Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Alexander de Grote

koning van Macedoniē

Alexander III van Macedonië (Grieks: Μέγας Ἀλέξανδρος, Mégas Aléxandros of Ἀλέξανδρος Γ' ὁ Μακεδών, Aléxandros tritos ho Makedón), (Pella, 20 juli 356 v.Chr.[1]Babylon, 11 juni 323 v.Chr.[2]), beter bekend als Alexander de Grote, was koning van Macedonië en op de leeftijd van 30 jaar was hij de schepper van een van de grootste rijken in de oudheid, een rijk dat zich uitstrekte van de Ionische Zee tot de Himalaya. Hij was ongeslagen in de strijd en wordt beschouwd als een van de meest succesvolle bevelhebbers aller tijden. Hij werd geboren in Pella in 356 v.Chr. Alexander werd tot aan zijn zestiende opgeleid door de beroemde filosoof Aristoteles. In 336 v.Chr. volgde hij zijn vader Philippus II van Macedonië op nadat deze door Pausanias was vermoord. Philippus had de meeste stadstaten van het vasteland van Griekenland onder Macedonische hegemonie gebracht, door het gebruik van zowel militaire als diplomatieke middelen.

Alexander de Grote
Μέγας Αλέξανδρος
356323 v.Chr.
Brooklyn museum Alexander bewerkt.jpg
Koning van Macedonië (Argeaden)
Periode 336323
Voorganger Philippus II
Opvolger Alexander IV
Philippus III
Hegemoon van de Korinthische Bond
Periode 336323
Voorganger Philippus II
Opvolger ?
Farao van Egypte
Periode 332323
Voorganger Darius III
Opvolger Philippus III
Koning van Azië
Periode 331323
Voorganger -
Opvolger Philippus I
Sjahansjah van Perzië
Periode 330323
Voorganger Darius III
Opvolger Philippus III
Vader Philippus II
Moeder Olympias
Buste van Alexander de Grote als Helios. - Musei Capitolini (Rome)

Na de dood van Philippus erfde Alexander een sterk koninkrijk en een ervaren leger. Het bevelhebberschap van Griekenland werd aan hem toegewezen en, met zijn gezag stevig gevestigd, lanceerde hij de militaire plannen voor expansie uitgetekend door zijn vader. In 334 v.Chr. viel hij het door Perzen beheerste Anatolië binnen en begon een reeks van campagnes die tien jaar lang duurden. Alexander brak de macht van Perzië in een reeks van beslissende veldslagen, met name de veldslagen van Issos en Gaugamela. Vervolgens wierp hij de Perzische koning Darius III omver en veroverde het gehele Perzische Rijk. Het Macedonische Rijk strekte zich nu uit van de Adriatische Zee tot de Indus.

In een poging om "het einde van de wereld en de Grote Buitenste Zee" te bereiken, viel hij India binnen in 326 v.Chr., maar werd uiteindelijk gedwongen om terug te keren door de bijna-muiterij van zijn troepen. Alexander stierf in Babylon in 323 v.Chr. In de jaren na de dood van Alexander verscheurde een reeks van burgeroorlogen zijn rijk wat resulteerde in de vorming van een aantal staten die werden geregeerd door de Diadochen, Alexanders overlevende generaals. Hoewel hij vooral bekend is door zijn grote veroveringen, was de blijvende erfenis van Alexander niet zijn bewind, maar de culturele diffusie die zijn veroveringen veroorzaakten.

Hij stichtte een twintigtal steden die zijn naam droegen met het Egyptische Alexandrië als de voornaamste. Alexanders nederzettingen van Griekse kolonisten en de daaruit volgende verspreiding van de Griekse cultuur in het oosten resulteerden in de Hellenistische beschaving, waarvan bepaalde aspecten nog duidelijk aanwezig waren in de tradities van het Byzantijnse Rijk tot het midden van de 15e eeuw. Alexander werd legendarisch als een klassieke held naar het voorbeeld van Achilles en speelt een grote rol in de geschiedenis en mythes van zowel Griekse en niet-Griekse culturen. Hij werd de maatstaf waarmee generaals, tot op vandaag, zichzelf vergelijken en militaire academies over de hele wereld onderwijzen nog steeds zijn tactieken die zoveel successen opleverden.

