinds 2017). Brunia heeft een bedrijf met 60 melkkoeien, 25 stuks jongvee en 40 hectare land en implementeert sinds 2014 permacultuur in zijn bedrijfsvoering.
  • Pluk! Groenten van West in Amsterdam (sinds 2017): Pluk! is een gemeenschap van mensen die lokaal en biologisch voedsel belangrijk vinden. Elk weekend van mei tot november komen zij naar deze tuinderij ten westen van Amsterdam om hun eigen verse groenten, kruiden en bloemen te oogsten.

Zie ookBewerken