Hoofdmenu openen

Paus Franciscus

266e paus van de Katholieke Kerk

Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio (Buenos Aires, 17 december 1936), is sinds 13 maart 2013 de paus van de Rooms-Katholieke Kerk, een ambt dat inhoudt dat hij leider van deze kerk, bisschop van Rome en soeverein vorst van Vaticaanstad is. De Argentijn is de eerste jezuïet die paus werd, de eerste uit Latijns-Amerika en van het zuidelijk halfrond. Paus Franciscus wordt door de Rooms-Katholieke Kerk beschouwd als de 266e paus. Hij is de opvolger van Benedictus XVI, die op 28 februari 2013 aftrad.

Paus Franciscus
Jorge Mario Bergoglio
17 december 1936 –
Franciscus in 2014 (bij de heiligverklaring van twee van zijn voorgangers: Johannes XXIII en Johannes-Paulus II)
Franciscus in 2014 (bij de heiligverklaring van twee van zijn voorgangers: Johannes XXIII en Johannes-Paulus II)
Paus
Periode 2013–heden
Voorganger paus Benedictus XVI
Wapen Wapen
Handtekening Handtekening
Kerkelijke carrière
1973–1979 provinciaal van de Sociëteit van Jezus van Argentinië
1980–1986 rector van het Colegio Máximo San José in San Miguel
1992–1997 hulpbisschop van Buenos Aires
1992–1997 titulair bisschop van Auca
1998–2013 aartsbisschop van Buenos Aires
1998–2013 ordinarius van Argentijnse Gelovigen van de Oosterse Rite
2001–2013 kardinaal-priester van San Roberto Bellarmino
2005–2011 voorzitter van de Argentijnse bisschoppenconferentie
2013–heden paus
Lijst van pausen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Inhoud

LevensloopBewerken

JeugdjarenBewerken

Bergoglio werd op 17 december 1936 geboren in het district Flores van Buenos Aires als oudste kind van Mario Jose Bergoglio en Regina Maria Sivori.[1] Op 25 december 1936 werd hij gedoopt door de Salesiaan Enrique Pozzoli in de basiliek María Auxiliadora van de Salesiaanse parochie San Carlos Borromeo.[2] Zijn vader, afkomstig uit de plaats Portacomaro in Italië, had in 1929 de oversteek naar Argentinië gemaakt. Daar was hij als boekhouder werkzaam voor de spoorwegen.[3] Zijn moeder Regina is in Argentinië geboren, uit Italiaanse ouders van Piëmontees-Genuese origine.[4] Uit het huwelijk werden, naast Jorge, nog twee zonen en twee dochters geboren van wie op het moment van de verkiezing tot paus alleen nog zijn zus Maria Elena in leven was. De paus is sinds zijn jeugd een supporter van de voetbalclub San Lorenzo de Almagro.[5][6][7]

Werk als technicusBewerken

Bergoglio studeerde af als chemisch technicus aan de technische middelbare school Escuela Nacional de Educación Técnica N° 27 Hipólito Yrigoyen.[8] Enkele jaren werkte hij als zodanig bij de voedselafdeling van het bedrijf Hickethier-Bachmann Laboratory.[9]

Voorbereiding priesterschapBewerken

Hij studeerde voor priester aan het seminarie Inmaculada Concepción in de wijk Villa Devoto van Buenos Aires. Als seminarist was Bergoglio naar eigen zeggen "verblind" geraakt door een meisje dat hij op een bruiloftsfeest was tegengekomen. Volgens hem kon hij een week lang niet bidden, omdat hij steeds haar beeld voor ogen had. Hij kwam tot de conclusie dat hij een keuze moest maken en besloot haar te vergeten en te kiezen voor het priesterschap.[10]

Op 21-jarige leeftijd werd het bovenste deel van zijn rechterlong verwijderd wegens een ernstige longontsteking en drie cysten, kwalen die destijds door een gebrek aan antibiotica niet anders te behandelen waren. Naar eigen zeggen heeft hij drie dagen tussen leven en dood gezweefd.[11][12]

Op 11 maart 1958 trad hij toe tot de orde der jezuïeten. Aan het Colegio Máximo San José in San Miguel behaalde hij in 1960 een graad in de wijsbegeerte. In 1964-1965 doceerde hij literatuur en psychologie aan het Colegio de la Inmaculada de Santa Fe en in 1966 doceerde hij verscheidene vakken aan het Colegio del Salvador te Buenos Aires. Hij keerde vervolgens terug naar het Colegio Máximo San José in San Miguel, waar hij van 1967 tot 1970 theologie studeerde.

Priesterwijding en gelofteBewerken

Op 13 december 1969 werd Bergoglio bij de jezuïeten tot priester gewijd door aartsbisschop Ramón José Castellano. Van 1969 tot en met 1971 studeerde hij in de Spaanse plaats Alcalá de Henares om zich verder voor te bereiden op een leven als jezuïet. Aansluitend werkte hij in San Miguel als docent theologie. Op 22 april 1973 legde hij als jezuïet de eeuwige gelofte af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.

Provinciaal overste tijdens "vuile oorlog"Bewerken

Drie maanden daarna werd de jonge conservatieve pater Bergoglio provinciaal van de jezuïetenorde in Argentinië. Dat zou hij blijven tot 1979. Hij zag het als zijn taak de toenemend progressieve inslag bij een groeiend aantal medebroeders in te dammen. Zij moesten weer clergyman dragen (hijzelf droeg een toga), hij bleef trouw aan traditionele devoties, was tegen de politieke bevrijdingstheologie en bleef op goede voet met de autoritaire katholieke elite. Hij droeg goudgeborduurde kazuifels, want - zo zei hij - "gewone mensen houden van een vleugje Evita in hun liturgie".[13]

Van 1976 tot in 1981 was er in Argentinië de zogeheten vuile oorlog. Nadat op 24 maart 1976 presidente Isabel Perón was afgezet en ontvoerd, had Jorge Videla een militaire dictatuur gevestigd. Tijdens de "vuile oorlog" die nu volgde werden duizenden tegenstanders van het regime Videla vermoord, na te zijn ontvoerd. Bekend zijn de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, die elke week op dat plein in Buenos Aires kwamen demonstreren en informatie eisen over hun verdwenen partners, familieleden en vrienden.

De Argentijnse katholieke kerk - en met name haar bisschoppen - bevreesd voor het communisme en alles wat daarnaar rook, hield zich op de achtergrond. Op enkele bisschoppen na dan, bijvoorbeeld Enrique Angelelli, die zijn profetisch geluid richting regime dan ook met de dood moest bekopen (hij werd van de weg gereden).

Beschuldiging heulen met regime en weerlegging daarvanBewerken

Toen Bergoglio tot paus was gekozen, verschenen in de media berichten dat hij zou hebben geheuld met het Videla-regime. Zelfs was er een foto waarop hij zogenaamd Videla de communie uitreikte, maar dit bleek trucage. Voor heulen met het regime is geen enkel bewijs naar boven gekomen. Bekende personen als Leonardo Boff, Adolfo Perez Esquivel en een van de Dwaze Moeders zeiden de bewering niet te geloven of gaven aan dat ze eerder overtuigd waren van iets heel anders: dat pater Bergoglio mensen die gezocht werden had helpen ontsnappen.

Beschuldigingen verraad aan medebroeders en weerlegging daarvanBewerken

De Argentijnse onderzoeksjournalist Horacio Verbitsky verdedigt de bewering dat Bergoglio heulde met het regime echter in zijn boek "El Silencio". Hij zegt te steunen op het getuigenis van twee medejezuïeten van wie Bergoglio provinciale overste was: Francisco Jalics en Orlando Yorio.

Zij leefden met een derde jezuïet in gemeenschap, werkten in de sloppenwijk Bajo Flores van Buenos Aires en waren - geïnspireerd door de verklaring van de in 1973 in Medellín (Colombia) samengekomen Latijns-Amerikaanse bisschoppen (CELAM) - aanhangers geworden van de politieke bevrijdingstheologie, waar Bergoglio absoluut geen voorstander van was. Hij zei dat ze moesten kiezen: voor hun nieuwe gemeenschap of voor de Jezuïetenorde. Ze wilden hun nieuwe werk niet opgeven. Bergoglio nodigde hen uit naar het Jezuïetenhuis in Buenos Aires te komen. Weer weigerden ze. Bergoglio gaf hun nu een officiële waarschuwing. In mei 1976 werden beiden ontvoerd om vijf maanden later gemarteld en half naakt, maar levend, te worden gevonden. Yorio werd geholpen het land te verlaten. In overleg met Bergoglio ging hij in Rome aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana kerkelijk recht studeren. Teruggekeerd in Argentinië moest hij echter in 1997 - na bedreigingen - vluchten. Hij kwam in Montevideo, de hoofdstad van Uruguay, terecht. Daar is hij op 9 september 2000 aan een hartinfarct overleden.

