Kusttram

tram langs de Belgische kust

De Kusttram is de tram die rijdt op de tramlijn langs de Belgische kust. De lijn begint bij station Knokke, circa zeven kilometer van de grens met Nederland, en eindigt bij station De Panne in Adinkerke, circa 2,5 kilometer van de grens met Frankrijk. Met een lengte van circa 67 kilometer is het de langste tramlijn ter wereld.[2] De lijn heeft heeft per 1 juli 2021 68 haltes.[3] De spoorwijdte is 1000 millimeter (meterspoor). De lijn is ingericht voor eenrichtingtrams, maar indien nodig kan er ook achteruit gereden worden en/of op tegenspoor. Alhoewel het niet op de trams vermeld staat, heeft de lijn officieel het lijnnummer 0.

Kusttram
Tussen Oostende en Middelkerke heeft men vanuit de Kusttram uitzicht op de Noordzee. Een Urbos 100 is hier in 2021 op weg richting Middelkerke.
Basisgegevens
Locatie Belgische kustlijn, België
Vervoerssysteem Tram
Startdatum 1885
Lengte trajecten ca. 67 km
Aantal lijnen 1
Lijn(en) DeLijn icon 0 kusttram.svg
Aantal stations 67
Aantal passagiers 16,5 miljoen per jaar (2017)
Spoorwijdte 1000 mm
Uitvoerder(s) De Lijn
Operationele gegevens
Maximumsnelheid 78 km/h
Kusttram route (interactieve kaart)
Kusttram route (interactieve kaart)
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Kusttram
uSTR+luSTR+r{{{3}}}
uSTRuBHFKBHFaq Knokke,Station
lijn 51B naar Y Dudzele
uSTRluABZgl+ruKBSTeq Stelplaats Knokke-Heist
BSicon .svguHSTBSicon .svg Duinbergen, Watertoren (tot 1 juli 2021)
BSicon .svgueHSTBSicon .svg Duinbergen, Duinbergen
BSicon .svguHSTBSicon .svg Heist, Willemspark (vanaf 1 juli 2021)
BSicon .svguHSTBSicon .svg Heist, Heldenplein
BSicon .svguHSTBSicon .svg Heist, Dijk
BSicon .svguHSTBSicon .svg Zeebrugge, Zeesluis
BSicon .svguABZgluSTR+r n. brug Pierre Vandammesluis (dubbelspoor)
BSicon .svguWBRÜCKE1uWBRÜCKE1 Pierre Vandammesluis
BSicon .svguABZg+luSTRr v. brug Pierre Vandammesluis (dubbelspoor)
BSicon .svguHSTBSicon .svg Zeebrugge, Kerk
BSicon .svgumKRZBSicon .svg lijn 202 van Zweedse Kaai naar Zeebrugge-Dorp
BSicon .svguABZgluSTR+r n. brug Visartsluis (Straussbrug) (enkelspoor)
BSicon .svguWBRÜCKE1uWBRÜCKE1 Visartsluis
BSicon .svguABZg+luSTRr v. brug Visartsluis (enkelspoor)
BSicon .svguHSTBSicon .svg Zeebrugge, Vaart
BSicon .svgumKRZoBSicon .svg lijn 51A van Zeebrugge-Strand naar Y Blauwe Toren
BSicon .svguHSTBSicon .svg Zeebrugge, Strandwijk
BSicon .svguWSLg+lBSicon .svg Keerlus
Duinse polders
BSicon .svguHSTBSicon .svg Blankenberge, Duinse polders
BSicon .svguHSTBSicon .svg Blankenberge, Sealife-Floreal
BSicon .svguHSTBSicon .svg Blankenberge, Pier (tot medio 2021/22)
BSicon .svguHSTKBHFaq Blankenberge, Station
lijn 51 naar Brugge
BSicon .svguHSTBSicon .svg Blankenberge, Markt
BSicon .svgueHSTBSicon .svg toekomstige halte t.h.v. Aldi
uENDEaquABZgr+rBSicon .svg keerdriehoek Harendijke
BSicon .svguHSTBSicon .svg Wenduine, Harendijke
BSicon .svguHSTBSicon .svg Wenduine, Manitoba
BSicon .svguHSTBSicon .svg Wenduine, Centrum
BSicon .svguHSTBSicon .svg Wenduine, Molen
BSicon .svguHSTBSicon .svg Wenduine, Konijnenpad
BSicon .svguWSLg+lBSicon .svg Keerlus
Zwarte Kiezel
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Haan, Zwarte Kiezel
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Haan, Waterkasteellaan
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Haan, Aan zee
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Haan, Preventorium
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Haan, Vosseslag
BSicon .svguHSTBSicon .svg Bredene, Renbaan
BSicon .svguHSTBSicon .svg Bredene, Campings
BSicon .svguHSTBSicon .svg Bredene, Aan zee
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Duin en zee
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Weg naar Vismijn
BSicon .svguABZgl+luKBSTeq Stelplaats Oostende Slijkensesteenweg
BSicon .svguABZgluSTR+r n. brug Demeysluis (dubbelspoor)
BSicon .svguWBRÜCKE1uWBRÜCKE1 Demeysluis
BSicon .svguABZg+luSTRr v. brug Demeysluis (dubbelspoor)
dSTR+ldSTRqumKRZoBSicon .svg lijn 50F van Oostende-Zeehaven
dSTRdSTR+lumKRZoBSicon .svg lijn 50A van Brussel-Zuid
vÜSTueABZg+luexKBSTeq Stelplaats Oostende Kaaistation
vKBHFeuHSTBSicon .svg Oostende, Station
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Marie-Joséplein
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Koninginnelaan
BSicon .svguABZgl+luKDSTeq Hoofdwerkplaats Nieuwpoortse Steenweg[1]
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Renbaan
BSicon .svgueHSTBSicon .svg Oostende, Henegouwenstraat
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Northlaan
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Mariakerke Bad
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Ravelingen
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Raversijde
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostende, Domein Raversijde
BSicon .svguHSTBSicon .svg Middelkerke, De Greefplein
BSicon .svguHSTBSicon .svg Middelkerke, Casino
BSicon .svguHSTBSicon .svg Middelkerke, Verhaeghelaan
BSicon .svguHSTBSicon .svg Middelkerke, Krokodiel
BSicon .svguHSTBSicon .svg Westende, Belle Vue
BSicon .svguABZgluSTR+r
BSicon .svguHSTuSTR Westende, Bad
Keerlus
BSicon .svguABZgluSTRr
BSicon .svguHSTBSicon .svg Westende, Sint-Laureins
BSicon .svgueHSTBSicon .svg Lombardsijde, Camping
BSicon .svguHSTBSicon .svg Lombardsijde, Zeelaan
vanaf mei 2019
BSicon .svgueABZgluexSTR+r
BSicon .svguSTRuexHST Lombardsijde, Bad
tot april 2019
BSicon .svguSTRuexHST Lombardsijde, Dorp
tot april 2019
BSicon .svguHSTuexSTR Lombardsijde, Schoolstraat
vanaf mei 2019
BSicon .svguSTRuexHST Lombardsijde, YMCA
tot april 2019
BSicon .svgueABZg+luexSTRr
BSicon .svgueHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Monument Albert
BSicon .svguWBRÜCKE1BSicon .svg Ganzepoot
BSicon .svguHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Stad
BSicon .svguHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Cardijnlaan
exSTR+luemKRZexBHFq lijn 74, Station Nieuwpoort-Stad opgebroken
exSTRuHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Ysermonde
exKBHFeuHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Bad, Station
BSicon .svguHSTBSicon .svg Nieuwpoort, Zonnebloem
uENDEaquABZgr+rBSicon .svg keerdriehoek Zonnebloem
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostduinkerke, Groenendijk Bad
BSicon .svgueHSTBSicon .svg Oostduinkerke, Home G. Theunis
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostduinkerke, Duinpark
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostduinkerke, Bad
BSicon .svguHSTBSicon .svg Oostduinkerke, Schipgat
BSicon .svguHSTBSicon .svg Koksijde, Lejeunelaan
BSicon .svguHSTBSicon .svg Koksijde, Bad
BSicon .svguHSTBSicon .svg Koksijde, Ster Der Zee
BSicon .svguHSTBSicon .svg Koksijde, Sint-Idesbald
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Golfstraat
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Centrum
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Esplanade
BSicon .svguABZgl+luKBSTeq DP Stelplaats, nu trammuseum
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Kerk
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Moeder Lambic
BSicon .svguHSTBSicon .svg De Panne, Plopsaland
BSicon .svguBSTBSicon .svg De Panne, stelplaats
uSTR+luABZgr+rSTR+l lijn 73 van Deinze
uBSTuSTRSTR Opstelsporen Adinkerke
uSTRuBHFBHF De Panne, Station
uSTRluSTRrSTR lijn 73 naar Duinkerke (gesloten)
De kuststreek met tram en spoorlijnen in 1905. Veel locaties langs de kust waren nog onbebouwd.
Kaart van het buurtspoorwegennet van West-Vlaanderen.
De Vlaamse Kusttram in De Haan, komende van Knokke en onderweg naar De Panne (augustus 2012).
De tram op een sluisbrug in de haven van Oostende (maart 2016).