Inhoud

Levensloop

Jeugd

 
Aristoteles, leermeester van Alexander en Hephaistion

Alexander de Grote werd geboren in Pella als zoon van de Macedonische koning Philippus II en koningin Olympias. Later, na zijn bezoek aan Egypte, zou hij Zeus als zijn hemelse vader beschouwen.

 
Resten van het Nympheum, de school in Miëza waar Alexander onderricht kreeg van Aristoteles.

Het ten noorden van het klassieke Griekenland gelegen Macedonië werd door de Grieken als half barbaars gezien. Alexanders moeder kwam uit Molossië, een deel van Epirus. Zowel Macedonië als Epirus werd bewoond door 'grens'-Grieken. Dat wil zeggen Grieken aan de andere kant van de Olympus. De inwoners golden als minder geciviliseerd dan de Grieken in de stadstaten van het zuiden.

Volgens Plutarchus benoemde de vader van Alexander de filosoof Aristoteles tot diens leermeester. De filosoof zou enkele jaren later De Kosmos opdragen aan zijn koninklijke leerling. Dankzij een andere docent, Lysimachos, werd hij ondergedompeld in de wereld van de homerische epen. Alexander zou er een levenslange liefde voor de Ilias aan overhouden, een boek dat hij op veldocht onder zijn kussen had. Ook de anti-Macedonische redenaar Demosthenes maakte een toespeling op Alexanders liefde voor Homerus.

De jonge Alexander kon uitstekend paardrijden op zijn paard Bucephalus en leidde op jonge leeftijd al een deel van zijn vaders leger. Zo voerde hij de cavalerie aan tijdens de beslissende charge tijdens de slag bij Chaeronea in 338 v.Chr..

In 336 v.Chr. werd Philippus vermoord door Pausanias, een jongeman wiens motieven waarschijnlijk nooit aan het licht zullen komen aangezien hij meteen ter dood gebracht werd.

Bevestiging van de macht in Griekenland

 
Diogenes vraagt Alexander om uit zijn zon te gaan

Tijdens de Derde Heilige Oorlog (358 v.Chr.-346 v.Chr.) had Philippus van Macedonië diplomatiek en militair gezien de leiding gekregen over Griekenland, en dit werd bevestigd na de Slag bij Chaeronea (338 v.Chr). Toen de moord op Philippus (najaar 336 v.Chr.) de Grieken ter ore kwam, meenden zij dat onder diens onervaren zoon de Macedonische hegemonie snel zou eindigen, maar deze liet zich meteen bevestigen als leider (hegemon) van de Korinthische Bond (336/335 v.Chr.). Alexander de Grote zou de meest bekende cynicus uit de Oudheid ontmoet hebben in Korinthe, Diogenes van Sinope. Alexander zou Diogenes hebben gezegd dat hij elk verzoek mocht doen dat binnen zijn macht lag, tot de helft van zijn rijk, en Alexander zou het inwilligen. Diogenes reageerde: "Dan verzoek ik u een stapje opzij te doen, want u staat in het zonlicht." Alexander zou gezegd hebben: "Als ik Alexander niet was, dan zou ik Diogenes willen zijn." Het volgende jaar bracht hij door in de noordelijke grensgebieden van Macedonië (Thracië en Illyrië), waar hij vernam dat de Thebanen in opstand waren gekomen. Sneller dan verwacht arriveerde Alexander voor de poorten van Thebe, waar hij een bloedbad aanrichtte.

Klein-Azië

In 334 v.Chr. begon Alexander aan zijn beroemde veldtocht tegen Perzië. De eerste twee jaar richtte hij zich op Perzië, dat toen een groot gebied beheerste in het Midden-Oosten. Zijn vader had al dit plan opgevat, terwijl ook de Grieken er warm voor liepen om eindelijk met de Perzische erfvijand af te rekenen.