Jalics neemt met de volgende woorden afstand van de beschuldigingen:

"Na mijn bevrijding heb ik Argentinië verlaten. Twee jaar daarna hadden wij de gelegenheid de gebeurtenissen met pater Bergoglio te bespreken (inmiddels aartsbisschop van Buenos Aires). Daarna hebben we samen en in het openbaar de Eucharistie gevierd en elkaar op feestelijke wijze omarmd. Ik heb me verzoend met deze gebeurtenissen en van mijn kant beschouw ik ze als afgedaan.[14]"

Volgens Paul Elie, onderzoeksjournalist van The Atlantic, heeft provinciaal Bergoglio SJ zijn mannen niet verraden noch in hun ontvoering berust. Maar door hen te ontslaan uit de orde had hij hen - zonder daar bij stil te staan - de bescherming afgenomen die de orde hun bood. Hij zou zich vervolgens inzetten om hen te redden. Hij was dus geen Óscar Romero, die wel publiekelijk onrecht aan de kaak stelde en die hij in 2015 respectievelijk 2018 zalig en heilig zou verklaren. In een interview nadat hij tot paus was gekozen sprak hij met spijt over deze periode: "Ik was nog erg jong (36) en onervaren. Ik was autoritair en nam te snel beslissingen."[13]

De vuile oorlog zou nog tot 1983 duren: 30.000 Argentijnen werden ontvoerd en/of vermoord, of "verdwenen" op een andere manier, ook 150 rooms-katholieke priesters.

Berichten over reddingsactiesBewerken

Daarentegen stelt de Italiaanse journalist Nello Scavo dan weer in zijn boek Bergoglio's lijst (2013) dat minstens 1200 Argentijnen hun leven aan de latere paus te danken hebben doordat hij hen met valse papieren, via opvang in kerkelijke onderduikadressen en door uitzendingen naar het buitenland als quasi-priesters uit handen van het moorddadige militaire regime van de Argentijnse dictator Videla heeft weten te houden.

Functies 1980-1986Bewerken

Van 1980 tot 1986 was Bergoglio rector in San Miguel, waarna hij zowel in Ierland als in Duitsland verblijf hield, waar hij in Frankfurt enkele maanden aan de Philosophisch-Theologische Hochschule Sankt Georgen verbleef en er overleg voerde over het schrijven van een proefschrift, dat overigens nimmer voltooid werd. Al snel werd hij naar Argentinië teruggeroepen, waar hij bij het jezuïetencollege in Córdoba actief werd als geestelijk leidsman en biechtvader.[15]

BisschopBewerken

Op 20 mei 1992 werd Bergoglio benoemd tot hulpbisschop van Buenos Aires en op 27 juni van datzelfde jaar titulair bisschop van Auca gewijd.[16] Op 3 juni 1997 werd hij benoemd tot aartsbisschop-coadjutor van Buenos Aires, en op 28 februari 1998 volgde hij daar, na diens overlijden, kardinaal-aartsbisschop Antonio Quarracino op. Op 6 november van dat jaar volgde hij Quarracino tevens op als bisschop van de Argentijnse Gelovigen van de Oosterse Ritus, een ordinariaat dat direct onder de Heilige Stoel valt.

Na de bomaanslag op het AMIA-gebouw, waarbij in 1994 in Buenos Aires 85 mensen - voornamelijk Joden - om het leven kwamen, was Bergoglio de eerste publieke figuur die een petitie ondertekende waarin werd opgeroepen om de aanslag te veroordelen en om gerechtigheid voor de slachtoffers.

Als priester bezocht hij regelmatig onaangekondigd de achterbuurten van Buenos Aires, de zogenaamde villas miserias. Hij maakte dan een praatje met de kerkgangers en dronk een kopje thee met hen. Hij maakte er beleid van om meer priesters naar deze achterbuurten te sturen. Het aantal verdubbelde onder hem van tien naar meer dan twintig.[17]

Bergoglio was de enige rooms-katholieke geestelijke die Jerónimo Podestá aan zijn sterfbed bezocht. Podestá was een voormalige bisschop die uit zijn ambt was getreden om te kunnen trouwen.[18] Na zijn dood was Bergoglio de enige vertegenwoordiger van de Katholieke Kerk die zich publiekelijk positief uitsprak over de bijdrage van Podestá aan de Argentijnse Rooms-Katholieke Kerk.[19]

KardinaalBewerken

 
Kardinaal Bergoglio in 2008
 
Het kardinaalswapen van Jorge Mario Bergoglio

Op 21 februari 2001 werd hij door paus Johannes Paulus II kardinaal-priester gecreëerd, met de kerk van San Roberto Bellarmino als zijn titelkerk. Hij werd bij de Romeinse Curie onder meer lid van de Pauselijke Raad voor het Gezin, de Congregatie voor de Instituten van Gewijd Leven en Gemeenschappen van Apostolisch Leven, de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten, de Congregatie voor de Clerus en de Pauselijke Commissie voor Latijns-Amerika.

In 2002 werd hij gevraagd om voorzitter te worden van de Argentijnse bisschoppenconferentie, maar dat weigerde hij in eerste instantie.[18] Op 9 november 2005 werd hij het dan toch. Bergoglio werd gekozen voor een termijn van drie jaar en op 11 november 2008 eenmalig herkozen.

Voorafgaand aan het conclaaf van 2005 werd hij door sommigen gezien als papabile.[20] Volgens een anoniem (niet geauthenticeerd) dagboek, toegeschreven aan een van de kardinalen die deelnamen aan het conclaaf, dat op 23 september 2005 in het Italiaanse blad Limes gepubliceerd werd, zou Bergoglio bij de laatste drie stemmingen de tweede plaats na kardinaal Joseph Ratzinger hebben behaald. Bij de eerste stemronde zou hij tien, bij de tweede 35, bij de derde 40 en bij de laatste stemronde 26 stemmen gekregen hebben.[21]

In 2007 woonde hij in een van de synagoges van Buenos Aires de festiviteiten bij van het Rosj Hasjana, het joodse nieuwjaar. Bergoglio vertelde de joodse gemeenschap dat hij naar de synagoge was gekomen om zijn binnenste te onderzoeken "als een pelgrim, samen met u, mijn oudere broeders".[22]

PausBewerken

 
Paus Franciscus na het uitspreken van het Habemus papam op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek, kort vóór het uitspreken van de zegen Urbi et orbi

Paus Benedictus XVI kondigde op 11 februari 2013 onverwacht aan dat hij op 28 februari dat jaar zou aftreden. Als reden gaf de paus dat hij door zijn hoge leeftijd "geestelijk en lichamelijk'" zijn functie niet meer naar tevredenheid kon uitoefenen.

Op 13 maart 2013 werd Jorge Bergoglio, op de tweede dag van het conclaaf, in de vijfde stemronde verkozen tot paus.[23] Hij is de eerste niet-Europese paus sinds de Syriër Gregorius III (731-741), en de eerste van het zuidelijk halfrond. Ook is hij de eerste jezuïet die paus is geworden. Toen kardinaal-protodiaken Jean-Louis Tauran op het balkon verscheen, sprak hij in het Latijn de volgende voorgeschreven woorden:

Ik verkondig u met grote vreugde: we hebben een paus. De meest eminente en eerwaarde heer, de heer Jorge Mario, Kardinaal van de Heilige Roomse Kerk, Bergoglio, die de naam Franciscus heeft aangenomen.

Zijn aantreden kenmerkte zich door soberheid, die hij tot uitdrukking brengt in zijn kleding en het gebruik van de pauselijke symbolen. Zo koos paus Franciscus ervoor om na zijn verkiezing eenvoudig in het wit gekleed op het balkon te verschijnen, waar de meeste pausen bij die gelegenheid met de rode mozetta (= een ceremoniële cape), de rijk geborduurde staatsiestola en een gouden kruis getooid waren. De stola droeg hij alleen tijdens het uitspreken van zijn eerste Urbi et orbi. En hij gebruikte de zilveren pectorale die hij al had toen hij nog kardinaal en aartsbisschop was van Buenos Aires. De mozetta liet hij achterwege. Zijn vissersring is niet van goud, maar van verguld zilver.

Nog voor hij die avond zijn eerste Urbi et orbi uitsprak, vroeg hij - wat uniek was - de op het Sint-Pietersplein verzamelde menigte voor hem te bidden, waarna hij voorover boog.

Paus Franciscus spreekt vloeiend Spaans, Italiaans, Duits en Latijn.[24][25]

Franciscus stak al snel zijn hand uit naar niet-gelovigen. Zo zei hij op 24 mei 2013 dat Jezus ook stierf voor atheïsten.[26] Op 11 september 2013 zei Franciscus zelfs een dialoog te zoeken tussen christenen en ongelovigen.

PausnaamBewerken

Bergoglio noemt zich Franciscus als eerbetoon aan Franciscus van Assisi, de apostel van de armen, die ook voor de stichter van de jezuïetenorde Ignatius van Loyola een groot voorbeeld is geweest.[27] Ter gelegenheid van zijn eerste Angelusgebed op 17 maart 2013 zei hij dat hij de naam had aangenomen van de patroonheilige van Italië en dat die zijn spirituele banden versterkt met het land waar zijn familie oorspronkelijk vandaan komt.[28]

Franciscus als pausnaam werd nog niet eerder gevoerd. De laatste paus vóór Franciscus die een nieuwe pausnaam koos was paus Johannes Paulus I in 1978, een combinatie van al voorgekomen pausnamen. De huidige keuze is de eerste geheel nieuwe en unieke naam sinds paus Lando in 913.