De Kusttram wordt sinds 1991 geëxploiteerd door Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, daarvoor door de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB). De naam geeft aan dat hij aan de kust rijdt, maar niet per se direct aan het strand. Vijf kilometer rijdt de tram wel letterlijk langs de kustlijn, direct naast het strand. De Kusttram heeft een eigen imago en is ook een merknaam.[4] De toegevoegde waarde van de Kusttram is jaarlijks 35 tot 40 miljoen euro.[5]

GeschiedenisBewerken

Aanleg, elektrificatie en verpachting van de lijnBewerken

De eerste buurttramlijn met stoomtractie aan de kust werd in 1885 aangelegd tussen Oostende en Nieuwpoort-Stad via Middelkerke-Dorp en Lombardsijde-Dorp.[6] De opening tot aan Middelkerke-Dorp was op zondag 5 juli 1885. Omdat het materieel nog niet klaar was werden er trams uit Brussel gehuurd.[7] Op 13 september 1885 werd het deel naar Nieuwpoort-Stad geopend. De route werd op 18 juli 1886 verlengd tot Veurne langs Koksijde-Dorp.

Op 1 augustus 1886 werd de stoomtramdienst Oostende – Bredene-Dorp – De HaanBlankenberge in dienst genomen.[7] De huidige elektrische route via Bredene-aan-Zee werd op 8 juli 1905 als stoomtramlijn geopend. De nog ontbrekende schakel Blankenberge – Heist kwam op 7 oktober 1908 in dienst. De tramlijn Heist – Brugge via Knokke was al geopend op 18 maart 1890. De lijn werd nog verlengd naar Het Zoute (1912), Oosthoek Siska (1928) en tot Retranchement in Nederland (1929), waar er aansluiting was op de SBM-lijnen.

De elektrische route langs de badplaatsen werd geleidelijk later gebouwd, samen met de ontwikkeling van de badplaatsen. Het eerste deel was Oostende (Keizerskaai, nu Vindictivelaan) – Middelkerke-Bad op 19 juli 1897. Deze tramlijn is als elektrische lijn aangelegd door de maatschappij Tramway électrique d'Ostende - Littoral (TEOL) en werd overgenomen door de NMVB in 1904. Geleidelijk aan werden meer delen van de kustlijn aangelegd en werd de hoofdroute verlegd naar de kust.

Tussen 1903 en 1930 was er een stoomtramlijn van Nieuwpoort-Stad via Nieuwpoort-Bad en de Kinderlaan naar Oostduinkerke-Dorp en Veurne.[8] In 1909 werd begonnen met de elektrificatie met 600 volt gelijkspanning van Oostende naar Blankenberge (zowel de dorpen- als de zeeroute). Vanaf het centrum van De Panne was er tussen 1910 en 1914 een hoteltrammetje naar Hotel des Dunes bij Sint-Idesbald. Pas vanaf 1914 ging de stoomtram doorrijden van Koksijde-Bad via Sint-Idesbald naar De Panne. Tussen Koksijde-Bad en -Dorp reed er tussen 1904 en 1909 een paardentram.[9]

De elektrische trams reden aanvankelijk niet in de winter. Vanaf de winter van 1909-1910 werd het hele jaar door gereden, onderbroken door de Eerste Wereldoorlog in 1914.

Daar waar er dubbelspoor was, reed de stoomtram tot circa 1907 links, naar voorbeeld van de trein.[7] Omdat er haast was bij de aanleg (de lijnen moesten voor het zomerseizoen gaan rijden) was het gebruikelijk dat de vergunning pas één of twee jaar na de opening verleend werd.[10] De trams werden ook gebruikt voor de aanvoer van bouwmaterialen. Met name in Oostende waren er daarom tijdelijke lijnen.[7]

Eerste Wereldoorlog en interbellumBewerken

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de Kusttram onderbroken bij Nieuwpoort, waar de frontlinie begon. Aan beide kanten werd er druk gebruik gemaakt van de tramsporen en werden vele tijdelijke lijnen aangelegd, zelfs tot in Frankrijk. Militairen verzorgden de dienst, onder bevel van Baron Empain, die tot generaal was benoemd. In de loop van 1919 werd de normale stoomtramdienst hernomen.[7]

Voor 1914 reed de stoomtram over alle sluisbruggen. Omdat die daarna verwoest werden, werd in 1919 een tijdelijke brug op ongeveer de huidige plek gebouwd naast de sluizen. Pas in 1955 kwam de huidige brug er.[7] Ter hoogte van de sluizen was er een stelplaats voor de stoomtram.[11]

Pas op 24 maart 1921 werd de elektrische dienst tussen Oostende en Middelkerke hernomen. Op 30 juni 1928 werd de elektrische lijn verlengd van Westende-Bad via Lombardsijde-Dorp naar Nieuwpoort-Stad, en op 1 juli 1928 tot Nieuwpoort-Bad.[7]

Op 10 juli 1926 werd de stoomtramlijn Groenendijk-Bad – Koksijde-Bad, aan de huidige lijn Oostende – De Panne in dienst genomen. In 1929 werd dit deel geëlektrificeerd.[12] Op 1 augustus 1929 werd het laatste deel, tussen Sint-Idesbald en De Panne, elektrisch in gebruik genomen.[12] Daarmee was de hele Kusttramlijn op ongeveer de huidige route geëlektrificeerd.

In 1935 waren er plannen voor een rechtstreekse weg en tramlijn Westende-Nieuwpoort-Bad, met een lange hangbrug over de IJzer. Dat zou een flinke omweg schelen, maar Lombardsijde-Dorp en Nieuwpoort-Stad hadden dan geen Kusttram meer. Hoewel beide plaatsen dan nog een andere (stoomtram)lijn zouden hebben, voelde de NMVB daar niets voor, want het was haar taak zoveel mogelijk dorpen te bedienen. Uiteindelijk ging het hele plan niet door, ook niet voor het wegverkeer alleen[7].

Ongeveer tussen Bredene Campings en Bredene Renbaan lag de trambaan tot 1968[7] meer in de duinen. Bij de halte Renbaan was er vroeger alleen vanuit Oostende een afbuigend spoor naar de voormalige renbaan, dat na de renbaan aansloot op de lijn via Bredene-Dorp. Deze lijn bestond van 1923 tot 1939, maar was in 1949 deels nog aanwezig.[7]

De exploitatie van de kustlijnen was eerst in handen van de "Railways Economiques de Liege-Seraing et Extensions" (RELSE). Voor de elektrische lijn Oostende-Blankenberge richtte de RELSE de "Chemin de Fer Electrique d'Ostende-Blankenberghe et Extensions" (CFOBE)[13] op, vanaf 22 april 1927 opgevolgd door een nieuwe dochteronderneming van de RELSE, de "Société pour l'Exploitation des Lignes Vicinales d'Ostende et des Plages belges" (SELVOP), een maatschappij van de groep Electrorail van Baron Empain.[14]

Tweede Wereldoorlog en jaren vijftigBewerken

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd langs de kust de Atlantikwall gebouwd. Hierdoor was het hele kustgebied militair domein en waren er reisbeperkingen. De inwoners aan de kust moesten een speciale toestemming vragen om naar het binnenland te reizen.[15] In 1940 wilde SELVOP de lijn via de dorpen al opbreken, maar de oorlog voorkwam dat. Dat uitstel kwam goed uit, want eind 1942 moest de bovenleiding langs zee tussen Oostende en Middelkerke op Duits bevel worden verwijderd. Sindsdien trokken stoomtrams de elektrische trams. Later werd het geheel verboden om langs zee te rijden. Toen werd er via de oude route op de Nieuwpoortsesteenweg gereden. Daar was geen bovenleiding en dus werden de trams te Lombardsijde-Dorp overgenomen door een stoomtram en langzaam naar Oostende gesleept. Tijdelijke elektrificatie was wel gepland maar ging niet door. Na de bevrijding op 8 september 1944 werd de zeeroute spoedig hersteld, en vanaf half december kon de hele lijn weer elektrisch bereden worden.[7]

In 1946 gingen er voor het eerst stemmen op om de lijn op te heffen. De gemeentebesturen wilden liever bussen. De NMVB weigerde.

