Snoeien

verwijderen van delen van planten
Zie artikel Voor het gelijknamige begrip uit de numismatiek, zie Snoeien (numismatiek).

Snoeien is het verwijderen van delen van planten. Het kan hierbij gaan om kruidachtige delen bij kruidachtige planten, druiven alsook houtige delen bij struiken en bomen. Bij planten die alleen op tweejarig hout bloeien moet opgepast worden met snoeien, want anders kunnen er zich geen bloemen ontwikkelen.

Vorming van sporen bij vruchtbomen

Snoeien dient meerdere doelen:

  • Het in een gewenste vorm brengen van de plant, de zogenaamde vormsnoei.
  • Het optimaliseren ten behoeve van een grotere vruchtenoogst.
  • Het verwijderen van dood hout in verband met de veiligheid.
  • Het verjongen van de plant, de zogenaamde verjongingssnoei.

Snoeien van laanbomenBewerken

Als bomen vrij kunnen uitgroeien, dan begint de kroon zo laag, dat het onmogelijk wordt eronderdoor te lopen. Vaak buigen de takken zelfs door tot op de grond. Op plaatsen waar het verkeer last heeft van de takken, moeten ze worden weggehaald. De boom moet van kleins af aan begeleid worden tot hij volgroeid is. Er kan niet jaren worden gewacht met snoeien en dan in een keer heel veel takken verwijderen. De boom kan daar niet tegen. Bovendien lukt het zo niet om een mooie rechte stam te krijgen. Deze vorm van snoeien noemen we begeleidingssnoei of opkronen.

Eigenlijk is dat snoeien niet zo moeilijk, maar te lang wachten en te drastisch snoeien kan tot problemen leiden die gemakkelijk vermeden kunnen worden. Deze problemen zijn o.a.: te grote snoeiwonden (Ø> 10-15 cm), moeilijk uit te voeren werk vanwege het extra takkenvolume, hoog risico op het ontstaan van houtrot en infecties via de te grote snoeiwonden. Bovendien kost het tijdig snoeien, zowel voor de boom als voor de boombeheerder, relatief minder energie dan laattijdig snoeien. Het overgroeien van grote snoeiwonden vraagt van een boom veel meer energie dan het overgroeien van een kleine snoeiwond. Daarenboven is het risico op infectieziekten veel groter naarmate de snoeiwond groter is. Voor de boombeheerder is het makkelijker om een tak te verwijderen met een snoeischaar en veiliger dan het snoeien met een kettingzaag.  Het is ook handiger als het snoeihout opgeruimd kan worden met een kruiwagen in plaats van een zware hakselaar te moeten laten komen.

Bij het snoeien moet eerst de definitieve stamlengte bepaald worden. Uiteraard moeten niet alle bomen te pas en te onpas opgesnoeid of opgekroond worden. Bomen met takken die tot aan de grond reiken zijn vaak heel mooi en waardevol.

In veel gevallen is de uiteindelijke takvrije stamlengte zelfs groter dan de hoogte van de boom bij aanplant. De takken die op termijn moeten verdwijnen vormen de tijdelijke kruin. De definitieve kruin, gevormd door de takken die zullen blijven, is op het moment van aanplant vaak nog niet aanwezig.

Enkele tips om te snoeien in de tijdelijke kroon (slechts bij wijze van uitzondering kan hiervan afgeweken worden):

1. Snoei maximaal 20% van de takken in een keer weg en snoei eens in de 2 jaar.

Het is belangrijk om een gezonde boom op te kweken die te allen tijde goed blijft groeien. Als takken verwijderd worden, dan impliceert dat ook dat er bladeren weggehaald worden. De boom heeft dat blad echter nodig voor de fotosynthese en dus voor de opslag van koolstof. Als het bladoppervlak vermindert kan de boom minder voedingsstoffen maken, waardoor hij minder goed zal kunnen groeien. Daarom wordt nooit meer dan 20% in een keer weggesnoeid en snoeit men best om het andere jaar. Zo kan de boom iedere keer een jaar op krachten komen. Als een jonge boom tien takken heeft, mogen er maar twee weg weggesnoeid worden; als hij er vijftien heeft mogen dat er drie zijn. Indien er te veel gesnoeid wordt in een seizoen is de kans groot dat er ongewilde waterscheuten worden gevormd.

2. De dikste takken worden eerst weggehaald.

Hoe kleiner de snoeiwond, hoe sneller de boom die kan overgroeien en hoe kleiner de kans op aantastingen. Aangezien we al van op voorhand bepaald hebben, hoe hoog de onderste takken aan de stam mogen zitten, weten we dus ook welke takken uiteindelijk allemaal weg moeten. Van die takken kiezen we niet eerst de onderste, maar wel de dikste, omdat die snoeiwonden de grootste zijn. Als de dikste takken behouden worden, dan zullen de snoeiwonden van die dikke takken bij de volgende snoeibeurt – over twee jaar – alleen maar groter zijn. Ze zullen dan ook voor de boom een groter probleem vormen.  De Ø van de te snoeien takken in cm mag niet groter zijn dan de hoogte van de boom in meter. Indien een boom met een motorkettingzaag moet gesnoeid worden is er vaak sprake van achterstallige snoei.