Pauselijk wapenBewerken

Het pauselijk wapen is, net als bij voorgaande pausen, in grote lijnen identiek aan het wapen dat kardinaal Bergoglio als aartsbisschop van Buenos Aires voerde. Het schild bestaat uit een veld van azuur met daarin een gouden ster, een bloem van het narduskruid en het monogram IHS. Toegevoegd zijn de gouden en zilveren sleutel en het rode koord, die sinds de 12e eeuw vaste elementen van het pauselijk wapen zijn. Franciscus' voorganger had de tiara vervangen door een mijter; bij dit wapen is dat niet anders. Het door Benedictus toegevoegde pallium is door de huidige paus weggelaten. De zon met de letters IHS met een kruis en drie nagels verwijzen naar Christus' lijden en vormen het zegel van de orde van de jezuïeten. Onderaan staat een ster, die in de katholieke traditie naar Maria (Sterre der Zee) verwijst, en een tros bloemen van de nardus-plant, die in veel Spaanstalige landen een symbool van de Heilige Jozef is.[29] Als eerste paus in de geschiedenis heeft Franciscus zijn bisschoppelijke wapenspreuk aan het wapen toegevoegd: Miserando atque eligendo (= Gekozen uit genade). Dit is een kort fragment uit een preek van de eerbiedwaardige Beda over de apostel Matteüs[30][31]

ResidentieBewerken

Paus Franciscus heeft ervoor gekozen om niet te gaan wonen in het pauselijk appartement op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis, sinds 1903 de privéwoning van de opeenvolgende pausen. Hij geeft de voorkeur aan de Domus Sanctae Marthae, het eenvoudigere gastenverblijf van de Heilige Stoel. Hij verblijft er in suite 201, waar hij eveneens bezoekers kan ontvangen. De maaltijden nuttigt hij in de gemeenschappelijke eetzaal.[32] Hij blijft wel de audiëntiezalen op de tweede verdieping van het Apostolisch Paleis gebruiken voor de formele ontvangsten en samenkomsten. Elke zondag verschijnt hij, zoals zijn voorgangers, aan een buitenraam op de derde verdieping om het gebed uit te spreken voor de aanwezigen op het Sint-Pietersplein.[33]

Beginfase pontificaatBewerken

Eerste maandBewerken

De eerste activiteiten van een nieuwe paus zijn vaak symbolisch voor zijn aanpak en de inhoudelijke richting van zijn pontificaat:

  • Binnen een uur na zijn verkiezing en nog voordat hij zich aan het volk op het Sint-Pietersplein toonde en het toesprak, telefoneerde hij met zijn voorganger.[34]
  • Op de eerste avond verstuurde hij boodschappen naar verscheidene kerkleiders. Aan de opperrabbijn van Rome schreef hij te hopen "bij te kunnen dragen aan de vooruitgang van de betrekkingen die sinds het Tweede Vaticaans Concilie plaatshebben in een sfeer van hernieuwde samenwerking en in dienstbaarheid aan de wereld".[35]
  • Op 14 maart droeg hij een mis op ter afsluiting van het conclaaf. Deze mis vond plaats in de Sixtijnse Kapel, in concelebratie met de andere kardinalen-electoren.[36]
  • Op 15 maart ontving hij het College van Kardinalen in audiëntie.[36]
  • Op 16 maart bevestigde hij de Romeinse Curie en alle dicasteries in hun ambt, zoals gebruikelijk met het voorbehoud donec aliter provideatur - tot er anders wordt over beslist.[37]
  • Op 17 maart droeg hij een heilige mis op in de Sint-Annakerk, de parochiekerk van Vaticaanstad. Op het middaguur bad hij voor de eerste maal het Angelus op het Sint-Pietersplein.
  • Op 18 maart ontving hij Cristina Fernández de Kirchner, de presidente van zijn geboorteland. Die dag stuurde hij ook een boodschap naar Justin Welby, naar aanleiding van diens intronisatie als aartsbisschop van Canterbury.
  • Op 19 maart, de hoogfeestdag van de Heilige Jozef, vond zijn intronisatie plaats. De paus ontving het pallium en de vissersring: hij koos voor een vergulde zilveren ring.[38] Die van paus Benedictus XVI was nog van massief goud.[39] Hij riep op net als Jozef beschermers te zijn van de schepping, van Gods plan ingeschreven in de natuur, beschermers van elkaar en van het milieu. Ook tot "tederheid" (= "Tenerezza"). De inauguratie werd gevolgd door een plechtige eucharistieviering op het Sint-Pietersplein, bijgewoond door officiële delegaties van meer dan 130 landen en volgens de persdienst van het Vaticaan door 150.000 tot 200.000 mensen.[40] Opmerkelijk was de aanwezigheid van Bartholomeus I, de patriarch van Constantinopel. Het was voor het eerst sinds het Grote Schisma in 1054 dat de primus inter pares (= de eerste onder de gelijken) van de oosters-orthodoxe kerken bij de inauguratie van een paus aanwezig was.[41][noot 1][noot 2] De gewaden van Franciscus waren opvallend sober. Na de plechtigheid ontving hij de hoofden van de verschillende delegaties. Hij telefoneerde opnieuw met zijn voorganger, om hem een gelukkige naamdag te wensen.
  • Op 20 maart ontving de paus de "broederlijke delegaties", vertegenwoordigers van christelijke en andere godsdiensten.
  • Op 21 maart ontving hij Adolfo Pérez Esquivel, Argentijns winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede.
  • Op 22 maart ontving de paus het corps diplomatique in audiëntie. Vooraf had hij een mis opgedragen die werd bijgewoond door de leden van de schoonmaakdiensten, de tuinmannen en andere personeelsleden van het Vaticaan.
  • Op 23 maart bracht Franciscus een bezoek in Castel Gandolfo aan Benedictus XVI. Het historische samentreffen van een paus in functie en een paus emeritus bestond uit een gebed in de kapel van de residentie, een onderhoud van ongeveer 45 minuten en een lichte maaltijd.
  • Op paaszondag, 31 maart 2013, wenste Franciscus voorafgaand aan het uitspreken van de zegen Urbi et orbi alleen in het Italiaans een zalig Pasen. Door zijn beide voorgangers werd dat nog in meer dan zestig talen gedaan. Voor het eerst in 28 jaar bedankte de paus de Nederlandse bloementelers dan ook niet in het Nederlands, maar in het Italiaans voor het schenken van de tienduizenden bloemen ter versiering van het Sint-Pietersplein.[42]
  • Op 13 april 2013 stelde Franciscus een groep van acht kardinalen in die de opdracht kreeg hem te adviseren over de inrichting van het bestuur van de Rooms-Katholieke Kerk, en voorstellen te bestuderen om de door paus Johannes Paulus II ingestelde apostolische constitutie Pastor Bonus te herzien.

Voetwassing van jonge vrouwen en moslimsBewerken

Op 28 maart 2013 waste en kuste Franciscus als eerste paus op Witte Donderdag de voeten van vrouwen en moslims.[43] Hij deed dat in de kapel van de jeugdgevangenis Casal del Marmo in Rome. Met het wassen van de voeten van vrouwen legde Franciscus de kerkregels naast zich neer die strikt aangeven dat bij een rituele rooms-katholieke voetwassing alleen mannelijke voeten gereinigd mogen worden. Verder brak hij met de traditie om de voetwassing te laten plaatsvinden in een parochiekerk of in de Sint-Pieterskerk. Naast het wassen van de voeten van twee jonge vrouwelijke gedetineerden waste en kuste hij ook de voeten van tien jeugdige mannelijke gevangenen. Twee van de personen wiens voeten hij waste waren moslim.[44]

Het is de traditie dat een paus op Witte Donderdag de voeten van twaalf personen wast en kust, in navolging van Jezus Christus die dat bij zijn apostelen deed de avond voor zijn kruisiging. Vorige pausen wasten normaal gesproken de voeten van priesters, die de apostelen moesten verbeelden. Als aartsbisschop waste de paus al eerder de voeten van vrouwen. Zo waste hij die van zwangere vrouwen en ook die van pasgeboren baby's.[45][46] In 2001 deed hij het bij hiv- en aidspatiënten en zeven jaar later bij verslaafden die aan het afkicken waren.[47][48].

Zorg voor de dak- en thuislozenBewerken

Al snel stelde Franciscus door zijn hoofdaalmoezenier, de Poolse Mgr. Konrad Krajewski (sinds 2018 kardinaal), concrete daden om de nood van de dak- en thuisloze personen in Rome te verlichten. Zo kwamen er bij de zuilengang van Bernini, die het Sint-Pietersplein omarmt, douchecabines, toiletten, een kapperservice en een door vrijwilligers bemand medisch centrum.[49]

Nieuwe kardinalenBewerken

Op 22 februari 2014 hield de paus zijn eerste consistorie voor de creatie van nieuwe kardinalen.[50][51] Onder degenen die bij die gelegenheid een rode bonnet en de kardinaalsring ontvingen[52] waren de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, de Duitse aartsbisschop Gerhard Ludwig Müller en de nieuwe staatssecretaris, aartsbisschop Pietro Parolin.[53] Bijna één jaar later, op 14 februari 2015, hield hij een tweede consistorie, waarbij 20 nieuwe kardinalen gecreëerd werden. Op 19 november 2016 volgde er een derde: toen werden 17 nieuwe kardinalen gecreëerd. Op 28 juni 2017 werden nog eens vijf nieuwe kardinalen gecreëerd en exact één jaar later (op 28 juni 2018) 14.

  Zie ook Consistories van paus Franciscus.

Bijzonder JubeljaarBewerken

Op 13 maart 2015 kondigde paus Franciscus in de Sint-Pietersbasiliek een bijzonder Jubeljaar voor de barmhartigheid aan. Het Jaar van barmhartigheid startte formeel op 8 december 2015, Hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, met de opening van de Heilige Deur in de Sint-Pieter, en eindigde op 20 november 2016, Hoogfeest van Christus Koning.[54] Feitelijk was de eerste Heilige Deur die hij opende die van de kathedraal van Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek, waar hij kort tevoren op apostolisch bezoek was geweest. Ook de Heilige Deuren van de drie overige basilieken van Rome werden geopend en voor het eerst mochten alle andere bisdommen kerken met een Heilige Deur aanwijzen. Aldus hebben zij die zich geen reis naar Rome kunnen veroorloven sindsdien een Heilige Deur "in de buurt".