Alexander veroverde eerst Klein-Azië, waar in Griekse steden als Milete en Ephese pro-Perzische en pro-Macedonische fracties tegenover elkaar stonden. Hij versloeg eerst een Perzisch legertje bij de rivier de Granicus (zomer 334 v.Chr.), stootte door naar de Perzische residentie Sardes, nam Milete, en verloor vervolgens veel tijd met de belegering van Halicarnassus, waardoor het strategisch initiatief weer bij de Perzen kwam te liggen. In sommige steden zou Alexander later als bevrijder worden gezien (in Priëne zou hij bijvoorbeeld nog eeuwenlang goddelijke eerbewijzen ontvangen).

Na anderhalf jaar versloeg hij de Perzen bij Issus (november 333 v.Chr.). De Perzische koning kon dankzij een goede tactiek Alexander in de val lokken, tussen de zee en de bergen. Hier had hij echter weinig voordeel aan zijn overmacht; kwalitatief waren de Macedoniërs hem de baas.

Na Issus rukte Alexander op naar het zuiden, richting Libanon en Egypte om eerst deze gebieden, waarvan de garnizoenen bij Issus waren omgekomen, te bezetten. De strategische noodzaak hiertoe was dat de Perzen vanuit de kuststeden vloten naar het Egeïsche Zeegebied konden sturen.

Van de voor de Libanese kust gelegen eilandstad Tyrus eiste Alexander het recht te mogen offeren aan de stadsgod Melqart, die vanouds werd geïdentificeerd met de voorvader van de Macedonische dynastie, Herakles. Voor de Feniciërs, waar alleen bepaalde families het priesterschap mochten bekleden, was dit blasfemie, en het kwam tot een belegering. De handelslieden van Tyrus waanden zich veilig op hun eiland, maar Alexander liet een dam aanleggen om daarvandaan de stad te beschieten, en verwierf voldoende schepen om de stad van over het water aan te vallen en de muren te bestormen. Woedend over het verzet dat hem veel tijd had gekost en opnieuw het strategisch initiatief had doen verliezen, liet hij zijn manschappen de stad plunderen en verwoesten. De mannen werden gekruisigd en de vrouwen als slavinnen verkocht.

Hierna trok Alexander naar Jeruzalem dat hem na het inmiddels bekend geworden lot van Tyrus wijselijk vrije doortocht verleende. In Egypte werd Alexander als bevrijder ontvangen en kostte het hem niet veel moeite om zijn gezag te vestigen. Hij liet zich als nieuwe Farao eer bewijzen en liet de eerste plannen opstellen voor de bouw van de nieuwe stad Alexandrië aan de monding van de Nijl.

Zoon van Zeus

 
De priester van het Orakel van Siwa noemt Alexander de zoon van Ammon

Vergeleken met hoe de farao gezien werd door de Egyptenaren, is het niet verwonderlijk dat Alexander in hun ogen vanaf dat moment de op aarde gereïncarneerde oppergod was, echter, de Grieken die Alexander vergezelden zagen dit anders.

In Egypte bevond zich diep in de woestijn een oase met een wereldberoemd orakel. Dit orakel van Amon werd al eeuwen ook door Grieken bezocht om het hun vragen voor te leggen. De priesters daar spraken Grieks met die bezoekers. En het orakel was bekend komen te staan als het Orakel van Zeus-Amon. Zeus was immers de oppergod, maar dan van de Grieken.

Alexander besloot ook het Orakel van Zeus-Amon te bezoeken. Hij trok met een select groepje van makkers door de woestijn naar het Berberse Siwa om zijn vraag aan het orakel voor te leggen. Bij aankomst van Alexander in Siwa werd hij begroet door de hogepriester met de Griekse woorden 'oh zoon van Zeus'. Dit was geen verwonderlijke begroeting in een land waar de vorst gold als zoon van Ra. Plutarchus, die daar misschien niet van op de hoogte was, probeerde het uit te leggen als een verspreking van de barbaarse priester: hij wilde zeggen 'Mijn zoon' (ὁ παιδιον) maar gebruikte een verkeerde verbuiging, 'ὁ παιδιος'. Alexander zou dit verstaan hebben als 'ὁ παι Διος', zoon van Zeus. Dit was het tweede moment waarop Alexander als god leek te worden begroet, en zijn propaganda exploiteerde het maximaal. Wederom een kwestie van plaatselijke gebruiken - niets anders dan een cultureel bepaald verschil, dat voordelig werd uitgelegd.

