Hoofdmenu openen

Duivelshuis (Arnhem)

Rijksmonument op Koningstraat 38
Duivelshuis

Het Duivelshuis is een stadskasteel uit de 16e eeuw in het centrum van Arnhem, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het huis wordt tegenwoordig het Maarten van Rossem Huis genoemd en is onderdeel van het stadhuis. In het stadskasteel bevindt zich de werkkamer van de Arnhemse burgemeester. Recht tegenover het Duivelshuis bevindt zich het provinciehuis van Gelderland.

GeschiedenisBewerken

Op deze plek stond ooit een stadsboerderij. Deze woning was eerder het bezit van Johan Mynschart die tussen 1444 en 1463 burgemeester van Arnhem was. Het pand werd toen waarschijnlijk het "Huis van Mynschart" genoemd. In 1518 werd het huis eigendom van hertog Karel van Gelre. Na de dood van de hertog werd het huis in 1539 verkocht aan Maarten van Rossum, de veldheer van de hertog. Het huis werd in 1543 verbouwd en kreeg toen de officiële naam: "Huis van Maarten van Rossum". Na de dood van Van Rossum verkochten de erfgenamen het pand in 1575, waarna het door verschillende eigenaars werd bewoond.

De gemeente Arnhem kocht het Duivelshuis in 1828 ter vervanging van het vervallen stadhuis op de Markt. Twee jaar later werd het stadhuis na een renovatie in gebruik genomen. De gewoonte was dat iedere aftredende burgemeester een eigen glas in loodraam liet vervaardigen.

In 1898 werd onder leiding van architect Constantijn Muysken uit Amsterdam het pand weer in historische stijl hersteld. Het huis maakt nog steeds deel uit van het stadhuis. Op de begane grond bevindt zich een kleine zaal, de Schepenzaal. Hier worden veel huwelijken afgesloten. Op de eerste verdieping huist het kantoor van de burgemeester.

DetailsBewerken

Het Duivelshuis dankte zijn naam aan de saters aan de voorkant van de gevel. Deze wezen hebben tot volksverhalen geleid over het Duivelshuis.[1] Daarnaast zijn er nog meer beelden te zien op de gevel. Tussen de dakkapellen staan zes beelden van belangrijke personen uit de tijd van Maarten van Rossem (v.l.n.r): Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone, Karel de Vijfde, Karel van Egmond, Willem van Gulik en als laatste Maarten van Rossum zelf.[2]

Sinds 1830 is de traditie om een blijvende herinnering achter te laten in het Duivelshuis aan een aftredende burgemeester. Dat gebeurt door een speciaal glas-in-loodraam in de burgemeesterskamer van het Duivelshuis.

Zie ookBewerken