Bij Zeebrugge Strandwijk was er tot 1948 een zijlijn die ver de Havendam in zee op ging, parallel aan het treinspoor. Na 1948 bleef alleen een keerdriehoek hiervan over.[7]

In 1948-1949 waren er proeven op de hele kustlijn en van Knokke naar Brugge met de eerste PCC-tram in Europa. Het was geen aanleiding om meer van deze trams op de kustlijn in dienst te stellen. Het proefexemplaar kwam in één geheel uit de Verenigde Staten.

In eigen beheer vanaf 1956Bewerken

Op 1 januari 1956 werd de pacht aan SELVOP beëindigd en nam de NMVB de tram weer in eigen beheer.[14] Op de trams waren twee lijnnummers en lijnkleuren in gebruik: 1 (rood) voor Knokke-Oostende en 2 (blauw) voor De Panne-Oostende.[16] Administratief werden de lijnnummers 765 en 768 gebruikt.

In 1957 pleitten de gemeentebesturen opnieuw voor afschaffing, maar de NMVB zag dit als onmogelijk daar in de zomer om de 30 minuten 900 mensen vervoerd worden in Oostende. In 1967 en 1974 werd er gepleit voor een luchtmetro of ondergrondse tram. De kostprijs van het eerste werd geschat op 8 miljard frank, en het tweede op 16 miljard frank. Dus beide veel te duur. De NMVB hield vast aan de tram, omdat in de zomer bussen het vervoer niet aankunnen. Bovendien was in 1961 70% van de reizigers was voor behoud van de tram.[7]

In de jaren 60 werd de Kusttram in Knokke onder dwang ingekort tot het spoorwegstation.[17][18] Dit was tevens de laatste opheffing van het buurtspoorwegnet in West-Vlaanderen. De stadsnetten van Oostende, Knokke, Brugge en in de Westhoek waren al in de jaren vijftig opgeheven, evenals de lijnen via de dorpen.[7]

De keerlus Zwarte Kiezel is in 1968 aangelegd.[7]

In de haven van Oostende waren er tramsporen om goederen over te laden. En er was een elektrisch omleidingsspoor via de Stapelhuisstraat, Camerlinkstraat en Vergunningenstraat.[7]

Nieuwe investeringen en de BN-tramsBewerken

Tot in de jaren 1970 reed de tram in principe één keer per uur. Wel kon de tram in de spits drie aanhangwagens trekken. In het zomerseizoen waren er extra diensten. Dan werd er in de middag om de 20, 30 of 40 minuten gereden.[19]

In de jaren 1970 zag het er opnieuw naar uit dat de hele lijn opgeheven zou worden. De oliecrisis van 1973 zorgde echter voor een definitieve omslag in het denken. Meer stemmen gingen nu op voor behoud. In 1975 hakte de minister de knoop door en sprak zich uit voor het behoud van de tram.[7] Er werd geld vrijgemaakt voor nieuwe trams, en in de periode 1978-1985[20] werd de infrastructuur radicaal vernieuwd en ingericht als sneltramlijn. Daarom kwamen er zwaardere rails, meer ballast, en een zwaardere bovenleiding die beter bestand is tegen stormen, door het ophangen van extra gewichten.[21] Knelpunten werden aangepakt en de verlenging naar Adinkerke in het vooruitzicht gesteld.[15] Na de komst van de nieuwe trams werd de dienst uitgebreid.

In 1972 werd de route tussen Harendijke en Blankenberge Park (tegenwoordig Markt) omgelegd omwille van de (jacht)haven.[7][12] Rond 1978 werden er in Zeebrugge rond de nieuwe grote zeesluis omleidingssporen aangelegd.[12]

Vanaf 1980 ontving de Kusttram vijftig moderne enkelgelede trams met chopperbesturing (serie 6000 en 6100). Door de Belgische wafelijzerpolitiek, waarbij tegenover een overheidsinvestering in Wallonië altijd een even grote in Vlaanderen moest staan (en vice versa), waren dat veel meer trams dan voor de kustlijn noodzakelijk. De serie 6100 ging later naar Charleroi. De klassieke enkelrichting type S-Oostende-trams met aanhangrijtuigen werden in het begin van de jaren tachtig afgevoerd en tijdelijk opgesteld bij het station van Diksmuide.

De haltes Bad en Zonnebloem en Kerk zijn in 1985/1986[21] landinwaarts verplaatst op een nieuw traject in opdracht van de gemeente. Nog steeds liggen de haltes nu op de Elisalaan in plaats van de Albert I-laan.

Exploitatie De Lijn vanaf 1991Bewerken

Hernieuwde populariteit en verlengingBewerken

Op 1 januari 1991 nam de De Lijn officieel de exploitatie van de voormalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen over. De organisatie was ter voorbereiding hiervan al opgesplitst. De vervanging van de beschildering en logo's ging geleidelijk. Enkele trams hadden nog maar pas het nieuwe NMVB-kleurenschema.

De vernieuwde baan en de nieuwe trams maakten het mogelijk om sneller en vaker te rijden. Samen met grote publiciteitscampagnes[22] zorgde dat er voor dat de Kusttram weer populair werd, maar nu als moderne sneltram.[7] Jarenlang werd er in de zomer extra gereden tussen Nieuwpoort-Bad en Blankenberge Duinse polders. Op dat traject reed er dan elke 7,5 minuten een tram, en op de rest van de lijn om het kwartier. Dat bleef zo totdat het zo druk werd dat er vanaf de zomer van 2001[23] op de hele lijn om de tien minuten gereden ging worden, met vaak nog extra ritten tussen Westende, Oostende en eventueel De Haan. In de zomer van 1989 waren bijna alle trams actief, waaronder maar liefst 28 thematrams (bijvoorbeeld "Seastartram", de tram die aansluiting geeft op rondvaart met de Seastar) In de winter waren er slechts tien trams op de baan.[24]

Per 1 juli 1998 is de lijn verlengd naar het spoorwegstation De Panne in Adinkerke.[25] De officiële opening was op 26 juni. De lijn volgt ongeveer het oude tracé van de vroegere tramlijn 13/14/21 (zie Buurtspoorwegen van de provincie West-Vlaanderen). Het oude eindpunt in het centrum heeft diverse vormen gekend. De trams stonden gewoon stil op straat voor het instappen, wat dus hinderlijk was. De verlenging was dus ook wat dat betreft een verbetering. De oude stelplaats in De Panne is decennia in gebruik geweest voor bussen. Alleen buiten konden er nog trams staan. De sporen en bovenleiding waren deels verwijderd. Na de verlenging in 1998, waarbij er ook plaats voor bussen kwam nabij Plopsaland, werd de oude stelplaats opnieuw in gebruik genomen. Alle sporen en bovenleidingen werden in ere hersteld en sinds 2004 is het in gebruik voor museumtrams, die worden beheerd door de vereniging TTO Noordzee.

In 2005 zijn de haltenummers afgeschaft.[26] Bestemmingsaanduidingen op rode of blauwe achtergrond bleven in gebruik tot circa 2006, waarna dit digitaal en zwart met fluogele letters werd. Korte ritten werden decennialang aangeduid door het cijfer van de lijn te doorkruisen met een schuine of dwarse streep. Na de NMVB-periode zijn de lijnnummers verdwenen.

