Ingoesjen

etnische groep

De Ingoesjen (Ingoesjetisch: ГIалгIай, Ghalghaï, uitspraak: [ˈʁəlʁɑj]) zijn een etnische groep in de noordelijke Kaukasus. Ze bewonen hoofdzakelijk de Russische autonome republiek Ingoesjetië. Ze spreken het Ingoesjetisch, die sterk verwant is aan het Tsjetsjeens. In 2021 woonden er minstens 517,186 Ingoesjen in Rusland waarvan 473,440 in Ingoesjetië.[6]

Ingoesjen
Ghalghai
Locatie van de Ingoesjen in de Kaukasus
Verspreiding Vlag van Rusland Rusland: 517,186
Ingoesjetië: 473,440
Tsjetsjenië: 1100
Noord-Ossetië: 28.000[1]
Vlag van Europa Europese Unie: 200,000[2]
Vlag van Turkije Turkije: 85.000[3]
Vlag van Kazachstan Kazachstan: 18,000[4]
Vlag van Oezbekistan Oezbekistan: 800[5]
Taal Ingoesjetisch en Russisch
Geloof Soennitische islam
Verwante groepen Tsjetsjenen, Kist en de Batsbi
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Geschiedenis bewerken

De Ingoesjen worden beschouwd als een van de meest inheemse volkeren van de Noordelijke Kaukasus. Volgens Leonti Mroveli, de 11e-eeuwse Georgische chroniqueur, is Kavkas'os (Caucas) de voorvader van de Ingoesjen. Georgische, Griekse en Duitse historici gebruiken ook de termen Kisten, Dzoerdzoeken of Ghlighvi,[7][8] oudere etnoniemen, om te verwijzen naar de Ingoesjen. De oud-Griekse geograaf-historicus Strabo noemde hen Gargariërs[9], die volgens hem door anderen ook Gelae werden genoemd.[10] De Amerikaanse cartograaf Joseph Hutchins Colton bestempelde het land van de Ingoesjen als Gelia.[11]

Ze noemen zichzelf Ghalghai, wat vertaald kan worden als "mensen van torens". De geschiedenis van de Ingoesjen is nauw verbonden met die van de verwante Tsjetsjenen. De voorouders van deze twee volken bestonden uit stammen die gezamenlijk bekend staan als de Vainachen.

  Zie ook de sectie Oorsprong en ontstaan van de Vainachen in het artikel over de Tsjetsjenen.

Ze kwamen in 1810 gedeeltelijk onder Russische heerschappij. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden ze onterecht door Stalin beschuldigd van samenwerking met de nazi's en de gehele Ingoesjetische bevolking werd zodoende naar Kazachstan en Siberië gedeporteerd, met als gevolg dat twee derde van de Ingoesjen om het leven kwamen. Ze werden echter, na de dood van Stalin in de jaren vijftig gerehabiliteerd en het werd hun in 1957 toegestaan om terug te keren.

In een groot deel van hun voormalige woongebied waren echter Osseten gaan wonen en een deel van dat gebied was ook bij Noord-Ossetië gevoegd. De terugkerende Ingoesjen kregen te maken met aanzienlijke vijandigheden van de Osseten. Het geweld laaide eind oktober 1992 op tijdens het Ossetisch-Ingoesjetisch conflict, toen tienduizenden Ingoesjen gedwongen werden door Russen om hun huizen in het huidige Noord-Ossetische district Prigorodni te verlaten.[12]

Religie bewerken

De oorspronkelijke religie van de Ingoesjen was tot het begin van de negentiende eeuw aanwezig, ook al waren er gedurende de middeleeuwen tijdelijk wel christelijke invloeden vanuit Georgië. Als reactie op onder andere de groeiende Russische invloed, werden de Ingoesjen en de Tsjetsjenen geleidelijk aan tussen de zeventiende en begin negentiende eeuw tot de islam bekeerd.

De Ingoesjen zijn soennieten, die voor een groot deel de Soefi-traditie volgen. Daarin volgen de Ingoesjen dan weer de ordes (tariqas) van Naqshbandiyya en Qadiriyya.[12]

Cultuur bewerken

De Ingoesjen kennen een gevarieerde cultuur met tradities, legendes, eposen, verhalen, liederen, spreekwoorden en gezegdes. Muziek, liederen en dans worden vooral erg gewaardeerd. Populaire muziekinstrumenten betreffen onder de dachtsj-pandr (een soort van balalaika), de kechat pondoer (een accordeon, in het algemeen door meisjes bespeeld), een driesnarige viool, de zoema (soort van klarinet), de tamboerijn en drums.