De ondergang van Perzië

Nu richtte Alexander zich op het Perzische kernland in het oosten. In de Slag bij Gaugamela, op 1 oktober 331 v.Chr., versloeg hij opnieuw Darius III, maar deze wist te ontkomen. Daarna veroverde Alexander de Perzische steden Babylon, Susa en Persepolis. De laatste stad liet hij gedeeltelijk in brand steken om zo wraak te nemen voor de verwoesting in 480 v.Chr. van Athene door Xerxes I[3]. Alexander deed dit mogelijk op aanstichting van de hetaere Thaïs uit Athene[4].

Nog altijd was Darius III in leven, en hij was bezig een leger op te bouwen in Ecbatana (het huidige Hamadan) in Medië. Om te verhinderen dat dit Babylonië zou aanvallen en zo Alexanders aanvoerlijnen zou afsnijden, rukten de Macedoniërs snel op naar het noordwesten. Darius, die zijn leger nog niet volledig gereed had, trok zich terug naar het oosten, maar werd in juni 330 v.Chr. door zijn generaal Bessos vermoord.

Alexander had al eerder besloten de bezette gebieden te behouden. Aangezien het aantal Macedoniërs dat als bestuurder kon dienen eindig was, zou hij moeten samenwerken met de oude elite, de Perzen. Na de dood van hun koning besloot Alexander deze te wreken, om zo de Perzen ook emotioneel aan hem te binden. Hij presenteerde zich steeds vaker als oosters heerser, en leidde zijn leger naar Herat en Samarkand.

De operaties in het huidige Kazachstan en Oezbekistan lijken een ommekeer in Alexanders geluk te zijn geweest. Voor het eerst werd hij gedwongen een guerrilla te bekampen, met name tegen de Sogdiërs, en we lezen hoe de verspreid opererende Macedonische legers ook weleens nederlagen lijden. Onze bronnen vermelden spanningen tussen Macedoniërs en Grieken, melden dat Perzische soldaten meer successen boekten dan de Europeanen, en doen weinig om het genocidale karakter van de operaties te verbergen. Een guerrilla kan in principe alleen gewonnen worden door de guerrillero's en de bevolking van elkaar te scheiden, wat in moderne termen wil zeggen dat een duurzaam en vreedzaam alternatief moet worden ontwikkeld. Alexander probeerde hetzelfde effect te bereiken door de nomadische bevolking naar nieuwe steden te deporteren, wat echter een voedingsbodem was voor verdere grieven en opstanden.

In 327 v.Chr kwamen verdragen tot stand, die Alexander het excuus gaven dat hij de oorlog had gewonnen. Zo sloot hij een coalitie met de lokale leider Oxathres, met wiens dochter Roxane hij trouwde. Alexander sloot ook een vriendschapsverbond met het koninkrijk Khorazm bij de Oxusrivier in 328 v.Chr. (steeds beschouwd als een woestijnachtig gebied, tot archeologische opgravingen bij deze rivier een grote irrigatiecultuur uit die tijd aan het licht brachten).

Begin van het Hellenisme en huwelijkspolitiek

 
Alexander met Roxane

Het was Alexanders plan om Griekenland en Perzië niet alleen militair te verenigen, maar ook om een eengemaakte hofcultuur te creëren. Hij introduceerde aan zijn hof in de voormalige Perzische hoofdsteden Babylon, Persepolis en Susa Perzische kledij en gewoonten. Een ervan was de proskynesis, het zich in het stof werpen voor een hogergeplaatste. De Macedoniërs en Grieken verafschuwden dit, wat Alexanders populariteit ondermijnde. Omdat ze enkel wilden buigen voor goden, ging Alexander steeds meer de weg op van zelfvergoddelijking.

De in veroverde gebieden gestichte steden hadden Grieks ogende tempels en Griekse scholen, maar niet de traditionele autonomie van de polis, die onder Alexander ten einde kwam. Dit had als neveneffect dat het onderscheid tussen Grieken en barbaren gerelativeerd werd en er een nieuwe hellenistische filosofie groeide rond burgers van de kosmopolis. Dat Aziaten konden toetreden tot leger en bestuur, was overigens eerder uit imperiale noodzaak dan uit humanisme.