Recente geschiedenisBewerken

Sinds 5 november 2007 reden er onder de naam 'X-tra' in de ochtendspits twee sneltrams vanuit Nieuwpoort-Bad naar Oostende. Deze trams stopten enkel te Nieuwpoort Kerk, Nieuwpoort Stad, Westende-Bad, Middelkerke De Greefplein en Oostende Station (en in de avondspits van Oostende naar Nieuwpoort-Bad), waar er aansluiting is met de IC-trein naar Eupen. Op 2 februari 2015 werden deze sneltrams afgeschaft in het kader van besparingen bij De Lijn. Ook vanuit Blankenberge reed een "X-tra"-tram tot in Oostende met haltes Wenduine Centrum, De Haan Aan Zee, Bredene Aan Zee en Oostende station. Alleen op deze X-tra ritten was de bestemming op trams aangegeven in fluogeel met zwarte letters. Zulke "versnelde" trams waren overigens niet nieuw; in het verleden waren er ritten "Oostende DIRECT" en "De Panne DIRECT". Deze stopten niet tussen Oostende en Nieuwpoort.[20] De BN-trams hebben deze sneldiensten ook gekend, maar zij stopten op dat traject wel in iedere plaats bij één halte.[27]

In 2011 werd keerlus Harendijke vervangen door een keerdriehoek. De beruchte kruising daar dichtbij, met trein-overweg-lichten, verdween toen ook.[28]

In maart 2017 werd langs de Slijkensesteenweg een nieuwe tramstelplaats in gebruik genomen. De bouw van de nieuwe stelplaats, waar ook de bussen van De Lijn staan, kadert in de herinrichtingswerkzaamheden van het station van Oostende en omgeving.

In 2019 werd de keerlus in Knokke voor het eerst sinds 1967 geheel opnieuw aangelegd, maar nu kleiner en verdiept en met een recht perron zodat het rolstoeltoegankelijk is. Hoewel een aantal trams een dure wielsmeerinstallatie[29] hebben tegen het oorverdovend piepen, is/was er hier en bij station Oostende niets van te merken. Maar in Knokke zou dat nu verholpen zijn.[30] Te Lombardsijde vond in 2019 de tweede routewijziging plaats. Tot 1982 sneed de tram een stukje af tussen de campings en de Zeelaan en reed daarbij door de duinen.[31] De tram sloeg dus een stukje van de N34 over. Vanaf 1982 volgde de tram wel de hele N34 tot aan de Zeelaan. Sinds 2019 gaat de tram de Zeelaan niet meer op en rijdt via de N34 door naar Nieuwpoort-Stad.

Tussen 2019 en 2023 worden grote delen van de Kusttramlijn vernieuwd. Daarvoor is ruim 80 miljoen euro beschikbaar.[32] Dit bedrag is een deel van de 300 miljoen euro die voor het hele Vlaamse tramnet uitgetrokken wordt.

Route en haltesBewerken

RoutebeschrijvingBewerken

Vanaf de keerlus te Knokke rijdt de tram eerst langs de stelplaats, en dan gaat de lijn met vrije baan achter de huizen, zonder een weg ernaast. Vroeger was dit de treinbaan. Na de watertoren bij Duinbergen sluit de lijn aan op de kustweg, en rijdt in het midden op vrije baan. Via een lange grasbaan wordt Heist bereikt. Na Heist gaat de lijn verder naar de grote zeesluisbruggen. Daar kan de rechte route of de omleidingsroute gevolgd worden, allebei met dubbelspoor en op eigen baan. Vanaf de rechte route is dit de eerste plaats waar er zicht op zee is. Hierna wordt er door Zeebrugge-Dorp gereden op vrije baan. Vervolgens gaat de lijn over de kleine zeesluis, waar er voor de tweede keer zicht op zee is. En ook hier is een omleiding mogelijk, maar hier slechts met één spoor op één rijbaan. Richting Knokke rijdt de tram daarom spook. Vanaf deze sluis gaat het op vrije baan rechtdoor op Blankenberge aan. Tussen Zeebrugge en Blankenberge is er zicht op duinen en polders. Vlak voor Blankenberge is links keerlus Duinse Polders. Tot aan het station van Blankenberge is er vrije baan, daarna gaat de tram de straat op tot aan de jachthaven, waarna er weer op vrije baan verder wordt gereden. Bij halte Harendijke is er weer een keermogelijkheid, en daarna rijdt de tram pal langs de hoge duinen, terwijl links uitzicht over velden is. Wenduine wordt met een grasbaan doorsneden. Na Wenduine doemen al gauw de duinen weer op. Kilometers lang gaat het nu met grote bochten op vrije baan door de duinen, langs keerlus Zwarte Kiezel, naar De Haan. In De Haan is er deels een derde spoor, en ook is hier het enige oude tramstation aan de kust te vinden. Ook in De Haan is er een grasbaan, en zo gaat het verder langs golfbanen, bossen en duinen, via Bredene, tot halte Oostende Duin en Zee. Ook in de grote bochten tussen Wenduine en Bredene wordt er vaak op hoge snelheid gereden. In de haven van Oostende is de grote nieuwe stelplaats. Voordat station Oostende wordt aangedaan is er alleen op/bij de sluisbruggen geen vrije baan. Vanaf twee bruggen in de haven is er voor de derde en vierde keer zeezicht. Via de Goede Windhelling komt de tram bij het station van Oostende. Hier is ook een keerlus, in beide richtingen. Vervolgens gaat de lijn verder op vrije baan naar het centrum. Vanaf het Marie-Joséplein rijdt de tram op straat het centrum uit. Daarna is er weer vrije baan. Ter hoogte van de renbaan komt de tram dicht bij het strand, en is er voor de vijfde maal zicht op zee. Ook zijn hier zijsporen naar de werkplaats. Na Mariakerke-Bad gaat de lijn echt de zeedijk op, en rijdt tot Middelkerke pal naast strand, en voor de zesde keer is er zicht op zee, deze keer vijf kilometer lang. Aan de andere kant is er deels zicht op de duinen. In Middelkerke is het smal, dus is er geen vrije baan. Maar na het centrum weer wel. Tussen halte Verhaegelaan en Belle Vue zijn er weer duinen te zien, en voor de zevende maal is er zicht op zee. Op vrije baan wordt Westende bereikt, alwaar een keerlus is. De vrije baan loopt vanaf hier helemaal door tot Oostduinkerke. Tussen Westende en Nieuwpoort zijn er duinen en velden te zien. Voor Nieuwpoort-Stad steekt de tram de IJzer over. In de verte is voor de achtste keer de zee te zien. Na Nieuwpoort-Bad zijn er ook weer duinen, en een keerpunt. In het centrum van Oostduinkerke en Koksijde en Sint-Idesbald rijdt de tram op straat, en tussen die plaatsen in op vrije baan tussen de duinen. Na het laatste stukje duinen komt De Panne in zicht, alwaar er tot nabij halte Esplanade geen vrije baan is. Hier is zijspoor naar de oude stelplaats, en keren is ook mogelijk. Vanaf dan ligt er een grasbaan tot nabij halte Kerk. Daarna gaat de lijn het Calmeynbos in, op vrije baan aan de zijkant. Na het bos gaat de lijn achter de huizen om door velden richting Plopsaland. Daarna loopt de lijn in bestrating tot in de keerlus van station De Panne.

Kusttramhaltes per gemeenteBewerken

Hieronder staat een lijst met de huidige haltes per gemeente.

 
Tramhalte Nieuwpoort Stad
 
De tramhalte bij het Station De Panne geeft aansluiting op de treinen van de NMBS (juli 2011).

Knokke-Heist

  • Station Knokke
  • Watertoren (wordt opgeheven per juli 2021)[33]
  • Duinbergen
  • Willemspark (nieuwe halte per juli 2021)[33]
  • Heldenplein
  • Dijk

Zeebrugge

  • Zeesluis
  • Kerk
  • Vaart
  • Strandwijk

Blankenberge

  • Duinse Polders
  • Sealife (wordt opgeheven medio 2021/22)[34]
  • Pier (wordt verplaatst medio 2021/22)[34]
  • Station
  • Markt (wordt medio 2021/22 verplaatst naar de Markt)[35]
  • Maritieme zone (nieuwe halte per juli 2021)[34]

Wenduine

  • Harendijke
  • Manitoba
  • Centrum
  • Molen
  • Konijnenpad

De Haan

  • Zwarte Kiezel
  • Waterkasteellaan
  • Aan Zee (alleen hier is er een derde spoor, voor het Trammelant-festival en calamiteiten)
  • Preventorium
  • Vosseslag

Bredene

  • Renbaan
  • Campings
  • Aan Zee

Oostende

Middelkerke

  • De Greefplein
  • Casino
  • Verhaegelaan
  • Krokodiel

Westende

  • Belle Vue
  • Bad
  • Sint-Laureins

Lombardsijde

  • Zeelaan
  • Schoolstraat

Nieuwpoort

Voor Nieuwpoort-Stad steekt de tram rivier de IJzer over.

