Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Pijpenstrootje

soort uit het geslacht Molinia

Pijpenstrootje (Molinia caerulea) (ook: bunt, bent, bente) is een vaste plant uit de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae). De soort is in Nederland en België inheems. Pijpenstrootje is een van de soorten die een rol spelen bij de vergrassing van heidevelden.

Pijpenstrootje
Dury kępka turzycy do ident. 01.07.10 2p.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Poaceae (Grassenfamilie)
Onderfamilie: Arundinoideae
Geslacht: Molinia
soort
Molinia caerulea
(L.) Moench (1794)
Pijpenstrootje
Afbeeldingen Pijpenstrootje op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Pijpenstrootje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Inhoud

BeschrijvingBewerken

De plant wordt 30–120 cm hoog en vormt dichte pollen. De rechtopstaande bloeistengels hebben bij de verdikte voet één knoop (soms ook tot drie dicht bij elkaar) en het onderste stengellid is ongeveer 5 cm lang. Daarboven zitten geen knopen. De verspreid behaarde tot kale bladeren zijn 3 tot 10 mm breed en hebben een lichte middennerf. Het smalle, zoomvormige tongetje (ligula) is 0,5 mm lang.

Het pijpenstrootje bloeit van juli tot september met een 5–40 cm lange, smalle pluim met opstaande, soms meer uitgespreide, zijtakken. De meestal leikleurig blauwe of iets paarse, soms groene aartjes zijn 4–9 mm lang. De aartjes bestaan uit twee tot vijf bloempjes. De kelkkafjes zijn ongelijk en eennervig met uitzondering van het bovenste dat één- tot drienervig kan zijn. Het onderste kelkkafje is 2,2 mm lang en het bovenste 2,6 mm lang. Het kroonkafje (lemma) van de onderste bloem is 3–6 mm lang en heeft drie tot vijf nerven. De spil van het aartje is behaard. De meestal paarse tot vuilpurperen helmknoppen zijn 2–3 mm lang.

Het aantal chromosomen is 2n = 36.

Verspreiding en standplaatsenBewerken

De plant komt voor in Europa, West-Azië, Noord-Afrika en het oosten van Noord-Amerika. Het is een bewoner van zure zandgronden en van laaggelegen gebieden tot 2300 m in de Alpen. De soort komt in Nederland voor op heidevelden, langs vennen, in blauwgraslanden, bossen, laag- en hoogveenmoerassen en in duinvalleien.

WaardplantBewerken

ParasietBewerken

Pijpenstrootjemoederkoren is een ascomyceet die groeit op de zaden van het pijpenstrootje.

CultuurhistorieBewerken

De wortels van het Pijpenstrootje werden tot ongeveer 1950 toegepast voor het maken van bezems. Daartoe werden de pollen pijpenstrootje uitgestoken

In andere talenBewerken

  • Duits: Blaues Pfeifengras, Besenried
  • Engels: Purple Moor Grass
  • Frans: Molinie

Meer afbeeldingenBewerken

Externe linkBewerken