Het wordt soms beweerd dat Alexander een vermenging der volkeren nastreefde, maar de Macedoniërs bleven toch de elite. Op de massabruiloft in Susa in 324 v.Chr. liet hij tachtig officieren en hovelingen trouwen met Perzische meisjes, maar omgekeerd konden verdienstelijke Perzen niet huwen met Europese dames.

Zelf trouwde Alexander met drie prinsessen uit het voormalige Perzische Rijk: de Sogdische Roxane van Bactrië in 327 v.Chr., Darius' dochter Stateira en Artaxerxes' dochter Parysatis tijdens de massabruiloft te Susa in 324 v.Chr. Terwijl zijn beste vriend en erastes (minnaar) Hephaestion als de liefde van zijn leven wordt beschouwd, verwekte Alexander bij Roxane vermoedelijk Alexander IV van Macedonië ("Aegus") (323 - 309 v.Chr.). Hij had ook nog een bastaardzoon bij Barsine, Herakles (327 - 309 v.Chr.).

Indusvallei

 
Alexander de Grote op een munt (ca. 325 v.Chr.)

In 327 v.Chr. trok Alexander naar India.[5] Hij wilde "tot het einde van de wereld" zijn tocht voortzetten, wat, zo meende hij, bij de uitmonding van de Ganges was. Hij versloeg bij de rivier de Hydaspes in de Punjab, die tegenwoordig Jhelum heet, de Indiase vorst Poros, maar uiteindelijk weigerden zijn soldaten verder te gaan. De maandenlange tropische regenval zal een rol bij hun weerzin hebben gespeeld.

Een genocidale campagne door de zuidelijke Punjab en de Indusvallei volgde, waarbij Alexander bijna dodelijk gewond raakte. De dramatische terugtocht, onder meer door de Gedrosische woestijn in het Pakistaans-Iraanse grensgebied, kostte duizenden van zijn mannen het leven.

Rond de tijd van de slag aan de Hydaspes stierf Alexanders beroemde paard Bucephalus ("rundskop"), waarover de legende ging dat het afstamde van de woeste paarden van Diomedes, getemd door Herakles in zijn achtste werk. Alexander noemde de stad Bucephala naar zijn gestorven paard.

Alexanders dood

Alexander maakte plannen voor veldtochten naar het Arabische schiereiland en tegen Carthago, maar op 11 juni 323 v.Chr. stierf hij op 32-jarige leeftijd in het paleis van Nebukadnezar II in Babylon aan een plotselinge koorts. Mogelijk is dat Alexander, die voor hij deze laatste keer Babylon binnentrok, verbleef in een kamp in de moerassen rond Babylon, een aandoening aan zijn longen heeft opgelopen. Dit zou hebben geresulteerd in een longontsteking, die hem fataal is geworden. Voor de theorie van de longontsteking pleit ook het feit dat Alexander enige tijd daarvoor een pijl in zijn borstkas had gekregen bij de verovering van een stad. Alexander was zelf met maar drie anderen als eerste over de muur geklommen om de stad te veroveren en had daarbij de verwonding opgelopen. Daarvan leek hij te zijn genezen, maar het is mogelijk dat zijn longen toch een zwakke plek waren gebleven.

Waaraan Alexander precies gestorven is, is echter moeilijk met zekerheid vast te stellen. Moord door vergiftiging is zeker ook een mogelijkheid. In een BBC documentaire uit 2003 die de doodsoorzaak onderzocht, stelde Leo Schep van het New Zealand National Poisons Centre dat het kruid Veratrum album, dat in de oudheid bekend was, gebruikt kan zijn om Alexander te vergiftigen. De symtomen die Alexander de laatste elf dagen van zijn leven vertoonde kunnen het gevolg zijn van vergiftiging door deze plant. Zeker is dat Alexander zich ook bij zijn Macedonische omgeving vijanden gemaakt had.

