Vogelkers-essenbos

Het vogelkers-essenbos (Pruno-Fraxinetum) is een associatie uit het verbond van els en gewone vogelkers (Alno-Padion). Het is een bosplantengemeenschap die voorkomt op vlakke plaatsen langs beken en kleine rivieren, die onder invloed staan van kwelwater of min of meer regelmatig overstromen.

Vogelkers-essenbos
Vogelkers-essenbos met bosanemoon
Vogelkers-essenbos met bosanemoon
Syntaxonomische indeling
Klasse:Querco-Fagetea
(klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond)
Orde:Fagetalia sylvaticae
(orde van de eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond)
Verbond:Alno-Padion
(verbond van els en gewone vogelkers)
Associatie
Pruno-Fraxinetum
Oberd., 1953

Ze wordt gekenmerkt door een zeer goed ontwikkelde en soortenrijke boom-, struik- en kruidlaag met voorjaarsbloeiers en ruigtekruiden in de zomer.

Deze associatie komt in Vlaanderen en Nederland verspreid maar vrij algemeen voor.

Naamgeving en coderingBewerken

  • Synoniem: Pruno padi-Fraxinetum
  • Nederlands: Gewone vogelkers-essenbos
  • Frans: Frênaie marécageuse
  • Duits: Traubenkirschen-Erlen-Eschenwald
  • Engels: Alder-Ash wood
  • Syntaxoncode voor Nederland (RVvN): r46Aa05
  • BWK-karteringseenheid: Alluviaal elzen-essenbos (va) of Elzen-eikenbos (vf)

De wetenschappelijke naam Pruno-Fraxinetum is afgeleid van de botanische namen van twee belangrijke soorten binnen deze associatie, de gewone vogelkers (Prunus padus) en de gewone es (Fraxinus exelsior).

KenmerkenBewerken

AlgemeenBewerken

Het vogelkers-essenbos komt vooral voor op vlakke delen van beekdalen met invloed van kwel- of beekwater. De bodem bestaat meestal uit lemig zand, soms uit keileem of potklei, en is meestal voedsel- en basenrijk. Aanrijking en bodemverjonging gebeurt onder de invloed van kwelwater, of door de regelmatige overstromingen. In de zomer ligt de bodemwaterspiegel tot wel 1,5 m onder het maaiveld, waardoor er geen veenvorming optreedt. Het bodemwater is niet lang stagnerend, maar stromend meestal lateraal. Sedimentatie is beperkt.

SuccessieBewerken

Het vogelkers-essenbos evolueert spontaan uit graslanden van het dotterbloem-verbond wanneer het beheer daarvan wegvalt. Het kan er mits terug opnemen van dat beheer naar terugkeren. Zo niet, dan zal het na verloop van tijd evolueren naar een eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum).

VegetatiestructuurBewerken

Het vogelkers-essenbos is een hoog opgaand loofbos met een duidelijke gelaagdheid. De boom- en struiklaag zijn goed ontwikkeld en soortenrijk, de kruidlaag kent net als bij het eiken-haagbeukenbos veel voorjaarsbloeiers. In de zomer gaan vooral ruigtekruiden die typerend zijn voor de klasse van de nitrofiele zomen overheersen. Ook lianen zijn veelvuldig aanwezig.

Diagnostische taxa voor Nederland en VlaanderenBewerken

 
Gewone es
 
Zomereik
 
Zwarte els
 
Hazelaar
 
Eenstijlige meidoorn
 
Wilde lijsterbes
 
Klimop
 
Bosanemoon
 
Bosandoorn
 
Gewone salomonszegel
 
Grote brandnetel
 
Geel nagelkruid
 
Hondsdraf

Het vogelkers-essenbos heeft in Vlaanderen en Nederland geen bruikbare kensoorten, het knikkend nagelkruid en de bosmuur zijn er te zeldzaam.

In de boomlaag zijn de belangrijkste soorten gewone es, zomereik en zwarte els. De struiklaag bevat meestal hazelaar, eenstijlige meidoorn, wilde lijsterbes, Gelderse roos en gewone vogelkers.

De ondergroei omvat de meeste kensoorten van de klasse, voornamelijk de klimop en de voorjaarsbloeiers bosanemoon, bosandoorn en gewone salomonszegel, en verder een aantal nitrofiele soorten als grote brandnetel, hondsdraf, kleefkruid en geel nagelkruid, wijzend op betrekkelijke voedselrijkdom in de bodem.

Naast klimop komen ook de hop (plant) en wilde kamperfoelie als lianen voor.

De moslaag is weinig ontwikkeld met gewoon sterrenmos als belangrijkste soort.

De associatie kan onderscheiden worden van het sterk verwante goudveil-essenbos door de aanwezigheid van onder andere gewone vogelkers, gewone vlier en wilde kamperfoelie in de struiklaag, en ruwe smele, gewone salomonszegel, gewone braam, grote muur, rietgras en dalkruid in de kruidlaag.