Hervorming CurieBewerken

Al langere tijd was duidelijk dat de Romeinse Curie aan hervorming toe was. Franciscus heeft daarom vrijwel direct na zijn benoeming tot paus medewerkers benoemd om hem bij deze hervorming ten dienste te staan: de Raad van Kardinalen (ook wel C9 genoemd). Vlak voor Kerstmis 2014 bekritiseerde hij leden van de Romeinse Curie in niet mis te verstane bewoordingen: hij somde 15 mentale kwalen op waaraan zij in hun hoedanigheid als curiemedewerkers leden, onder andere "spirituele alzheimer".[55]

FinanciënBewerken

Op 24 juni 2013 besloot paus Franciscus tot de instelling van een pauselijke onderzoekscommissie met als opdracht te rapporteren over een reorganisatie van het Instituut voor Religieuze Werken.[56] Kardinaal Raffaele Farina werd benoemd tot voorzitter van deze commissie.

Op 8 augustus 2019 ondertekende hij een zogenaamd chirograaf, waarmee hij voor twee jaar ("ad experimentum", oftewel "bij wijze van experiment") maatregelen goedkeurde die het Instituut zouden moeten reorganiseren in lijn met internationale wetten en regelgeving en die al door de Raad van Kardinalen was goedgekeurd. Nieuw is wel dat er een externe auditeur komt (een persoon of bedrijf), die dit drie termijnen mag controleren. Dat was overigens al recente praktijk en werd toen dus statutair vastgelegd. Interne auditeurs kwamen daarmee te vervallen. De Commissie van Kardinalen werd sindsdien nog maar bemand door vijf kardinalen, die elk één termijn van vijf jaar vervulden. Zij kiest de "prelaat", die eveneens één mandaat krijgt van vijf jaar. De Raad van Toezicht zal bestaan uit zeven katholieke leken, die elk ook al één termijn van vijf jaar deel mogen nemen aan de raad. Ten slotte komt er een exclusiviteitsverplichting voor elk personeelslid van het Instituut, die belangenverstrengeling zou moeten voorkomen.[57]

Seksueel misbruikBewerken

Vanaf het begin van zijn pontificaat kreeg hij (net als zijn voorganger) te maken met de crisis van het seksueel misbruik van minderjarigen in de kerk, die om een afdoende en pastoraal antwoord vroeg. Paus Franciscus heeft bij verschillende gelegenheden ontmoetingen gehad met misbruikslachtoffers.[58] Hij werd echter ook beschuldigd van al te lakse maatregelen tegenover geestelijken die misbruikgevallen hebben verzwegen.[59][60]

ChiliBewerken

Tijdens zijn bezoek aan Chili in januari 2018 vroeg hij vergeving voor het kindermisbruik door priesters in de Chileense Katholieke Kerk. Vooral de zaak rond het misbruik door priester Fernando Karadima, die betrokken was bij de opleiding van priesters, bracht veel opschudding teweeg in dit vanouds katholieke land. Er stak een storm van kritiek op toen hij het opnam voor bisschop Juan Barros, die beschuldigd werd de zaak in de doofpot te hebben willen stoppen. Hij noemde deze beschuldigingen "zonder bewijs" door slachtoffers "laster".[61] Wel zond hij Mgr. Charles Scicluna als zijn speciale gezant naar Chili om de zaak te onderzoeken.

In een brief aan de 32 Chileense bisschoppen, gedateerd 11 april 2018, gaf hij toe dat hij "ernstige fouten heeft gemaakt in de beoordeling en perceptie van een misbruikschandaal" in hun land. En verder schreef hij daarin "schaamte te voelen over uitspraken die hij (daarover) gedaan heeft". Mgr. Juan Barros noemde hij niet.[62]

In het weekend van 28 en 29 april 2018 had hij privéontmoetingen en samenkomsten met drie Chileense misbruikslachtoffers in zijn appartement in Domus Sanctae Marthae, waarbij hulpverleners aanwezig waren.[63] Later heeft hij nog vijf Chileense priesters ontvangen die slachtoffers zijn van voornoemde Fernando Karadima. Hij vierde de eucharistieviering met hen in concelebratie.

Naar aanleiding van een kritisch en lijvig (2300 bladzijden) rapport van Vaticaanse onderzoekers over misbruikzaken en pogingen deze toe te dekken werd in mei 2018 een bijeenkomst gehouden van alle Chileense bisschoppen met de paus in het Vaticaan. Zij boden bij deze gelegenheid hun ontslag aan hem aan. Vooralsnog hield hij dit op dat ogenblik in beraad. Toen hij echter in maart 2019 ontslag verleende aan de aartsbisschop van Santiago de Chile, kardinaal Ricardo Ezzati, werden met hem ook nog acht Chileense bisschoppen ontslagen.

CrisisberaadBewerken

Van 21 tot 24 februari 2019 kwam de door hem georganiseerde unieke conferentie van bisschoppen van over heel de wereld in het Vaticaan samen om over oplossingen voor deze crisis na te denken, samen te bidden en in dialoog te gaan. Hij kwam zelf met 21 voorstellen. De bisschoppen luisterden naar levensverhalen van slachtoffers. De bedoeling van de conferentie was onder andere alle bisschoppen te overtuigen dat seksueel misbruik overal kan bestaan en om oplettendheid vraagt, om slachtoffers serieus te nemen en gedragscodes op te stellen en toe te passen.

Op 7 mei 2019 ondertekende hij - verwijzend naar deze conferentie - een document, meer bepaald het motu proprio "Vos estis lux mundi" (Latijn voor "Jullie zijn het licht van de wereld"), dat voor heel de wereldkerk aangeeft hoe te handelen bij een vermoeden van seksueel misbruik.[64] Daarin staat dat: 1. alle priesters en religieuzen verplicht zijn mogelijk seksueel misbruik (ook het bezit van kinderporno) en/of het toedekken daarvan te melden bij hun bisschop of overste (in het geval van minderjarigen, kwetsbare personen, mensen in afhankelijkheidsrelaties, vrouwelijke religieuzen); 2. alle bisdommen waar ook ter wereld een makkelijk toegankelijk meldingssysteem in werking moeten stellen (melders kunnen zich ook direct tot Rome wenden); 3. melders en klokkenluiders begrip en bescherming moeten ondervinden; 4. wanneer het een verdachte bisschop betreft de plaatselijke metropoliet een (binnen drie maanden af te ronden) onderzoek moet instellen (tenzij Rome de zaak naar zich trekt). Er blijven echter vragen: een bisschop blijft rechter en partij, hij hoeft geen experts in een zaak te betrekken en mogelijke slachtoffers krijgen niet automatisch resultaat van het onderzoek te horen.[65]

BisschoppensynodesBewerken

Paus Franciscus heeft verschillende synodale vergaderingen van bisschoppen uit heel de wereld "in Rome" bijeengeroepen:

  • In oktober 2014 over huwelijk en gezin. Deze kreeg het jaar daarna een vervolg:
  • In oktober 2015 over huwelijk en gezin. Zijn conclusie volgde in de apostolische exhortatie Amoris laetitia.
  • In oktober 2018 over de hulp die de kerk de jongeren kan en moet bieden bij het onderscheiden van hun roeping. Hij hield met afgevaardigde jongeren een voorbereidende bijeenkomst vooraf. Zij schreven een boodschap gericht aan de synodevaders.

Beleid bedevaartplaatsenBewerken

MedjugorjeBewerken

Op de terugvlucht naar Rome vanuit Portugal in mei 2017 uitte de paus tegenover journalisten zijn persoonlijke twijfels over de authenticiteit van beweerde Mariaverschijningen in Medjugorje in Bosnië en Herzegovina. Hij maakte - op basis van een rapport van de theologencommissie (gepubliceerd in 2014) die zijn voorganger in 2010 had ingesteld - een onderscheid tussen de eerste zeven verschijningen aan zes tieners (vanaf 24 juni 1981), die volgens hem verder onderzoek verdienen, en die van daarna. Hij toonde moeite te hebben met het aantal boodschappen dat Maria wordt toegedicht. Ik geef de voorkeur aan de Madonna als moeder, onze moeder, en geen vrouw die aan het hoofd staat van een kantoor dat dagelijks op een bepaald tijdstip een boodschap verstuurt. Dat is niet de moeder van Jezus, zei hij bij deze gelegenheid. Hij benadrukte wel dat dit zijn persoonlijke mening was.[66] In 2018 benoemde hij de Poolse aartsbisschop Henryk Hoser, emeritus-aartsbisschop van Warschau-Praga, tot apostolisch visitator.

Los van het onderzoek naar de echtheid ervan stond hij in mei 2019 toe dat sindsdien ook officiële kerkelijke bedevaarten daarheen georganiseerd mogen worden. Tot dan toe was pelgrimeren naar Medjugorje altijd een privé-aangelegenheid.[67] Verantwoordelijken voor deze bedevaarten moeten er echter voor zorgen dat de pelgrims niet in de waan komen te verkeren dat de H. Stoel de verschijningen met deze maatregel heeft erkend.