Hij werd gebalsemd en zijn lijk zou naar Macedonië vervoerd worden voor de begrafenis. Onderweg maakte Ptolemaeus I Soter zich meester van het lijk en voerde het naar Egypte[6]. Hij begroef het lijk voorlopig in Memphis. Nadien zette hij het lijk bij in een gouden graftombe te Alexandrië. Ptolemaeus III liet het goud omsmelten om er munt uit te slaan en verving de gouden tombe door een tombe uit albast. Pompeius, Julius Caesar en Augustus zouden de tombe bezocht hebben en de laatste zou toen hij het lijk kuste per ongeluk de neus ervan afgebroken hebben. Caligula zou zelfs het kuras uit het graf hebben geroofd. Later werd de tombe gesloten en zijn laatste rustplaats is nog altijd niet gevonden.

Zelfvergoddelijking

Via zijn moeder Olympias rekende Alexander de homerische held Achilles tot zijn voorouders. Langs vaderlijke lijn beriep hij zich op Herakles, zoon van Zeus, en Deianeira, dochter van Dionysos. Een tweede traditie bracht de dynastie in verband met de zonnegod. Deze afstamming bracht weliswaar prestige, maar in de Griekse godsdienst was het ook voor koningen niet mogelijk zich bij leven als een god te laten vereren.

Zijn bezoek aan het Orakel van Zeus-Amon, waar de Egyptische priesters hem volgens hun gebruiken begroetten als zoon van god, was een openbaring voor Alexander. Vanaf nu liet hij zich 'zoon van Ammon' en 'zoon van Zeus' noemen, en beschouwde hij zich dus ook als een halfbroer van Herakles en Dionysos.

Bij de Grieken en Macedoniërs konden stadsstichters na hun dood als halfgoden worden vereerd, maar niet tijdens hun leven. Nochtans lijkt Alexander daar wel degelijk op te hebben gejaagd en was hij ermee ingenomen toen de Sambastriërs hem het offer voor een avatar brachten, dat geleek op dat voor een Griekse halfgod. Voor Alexander was het een manier om zijn gezellen te overtuigen de proskynesis in acht te nemen, een complex ritueel dat voor de Perzen onafscheidelijk verbonden was met het koningsschap, maar voor de Macedoniërs met goddelijkheid. Kort voor zijn dood lijkt Alexander de goddelijke status binnen handbereik te hebben gehad. Op een herdenkingspenning stelde hij zich voor met bliksem in de hand, in Karmanië presenteerde hij zich als Dionysos en zijn betreurde Hephaestion liet hij vereren als een halfgod. Efesos gaf Apelles opdracht een schilderij te maken van Alexander als god en zelfs Athene bestelde een beeld van 'koning Alexander de onoverwinnelijke god', zij het zonder er offers op te dragen.

Na zijn dood

 
Ptolemaeus I Soter en zijn vrouw Berenike, die het Egyptische deel van het rijk erfden

Bij zijn overlijden strekte Alexanders rijk zich in oost-westelijke richting zo'n 4000 km uit. De grote afstanden droegen, samen met het feit dat het in relatief korte tijd tot stand was gekomen, bij aan het snelle uiteenvallen ervan. In eerste instantie werd er een soort staatsraad gevormd, bestaande uit de voornaamste generaals van Alexander, zijn moeder, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en enkele raadgevers, om de zaken waar te nemen voor de beoogde opvolger Alexanders jonge zoon Alexander IV. Al snel trokken de sterkste generaals de werkelijke macht naar zich toe. Deze generaals bekend als de "Diadochen", bevochten elkaar hevig, wat uiteindelijk ook velen in Alexanders omgeving het leven kostte: zijn moeder Olympias, zijn vrouw Roxane (Perzisch: Rhoxane), zijn zoons Alexander IV en Heracles, zijn zus Cleopatra, zijn halfzus Eurydice, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en de meeste van zijn hoogste officieren werden uiteindelijk of vermoord als gevolg van samenzweringen en complotten of sneuvelden in een van de vele onderlinge veldslagen. In eerste instantie viel zijn rijk uiteen in vier delen, na verdere ontwikkelingen drie en uiteindelijk twee.

Diadochen

Nadat Alexander stierf en geen opvolger had aangewezen verdeelden deze het rijk zelfstandig onder elkaar. Kassander werd de opvolger van zijn vader Antipater, en kreeg Hellas. Ptolemaeus I Soter werd heer en meester over Egypte en een paar kleine ministaten in en rond de vruchtbare sikkel. Lysimachus, die door te groot protest niet veel macht over had moest zich tevredenstellen met Thracië en delen van Klein-Azië. Seleucus bezat de resten van het Perzische rijk.

