Hoofdmenu openen

Dwergbiezen-klasse

Klasse van plantengemeenschappen

De dwergbiezen-klasse (Isoeto-Nanojuncetea) is een klasse van plantengemeenschappen van onbegroeide, vochtige, vaak dichtgeslagen bodems, overwegend bestaande uit eenjarige pionierssoorten.

Dwergbiezen-klasse
Dwergbiezen-klasse met greppelrus
Dwergbiezen-klasse met greppelrus
Syntaxonomische indeling
Klasse
Isoeto-Nanojuncetea
Braun-Blanq. & Tüxen, 1943

Inhoud

Naamgeving, etymologie en coderingBewerken

  • Synoniem: Isoeto-Nanojuncetea bufonii Braun-Blanq. & Tüxen 1934
  • Nederlands: Dwergbiezen-klasse
  • Frans: Gazons amphibies des sables humides
  • Duits: Zwergbinsen-gesellschaften
  • Syntaxoncode (Nederland): 28

De naam Isoeto-Nanojuncetea is afgeleid van de wetenschappelijke namen van enkele belangrijke soorten binnen deze klasse, de zeldzame kleine- (Isoëtes echinospora) en grote biesvaren (Isoëtes lacustris) en de meer algemene greppelrus (Juncus bufonius).

KenmerkenBewerken

AlgemeenBewerken

De dwergbiezen-klasse omvat plantengemeenschappen van natuurlijke of kunstmatige kale, vochtige standplaatsen, zoals strandjes langs zoet stilstaand water, randen van duinplassen en vennen, in vochtige zandgroeven en retentiebekkens, plagplekken, recent gegraven of uitgebaggerde sloten en greppels. Dikwijls is de bodem verdicht, zoals op licht betreden paadjes. Ze vormen dikwijls kleine oppervlakten binnen een groter geheel van blauwgraslanden, heischrale graslanden en vochtige heiden.

StructuurBewerken

Deze klasse wordt in de Lage Landen gekenmerkt door een zeer open en laagblijvende vegetatie met volledige afwezigheid van de boom- en de struiklaag.

In de kruidlaag zijn eenjarige planten dominant, zijn vormen zich ieder jaar opnieuw uit zaad als de omstandigheden gunstig zijn. De hoofdbloei vindt plaats op het einde van de zomer.

De moslaag is dikwijls opvallend aanwezig met zowel bladmossen als levermossen.

OnderverdelingBewerken

De dwergbiezen-klasse heeft als vertegenwoordigers in België en Nederland:

SoortensamenstellingBewerken

 
Greppelrus
 
Kleine kattenstaart
 
Moerasdroogbloem

Deze klasse heeft voor België en Nederland als belangrijkste ken- en begeleidende soorten:

Boomlaag 
Geen soorten
Struiklaag 
Geen soorten.
Kruidlaag 
Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK A Greppelrus Juncus bufonius
kK Z Wijdbloeiende rus Juncus tenageia
kK Z Koprus Juncus capitatus
kK Z Dwergrus Juncus pygmaeus
kK Z Kleine kattenstaart Lythrum hyssopifolia
O Moerasdroogbloem Gnaphalium uliginosum
F/O Borstelbies Isolepis setacea
D/Z Grondster Illecebrum verticillatum
Z Draadgentiaan Cicendia filiformis
Z Dwergbloem Centunculus minimus
Z Dwergvlas Radiola linoides
kK Oenanthe media Niet in België en Nederland
kK Cicendia pusilla Niet in België en Nederland
 
Gewoon landvorkje
 
Gewoon puntmos.
Moslaag 
Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
F Gewoon landvorkje Riccia glauca
O Gewoon puntmos Calliergonella cuspidata
O Gewoon broedpeermos Pohlia annotina

Zie ookBewerken