Hoofdmenu openen

GeschiedenisBewerken

EtymologieBewerken

Het woord eucharistie is afgeleid van het Griekse: εὐχαριστέω; eucharisteo, dat dankzeggen betekent. In het Modern Grieks betekent eucharisto nog altijd bedankt of dankjewel, alleen wordt het uitgesproken als evcharistó.[1]

HerkomstBewerken

Volgens de katholieke traditie werd de eucharistie door Jezus ingesteld aan de vooravond van zijn kruisiging tijdens het Laatste Avondmaal. De evangelies verhalen[2] hoe Jezus brood nam, dank zegde, het brak en een opdracht deed waaronder hij zei: "Dit is mijn lichaam." Hij deelde het uit aan zijn apostelen, nam een kelk met wijn, zegde dank en zei: "Dit is mijn bloed." Ook dit deelde hij uit aan zijn leerlingen, met de opdracht deze handelingen telkens te herhalen om hem te gedenken. Na de verrijzenis van Jezus herhaalden de mensen die zijn leer aanvaardden iedere zondag – zeer vroeg in de morgen – dit ritueel.

In de vroegste christengemeenten volgde de rituele viering van de eucharistie op een agape, een liefdesmaal dat door de lokale christenen gezamenlijk genuttigd werd in een bijruimte van een private woning. Vanaf de 2e eeuw is bij de vroegste kerkvaders zoals Justinus de Martelaar en Cyprianus van Carthago duidelijk dat het agape verdwenen is, mogelijk vanwege de reeds door de apostel Paulus bekritiseerde excessen. De viering van de eucharistische geheimen had plaats ofwel in privéwoningen, ofwel op de graven van de martelaren, meestal in het vroegst van de zondagochtend. Nadat vanaf Constantijn de Grote de zondag de officiële wekelijkse rustdag werd voor grote delen van de bevolking van het Romeinse Rijk vonden deze vieringen later op de voormiddag plaats en verplaatste de viering zich van kerkhof en familiewoning naar de basilicae.

BetekenisBewerken

In schriftelijke vorm wordt reeds bij de apostolische vader Ignatius van Antiochië (overleden 110) de eucharistie gedefinieerd als de gave, waarin Christus werkelijk lichamelijk aanwezig is. Uit circa 150 dateert de beschrijving van de eucharistische liturgie door Justinus de Martelaar, waarin Ignatius' weergave wordt bevestigd en blijkt dat de viering op zondagochtend plaats had.

 
Christus in eucharistie, door Joan de Joanes, 16e eeuw

De eucharistie vertegenwoordigt Christus' lijden en verrijzenis, is teken van het Nieuwe Verbond, van eenheid in Christus en van eenheid met de kerkelijke hiërarchie (paus, bisschoppen, priesters en diakens).

Niet alleen belangrijk is dat de tekenen van brood en wijn, lichaam en bloed van Christus worden: ook de deelnemers worden veranderd. Door de eucharistie worden de deelnemende gelovigen verenigd met de Heer en worden zó tot volk Gods. Het gaat dus om vereniging met de Heer, om later, in het gewone leven de Heer uit te dragen. Men ontvangt dus het Lichaam van Christus (de hostie) om zijn lichaam (Kerk) te worden.

Tegenwoordige praktijkBewerken

Het Griekse 'eucharistein' betekent 'danken'; 'eu' betekent 'goed' en 'charis' betekent 'geschenk'. De eucharistie is dankzegging voor een grote gave, namelijk de gave van het lichaam van Christus. In de viering van de eucharistie neemt de christen volledig deel aan de Kerk als gemeenschap van Christus. Juist door de eucharistie wordt de verbondenheid duidelijk van christenen met elkaar en met God. Zoals Jezus vroeger zijn vriendschap deelde met zijn vrienden/leerlingen, zo delen de christenen nu de vriendschap met elkaar en met God. Jezus Christus is gestorven en begraven, daarna verrezen en bij God opgenomen. Door de eucharistie danken christenen God voor de belofte dat mensen niet door de dood verloren zullen gaan, maar dat God alle mensen een naam geeft en hen herinnert. Christenen geloven dat ze in handen van God leven en dat hij hen beschermt waar nodig. Christenen geloven dat zij na de dood door God zullen worden opgenomen, zoals ook Jezus is opgenomen in de hemel. Dit is het nieuwe verbond, dat christenen vieren en beleven.