  • Stad
  • Cardijnlaan
  • Ysermonde
  • Bad
  • Zonnebloem

Oostduinkerke

  • Groenendijk Bad
  • Duinpark
  • Bad
  • Schipgat

Koksijde

  • Lejeunelaan
  • Bad
  • Ster Der Zee
  • Sint-Idesbald

De Panne

  • Golfstraat (in 1991 was hier een keerdriehoek)[36]
  • Centrum
  • Esplanade
  • Kerk
  • Moeder Lambic
  • Plopsaland
  • Station

Voormalige haltesBewerken

  • Henegouwenstraat in Oostende, tussen de huidige haltes Renbaan en Northlaan.[37]
  • Camping in Lombardsijde, tussen de haltes Sint-Laureins in Westende en Zeelaan in Lombardsijde[27]
  • Bad in Lombardsijde, vervangen door halte Zeelaan door verlegging van het tracé buiten het centrum
  • Dorp in Lombardsijde, vervangen voor halte Schoolstraat door verlegging van het tracé buiten het centrum
  • YMCA in Lombardsijde, opgeheven door verlegging van het tracé buiten het centrum
  • Monument Albert[27]
  • Kerk en Zonnebloem in Nieuwpoort werden samengevoegd tot halte Zonnebloem, genoemd naar een vakantiehuis van de NMVB/De Lijn, dat echter niet bij de halte gelegen was.
  • Home G. Theunis in Oostduinkerke, tussen haltes Groenendijk Bad en Duinpark[20]
  • Vismijn te Zeebrugge, gelegen tussen haltes Kerk en Vaart.

Hernoemde haltesBewerken

  • Strandwijk in Zeebrugge, heette in 1986 nog Pier; daarvoor Muur (Frans: Mole)[20][38]
  • Sealife in Blankenberge, heette enkele jaren Sealife-Floréal
  • Markt in Blankenberge, heette voorheen Park
  • Centrum in Wenduine, heette voorheen Station[39]
  • Konijnenpad in Wenduine, heette oorspronkelijk ook Konijnenpad, daarna Sun Parks, en in 1982 Nieuwmunster Konijnenpad[7][27]
  • Zwarte Kiezel in De Haan heette in 1981/82 nog Vlissegem Zwarte Kiezel
  • Waterkasteellaan in De Haan heette in 1981/82 nog Vlissegem Waterkasteel
  • Preventorium in De Haan viel in 1982 nog onder Klemskerke, dus die plaatsnaam kwam voor de haltenaam.
  • Vosseslag in De Haan viel in 1982 nog onder Klemskerke, dus die plaatsnaam kwam voor de haltenaam.
  • Duin & Zee in Oostende heette in 1986 nog Militair hospitaal[20]
  • Marie-Joséplein in Oostende, vroeger Marie-Joséplaats[40]
  • Renbaan in Oostende, heette in 1986 nog Royal Palace[20]
  • Northlaan in Oostende, heette oorspronkelijk ook Northlaan, daartussen heette het Media Center[7]
  • Ravelingen in Oostende, heette in 1986 nog Dorpsstraat[20]
  • Domein Raversijde in Oostende, heette in 1986 nog Oud Raversijde[20]
  • Casino in Middelkerke, heette in 1986 Tennis, daarvoor Kursaal[20][40]
  • Verhaegelaan in Middelkerke, heette in 1986 nog Albertstraat[20]
  • Cardijnlaan in Nieuwpoort, heette in 1986 nog Overweg[20]
  • Ysermonde in Nieuwpoort, heette in 1986 nog Polderstraat/Victorlaan, soms ook 'Viktorlaan[20]
  • Lejeunelaan in Koksijde, heette voorheen Onderstation[7]
  • Sint-Idesbald in Koksijde, heette vroeger Idesbaldus[38]
  • Esplanade in De Panne, heette voorheen Terminus[38]
  • Moeder Lambic in De Panne, heette oorspronkelijk ook zo, tussentijds heettte het Kerkhof[41]
  • Plopsaland in De Panne, heette tussen 1998-2000 Meli-park, sinds 2001 huidige naam[42]

DienstregelingBewerken

In de zomer rijden zes trams per uur per richting over het gehele traject. De vroegste rit is om circa 04:20 uur vanuit De Panne. Vanuit Knokke rijdt er pas een tram om 05:00 uur. Voor 08.00 uur en na 20.00 uur rijden er ongeveer twee trams per uur, maar in de winter rijdt er maar één tram per uur op die tijden. In de zomermaanden duurt de 10-minuten frequentie tot ongeveer 19:00-19:30, waarna een 20-minuten frequentie volgt. Later wordt dat een 30-minuten frequentie.[43] De laatste rit eindigt na 00:30 uur in De Panne.[44] In het tussenseizoen en in de kerstvakantie rijdt de tram om de 15 minuten en in de winter om de 20 minuten. In de piekuren kunnen er extra trams rijden tussen Oostende en Westende en extra schoolritten zijn (buiten de vakanties) ook mogelijk. In de nieuwjaarsnacht rijdt de Kusttram eenmaal per uur.

Te station Oostende wordt de chauffeur afgelost, wat circa twee minuten duurt. Soms wordt ook de tram vervangen; "wegens operationele redenen". In dat geval moeten doorgaande reizigers overstappen. Zulke ritten staan wel als doorgaand in de dienstregeling. Maar er zijn ook, met name 's morgens en 's avonds, ritten die niet verder dan Oostende Station gaan en ook zo in de dienstregeling staan. Vaak kun je dan meteen overstappen, maar dat kan ook langer duren.

De tram doet er ongeveer 2 uur en 23 minuten over om de volledige afstand af te leggen, afhankelijk van de drukte en het eventueel omrijden te Zeebrugge. De rit via de grote omleidingsbruggen is ongeveer een kilometer langer. De rijtijd is wel veranderd: in voorjaar 1997 was het overdag nog twee uur en zeven minuten; in de zomer van 1998 twee uur en negentien minuten, en met kerst 2014 was het twee uur en 23 minuten.[45]

MaterieelBewerken

Historisch materieelBewerken

Tussen 1885 en 1980 zijn er alleen al aan de kust zo'n 180 verschillende series trams in gebruik geweest.[7] Op diverse plaatsen worden museumtrams bewaard. Vooral in Knokke en De Panne. Zij zijn in beheer bij vzw TTO Noordzee.[46]

Elektrische motorwagensBewerken

 
Elektrische tram te Wenduine in de jaren 1920.
 
Typische NMVB-tram uit de jaren 1970 met twee aanhangwagens in De Panne (1981).
  • Motorpakwagen OB 9965 uit 1911
  • MIVG 354 en 339 en 378 uit 1930
  • Standaardmotorwagens 9942 en 9985 uit 1932
  • HTM PCC 1006 uit 1952
  • SO 10041 uit 1956
  • 9093 uit 1958 en 9123 uit 1957
  • MIVG PCC 23 uit 1971
  • De Lijn PCC 40 uit 1971 (ex-MIVG, nu in uitvoering van De Lijn)

AanhangrijtuigenBewerken

  • A871 uit 1897
  • A50 uit 1899
  • A8768 uit 1907
  • A11572 en A11574 uit 1909 (beide alleen kast)
  • A11593 uit 1909
  • Open rijtuig A8810 uit 1910
  • A8853 uit 1912
  • Open aanhangrijtuig A8853 uit 1913
  • MIVG 70 uit 1913.
  • 9944 uit 1932
  • Standaardaanhangrijtuigen 19211 en 19656 uit 1932
  • 19537 uit 1952
  • 19706 uit 1952
  • Destelbergen 19537 en 19538 uit 1952
  • 19578 uit 1953 (barrijtuig)
  • 19545 uit 1953 (zonder interieur)

Wagons en goederenpakwagensBewerken

  • A15858 uit 1910 (open wagen)
  • A17689 uit 1910
  • A18116 uit 1915
  • A20143 uit 1917
  • Ladderwagen LW2 (A3633)

JubileaBewerken

Bij het eeuwfeest in juni 1985 en bij het 125-jarige bestaan van de Kusttram in juni 2010 werd een grote tramparade gehouden tussen Westende en Oostende. Hierbij kwam veel historisch trammaterieel op de baan, niet alleen van de vroegere NMVB, maar ook uit Antwerpen, Gent en Den Haag[47]

Huidig materieelBewerken

Serie 6000 (en 6100)Bewerken

 
Nog in oorspronkelijke staat verkerende gekoppelde BN-trams, toen die mogelijkheid nog werd gebruikt. Trams van de serie 6100, die later naar Charleroi gingen (Oostende, augustus 1981).
 