LourdesBewerken

Paus Franciscus benoemde in 2019 de hulpbisschop van Rijsel, Mgr. Antoine Hérouard, tot zijn persoonlijke (tijdelijke) gezant voor het Maria-bedevaartsoord van Lourdes om er de pastorale zorg voor de miljoenen pelgrims die jaarlijks het bedevaartsoord bezoeken, te helpen verbeteren en versterken. De paus wil dat in alle Maria-bedevaartsoorden in de wereld – groot of klein – gebed en christelijke getuigenis onvoorwaardelijk voorop blijven staan. Het wereldberoemde Lourdes in de Franse Pyreneeën dreigde meer en meer een zakelijke onderneming te worden, ten koste van de spiritualiteit en devotie.[68] Economisch gesproken was het oord, door toedoen van een nieuwe directeur (eerder manager bij Renault), na tien jaar weer winstgevend geworden.

Interreligieuze dialoogBewerken

IslamBewerken

Net als zijn directe voorgangers voert ook paus Franciscus een dialoog met de islam, dit wil zeggen met vertegenwoordigers van belangrijke centra daarvan, zowel soennitisch als sjiitisch. Hij sprak bijvoorbeeld enkele malen met de rector (= sheikh) van de soennitische Al-Azhar-universiteit. De rector, Ahamad al-Tayyib, en de paus ondertekenden op 4 februari 2019 de zogenaamde "Verklaring van Abu Dhabi".[69] Deze unieke islamitisch-katholieke religieuze verklaring nodigt uit tot het aangaan van dialoog tussen alle gelovigen, wijst terrorisme sterk af en roept onder andere op de rechten van vrouwen, gezinnen, kinderen en bejaarden te erkennen en erkenning te doen vinden.[70]

Betrekkingen met statenBewerken

ChinaBewerken

In 2018 sloot de Heilige Stoel een "voorlopig akkoord" met de Volksrepubliek China. Onderdeel daarvan vormde het door Rome erkennen van zeven "staatsbisschoppen".[71] Enkele Romegetrouwe bisschoppen van de "ondergrondse kerk" moesten hun zetel opgeven.

TibetBewerken

Tegen half december 2014 weigerde Franciscus de dalai lama te ontvangen, die om een audiëntie had gevraagd. Een woordvoerder van het Vaticaan gaf als reden op de fragiele relatie van de Heilige Stoel met de Volksrepubliek China. Deze neemt het regeringen die de dalai lama ontvangen kwalijk.[72]

IsraëlBewerken

Met de staat Israël had de Heilige Stoel op 30 december 1993 een basisakkoord gesloten. Er bleven echter zaken die ook anno 2019 nog steeds niet geregeld zijn, waardoor het akkoord niet helemaal werkt volgens het Vaticaan. Dan gaat het over eigendomsrechten (kerken en kloosters) en belastingen. Beide landen hebben onderhandelingsteams die geregeld besprekingen met elkaar voeren. De ene keer in Rome, dan weer in Jeruzalem.[73]

Paus Franciscus bezocht Israël en Palestina in 2014 (Het Vaticaan erkent ook de staat Palestina en sloot er een verdrag mee). Hij legde met in Israël wonende katholieke kinderen een krans op het graf van Theodor Herzl in Jeruzalem. In Bethlehem bezocht hij de Afscheidingsmuur en bad hij kort. Dit bracht Benjamin Netanyahu ertoe even later hun auto stil te laten houden en de paus een monument voor Israëlische slachtoffers van terreur te tonen. De paus nodigde zowel Netanyahu als Mahmoed Abbas uit om naar zijn huis in het Vaticaan te komen om na te denken over en te bidden voor vrede tussen hun volken. Dit gebeurde.

De tot nu toe laatste Latijnse patriarch van Jeruzalem was Fouad Twal (21 juni 2008 - 24 juni 2016). Na diens terugtreden is de zetel tot op heden (2019) vacant gebleven; er is een apostolisch administrator, de Italiaanse Mgr. Pizzaballa, die de zaken waarneemt.

OpvattingenBewerken

GodBewerken

"God is een klank van stilte ... De stijl van God is niet die van het spektakel: God is werkzaam in de nederigheid, in de stilte, in de kleine dingen, de simpele dingen."[74]

Jezus Christus belijdenBewerken

Zowel in zijn eerste homilie als paus als in zijn eerste toespraak tot de kardinalen sprak Franciscus over het wandelen in de aanwezigheid van Jezus Christus en benadrukte hij de opdracht van de Kerk om hem te verkondigen. In de audiëntie met de kardinalen zei hij: "Aangezet door het Jaar van het Geloof zullen we allen samen, herders en gelovigen, een poging doen om gelovig te reageren op de eeuwige missie: Jezus Christus naar de mensheid te leiden, en de mensheid naar een ontmoeting met Jezus Christus: de Weg, de Waarheid en het Leven werkelijk aanwezig in de Kerk en, tegelijkertijd, in elke persoon. Deze ontmoeting maakt ons nieuwe mensen in het mysterie van de Genade, en zet ons hart aan tot de christelijke vreugde die voor degenen die Hem in hun leven verwelkomen het honderdvoudige is wat Christus ons geeft."[75]

In zijn homilie benadrukte hij dat "als we Jezus Christus niet belijden, er dingen misgaan. We worden wellicht een liefdadigheidsorganisatie, maar niet de Kerk, de bruid van de Heer." Verder verkondigde hij dat "Wanneer we Jezus Christus niet belijden, we de wereldsheid van de duivel belijden ... wanneer we Christus belijden zonder het kruis, zijn we geen leerlingen van de Heer, dan zijn we werelds."[76]

Het thema van het afwijzen van "geestelijke wereldsheid" is zelfs voor hij paus werd omschreven als leidmotief van zijn verkondiging.[77] Vanuit zijn visie op wereldsheid als het "centreren op het zelf", noemde hij dit het "grootste gevaar voor de Kerk, voor ons, die de Kerk zijn."[78]

Maria, die de knopen ontwartBewerken

Paus Franciscus heeft, sinds zijn studietijd in Duitsland, een bijzondere verering voor Maria, die de knopen ontwart. Hij nam ansichtkaarten van dit genadebeeld, dat zich in het Beierse Augsburg bevindt, mee terug naar Argentinië.[79] Sindsdien worden kopieën van het wonderdadige schilderij in verscheidene Argentijnse kerken vereerd. Ook als paus bleef hij regelmatig verwijzen naar deze volksdevotie.[80]

Sociale leerBewerken

Franciscus staat bekend als een verdediger van de armen. "We leven in het meest ongelijke deel van de wereld, dat het meest is gegroeid, maar dat de ellende het minst heeft verminderd", zei Bergoglio tegen Latijns-Amerikaanse bisschoppen in 2007. "De onrechtvaardige verdeling van goederen duurt voort, wat een situatie veroorzaakt van sociale zonde die uitschreeuwt naar de hemel, en die de mogelijkheden van een voller leven limiteert voor zovelen van onze broeders."[81] Vaticaankenner Gerard O'Connell vertelde over hem: "Dit is een man die naar de krottendorpen gaat en met de mensen kookt."[82]

Als aartsbisschop verkoos hij te wonen in een eenvoudig appartement boven het wonen in het bisschoppelijk paleis. Hij weigerde een chauffeur met limousine en gaf er de voorkeur aan de bus te nemen naar zijn werk. Ook kookte hij zijn eigen maaltijden.[81]

Zwakkeren in de samenlevingBewerken

In 2007 veroordeelde Bergoglio dat wat hij "de culturele tolerantie van kindermishandeling" noemde en het "wegwerpen van de ouderen". Hij liet sterk zijn afkeur blijken over de mishandeling van kinderen, dat hij "demografisch terrorisme" noemde, en beweende hun uitbuiting. Ook het verwaarlozen, en als waardeloos beschouwen, van ouderen om hun hoge leeftijd keurde hij af.[83]

Moraliteit als antwoord op de genade van GodBewerken

Bergoglio beziet moraliteit in het verband van een ontmoeting met Christus. Deze ontmoeting wordt volgens hem "veroorzaakt" door barmhartigheid, en "het bevoorrechte brandpunt van de ontmoeting is de liefkozing die de barmhartigheid van Jezus Christus over mijn zonde vormt".

Op deze wijze, vertelt hij, ontstaat een nieuwe moraliteit, een overeenstemming met barmhartigheid. Hij beschouwt deze moraliteit als een "revolutie". Het is voor hem geen "titaneninspanning van de wil", maar "simpelweg een antwoord" op een "verrassende, onvoorzienbare en "onrechtvaardige barmhartigheid". Het is "niet een nooit vallen, maar een altijd weer opstaan".[84]

Volgens zijn biografie, getiteld De Jezuïet, veranderde zijn leven toen hij op zeventienjarige leeftijd, tijdens een dag van studentenvieringen, met biechten begon. "Iets vreemds overkwam mij. (...) Het was een verrassing, de verbijstering over een ontmoeting. (...) Dit is de religieuze ervaring: de verbijstering over het ontmoeten van iemand die op jou gewacht heeft. (...) God is degene die ons eerst zoekt."[85]

KerkBewerken

De kerk is, volgens Franciscus, als een veldhospitaal na een slag. Geestelijken moeten wonden helen, zich niet verliezen in het handhaven van regels. Controleren of preken wel orthodox zijn, oordelen over vrouwen die in benarde omstandigheden voor abortus kiezen, het bruusk afwijzen van homo's; dat moet niet de hoofdtaak zijn. De kerk moet vooral ieder de liefde van God voorhouden. De biechtstoel is geen folterkamer, maar een ruimte voor barmhartigheid.[86]

KlerikalismeBewerken

Al verschillende keren, bijvoorbeeld tijdens zijn openingstoespraak van de "Jongerensynode" in oktober 2018, bekritiseerde hij het klerikalisme: Klerikalisme komt voort uit een elitaire en exclusieve visie op roeping, die de wijding begrijpt als een machtiging eerder dan als een vrije en edelmoedige dienst. Daardoor denken we te behoren tot een groep die alle wijsheid in pacht heeft en die niet hoeft te luisteren of te leren. We moeten ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurt. Luisteren en stereotypen achterwege laten vormen het beste tegengif.

