Hoofdmenu openen

Reformatie

schisma binnen het westerse christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

De protestantse Reformatie was het zestiende-eeuwse schisma binnen het westerse christendom, dat ingezet werd door Maarten Luther, Johannes Calvijn en andere vroege protestanten. Het startpunt wordt traditioneel in 1517 gesitueerd, toen Maarten Luther volgens het verhaal zijn 95 stellingen ophing aan de deur van de Slotkerk te Wittenberg. Waarschijnlijk is dit niet echt gebeurd en hij heeft zijn stellingen enkel gepubliceerd. Dankzij de boekdrukkunst is het daarna snel gegaan met de verspreiding van zijn ideeën. In zijn disputatio klaagt Luther de machtsmisbruiken van de clerus aan binnen de Rooms-Katholieke Kerk.

De Contrareformatie die hierop werd ingezet, had slechts beperkt succes en bijna de helft van de Europeanen ging over naar het protestantisme. Dit ging gepaard met een langdurige serie reformatieoorlogen die meer dan een eeuw zouden duren. Dit betekende het definitieve einde van het ideaal van de res publica christiana, de christelijke staat waarin keizer en paus samenwerkten. Hoewel dit met de banale revolutie en de Investituurstrijd tussen keizer en paus al langer onder druk stond, maakte het einde van de geloofseenheid in Europa de weg vrij voor de soevereine staat, een belangrijke overgang van de middeleeuwen en de moderne tijd.

GeschiedenisBewerken

 
Ontstaan van de verschillende stromingen in Nederland
 
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland
  Zie Europese godsdienstoorlogen voor de militaire geschiedenis van de Reformatie
  Zie ook Protestantisme in Nederland
  Zie ook protestantisme in België

Volgens sommigen begon de Reformatie al in de vijftiende eeuw onder Johannes Hus. Andere vroege aanzetten tot verandering waren er al voor de vijftiende eeuw, gezien onder andere de opkomst van de Moderne Devotie van Geert Grote. Belangrijke vertegenwoordigers van de Reformatie waren Maarten Luther (Duitsland), Huldrych Zwingli (Zwitserland) en Johannes Calvijn (Frankrijk) en John Knox (Schotland). Ze hadden de bedoeling om de katholieke Kerk van binnenuit te hervormen. Door de paus en andere leiders binnen de katholieke Kerk werd de Reformatie echter afgewezen en bestreden, hierbij gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V. Hierdoor kwam het tot een breuk tussen de gereformeerden en de rooms-katholieken. Ondanks het verzet groeide de aanhang van de hervormingsgezinden snel, onder meer dankzij de verbreiding van de boekdrukkunst; ook voedde de Reformatie de politieke tegenstellingen tussen Europese vorsten en edelen, met als gevolg verschillende godsdienstoorlogen en opstanden. De invloed strekte zich uit over vele landen en is tot op de dag van vandaag merkbaar in Kerk en samenleving over een groot deel van de wereld. De zestiende-eeuwse Reformatie wordt door protestanten gezien als een grote en diep ingrijpende opwekking in de Kerk.

Luther verzette zich tegen het idee dat de mens zelf zijn redding moet bewerkstelligen. Hij greep terug op de teksten van de apostel Paulus, waarin deze uitlegt dat redding voortkomt uit de genade van God, niet uit werken van de mens. Luther verzette zich daarom sterk tegen de handel in aflaten. Een belangrijk verschil tussen Luther en een verlichte denker als Erasmus was dat Luther de leer van de vrije wil tot het goede afwees, terwijl Erasmus deze juist verdedigde. Volgens sommigen vormt ook de mogelijkheid tot interestheffing - wat volgens de katholieke leer verboden was - een reden voor de Calvinistische afzetting tegen het katholicisme.[1]

Het nieuws over Luthers reformatorische ideeën verspreidde zich door de drukpers snel over de rest van Europa. In Engeland richtte Hendrik VIII de Kerk van Engeland op en werden de kloosters gesloten. Hendrik VIII deed dit echter niet uit sympathie voor Luther, maar omdat hij van de paus geen toestemming kreeg om te scheiden van zijn echtgenote Catharina van Aragon. In Koninkrijk Denemarken en Noorwegen slaagde Christiaan III er met de hulp van de Hanzesteden in om het lutheranisme op te leggen. In Zweden benoemde koning Gustaaf I Wasa zichzelf tot hoofd van de Zweedse Kerk en dwong zijn onderdanen om de Lutherse hervorming te aanvaarden. Ook koninkrijk Frankrijk, Schotland en Zwitserland waren ontvankelijk voor de nieuwe ideeën. De man die zich zou ontpoppen als de belangrijkste protestantse hervormer van Europa was een Fransman genaamd Johannes Calvijn.

De beweging van Calvijn, die later het calvinisme genoemd zou worden, zorgde voor een tweede reformatorische golf, nadat aanhangers van het lutheranisme van Maarten Luther de eerste vervolgingen door de Rooms-Katholieke Kerk hadden ondervonden.

De Nederduits Gereformeerde Kerk volgde een geloofsleer zoals die in het jaar 1561 door Guido de Bres in de Nederlandse Geloofsbelijdenis was samengevat. Voor het onderwijs in de kerken maakte men gebruik van de door Petrus Datheen vertaalde Heidelbergse Catechismus, opgesteld in 1563.

Luther, Zwingli en Calvijn trachtten de Kerk van binnenuit te hervormen. Ze zetten daarbij in bij de kerkleer van Aurelius Augustinus (354-430) wiens invloed op de West Europese kerken altijd zeer groot is geweest, m.n. diens zondeleer en zijn opvattingen over predestinatie vs vrije wil, een vraagstuk dat aan het begin van de 17e eeuw weer uiterst actueel zou worden. Naast de vernieuwingsbewegingen van reformatoren voornoemd (tegenwoordig aangemerkt als de "magisteriële reformatie") zijn er ook kritische geluiden waarneembaar ten aanzien van het instituut kerk, zoals zich dat in de loop der eeuwen had ontwikkeld. Niet de leer van Augustinus zou het uitgangspunt moeten vormen voor het geloof, maar een puur Bijbels getuigenis, gebaseerd op de Evangeliën en op de brieven van Paulus. Deze beweging, die werd vertegenwoordigd door zowel geleerden - o.a. door Hans Denck (ca 1495-1527) en Caspar Schwenckfeld von Ossig (ca 1490-1561) - als ook door lekenpredikers - m.n. Melchior Hoffmann (ca 1500-1543) - wordt de "radicale reformatie" genoemd.

Vertegenwoordigers van de radicale reformatie werden, mede vanwege hun kritische houding ten opzichte van Kerk en overheid, zwaar vervolgd, niet alleen van rooms-katholieke zijde, maar ook door lutheranen en calvinisten. In Nederland ontstonden uit de radicale reformatie de Doopsgezinde Gemeenten. Een van hun voorgangers en schrijvers was de Fries Menno Simons (1496-1561); doopsgezinden worden - naar hem - ook wel Menisten of Mennonieten genoemd. In Midden en Oost Europa waren oom en neef Socinius - Leilius Socinius (1525-1565) en Fausto Socinius (1539-1604)- voormannen van de beweging der Unitariërs, de "socinianen". In Engeland ontstond onder invloed van George Fox (1624-1691) het Genootschap der Vrienden oftewel de beweging der Quakers.

Stromingen binnen de ReformatieBewerken

Zie ookBewerken