Een van een nieuwe kop voorziene tram bij het oude tramstation van Oostende (2016).

De officiële naam van het materieel is LRV (Light Rail Véhicule) maar ze worden meestal BN's genoemd naar zijn maker La Brugeoise et Nivelles. Er werden twee series gemaakt: een voor de kust (serie 6000; 49 stuks) en een voor Charleroi e.o. (serie 6100; 54 stuks). Omdat er in Charleroi nog weinig was aangepast en serie 6000 nog niet klaar was, ging een groot deel van de serie 6100 eerst naar de kust vanuit de fabriek in Brugge. Het verschil tussen de twee series is vooral dat de serie 6000 uit eenrichtingsvoertuigen bestaat en de serie 6100 uit tweerichtingsvoertuigen. Opmerkelijk is dat de NMVB koos voor twee uitvoeringen, terwijl er in beide gebieden vrijwel altijd tweerichtingsvoertuigen waren. Ook is er een verschil in maximumsnelheid (kust: 75 km/u, Charleroi: 65 km/u). Vanwege de keuze voor eenrichtingsvoertuigen moesten er aan de kust diverse keerlussen worden aangelegd. Pas toen de serie 6000 vanaf 1982 geleverd werd ging dat deel van de serie 6100 naar Charleroi, op twee stuks na. Prototype 6000 werd wel in 1980 geleverd. De 6102, 6103(1) en 6131 zijn nooit in Charleroi geweest. [7] De nieuwe 6102 en 6103(1) kwamen bij een testrit in 1981 in dichte mist met elkaar in botsing. De schade was zodanig dat de twee onbeschadigde delen werden samengevoegd tot een "nieuwe" 6102. In 1984 leverde BN een nieuwe 6103(2) aan Charleroi. In 1985 hebben de laatste 6100-en de kustlijn verlaten.[48] De 6107 heeft alleen aan de kust gereden. [49]

In plaats van lange treinen te rijden met drie aanhangwagens, moest gezien de beperkte capaciteit van de nieuwe trams, veel vaker gereden worden. Dit had het voordeel dat de hogere frequentie aantrekkelijk was en extra reizigers opleverde. Om de spitstrams te versterken werd oorspronkelijk gedacht aan het gekoppeld rijden. Uiteindelijk heeft alleen de serie 6100 gekoppeld gereden. Maar de koppelblokken waren het gevaarlijkst, omdat ze uitstaken en massief waren. Daarom zijn ze geleidelijk verwijderd bij de serie 6000, die aan de voorkant het eerst. Oorspronkelijk waren de trams ruim 21 meter lang (22 met koppelingen), 2 meter 50 breed en ruim 48 ton zwaar.[50] De later verlengde trams van de eerste generatie zijn ruim 30 meter lang en wegen leeg ruim 48 ton. De tweede generatie is 31,2 meter lang en weegt leeg 49 ton.[51] Als zo'n tram vol is weegt hij circa 69 ton.[52] De maximumsnelheid zou, nu de trams grotere wielen hebben, 85 km per uur zijn.[48]

De trams waren oorspronkelijk enkelgeleed, maar in 1994 en 1996 werden zestien trams voorzien van een middenbak met lage vloer en een extra loopdraaistel. De overige trams kregen vanaf 2002 een andere middenbak. Alle trams zijn nu dus nog veel zwaarder, maar kunnen nog steeds zo'n 80 km per uur halen. Alle trams werden later uitgerust met een 'zachte' voorkant. Die heeft een laagje kunststof vooraan om ongevallen 'zachter' te maken. Vanaf 2006 kregen ook de achterkanten een nieuwe uitstraling. Ook krijgen de trams nu een digitale ledbestemmingsaanduider; deze vervangen de oude papierfilms.[53]

De serie 6000 is allang niet meer compleet. Na diverse ongevallen zijn diverse delen verwisseld en daarmee diverse nummers verdwenen.[54] Anno februari 2020 zijn nog 44 trams van dit type aanwezig, te weten 6001-6019, 6024-6028, 6031-6037, en 6039-6049 (Sommige nummers zijn niet de oorspronkelijke, maar zijn ontstaan na samenvoegingen).[55]

Technische gegevens
Oorspronkelijke serie 6000[56]
Lengte 22,280 meter
Vermogen motor 457 kW
Gewicht 48,7 ton
Capaciteit reizigers 147
Commerciële snelheid 39 km/u
Remsysteem Drie systemen:

- Elektrodynamische remmen

- Indirecte schijfremmen met luchtdruk op motordraaistellen of op centrale loopdraaistel

- Elekromagnetische remmen

Halteaanduiding Elektrisch met leds
Ventilatie en verwarming Aanwezig, geregeld door thermostaat
Andere gegevens Mogelijkheid tot energieterugwinning, een veiligheidspedaal, uitschuifbare treden voor in- en uitstappen,

automatische halteafroep, maximale koppeling van drie trams

HermeLijnenBewerken

 
HermeLijn 6340 bij het Station Oostende (juni 2010).

Door alle "verongelukte" trams, is het oorspronkelijke overschot inmiddels een tekort geworden, vooral in de zomer. Daarom worden er sinds 2005 elke zomervakantie een dertiental trams, type HermeLijn uit Antwerpen en Gent aan de kust ingezet. Dit kan omdat in die steden er in de zomervakantie minder trams nodig zijn. Ze worden per vrachtwagen en met escorte naar de kust gebracht.

Vroeger dienden deze voornamelijk als versterking tussen Oostende en Westende. Vanaf de zomer van 2008 werd deze dienst uitgebreid tot De Haan Zwarte Kiezel. Omdat een HermeLijn moeilijker kan draaien door het gebrek aan meedraaiende wielstellen zoals een BN, moest het spoor op verscheidene plaatsen heraangelegd worden. Sinds 2008 werden ook al (niet-reguliere) ritten met passagiers naar De Panne uitgevoerd, onder andere als gevolg van veel defecten van de BN-trams. Vanaf 2010 werden de extra ritten naar De Haan Zwarte Kiezel gedurende de zomermaanden afgeschaft, als besparingsmaatregel. Testritten tot Knokke werden in het voorjaar van 2010 eveneens uitgevoerd met de HermeLijn. Vanaf juni 2010 rijdt de HermeLijn dan ook van Knokke tot De Panne, op het hele traject. De versterkingsritten Oostende Station – Westende-Bad zijn sindsdien niet meer opgenomen in de dienstregeling en de HermeLijn voert tegenwoordig evenveel reguliere diensten De Panne – Knokke als versterkingsdiensten Oostende – Westende uit.[bron?]

Ieder jaar verblijven twee Hermelijnen 's winters aan de Kust: een uit Antwerpen en een uit Gent. Overzicht, voor zover bekend:

  • 2008: 6333, 7266
  • 2009: 6335, 7246
  • 2010: 6334, 7267
  • 2011: 6332, 7268
  • 2012: 6332, 7266 (6332 in februari teruggekeerd naar de Kusttram)
  • 2013: 6341, 7267 (6341 in februari teruggekeerd naar de Kusttram)
  • 2014: 6336, 7236 (6336 in februari teruggekeerd naar de Kusttram)
  • 2015: 7269 + ?
  • 2016: 6335 + ? (6335 vertrok op 25/08/16 uit Oostende)[57]
  • 2019: 7267 & 7225 (7225 vertrok op 27/08/19 uit Oostende, en de 7267 op 19/08/19.)[57]
  • 2020: 7246 + 6336 (6336 vertrok in oktober 2020 uit Oostende).

De Hermelijnen hadden aan de kust rolfilms met alle bestemmingen op een rode achtergrond.[58] De "winter-Hermelijnen" dienen vooral voor instructieritten, en soms als sleeptram.[59]

Urbos 100Bewerken

Eind 2019 zou de eerste Urbos 100 arriveren, maar dat werd uitgesteld. In eerste instantie gaat het om 48 trams, later mogelijk uitgebreid tot 62. De fabrikant is CAF in Spanje.[60] Nieuwsberichten in februari 2020 meldden dat de nieuwe trams pas na de zomer van 2020 in de normale dienst gaan rijden.[30] Eind juni 2020 is de eerste nieuwe Kusttram per schip gearriveerd in Zeebrugge, en daarna overgebracht naar Oostende.[61][62] Vervolgens zullen er twee per maand aankomen. Na vele testen zijn ze op 3 april 2021 met passagiers gaan rijden, het eerste jaar voornamelijk op de verkorte ritten Oostende-Westende.