In de onderstaande tabel staan de belangrijkste diagnostische plantentaxa van het vogelkers-essenbos voor Nederland en Vlaanderen.

Boomlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kV > 20% gewone esdoorn Acer pseudoplatanus
kK > 70% gewone es Fraxinus excelsior
kK > 20% zoete kers Prunus avium
> 60% zomereik Quercus robur
> 60% zwarte els Alnus glutinosa
> 20% beuk Fagus sylvatica
Struiklaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kV dA > 40% gewone vogelkers Prunus padus t.o.v. het goudveil-essenbos
kK > 30% aalbes Ribes rubrum
> 70% hazelaar Corylus avellana
> 50% eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna
> 50% wilde lijsterbes Sorbus aucuparia
> 40% Gelderse roos Viburnum opulus
> 30% wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus
dA > 30% gewone vlier Sambucus nigra t.o.v. het goudveil-essenbos
> 30% rode kornoelje Cornus sanguinea
> 20% sleedoorn Prunus spinosa
Kruidlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA knikkend nagelkruid Geum rivale
kA bosmuur Stellaria nemorum
kV > 30% reuzenzwenkgras Festuca gigantea
kV > 30% dagkoekoeksbloem Silene dioica
kV > 10% bloedzuring Rumex sanguineus
kK > 70% klimop Hedera helix
kK > 60% bosanemoon Anemone nemorosa
kK > 50% bosandoorn Stachys sylvatica
kK dA > 50% gewone salomonszegel Polygonatum multiflorum t.o.v. het goudveil-essenbos
kK > 40% schaduwgras Poa nemoralis
kK > 30% knopig helmkruid Scropularia nodosa
kK > 30% groot heksenkruid Circaea lutetiana
kK > 30% gewoon speenkruid Ficaria verna
kK > 20% kruipend zenegroen Ajuga reptans
kK > 10% gevlekte aronskelk Arum maculatum
kK > 10% grote keverorchis Neottia ovata
kK > 10% gulden boterbloem Ranunculus auricomus
kK zwartblauwe rapunzel Phyteuma spicatum subsp. spicatum
> 70% grote brandnetel Urtica dioica
> 60% hondsdraf Glechoma hederacea
dA > 60% ruwe smele Deschampsia cespitosa t.o.v. het goudveil-essenbos
> 50% drienerfmuur Moehringia trinervia
dA > 50% wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum t.o.v. het goudveil-essenbos
> 50% kleefkruid Galium aparine
> 50% geel nagelkruid Geum urbanum
> 40% zevenblad Aegopodium podagraria
dA > 40% gewone braam Rubus fruticosus t.o.v. goudveil-essenbos
> 40% robertskruid Geranium robertianum
> 40% gewone hennepnetel Galeopsis tetrahit
> 40% wijfjesvaren Athyrium filix-femina
> 40% moerasspirea Filipendula ulmaria
> 40% hop Humulus lupulus
dA > 30% grote muur Stellaria holostea t.o.v. goudveil-essenbos
dA rietgras Phalaris arundinacea t.o.v. het goudveil-essenbos
dA dalkruid Maianthemum bifolium t.o.v. het goudveil-essenbos
Moslaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK > 10% gerimpeld boogsterrenmos Plagiomnium undulatum
kK > 10% geplooid snavelmos Eurhynchium striatum
> 30% gewoon sterrenmos Mnium hornum
> 30% fijn laddermos Eurhynchium praelongum

Biologische WaarderingskaartBewerken

In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat deze associatie, samen met het verwante essen-iepenbos, bekend als alluviaal elzen-essenbos (va).

Het komt voor als volwaardige bossen in alluviale valleien op zware, matig vochtige to matig natte, lemige of zandlemige bodems en als lijnvormige elementen langsheen bronbeken in de vorm van houtkanten. Deze bossen werden in het verleden dikwijls beheerd als hakhout, maar zijn tegenwoordig dikwijls ingeplant met canadapopulier.

Het alluviaal elzen-essenbos staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.

VerspreidingBewerken

Het verspreidingsgebied van het vogelkers-essenbos strekt zicht uit over de laaglanden en heuvellanden van West- en Midden-Europa.

In Nederland is het vogelkers-essenbos onder de voedselrijke bossen het meest verspreid. Ze is opvallend aanwezig in de IJsselvallei, en verder in alle beekdalen in Zuid-, Midden- en Oost-Nederland. In West-Nederland wordt het aangetroffen aan de binnenduinrand en langs de grote rivieren.

In Vlaanderen komt het vogelkers-essenbos verspreid voor over gans het gebied, met uitzondering van de Belgische kust, De Polders en de Kempen. Het zwaartepunt ervan ligt in de Leemstreek (vooral in Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant) en in de alluviale valleien langs kleinere waterlopen.