CelibaatBewerken

In het boek 'Sobre el Cielo y la Tierra' (= 'Over de Hemel en de Aarde') uit 2012 geeft dan nog kardinaal Bergoglio aan niet uit te sluiten dat voor rooms-katholieke priesters het celibaat, dat negenhonderd jaar na de dood van Christus werd ingesteld, wordt opgeheven, maar alleen culturele redenen zouden daarvoor volgens hem aanleiding kunnen geven. Hij gelooft niet dat het celibaat wordt opgeheven om het priestertekort op te lossen. Hij verwijst in het boek ook naar andere christelijke kerken, waar priesters getrouwd mogen zijn, maar bisschoppen niet.[10] In een interview in 2014 zei Franciscus in antwoord op de vraag of het celibaat in de Rooms-Katholieke Kerk een groeiend probleem wordt: "Het probleem bestaat zeker, maar is niet zo omvangrijk. Er is tijd nodig, maar er zijn oplossingen, en we zullen die vinden."[87]

Vrouwelijke priesters en diakens?Bewerken

Tijdens zijn eerste persconferentie na zijn verkiezing tot paus, op 29 juli 2013, zei hij dat tijdens zijn pontificaat vrouwen niet toegelaten zullen worden tot het priesterschap: "De kerk heeft gesproken en zegt nee. Die deur is gesloten." Ook zei hij op 15 december 2013 dat er geen vrouwelijke kardinalen komen. Hij zei wel graag te zien dat vrouwen vaker leidinggevende rollen innemen in de zielzorg en in kerkbesturen.[88]

De paus heeft daarom in 2016 - op vraag van de Internationale Unie van vrouwelijke religieuzen - een commissie van theologen (bestaande uit zes mannen en zes vrouwen) onder leiding van het hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer, kardinaal Luis Ladaria Ferrer - aan het werk gezet om te bestuderen of het theologisch mogelijk is vrouwen te wijden tot permanent diaken.[89] Allereerst moest deze onderzoeken of er sacramenteel gewijde vrouwelijke diakens hebben bestaan in de vroegste kerkgeschiedenis. Begin mei 2019 liet de paus weten dat hem uit het rapport van de commissie is gebleken dat deze niet tot een eensluidend standpunt is kunnen komen over die vraag. Verdere studie is volgens hem dan ook nodig voor een definitief ja of nee.[90]

HomoseksualiteitBewerken

 
Toenmalig kardinaal Bergoglio in 2010 met de Argentijnse presidente Kirchner

Als kardinaal steunde Bergoglio de kerkelijke leer over homoseksualiteit, met inbegrip van de leer dat mannen en vrouwen met diepgewortelde homoseksuele neigingen moeten worden aanvaard met respect, mededogen en gevoeligheid en dat elke vorm van onrechtvaardige discriminatie jegens hen moet worden vermeden. Hij is echter sterk gekant tegen de wetgeving die in 2010 door de Argentijnse regering is aanvaard over het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Hij noemde het "een echte en ernstige antropologische terugval".[91] In een brief aan de kloosters van Buenos Aires schreef hij: "Laten we niet naïef zijn, dit is niet slechts een politieke strijd, het is een poging Gods plan te vernietigen. Het is niet slechts een wet (een eenvoudig instrument), maar een poging van de vader van de leugen, die tracht de kinderen van God te verwarren en misleiden."[92]

Over adoptie door homoseksuele paren schreef hij: "Op het spel staan de identiteit en het voortbestaan van het gezin: vader, moeder en kinderen. Op het spel staan de levens van vele kinderen die bij voorbaat worden gediscrimineerd, en aan wie de menselijke ontwikkeling, gegeven door een vader en een moeder, en gewenst door God, wordt ontzegd."[92]

Als paus zei hij tegen journalisten op de terugweg van de Wereldjongerendagen in juli 2013 in Rio de Janeiro: dat wanneer een homoseksuele persoon van goede wil en op zoek naar God is in zijn of haar leven, ik niet de persoon ben om over hem of haar te oordelen.[93] Hij refereerde aan de leer van de Rooms-Katholieke Kerk die verbiedt homo's te discrimineren en marginaliseren.[88] De Nederlandse belangenvereniging voor homo's en biseksuelen COC Nederland noemde de uitspraken een stap in de goede richting.[94]

GendertheorieBewerken

De lessen die in Frankrijk worden gegeven over 'gendertheorie' zijn volgens Franciscus een vorm van ideologische kolonisatie. De kerkvader stelt dat het niet normaal is dat kinderen wordt geleerd dat ze van geslacht kunnen veranderen.[95]

Huwelijk en gezinBewerken

Op 14 september 2014, de dag van het feest van de Kruisverheffing, verbond paus Franciscus in de Sint-Pietersbasiliek twintig stellen in de echt. Onder hen waren een man wiens huwelijk was nietig verklaard, een vrouw die al een kind had en verscheidene paren die al ongehuwd samenleefden. Paus Franciscus onderstreepte bij deze gelegenheid dat het huwelijk "het echte leven" betreft en "niet een of andere televisieshow". Volgens de paus "moet de Kerk een vergevingsgezinde Kerk zijn".[96]

Op 19 maart 2016 bracht paus Franciscus onder de titel Amoris laetitia (= De vreugde van de liefde) een post-synodaal apostolisch geschrift uit dat was gewijd aan de pastorale zorg aan gezinnen.[97] Het volgde op de bisschoppensynoden over het gezin die gehouden waren in 2014 en 2015. Het geschrift behandelt een groot aantal onderwerpen gerelateerd aan het huwelijk in de Katholieke Kerk en het gezinsleven, alsook de hedendaagse uitdagingen waarmee gezinnen in de hele wereld te maken hebben. Het moedigt pastores en leken aan gezinnen met bijzondere noden te begeleiden en van zorg te voorzien. Amoris laetitia omvat ook een uitgebreide reflectie over de betekenis van de liefde in de dagelijkse werkelijkheid van het gezin. Controverse ontstond over de vraag of wat in het document gesteld wordt[98] wijziging heeft gebracht met betrekking tot de toegang tot het sacrament van de eucharistie van mensen die in "irreguliere situaties" leven, bijvoorbeeld gescheiden mensen die een nieuw burgerlijk huwelijk zijn aangegaan. Vele nationale bisschoppenconferenties en bisschoppen hebben dit deel van Amoris laetitia uitgewerkt in richtlijnen voor de pastorale zorg aan mensen in 'ongewone' situaties. In Nederland gebeurde dat niet: kardinaal Wim Eijk maakte na de bisschoppensynode over huwelijk en gezin in 2015 bekend dat de Kerk het standpunt dient te handhaven dat hertrouwde gescheidenen de communie wordt onthouden.

MigrantenBewerken

Het lot van migranten gaat paus Franciscus zeer ter harte. Dat bleek al aan het begin van zijn pontificaat door zijn bezoek aan het Italiaanse eiland Lampedusa begin juli 2013.[99] In 2019 toonde hij zich in een toespraak tot leden van de Pauselijke Academie voor Sociale Wetenschappen in Rome ter gelegenheid van een congres over het thema natie, staat en nationale staat bezorgd over de heropleving van agressieve gevoelens jegens vreemdelingen en met name immigranten: De wijze waarop een land migranten verwelkomt, openbaart zijn visie op menselijke waardigheid en zijn relatie met de mensheid.[100]

MilieuvraagstukBewerken

Dit gaat de paus zeer ter harte: hij wijdde er een encycliek aan, Laudato Si' (van 24 mei 2015), waarin hij onder meer een oproep deed aan gelovigen en alle mensen de ernst van dit vraagstuk niet te ontkennen en er een serieus antwoord op te geven. Ook bepaalde hij dat de Rooms-Katholieke Kerk zich voortaan aan het begin van het kerkelijk jaar op 1 september bij de Grieks-Orthodoxe Kerk aansluit wanneer deze de dag van de schepping viert. Hun oecumenisch Patriarch van Constantinopel Bartolomaios zet zich ook zeer sterk in voor het milieu.[101] Op een woensdagaudiëntie in het voorjaar van 2019 was de 16-jarige Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, bekend van de schoolstaking voor het klimaat, aanwezig op het Sint-Pietersplein. Zij dankte de paus voor zijn inzet inzake klimaatverandering en de paus moedigde haar aan door te gaan met de hare.