3. Verwijder geen overstaande en boven elkaar staande takken in dezelfde snoeibeurt.

Een snoeiwond zorgt altijd voor een plaatselijke verzwakking. Zorg ervoor dat er geen concentratie van zwakke plekken ontstaat. Snoei dus nooit twee takken in dezelfde takkrans of twee takken die vlak boven elkaar staan in dezelfde werkgang.

4. Snoei nooit takken gedeeltelijk weg in de tijdelijke kroon.

De tijdelijke kruin moet op termijn per definitie helemaal weggesnoeid worden. Het afgrendelen en overgroeien van een snoeiwond kost altijd energie van een boom, hoe klein die snoeiwond ook is. De energie die een boom moet spenderen aan een snoeiwond, ergens halverwege een tak die uiteindelijk helemaal weg moet, is verloren energie. Het is veel beter om die tak van de eerste keer helemaal weg te snoeien, zodat de boom maar een keer energie moet verbruiken voor het afgrendelen en overgroeien.

5. Dubbele toppen moeten tot op ¾ van de totale hoogte verwijderd worden.

Het is aangewezen dat er slechts een enkele opgaande topscheut is. Het risico bestaat dat twee gelijk opgaande toppen een slechte vergroeiing vormen, zogenaamde plakoksels. Die plakoksels kunnen op latere leeftijd uitscheuren en de boom onherroepelijk verminken. Dubbele toppen vormen een veel kleiner risico in het bovenste kwart van de uiteindelijke boomhoogte. Ook boomsoorten die geen doorgaande stam vormen, hebben best geen dubbele kop.

6. Respecteer altijd de takkraag.

De takkraag is de zone die zowel hout bevat van de stam als van de tak. Deze zone is herkenbaar als de verdikking aan de takbasis. Die mag nooit met de tak mee verwijderd worden.

7. Dode en beschadigde takken vallen buiten de twintig procent regel.

Dood hout heeft geen bladeren en doet niet meer aan fotosynthese. Het wegsnoeien van dode takken verminderd dus ook niet het bladoppervlak van de boom. Beschadigde takken zijn een invalsbasis van allerlei problemen. Die moeten dus te allen tijde zo snel mogelijk weggehaald worden.

Wanneer bomen opgekroond worden, is waterlot niet gewenst. Er wordt dus bij voorkeur in de zomer gesnoeid. Dat heeft dan ook als voordeel dat ABC-bomen niet kunnen bloeden. ABC-bomen maken in de winter een grote worteldruk, waardoor die kunnen bloeden wanneer ze in de winter gesnoeid worden;

Snoeien van fruitbomenBewerken

Er bestaan veel verschillende methoden voor de snoei van fruitbomen. Deze methoden hebben met elkaar gemeen dat ze erop gericht zijn de opbrengst te maximaliseren. Dit in tegenstelling tot veel snoeimethoden voor andere plantengroepen, die zijn gericht op een zo mooi mogelijk gevormde plant. Hieronder volgt een professionele methode in afbeeldingen.

 
Vruchtbomensnoei eerste jaar
 
Vruchtbomensnoei tweede jaar
 
Vruchtbomensnoei derde jaar
 
Vruchtbomensnoei vierde jaar

Het is ook mogelijk een simpelere snoei toe te passen. Een keer per jaar, in het voorjaar of najaar, worden de takken die elkaar kruisen weggesnoeid. Als deze takken zouden gaan dragen, kunnen ze elkaar beschadigen en er zou niet voldoende licht op de vruchten komen. Deze snoei gebeurt pas als het blad van de boom is, omdat er dan een zeer zwakke sapstroom is en er daardoor weinig schade wordt aangericht. Ook takken die verticaal lopen (zogenaamd waterlot), dragen slecht vrucht, daarom moeten deze zo veel mogelijk afgebogen of gesnoeid worden. Wel moeten er een of twee overblijven, zodat de plant zijn energie naar boven kwijt kan. Ook takken die jaren achter elkaar vrucht hebben gedragen, moeten worden gesnoeid om de jonge takken een kans te geven vrucht te vormen. De pruim (Prunus domestica), de zoete kers (Prunus avium) en de zure kers (Prunus cerasus) mogen niet bij vorst gesnoeid worden of als er in de week na het snoeien nachtvorst verwacht wordt. De snoeiwonden kunnen dan invriezen en zo kan er toch schade ontstaan.

VerjongingssnoeiBewerken

Planten die op oudere takken minder goed bloeien, moeten 'verjongd' worden. Ieder jaar wordt dan bijvoorbeeld 25% van alle takken weggesnoeid, uiteraard alleen de oudste. Op deze manier wordt de plant gestimuleerd jonge scheuten te maken waarop weer meer bloemen ontstaan.

Zie ookBewerken