Hoofdmenu openen
Symbiose
s.l.
Soort B Prooi
Voordeel Neutraal Nadeel Dodelijk
Soort A Voordeel mutualisme,
symbiose s.s.
commensalisme parasitisme predatie
Neutraal epifytisme
(bij planten)
amensalisme
Nadeel concurrentie

Symbiose (uit het Griekse: συν: samen, βιοσις: levend) is in de oorspronkelijke betekenis het langdurig samenleven van twee of meer organismen van verschillende soorten waarbij de samenleving voor ten minste een van de organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is. De verschillende partners heten symbionten. De grootste partner wordt ook wel gastheer genoemd. Als het met één symbiont niet goed gaat, dan is het goed mogelijk dat dat voor de andere symbiont schadelijk is.

Symbiose wordt (in Europa) vaak alleen gebruikt in de betekenis van wederzijds voordelige co-existentie.[1][2] Symbiose wordt voor alle vormen van samenleving als tegenstelling tot parasitisme gebruikt. Predatie is noch een vorm van symbiose, noch van parasitisme.

Endosymbiose is een vorm van symbiose, waarbij een organisme tussen de cellen of zelfs in de cellen van een gastheer leeft. Volgens de endosymbiontentheorie zijn eukaryoten in de evolutie ontstaan door dit verschijnsel van endosymbiose.

Inhoud

IndelingBewerken

In Europa is deze betekenis van symbiose in leer- en studieboeken veranderd tot een synoniem van mutualisme, wat voor de duidelijkheid soms mutualistische symbiose wordt genoemd. In de Anglo-Amerikaanse literatuur worden verschillende vormen van symbiose (in wijde betekenis) onderscheiden.[2]

Symbiose in de meest brede betekenis omvat:

  • mutualisme - symbiose in engere zin, mutualistische symbiose: De samenleving van de twee levensvormen is voor beiden gunstig of zelfs noodzakelijk.
  • commensalisme - De kleinere symbiont profiteert van de gastheer, maar die ondervindt daar geen nadeel aan.
  • amensalisme of antibiose - De een remt het leven van de andere af, zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden.

VoorbeeldenBewerken

 
Acacia collinsii met holle stekels voor mieren ter bescherming tegen grazers en insecten.
 
Driebandanemoonvis

Mutualistische symbiose, symbiose in engere zinBewerken

  • Sommige plant- en diersoorten zijn erg goed op elkaar ingespeeld. Sommige acacia's leven bijvoorbeeld in symbiose met mieren. De acacia heeft niet alleen grote, holle stekels die als behuizing gebruikt worden, maar scheidt zelfs zoete stoffen af in de vorm van kleine suikerrijke 'broodjes'. Deze groeien aan de uiteinden van de geveerde bladeren en worden door de mieren opgegeten. De mieren maken niet alleen gebruik van de acacia maar beschermen de gastheer door venijnig in de tong van een planteneter te bijten als deze probeert ervan te eten. Ook insecten die van de bladeren van de acacia eten worden aangevallen.
  • Korstmossen zijn een samenleving van een schimmel en één of soms twee algen. Omdat meestal de schimmels voortplantingsorganen kunnen vormen maar de algen niet, worden de korstmossen systematisch gezien ingedeeld bij de schimmels. De schimmel levert aan de alg water en mineralen, en de alg levert aan de schimmel suikers die hij met fotosynthese maakt. Ze kunnen meestal niet zonder elkaar leven, en zijn zelfs erg lang aangezien voor een aparte klasse organismen.
  • Ingewikkelder vormen kan men ook bij korstmossen vinden. Het korstmos Lecidea insidiosa is een voorbeeld van een parasitair korstmos, dat exclusief groeit op een ander korstmos: op Lecanora varia.
  • De driebandanemoonvis of harlekijnvis eet kleine ongewervelde dieren die de zeeanemoon kunnen schaden, terwijl de uitwerpselen van de vis voedzaam zijn voor de anemoon. De anemoon beschermt de vis tegen roofdieren met zijn netelcellen, waarvoor de vis immuun is. Bovendien maakt de vis een hoog geluid, waar vlindervissen die anemonen kunnen eten, niet van houden.[3]
  • Stikstofbindende Rhizobium bacteriën met vlinderbloemigen. In de landbouw zijn klaversoorten, lupines, erwten en bonen daarom waardevolle gewassen.
  • Een minder in het oog springende, maar vrij algemene symbiose is die van de mycorrhiza waarbij bodemschimmels samen met planten leven. De schimmel voorziet de plant van voedingsstoffen (mineralen) terwijl de plant suikers geeft. Opvallende voorbeelden zijn vliegenzwammen onder berk, eekhoorntjesbrood onder eik en kastanjeboleet onder den. Het meest voorkomen, maar slechts microscopisch waarneembaar is het (vesiculair) arbusculair mycorrhiza, dat voorkomt bij grassen, kruiden en zeer veel andere planten.
  • Vijgebomen planten zich samen en dankzij vijgenwespen voort.
  • Sommige heremietkreeften hebben een zeeanemoon op hun schelp. Die eet mee van de voedselresten van de kreeft en geeft de kreeft bescherming tegen aanvallers met zijn stekende tentakels. Als de kreeft verhuist van schelp zal hij vaak de zeeanemoon overbrengen op de nieuwe behuizing.
  • Veel biologisch en menselijk sociaal handelen: bijvoorbeeld in software-ontwikkeling kunnen software-testers niet overleven zonder ontwikkelaars. Omgekeerd profiteert de ontwikkelaar doordat hij dankzij testen betere kwaliteit kan afleveren.

CommensalismeBewerken

  • Grote haaien en zeeschildpadden worden vaak door remora's of zuigvissen begeleid, die meereizen zonder dat de gastheer daar voordeel of nadeel van ondervindt.

AntibioseBewerken

  • Wortels ondergaan een antibiose met de preivlieg (daarom worden wortels vaak bij/naast prei gezaaid.)
  • Penseelschimmels ondergaan een antibiose met bacteriën.
  • Korstmossen scheiden zuren af die het leven van eencellige wieren en bacteriën afremmen en ze kwetsbaarder maken.

VoetnotenBewerken

  1. In de Anglo-Amerikaanse literatuur wordt tevens hiervoor mutualisme gebruikt, in plaats symbiose.
  2. a b (en) The Free Dictionary. symbiosis, 27 juli 2014.
  3. (en) A Miller. Intricate relationship allows the other to flourish, 14 december 2015.