MaffiaBewerken

Paus Franciscus riep tijdens het Angelusgebed op 26 mei 2013 de leden van de maffia op om berouw te tonen. Hij toonde zich bewogen door het lijden van vrouwen, mannen en kinderen die door de vele vormen van de georganiseerde misdaad worden uitgebuit. Hij herinnerde aan paus Johannes Paulus II, die in mei 1993 in de stad Agrigento op Sicilië de maffiosi opriep tot inkeer te komen, want op een dag worden jullie met het oordeel van God geconfronteerd. Een dag eerder waren tienduizenden gelovigen op Sicilië aanwezig bij de zaligverklaring van de priester Pino Puglisi. Die werd in 1993 vermoord vóór de kerk in de wijk Brancaccio in de Siciliaanse hoofdstad Palermo, waar hij tegen de maffia streed. Vooral zijn jongerenwerk was hen een doorn in het oog.[102]

In 2014 richtte Franciscus zich bij zijn bezoek aan Calabrië tot leden van de maffiaorganisatie 'Ndrangheta en zei dat zij "scommunicati" waren (= buiten de katholieke gemeenschap stonden), als ze zich niet zouden bekeren (technisch gesproken geen formele excommunicatie). Calabrië is het centrum van genoemde criminele organisatie.[103]

Op 15 september 2018 bezocht Franciscus Palermo om er het 25-jarig jubileum te vieren van Puglisi's martelaarschap. Hij bad bij zijn graf in de kathedraal en zei in zijn preek tot de menigte en tot hen die de eed van eer van de maffia hebben afgelegd dat de echte nederlaag in het leven is alleen maar voor zichzelf en eigen gewin te leven; dat God alle geweld afwijst en elke broeder of zuster bemint. Men kan niet in God geloven én een maffioso zijn! Maffiosi leven niet als christenen omdat zij met hun leven de Naam van God-Liefde lasteren. We hebben mannen en vrouwen van liefde nodig, geen mannen en vrouwen van eer! ... De maffioso zegt: jij weet niet wie ik ben. De christen zegt: ik heb jou nodig. ... Als de maffia dreigt: daar ga je voor betalen, dan zegt de christen: Heer, help mij lief te hebben. Broers en zussen van de maffia, ik zeg jullie te veranderen. Hou op met aan julliezelf te denken en aan jullie geld. Een lijkwade heeft geen zakken, je kunt niets meenemen. Als je je niet bekeert tot de ware God van Jezus Christus, gaat jullie leven verloren en dat zal jullie grootste nederlaag zijn.[104]

DoodstrafBewerken

Op 21 februari 2016 riep paus Franciscus tijdens het Angelus op het Sint-Pietersplein op tot een wereldwijde afschaffing van de doodstraf. Verwijzend naar het gebod "gij zult niet doden" zei de paus dat zelfs criminelen het onschendbare recht op leven hebben.[105]

Tot paus Franciscus sloot de Rooms-Katholieke Kerk niet uit dat toevlucht werd genomen tot de doodstraf als de identiteit en de verantwoordelijkheid van de schuldige voldoende konden worden vastgesteld en als dat de enige mogelijke weg is om mensenlevens effectief te beschermen tegen onrechtmatige aanvallers. Als echter onbloedige middelen volstonden om de veiligheid van personen te verdedigen en te beschermen tegen de aanvaller, moest de overheid zich volgens de Katholieke Kerk beperken tot deze middelen, omdat zij beter beantwoordden aan de concrete omstandigheden van het algemeen welzijn en ze meer in overeenstemming waren met de waardigheid van de menselijke persoon.[106]

De Kerk oordeelde tevens dat gezien de mogelijkheden die de overheid thans ter beschikking heeft, de gevallen waarin het absoluut noodzakelijk is de schuldige te doden zeer zeldzaam geworden zijn of praktisch niet meer voorkomen.[107]

Paus Franciscus oordeelt nu dat elke doodstraf indruist tegen de menselijke waardigheid die elke mens van God, zijn schepper, krijgt (bij zijn of haar conceptie). Het genoemde artikel in de Catechismus van de Katholieke Kerk is dan ook in deze zin gewijzigd. Bovendien staat er dat de katholieke kerk alles in het werk zal stellen om deze straf overal waar deze nog bestaat te doen afschaffen. Franciscus uitte zich tevens kritisch over levenslange gevangenisstraf. Deze mag geen verkapte doodstraf zijn, zoals hij op 11 mei 2018 bepaalde in een audiëntie met de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer.[108][109]

GeweldloosheidBewerken

In zijn boodschap ter gelegenheid van de 50e Wereldvredesdag op 1 januari 2017, Geweldloosheid, een stijl van vredespolitiek (Nonviolence, a Style of Politics for Peace),[110] hield paus Franciscus een warm pleidooi voor geweldloosheid. Bouwend op de leer van zijn voorgangers riep hij zijn toehoorders/lezers op om "van actieve geweldloosheid onze levenswijze te maken".

Als voorbeelden van geweldloze leiders noemde hij Mahatma Gandhi, Martin Luther King, Moeder Teresa, Abdul Ghaffar Khan en Leymah Gbowee. Hij noemde zijn voorganger paus Johannes Paulus II en citeerde diens woorden toen hij refereerde aan de geweldloze politieke omwentelingen waar hij getuige van was geweest.

Transsubstantiatie en glutenvrije hostiesBewerken

Op 8 juli 2017 publiceerde de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten op verzoek van paus Franciscus een circulaire gericht aan de bisschoppen om hen te herinneren aan de voorschriften die gelden voor de eucharistieviering. Die hebben met name betrekking op het brood en de wijn die bij de consecratie worden benut voor de omzetting in het Lichaam en Bloed van Christus, oftewel de transsubstantiatie.[111]

Glutenvrij brood is bij de eucharistieviering niet toegestaan. Hosties moeten worden gemaakt van ongedesemd brood en uit zuiver tarwemeel bestaan. Genetisch gemodificeerde ingrediënten zijn wel toegestaan.[111] Hosties die geen gluten bevatten zijn voor de kerk "ongeldige materie".[112]

De circulaire bracht onrust teweeg bij mensen met coeliakie, een stofwisselingsziekte veroorzaakt door een glutenintolerantie. Er staat in dat kerkgangers met deze ziekte een hostie mogen eten met minder gluten, maar geheel glutenvrije hosties zijn niet toegestaan. Voor sommige patiënten kan echter een beperkte hoeveelheid gluten al nadelige gevolgen hebben. Praktische consequentie van de maatregel is dat deze patiënten niet ter communie onder de vorm van de hostie kunnen gaan en dus geen deel kunnen hebben aan de eucharistie. Wel kunnen ze de eucharistie ontvangen onder de vorm van de geconsacreerde wijn.

Wereldwijd stuitte de maatregel van de paus op onbegrip.[113] De daarmee gepaard gaande opvatting dat brood alleen met gluten kan worden getransformeerd in het Lichaam van Christus wordt als zeer pijnlijk gezien voor trouwe gelovigen die niet tegen gluten kunnen.[114]

EncycliekenBewerken

Paus Franciscus publiceerde op 29 juni 2013, Hoogfeest van de Heilige Petrus en Paulus, de encycliek Lumen Fidei (= Licht van het Geloof), die voor een groot deel al geschreven was door zijn voorganger, paus Benedictus XVI.

Daarna zette hij zich aan het schrijven van een encycliek over een integrale ecologie, Laudato Si' (= 'Wees geprezen' - Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis), die op 18 juni 2015 werd gepubliceerd.[115][116]

Buitenlandse reizenBewerken

2013Bewerken

2014Bewerken

2015Bewerken

2016Bewerken

  •   Cuba: op 12 februari maakte de paus op weg naar Mexico een drie uur durende tussenstop op Cuba, waar hij op José Martí International Airport een besloten ontmoeting had met Kirill van Moskou, de patriarch van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Het was voor het eerst dat er een ontmoeting tussen een paus en een patriarch van Moskou plaatsvond. Er werd een overeenkomst gesloten.[127]
  •   Mexico: 12 tot 20 februari
  •   Griekenland: op 16 april bracht de paus een bezoek aan het Griekse eiland Lesbos, waar hij onder meer een vluchtelingenkamp bezocht
  •   Armenië: 24 tot 26 juni
  •   Polen: van 25 tot 31 juli nam de paus deel aan de Wereldjongerendagen in Krakau. Daar nodigde Bergoglio de jongeren uit om "wereldverbeteraars" te zijn. Hij vroeg om 1 miljoen jonge wereldverbeteraars. De Filipijnse kardinaal Luis Antonio Tagle introduceerde er Docat, een boek en app voor jongeren over de sociale leer van de kerk.
  •   Georgië en   Azerbeidzjan: 30 september tot 2 oktober
  •   Zweden: op 31 oktober was de paus aanwezig bij de oecumenische herdenkingsbijeenkomst in Lund ter gelegenheid van de start van de Reformatie. De bijeenkomst was tevens het begin van een jaar van evenementen rond de herdenking van 500 jaar Reformatie.[128]

2017Bewerken

2018Bewerken

2019Bewerken

Zalig- en heiligverklaringen (selectie)Bewerken

  • Pausen Johannes XXIII (1881-1963) en Johannes Paulus II (1920-2005): beiden heilig op 27 april 2014.
  • Paus Paulus VI (1897-1978): heilig op 14 oktober 2018.
  • Mgr. Óscar Romero (1917-1980), de vermoorde aartsbisschop van San Salvador: zalig op 23 mei 2015 en heilig eveneens op 14 oktober 2018.