Technische gegevens
Urbos 100
Lengte 31,58 meter
Breedte 2,4 meter (Tijdelijk zijn ze iets breder door rubberen randen, zolang de perrons nog niet allemaal aangepast zijn)
Gewicht 40 ton
Capaciteit reizigers 187
Zitplaatsen 54 (+20 klapzitjes)

OverigeBewerken

Er zijn drie PCC-trams aanwezig op de kustlijn; een uit Den Haag en twee uit Gent.[63]

Historische gebouwenBewerken

 
Het tramstation in De Haan

Langsheen de route van de Kusttram staan verschillende historische gebouwen:

  • De grote voertuigloods en het bureel te Knokke dateren van 1930.
  • Het tramstation te De Haan aan zee is gebouwd in 1902.[64] Het is het enige nog bestaande tramstationsgebouw aan de kust.
  • Bij halte Bredene Renbaan staat een unieke stenen abri uit 1924.
  • Te Oostende Marie-Joséplein staat een abri uit 1909. Dit type was vroeger op veel plaatsen aanwezig.
  • Na halte Verhaeghelaan in Middelkerke staat er in de duinen een voormalig tractiegebouw uit 1924, tevens woning.
  • Nabij halte De Panne Esplanade is er voertuigloods uit 1924. Tegenwoordig is daar het trammuseum.

Voormalige gebouwenBewerken

  • In 1953 kwam er een natuurstenen stationsgebouw aan de halte Heldenplein in Heist. Er zat een lijnwinkel in en de toeristische dienst. In 2008 werd de halte verplaatst en eind 2011 werd het oude tramstation, dat al jaren leegstond, afgebroken.[65][66]
  • Het tramstation bij station Oostende werd in 1954 in gebruik genomen. Daarvoor was het bij het voormalige andere station, hoewel de sporen daar gewoon op straat lagen.[7] In 1989 werd het tweede "stationsgebouw" in gebruik genomen, dat voor het eerst deels ook boven de sporen was. In 2019 is dit weer afgebroken en kwam er een derde gebouw in gebruik, samengevoegd met het treinstation.
  • Bij halte Westende-Bad stond tussen de sporen een stationsgebouw uit de begintijd. Begin jaren 1970 moest het wijken voor wegverbreding.[64] Sindsdien is het stationsgebouw in De Haan het enige Belgische tramstation van vroeger dat er nog is én waar nog een tram stopt.

VervoersbewijzenBewerken

 
Z-kaart van de NMVB

De vervoersbewijzen werden vroeger verkocht en gecontroleerd door een controleur die zich tussen de rijtuigen verplaatste door deuren tussen de rijtuigen te gebruiken. Bij de type S-Oostende-tram was hiervoor aan de achterkant een deur voorzien om zich naar de aanhangrijtuigen te begeven tijdens het rijden. Het was niet toegelaten voor reizigers om deze deuren te gebruiken. Deze deuren waren alleen van de binnenkant te openen met een sleutel. In verband met de veiligheid kon deze van buiten wel geopend worden zonder sleutel. De conducteur hoefde maar één sleutelhandeling te doen bij de overstap tussen rijtuigen.

In de zomer waren er bij de meeste drukke haltes verkoopkantoren geopend om de conducteurs te ontlasten. In de winter waren er ook trams zonder conducteurs waardoor de reizigers zonder kaartje voorin moesten instappen om bij de bestuurder een kaartje te kopen. De abonnementhouders konden dan wel in de aanhangrijtuigen instappen. Het zonetarief werd als proef ingevoerd aan de kustlijn op 1 september 1981. De nationale Z-Kaart (strippenkaart) van dit tariefsysteem konden de reizigers zelf afstempelen bij automaten in de trams en stations.

Tegenwoorden worden vervoerbewijzen bij de drukste haltes verkocht in zogeheten lijnwinkels. Dit om de trambestuurder te ontlasten van de kaartverkoop. Een kaartje kopen bij de bestuurder kan als de lijnwinkel gesloten is. Alleen in de zomer zijn alle lijnwinkels open. Contant betalen kon alleen nog bij de chauffeur tot 1 juli 2020. Er komen steeds meer kaartautomaten, waardoor het aantal Lijnwinkels afneemt.

ReizigersaantallenBewerken

In 1987 was het aantal passagiers per jaar nog minder dan vier miljoen.[67] Vanaf 2000 neemt het aantal passagiers steeds sneller toe. In juli en augustus 2002 maakten 3,2 miljoen reizigers gebruik van de Kusttram, een stijging van 14% ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2008 maakten ruim 12 miljoen reizigers gebruik van de Kusttram, een stijging van 1% ten opzichte van 2007. In juli 2016 werd een recordaantal reizigers vervoerd: 2.024.560. In juli 2015, de vorige recordmaand, was dit nog 1.976.695.[68] In heel 2016 werden er 15 miljoen reizigers vervoerd.[69] In 2017 waren dit er 16,5.[70]

De soms explosieve stijging was te danken aan het eenvoudiger en goedkoper maken van de tickets en abonnementen. Zo werden de zones afgeschaft. Een abonnement is sindsdien niet in één of meer zones geldig, maar in heel Vlaanderen. Tussen 2000 en 2015 was er gratis vervoer voor 65+'ers.[4][71] Toen werd dat vervangen door een goedkoop abonnement voor 65-plussers. De algemene tarieven gingen ook omhoog, vooral met abonnement of meerdagenkaart. Het afschaffen van het gratis vervoer en de prijsverhogingen leidden niet tot grote terugloop, maar eerder tot het tegenovergestelde, zoals de reizigersaantallen tonen.

ToekomstplannenBewerken

In 2007 zou eindpunt Knokke dichter bij het treinstation komen, maar dat ging niet door.

Regelmatig worden plannen geopperd om de tramlijn vanaf Knokke door te trekken naar het Nederlandse Breskens (in 2017 weer afgewezen)[72] of vanaf De Panne naar het Franse Duinkerke (in 1937 reeds gepland).[7] De verlenging van Knokke tot Westkapelle was in 2017 nog steeds in onderzoek, zo vertelde de minister in september 2017.[73]

Er zijn plannen (Neptunusplan) voor binnenlandse spooraftakkingen (of toevoertramlijnen) van Zeebrugge naar Brugge, van Oostende naar Brugge, van Nieuwpoort naar Diksmuide en van Koksijde naar Veurne. Alle plannen staan anno 2017 al jaren "on hold".[74]

Regelmatig zijn er voorstellen om de Kusttram te vervangen door een monorail/luchtmetro[7], de tram onder de grond te stoppen, of de elektrische bovenleiding te vervangen door een stroomrail tussen de rails (zoals in diverse Franse steden), maar zulke plannen worden als onbetaalbaar gezien.[75][76]

Veiligheid, toegankelijkheid en ongevallenBewerken

VeiligheidBewerken

Over de gehele lengte van de tramlijn is geïnvesteerd in waarschuwingssystemen en hekken naast en tussen de sporen om het oversteken op onbeveiligde plaatsen te voorkomen. Ook zijn de trams uitgerust met een luide toeter, de bekende tweetonige "boerentram"-claxon. Daarnaast is er de luide standaardbel. Sommige overwegen hebben ook een bel, doch die is minder goed hoorbaar dan de klassieke bel van de NMBS-spoorwegovergangen. De tramchauffeurs worden getraind om in te spelen op gevaarlijke situaties, maar toch kunnen ze niet altijd een ongeval voorkomen. Als een auto plotseling afslaat, is door de lange remweg op tijd stoppen vaak onmogelijk.

Er wordt meestal op zicht gereden, maar op diverse plaatsen zijn er wel allerlei seinlichten, vooral in Oostende en Zeebrugge. Dit zijn niet meer de ouderwetse NMVB-seinlichten maar seinlichten die kenmerkend zijn voor de Kusttram. Bij spoorvernieuwing worden tijdelijke seinlichten gebruikt. Bij calamiteiten geeft de dispatching in Oostende aan welke tram door mag gaan over enkelspoor. Zij kunnen dat zien, want de Kusttrams hebben gps.[77] Het gps-systeem werkt samen met het KAR-systeem, dat moet zorgen voor altijd groen licht voor de tram.[78] De dispatching kan ook direct iets omroepen in alle trams, buiten de chauffeur om.

