Luikse tram

De Luikse tram is een project waarbij een of twee tramlijnen aangelegd zullen worden om belangrijke kernen binnen de Luikse agglomeratie te verbinden. Lijn 1 wordt uitgevoerd en zal het overstapstation van Jemeppe-sur-Meuse verbinden met de commerciële zone van Basse-Campagne in Herstal, via het HST-station Luik-Guillemins en de Place Saint-Lambert. De lijn zal uitgebaat worden via een PPS-contract. De aanleg van een tweede lijn is optioneel, deze is voorzien tussen Ans en Vaux-sous-Chèvremont bij Chaudfontaine.

Tramway de Liège
Luikse tram
Basisgegevens
Locatie Luik, België
Vervoerssysteem Tram
Startdatum mei 2023 (lijn 1)
Lengte trajecten 11,7 km
Aantal lijnen 1
Aantal stations 23 (lijn 1)
Uitvoerder(s) TEC
Operationele gegevens
Gem. snelheid 20 km/h
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer

GeschiedenisBewerken

De eerste tramsBewerken

 
De geschiedenis van de trammaatschappijen in Luik.
 
Tram voor la Poste, voor de Eerste Wereldoorlog.

De eerste trams in Luik waren paardentrams uit 1871. Elektrificatie van de lijnen vond plaats in 1893, een primeur voor België. Gedurende de volgende tien jaar breidde het net sterk uit. Nieuwe lijnen werden zowel naar het zuiden als het noorden van de stad aangelegd. In 1899 bereikte een lijn de pont de Wandre, in 1897 verbond een andere Luik met de stad Chênée en in 1905 werd de stad Angleur eveneens bediend door trams. Voor de wereldtentoonstelling van 1905 werd een vierde lijn aangelegd. Er waren vele elkaar concurrerende trammaatschappijen die uiteindelijk fuseerden in drie grote trammaatschappijen: RELSE (Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions), TULE (Tramways Unifies de Liège et Extensions) en de Buurtspoorwegen van de provincie Luik met zijn lokale stadslijnen. Deze lijnen werden na de Tweede Wereldoorlog stukje bij beetje ingekort tot november 1967, toen de laatste tram buiten dienst werd gesteld. De tram werd uit dienst genomen vanwege het feit dat het materieel verouderd was en het te duur zou zijn om deze te vervangen. Moderne bussen zouden winstgevender zijn.[1]

Enkele oude trams zijn bewaard gebleven in het Museum voor het Openbaar Vervoer van Wallonië.

Het geschrapte metroprojectBewerken

  Zie TAU (metro) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Aan het einde van de jaren 70 van de 20e eeuw werd de aanleg van een metro voorzien. Er werd al een tunnel aangelegd onder de kaaien van Saint-Léonard en la Batte. De metro zag echter nooit het licht en de tunnel ging de geschiedenis in als een van de grote nutteloze werken van het land.

Nieuwe plannenBewerken

Sinds 2008 bestaat er een consensus bij de burgemeesters van het Waalse Gewest en bij de OTW over de terugkeer van de tram. Enerzijds moet het stijgende autoverkeer in de Luikse agglomeratie teruggedrongen worden,[2] anderzijds zijn bepaalde assen nu al verzadigd, vooral in de Maasvallei.

Het project is nog niet heel gedetailleerd: een eerste lijn vertrekkende van Seraing naar Herstal lijkt vast te staan, maar een tweede lijn van Ans naar Chênée, of Vaux-sous-Chèvremont wordt overwogen. Enkelen onderstrepen het belang van het voorzien van een centrale ringlijn die min of meer het traject van de huidige Luikse buslijn 4 zou overnemen.[3]

De kosten voor de aanleg van de eerste lijn worden geschat op 500 miljoen euro; voor de tweede lijn zou dit 300 tot 700 miljoen bedragen.[4] De ingebruikname van de eerste lijn was gewenst voor 2015,[5] maar in 2009 werd het najaar van 2018 voorzien voor de eerste ingebruikname. Met een lengte van 17,5 km, zal deze lijn 25 haltes tellen, waarvan 7 intermodale punten met een overstapmogelijkheid op de bus.[5]

Op 21 oktober 2011 heeft de Waalse regering het definitieve tracé van lijn 1 vastgelegd.[6]

Op 22 december 2011 raakte de Waalse regering het eens over de realisatie van de eerste fase van lijn 1, tussen Sclessin et Coronmeuse. Deze sectie zou opgeleverd worden in 2017.[7][8]

Het nieuwe netBewerken

TracéBewerken

De lengte van lijn 1 zal 19,061 kilometer bedragen: 17,799 kilometer van Seraing naar Herstal en 1,262 kilometer voor de aftakking naar Bressoux. Hoewel, aanvankelijk ziet alleen de sectie Sclessin – Coronmeuse het licht. Deze sectie zal 11 kilometer lang zijn, 21 haltes tellen en 360 miljoen euro kosten.[9][10]

Het tracé volgt over het algemeen de linkeroever van de Maas. De lijn zal langs de esplanade voor het station Luik-Guillemins passeren, alsook langs de boulevards d'Avroy en de boulevards de la Sauvenière. Ter hoogte van de rue Féronstrée en van de kaai van la Batte, splitst de tramlijn. De tram vervolgt zijn route langs de kaaien van Saint-Léonard tot Coronmeuse.

WerkenBewerken

In 2018 werden de aanbesteding toegewezen aan het consortium Tram'Ardent, een consortium van Colas, CAF en de financiële groep DIF. Naast Tram'Ardent was ook Mobiliège 2.0 (waar onder meer Alstom deel van uitmaakte) als laatste kandidaat overgebleven.

De werken zullen vier jaar duren, van 2019 tot 2023.[11]

In 2016 werd een ingebruikname in 2021 voorzien. Twee jaar later leek dit eerder 2022 te worden door uitstel bij de aanbesteding. Omwille van Europese kritiek op de wijze waarop het project werd opgenomen in de begroting, heeft het dossier vertraging opgelopen.

Tijdens de bouw liep de vertraging nog verder op als gevolg van het stilleggen van de werf aan het begin van de Coronapandemie.

Rollend materieelBewerken

 
Een 1:1 maquette van de kop van het het toekomstige materieel.

De aanbesteding werd toegewezen aan het consortium Tram'Ardent waar het Spaanse CAF deel van uitmaakt. CAF zal 20 trams van het type Urbos leveren, uitgerust met batterij omdat een deel van het tracé zonder bovenleiding zal zijn.[12]

Van 5 tot 13 oktober 2019 werd op het Tivoliplein een maquette op ware grootte van de toekomstige trams tentoongesteld. Later verhuisde de maquette naar het Museum voor het Openbaar Vervoer van Wallonië.[13]

Externe linkBewerken