Geschriften (selectie)Bewerken

  • Bergoglio, Jorge (1982) Meditaciones para religiosos. Diego de Torres, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (1987) Reflexiones espirituales sobre la vida apostólica. Diego de Torres, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (1992) Reflexiones in esperanza. Ediciones Universidad del Salvador, Buenos Aires
  • Redactie: Diálogos entre Juan Pablo II y Fidel Castro. Editorial de Ciencia y Cultura, Buenos Aires (1998)
  • Bergoglio, Jorge (2003) Educar. Exigencia y pasión. Desafíos para educadores cristianos. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (2004) Ponerse la patria al hombro. Memoria y camino de esperanza. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (2005) La nación por construir. Utopía, pensamiento y compromiso. VIII Jornada de Pastoral Social. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (2006) Corrupción y Pecado. Algunas reflexiones en torno al tema de la corrupción. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (2007) El verdadero poder es el servicio. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge (2011) Nosotros como ciudadanos, nosotros como pueblo. Hacia un bicentenario en justicia y solidaridad 2010-2016. Editorial Claretiana, Buenos Aires
  • Bergoglio, Jorge en Skorka, Abraham (2012) Sobre el Cielo y la Tierra. Sudamericana, Buenos Aires (het boek bevat gesprekken tussen aartsbisschop Bergoglio en rabbijn Abraham Skorka, rector van het Latijns-Amerikaanse rabbinale seminarium, over onder andere God, fundamentalisme, atheïsme, de dood, de Holocaust, homoseksualiteit en kapitalisme)

Toespraken (selectie)Bewerken

Voor een overzicht en de teksten van de (naar het Engels vertaalde) recente toespraken van de paus wordt verwezen naar de website van het Vaticaan.

Nederlandstalige boeken over paus FranciscusBewerken

  • Fens, Stijn, De nieuwe paus. Intriges in het Vaticaan, Singel Uitgeverijen (Amsterdam), 2013
  • Heijden, Christian van der, Paus Franciscus. De nederigheid aan de macht, VBK Media (Utrecht), 2013
  • Grothues, Bernard, Paus Franciscus I. De geschiedenis van een Argentijnse kardinaal die paus werd, verteld in dertig chronogrammen, Grothues (Hoensbroek), 2013
  • Slingerland, Monic, Paus Franciscus, het eerste jaar: Revolutie van tederheid, Uitgeverij Adveniat (Baarn), 2014 ISBN 9789491042973
  • Heijden, Christian van der, Paus Franciscus. Het tweede jaar. Geest en tegenwind, VBK Media (Utrecht), 2015

TriviaBewerken

  • De Argentijnse stad La Plata was op 26 maart 2013 de eerste die een straat naar paus Franciscus vernoemde.[129]
  • Het zakentijdschrift Forbes plaatste paus Franciscus in 2018 op de zesde plaats van machtigste leiders ter wereld.[130]
  • Het blad Time riep de paus in 2013 uit tot Person of the Year.[131]
  • Bergoglio is een liefhebber van films van de Argentijnse actrice, tangodanseres en zangeres Tita Merello, het Italiaanse neorealisme en de Argentijnse tango. Ook houdt hij van milonga, de traditionele muziek van Argentinië en Uruguay.[132].
  • Paus Franciscus houdt van lekker eten en koken. Roberto Alborghetti schreef het boek Eten met Franciscus met zijn favoriete recepten.[133]

KritiekBewerken

Al heel snel na zijn verkiezing tot paus werd Bergoglio bekritiseerd, bijvoorbeeld omdat hij bij openbare gelegenheden alleen nog maar de witte soutane draagt en gewone zwarte schoenen (en niet de rijk versierde stola, de helrode mantel en het donkerrode schoudermanteltje, de mozetta) en zelf zijn aktetas draagt bij reizen. Naar aanleiding van de apostolische exhortatie Amoris laetitia werd de kritiek echter sterker en meer inhoudelijk. Vier kardinalen schreven hem een openbare brief met hun leerstellige twijfels, hun zogenoemde "dubia" (Latijn voor "twijfel"), met betrekking tot dat document.[134] Hij heeft daar nooit op geantwoord. Er zijn conservatieve gelovigen, geestelijken en theologen die zich afvragen of hij niet ketters is (of dit gewoon stellen), en bijgevolg zou moeten worden afgezet. De Amerikaanse kardinaal Raymond Burke is een groot criticus van hem.[135]

Zie ookBewerken

Voorganger:
Benedictus XVI
Paus
2013–heden
Opvolger:
n.v.t.
1e-2e eeuw:Petrus · Linus · Anacletus I · Clemens I · Evaristus · Alexander I · Sixtus I · Telesforus · Hyginus · Pius I · Anicetus · Soter · Eleuterus · Victor I · Zefyrinus
3e-4e eeuw:Hippolytus · Calixtus I · Urbanus I · Pontianus · Anterus · Fabianus · Novatianus · Cornelius · Lucius I · Stefanus I · Sixtus II · Dionysius · Felix I · Eutychianus · Cajus · Marcellinus · Marcellus I · Eusebius · Miltiades · Silvester I · Marcus · Julius I · Liberius · Felix II · Damasus I · Ursinus · Siricius · Anastasius I
5e-6e eeuw:Innocentius I · Zosimus · Bonifatius I · Eulalius · Celestinus I · Sixtus III · Leo I · Hilarius · Simplicius · Felix II (III) · Gelasius I · Anastasius II · Symmachus · Laurentius · Hormisdas · Johannes I · Felix III (IV) · Dioscurus · Bonifatius II · Johannes II · Agapitus I · Silverius · Vigilius · Pelagius I · Johannes III · Benedictus I · Pelagius II · Gregorius I
7e-8e eeuw:Sabinianus · Bonifatius III · Bonifatius IV · Adeodatus I · Bonifatius V · Honorius I · Severinus · Johannes IV · Theodorus I · Martinus I · Eugenius I · Vitalianus · Adeodatus II · Donus · Agatho · Leo II · Benedictus II · Johannes V · Conon · Theodorus II · Paschalis I · Sergius I · Johannes VI · Johannes VII · Sisinnius · Constantijn I · Gregorius II · Gregorius III · Zacharias · Stefanus (II) · Stefanus II (III) · Paulus I · Constantijn II · Filippus · Stefanus III (IV) · Adrianus I · Leo III
9e-10e eeuw:Stefanus IV (V) · Paschalis I · Eugenius II · Valentinus · Gregorius IV · Sergius II · Johannes VIII · Leo IV · Anastasius III · Benedictus III · Nicolaas I · Adrianus II · Johannes VIII · Marinus I · Adrianus III · Stefanus V (VI) · Formosus · Bonifatius VI · Stefanus VI (VII) · Romanus · Theodorus II · Johannes IX · Sergius III · Benedictus IV · Leo V · Christoforus · Sergius III · Anastasius III · Lando · Johannes X · Leo VI · Stefanus VII (VIII) · Johannes XI · Leo VII · Stefanus VIII (IX) · Marinus II · Agapitus II · Johannes XII · Leo VIII · Benedictus V · Johannes XIII · Benedictus VI · Bonifatius VII · Benedictus VII · Johannes XIV · Bonifatius VII · Johannes XV · Gregorius V · Johannes XVI · Silvester II
11e-12e eeuw:Johannes XVII · Johannes XVIII · Sergius IV · Benedictus VIII · Gregorius VI · Johannes XIX · Benedictus IX · Silvester III · Benedictus IX · Gregorius VI · Clemens II · Benedictus IX · Damasus II · Leo IX · Victor II · Stefanus IX (X) · Nicolaas II · Benedictus X · Alexander II · Honorius II · Gregorius VII · Clemens III · Victor III · Urbanus II · Paschalis II · Theodorik · Albert · Silvester IV · Gelasius II · Gregorius VIII · Calixtus II · Honorius II · Celestinus II · Innocentius II · Anacletus II · Victor IV (Gregorius) · Celestinus II · Lucius II · Eugenius III · Anastasius IV · Adrianus IV · Alexander III · Victor IV (Octavianus) · Paschalis III · Calixtus III · Innocentius III · Lucius III · Urbanus III · Gregorius VIII · Clemens III · Celestinus III · Innocentius III
13e-14e eeuw:Honorius III · Gregorius IX · Celestinus IV · Innocentius IV · Alexander IV · Urbanus IV · Clemens IV · Gregorius X · Innocentius V · Adrianus V · Johannes XXI · Nicolaas III · Martinus IV · Honorius IV · Nicolaas IV · Celestinus V · Bonifatius VIII · Benedictus XI · Clemens V · Johannes XXII · Nicolaas V · Benedictus XII · Clemens VI · Innocentius VI · Urbanus V · Gregorius XI · Urbanus VI · Clemens VII · Bonifatius IX · Benedictus XIII
15e-16e eeuw:Innocentius VII · Gregorius XII · Alexander V · Johannes XXIII · Martinus V · Clemens VIII · Benedictus XIV · Eugenius IV · Felix V · Nicolaas V · Calixtus III · Pius II · Paulus II · Sixtus IV · Innocentius VIII · Alexander VI · Pius III · Julius II · Leo X · Adrianus VI · Clemens VII · Paulus III · Julius III · Marcellus II · Paulus IV · Pius IV · Pius V · Gregorius XIII · Sixtus V · Urbanus VII · Gregorius XIV · Innocentius IX · Clemens VIII
17e-18e eeuw:Leo XI · Paulus V · Gregorius XV · Urbanus VIII · Innocentius X · Alexander VII · Clemens IX · Clemens X · Innocentius XI · Alexander VIII · Innocentius XII · Clemens XI · Innocentius XIII · Benedictus XIII · Clemens XII · Benedictus XIV · Clemens XIII · Clemens XIV · Pius VI · Pius VII
19e-20e eeuw:Leo XII · Pius VIII · Gregorius XVI · Pius IX · Leo XIII · Pius X · Benedictus XV · Pius XI · Pius XII · Johannes XXIII · Paulus VI · Johannes Paulus I · Johannes Paulus II
21e eeuw:Benedictus XVI · Franciscus

Cursief: tegenpaus

  Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Paus Franciscus.