Praktijk in de Katholieke KerkBewerken

In de Katholieke Kerk kan het sacrament van de eucharistie dagelijks en in het bijzonder op zondag in de mis gevierd worden. De opbouw van de Heilige Mis of eucharistieviering (Ordo Missae) verloopt altijd volgens een vast patroon. Doorgaans is het de gewone mis.

In de Katholieke Kerk wordt een bijzondere vorm van ongedesemd brood, de hostie, gebruikt tijdens de viering. Hosties dienen (uitsluitend) te zijn gemaakt van tarwemeel. Glutenvrij brood is bij het Avondmaal in de katholieke kerk niet toegestaan. Hosties die geen gluten bevatten, zijn voor de kerk ,,ongeldige materie".[3] Voor mensen met coeliakie, een stofwisselingsziekte veroorzaakt door een glutenintolerantie, mag een uitzondering gemaakt worden. Ook de gebruikte wijn (miswijn) moet voldoen aan een aantal voorwaarden. De voornaamste is dat ze enkel van druiven is gemaakt. Het laten mede-consacreren van brood en wijn door anderen dan de gewijde bedienaar (een priester) geldt volgens het kerkelijk wetboek als een zwaar misdrijf.

Zowel paus Paulus VI als paus Johannes Paulus II hebben een encycliek gewijd aan dit sacrament (respectievelijk Mysterium Fidei (1965)) en Ecclesia de Eucharistia (2003).

Praktijk in de Orthodoxe KerkBewerken

De uitdrukking van de eenheid met God is voor de orthodoxe gelovige de eucharistische communio, waar hij onder beide gedaanten van liturgisch brood en wijn het kostbaar en werkelijk Lichaam van de verrezen Christus ontvangt.

De anticipatie van de wereld wordt ervaren in de Heilige Communie. De mystieke eenheid met Christus wordt "deïficatie" (ook wel theosis) genoemd, omdat in Christus' verrezen lichaam en bloed "de volheid van goddelijkheid verblijft". Het koninklijk priesterschap van alle gelovigen, hun wezenlijke gelijkheid in Christus (ontvangen door de doop), is bezegeld door deze manier van communicerende priesters en leken onder de beide gedaanten van Christus' lichaam.

Vergelijking met Heilig AvondmaalBewerken

In vergelijking met de eucharistie, wordt het Heilig Avondmaal in de meeste protestantse kerken minder frequent gevierd: van eenmaal per week tot slechts enkele malen per jaar. Ook is het in protestantse kerken van belang dat het Heilig Avondmaal wordt gevierd in het midden van een plaatselijke gemeente. Het is dus niet mogelijk om het Avondmaal in een andere setting te vieren dan in een plaatselijke gemeenschap, iets wat in rooms-katholieke kring wel gebeurt (bijvoorbeeld tijdens katholieke toogdagen).

Een belangrijk verschil tussen de Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk enerzijds en de meeste protestantse kerkgenootschappen anderzijds ligt in de interpretatie van wat er gebeurt met het brood en de wijn. Volgens de katholieke en orthodoxe leer worden het brood en de wijn, die in de kerk tijdens de eucharistieviering worden geconsacreerd, daadwerkelijk lichaam en bloed van Christus (Werkelijke Tegenwoordigheid). Katholieken en orthodoxen geloven dat in de heilige mis dan wel in de Goddelijke Liturgie de hogepriester Jezus Christus, die zichzelf aan het kruis offerde tot vergeving van de zonden van de mensheid, met zijn lichaam, bloed, ziel en godheid onder de schijnbare gedaanten van brood en wijn aanwezig is. De mis heeft dus (onder andere) een offerkarakter, is de tegenwoordigstelling van het kruisoffer, en een en hetzelfde offer als dat van Calvarië.

Binnen de Lutherse gemeenschap gaat men uit van de leer der consubstantiatie. Volgens andere protestantse kerkgenootschappen zijn het brood en de wijn echter louter symbolen. Het was vooral Zwingli die in de tijd van de Reformatie dit symboolkarakter benadrukte, meer dan Calvijn, die wel uitging van de werkelijke aanwezigheid van Christus tijdens de viering onder de tekenen van brood en wijn (die niet veranderd worden) en in de gelovigen zelf.

Zie ookBewerken