Calamiteiten en problemenBewerken

Bij calamiteiten kunnen Kusttrams tegen de rijrichting in rijden. Daarnaast zijn en waren er plaatsen waar het regelmatig voorkomt/kwam dat de tram op de weg spookrijdt of -reed. Het komt het meest voor in Zeebrugge op het omleidingsspoor op de enkelsporige brug bij halte Vaart. Richting Knokke rijdt de tram dan in de tegenrichting. Dit zorgt soms voor chaos bij het tegemoetkomende (vracht)verkeer, dat dan moeizaam achteruit moet. Er zijn twee rijbanen, waarvan één met rails. Maar vroeger was er maar één rijbaan voor alle verkeer. Die brug wordt weinig gebruikt omdat er weinig scheepvaart is. Op deze plaats komt een nieuwe grote zeesluis. Bij de grote zeesluis twee haltes verderop kan er in de tegenrichting gereden worden als een van de enorme sluisbruggen niet bruikbaar is. De omleidingssporen hier worden dagelijks gebruikt, want hier is veel scheepvaart, en een brugopening duurt wel 30 minuten. In Oostende kwam spookrijden tot in 2000 voor in de keerlus via de Karel Janssenslaan en de IJzerstraat, in het centrum, net zoals bij de oude keerlus door de smalle straatjes bij het station (Oesterbankstraat- Fregatstraat- Lijndraaiersstraat). Deze laatste is opgeheven in 2019. Maar in de Sportstraat en op de Nieuwpoortsesteenweg is spookrijden nog wel mogelijk.

Tot na 2000 werd bij tijdelijk enkelspoor rijden de loodsstok gebruikt, die de chauffeurs aan elkaar overhandigden. Er waren een rode en een blauwe.

Vooral het deel tussen Oostende en Middelkerke heeft veel last van opwaaiend zand.[79] Daarom heeft De Lijn daar onder andere speciale zandzuiger(s) voor. Eind 2019 ontving De Lijn nog een nieuw en krachtiger exemplaar.[80] Desondanks loopt er nog weleens een tram vast in het zand.[81] En bij storm valt er soms niet tegenop te zuigen/scheppen. Soms blijven de trams dan op één spoor rijden, maar bij hevige storm rijden er geen trams tussen Oostende en Westende. De kustweg is dan afgesloten,[82] dus ook de vervangbussen komen daar niet. Vanwege het opwaaiende zand wordt tussen 2020 en 2023 de baan op dit deel vervangen door een baan in beton.[32]

Contact met treinverkeerBewerken

 
De kruising van spoorlijn 202 met de N34a en het dubbele spoor van de Kusttram in Zeebrugge in 2011. De trein kon toen nog op de sporen rijden.

De Kusttram heeft lange tijd in rechtstreeks contact gestaan met het treinverkeer. Er waren gelijkvloerse kruisingen met treinsporen te Nieuwpoort (tot 1966),[12] Oostende (in de haven, tot 1992)[83] en Zeebrugge (tot ± 2017). In Nieuwpoort was er eerst een treinstation ter hoogte van de huidige Astridlaan. Een havenspoor liep door de spoordriehoek van de stoomtram. De stoomtram reed vanaf 1889 met behulp van een derde rail in het treinspoor naar Nieuwpoort-Bad.[84] Na de Eerste Wereldoorlog was Nieuwpoort-Stad geheel verwoest en werden de spoorlijn en het station verderop opnieuw opgebouwd. Sindsdien was er een tram- en treinkruispunt bij halte Cardijnlaan.[12] De spoorlijn sloot in 1952 voor reizigersverkeer en helemaal in 1974 en is nu grotendeels fietspad. Er waren ooit plannen voor een museumtramlijn, en daarom zijn er nu langs het traject nog tramstootblokken.[84] In Zeebrugge was er een kruising met spoorlijn 202, maar de treinsporen in de trambaan zijn sinds 2018 verwijderd.

Op de kaai nabij de vismijn te Nieuwpoort-Stad waren goederensporen voor tram en trein, net zoals in de haven van Oostende. Bij station Blankenberge was er tot 1977 een spoor naar de stelplaats en het goederenstation.[7][85] Tussen Blankenberge en Zeebrugge reed de tram vroeger met behulp van een derde rail die tussen de treinrails lag. Rond 1980 kwam er een grote zeesluis in Zeebrugge met omleidingssporen. Voorheen was er wel een dam, en daarop reden tram en trein "samen" op één spoor (smalspoor in normaalspoor).[12]

In 1982 noemt de NMVB de kustlijn nog "spoorlijn".[27] Daarom waren er ook overwegen met treinlichten.

ToegankelijkheidBewerken

De Kusttram wordt steeds meer aangepast voor personen met een beperking. Steeds meer haltes worden rolstoeltoegankelijk gemaakt en alle trams hebben minstens één lage in-/uitstap met een uitklapbare rijplank. Zo kwamen er in 2018 kwamen er nog acht toegankelijke haltes bij.[86] In 2018 waren van de 134 individuele haltes 101 (oftewel 75,4%) toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Voor personen met een visuele beperking waren er 96 van de haltes toegankelijk (oftewel 71,6%).[87]

Incidenten en ongevallenBewerken

  • De serie 6000 en 6100 zijn zware trams die eigenlijk bedoeld waren voor gebruik in premetrotunnels en op viaducten (zoals in Charleroi veel voorkomt).[bron?] Door de lange remweg van dit materieel (circa 142 meter bij een snelheid van 75 kilometer per uur)[88] was het aantal (dodelijke) ongelukken relatief groot, ondanks de drie krachtige remsystemen.[89] Door vele maatregelen, onder andere meer waarschuwingslichten, het opheffen van veel kruisingen, en het verwijderen van de koppeling voorop de trams, is het aantal ongevallen sterk gedaald.[90]
  • In 1997 waren er 166 Kusttram-incidenten, terwijl er in heel West-Vlaanderen 6700 ongevallen waren. Volgens Hugo van Wesemael, toenmalig directeur-generaal van De Lijn, kon er daarom gesteld worden dat de Kusttram nog steeds het meest veilige vervoermiddel was aan de kust.[91]
  • Anno 2011 was in 81% van de gevallen een andere weggebruiker de veroorzaker van het tramongeval.[92] Onoplettende toeristen vormen een groot gevaar. Daarom is er ieder jaar een veiligheidscampagne en zijn er ieder jaar afleveringen van het wekelijkse VRT-programma "Kijk uit" die geheel aan de Kusttram zijn gewijd.[93] Voor de reiziger werd het later ook weer veiliger: eerst ging de maximumsnelheid voor auto's omlaag, later werden de perrons heraangelegd of verbreed, en de wegen daarom versmald.
  • Een ernstig ongeval gebeurde in winter 2011. Een nachtelijke "ontijzelingstram" ontspoorde met hoge snelheid in de bocht bij Nieuwpoort-Bad, omdat de chauffeur in slaap was gevallen. De complete tram was van de rails geraakt en de wagenbak was losgekomen. Er vielen geen gewonden. Er waren vier grote hijskranen nodig om de tram op een wagen te laden. Het kruispunt was vele uren afgesloten en er konden ook geen trams of bussen rijden.[94]

GalerijBewerken

SporenschemaBewerken

Sinds de publicatie van de onderstaande afbeelding is onder andere de situatie in De Panne gewijzigd. In 1998[25] is de lijn doorgetrokken tot aan het station van Adinkerke, op drie kilometer van de Franse grens. Daar is een nieuwe stelplaats gebouwd voor tram en bus, waar een keerlus omheen ligt waardoor de tram dus helemaal kan rondrijden. Er zijn vier doodlopende korte opstelsporen. Tussen Nieuwpoort-Stad en Westende is de route in 2019 rechtgetrokken. Bij de hoofdwerkplaats te Oostende kan er nu achterlangs en daarmee omheen het hoofdkantoor gereden worden. De keerlus daarna, via de IJzerstraat, is in 2000 opgeheven. De keerlus en de opstelsporen bij Oostende Station zijn in 2019 opgeheven. In plaats daarvan kwam er na de sluisbruggen een nieuwe grote stelplaats, met acht doorgaande lange sporen. Via dat terrein kan ook gekeerd worden. Bij De Haan werd het derde spoor verlengd en heeft nu drie wissels. De keerlus tussen Wenduine en Blankenberge is vervangen door een keerdriehoek.

Sporenschema van de Kusttram in 1994.

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Kusttram van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.