Hoofdmenu openen

Klasse van de kapvlaktengemeenschappen

De klasse van de kapvlaktengemeenschappen (Epilobietea angustifolii), ook wel kortweg kapvlaktes, is een klasse van plantengemeenschappen die typisch is voor droge, betrekkelijk voedselarme standplaatsen in bosgebieden waarin door kap, brand of windworp de boomlaag plots verdwijnt.

Klasse van de kapvlaktengemeenschappen
Kapvlakte met wilgenroosje
Kapvlakte met wilgenroosje
Syntaxonomische indeling
Klasse
Epilobietea angustifolii
Tx. & Prsg. in Tx., 1950

Deze vegetaties zijn herkenbaar aan hun hoog opschietende pioniersvegetatie, met overwegend roze en gele bloemen.

Inhoud

Naamgeving, etymologie en coderingBewerken

  • Nederlands: Kapvlaktes
  • Frans: Coupes, clairières sur sols neutro-basophiles
  • Duits: Weidenröschen-Waldlichtungsfluren
  • Engels: Acid-nitrophilous woodland edge and clearing communities
  • Syntaxoncode (Nederland): 34
  • Natura 2000-code: 6430: Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

De naam Epilobietea angustifolii is afgeleid van de wetenschappelijke naam van een kensoort binnen deze klasse, het algemeen voorkomende wilgenroosje (Epilobium angustifolium).

KenmerkenBewerken

AlgemeenBewerken

De gemeenschap van de kapvlaktes omvatten open, kruidachtige begroeiingen van tijdelijke aard in bosgebieden op voedselarme tot matig voedselrijke, droge tot vochtige bodems. Ze ontstaan door plotse, ingrijpende gebeurtenissen met een sterke toename van de lichtinval en de temperatuur tot gevolg, waardoor de humus sneller mineraliseert en de voedselrijkdom plaatselijk stijgt.

Buiten bosgebieden kunnen we deze gemeenschappen ook terugvinden op plaatsen waar door het inwaaien van meststoffen de voedselrijkdom plaatselijk toeneemt, zoals op de overgang van akkers naar heide of van akkers naar duinvalleien.

In België en Nederland omvat deze klasse slechts één verbond met één associatie van plantengemeenschappen.

Ontstaan en evolutieBewerken

Kapvlaktegemeenschappen ontstaan door bijvoorbeeld het kappen van een bos, bosbranden of windworp. Deze gemeenschappen ontwikkelen zich zeer snel, en evolueren binnen enkele jaren spontaan verder in gemeenschappen gedomineerd door grassen, door bramen (struwelen van de brummel-klasse) of doornstruwelen (klasse van de doornstruwelen).

Op termijn zullen deze verder evolueren naar het oorspronkelijke bostype.

Niet overal zullen dergelijke gebeurtenissen leiden tot de vorming kapvlaktegemeenschappen; op plaatsen waar reeds een hoge voedselrijkdom aanwezig is, zullen eerder vegetaties van de klasse van de nitrofiele zomen ontstaan, terwijl op zeer natte standplaatsen waarschijnlijk gemeenschappen uit de klasse van de natte strooiselruigten gaan optreden.

StructuurBewerken

Deze klasse wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een boomlaag, met uitzondering van een enkele overblijver. Ook een struiklaag is meestal afwezig, tenzij in de vorm van braamstruiken en jonge loof- of naaldbomen.

De kruidlaag is dominant en bepaalt het beeld. Ze bestaat dikwijls uit hoog opschietende, licht- en warmteminnende pioniersoorten, meestal met opvallende roze of gele bloemen; wilgenroosje, boskruiskruid en vingerhoedskruid zijn karakteristieke soorten. Het zijn meestal planten die zich door lichte, pluizige zaden zeer ver kunnen verspreiden, of die reeds voordien in bermen en bosranden aanwezig waren.

OnderverdelingBewerken

De klasse van de kapvlaktengemeenschappen heeft als vertegenwoordiger in België en Nederland:

SoortensamenstellingBewerken

 
Wilgenroosje
 
Boskruiskruid

Deze klasse heeft voor België en Nederland geen specifieke kensoorten, alhoewel wilgenroosje en boskruiskruid meestal wel aanwezig zijn.

Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
Boomlaag
Struiklaag
Kruidlaag
Wilgenroosje Epilobium angustifolium
Boskruiskruid Senecio sylvaticus
Vingerhoedskruid Digitalis purpurea
Bosdroogbloem Gnaphalium sylvaticum
Moslaag

Biologische WaarderingskaartBewerken

In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is deze associatie opgenomen als kapvlakte (se).

Deze vegetatietypes staan alle gewaardeerd als 'Biologisch waardevol'.

Kapvlaktes worden in de BWK gekenmerkt als vlaktes zonder enige vegetatie tot en met een jong struweel, waarvan de soortensamenstelling afhankelijk is van het aanvankelijke bostype. In de praktijk gaat het daarbij dikwijls om gekapte populierenaanplant.

Zie ookBewerken