Legendevorming

 
Alexander tijdens de Slag bij Issus (333 v. Chr) vechtend tegen Koning Darius III (niet zichtbaar), detail van het Alexandermozaïek

De legendevorming rond Alexander de Grote is aanzienlijk. Hierboven is al genoemd zijn zogenaamde afstamming van Zeus. Tevens zou het Orakel van Delphi hem onoverwinnelijk genoemd hebben. In Europa en delen van het westen van Azië wordt hij veelal als held en geniaal veldheer gezien, maar in Iran geldt hij als vernietiger van hun eerste grote rijk en verwoester van Persepolis. Uit vele culturen, van de Britse tot verschillende culturen in Zuidoost-Azië, zijn legenden over hem bewaard gebleven, waarin hij dan soms wordt afgebeeld als lokale vorst.

Bij de Minangkabau van West-Sumatra bestaat een legende dat één van zijn nakomelingen met zijn boot op de Gunung Merapi bleef steken (toen alleen met de top boven de zee uitstekend). Zijn nakomelingen bevolkten later de Minanglanden, zo vertelt de legende. De koningen van de Minangkabau claimden afstamming van Iskandar Zulkarnain (zie hieronder).

In het oosten wordt hij vaak als "Iskander" aangeduid. Onder de klassieke geschiedschrijvers die over zijn veldtochten verhalen zijn Arrianus, Plutarchus en Quintus Curtius. Beroemd is ook zijn methode om de legendarische Gordiaanse knoop te ontwarren, te weten met zijn zwaard.

Van Alexander wordt beweerd, dat hij het scheren zou ingevoerd hebben, opdat tegenstanders zijn soldaten tijdens het gevecht niet bij de baard zouden kunnen grijpen. Scheren zou in zijn leger uitgevoerd zijn met de wapens. Afbeeldingen tonen Alexander zonder baard, terwijl Griekse helden en Goden dikwijls baarden dragen.

Alexanders karakter

 
Beeld in het Louvre

Oude geschriften over Alexander zijn weinig objectief, bedoeld òf om hem op te hemelen òf om hem door het slijk te halen, zodat we weinig zeker weten over zijn karakter. Zijn moed in het gevecht staat buiten kijf. Het beeld van hem als een van de soldaten was een basis van zijn leiderschap. Dikwijls ging hij voorop in de strijd, zoals bij cavaleriecharges of bij het beklimmen van stadsmuren. In Multan kostte dit hem bijna het leven, maar zijn lijfwachten Peukestas en Leonnatus konden de in de borst getroffen veldheer beschermen tot er versterking kwam. In totaal raakte Alexander een negental keer gewond.

Het heeft er sterk de schijn van dat Alexander, de geniale veroveraar, een ongedurig karakter had. Hij bekommerde zich weinig om de organisatie van zijn rijk en koos bij moeilijkheden voor het oorlogspad. Eergevoeligheid en opvliegendheid blijken ook uit sommige episodes. Zo vermoordde hij zijn vriend Clitus tijdens een ruzie bij een drinkgelag, iets waar hij later veel spijt van had. Ook liet hij Philotas en diens vader Parmenion vermoorden, die weigerden details van een samenzwering tegen hem te onthullen. De filosoof Anaxarchos zou, toen Alexander zichzelf te veel als god begon te zien, gezegd hebben, wijzende op zijn bloedende vinger: "Zie hier het bloed van een sterveling, niet van een god." In andere versies van het verhaal zou Alexander dit juist zelf hebben gezegd tegen een overdreven onderdanige soldaat.

Hij was een kundig onderhandelaar die de nodige diplomatie aan de dag kon leggen. Als het opportuun was kon hij zachtaardig zijn tegenover verslagen vijanden. Sisygambis de moeder van Darius III kwam na de verovering van Babylon smeken om haar leven en dat van haar dienstmeisjes. Alexander vroeg hoe zij behandeld wilde worden en ze antwoordde: "Als een Koningin." Alexander stemde in en Sisygambis bleef koningin van Babylon. Ook Poros, koning van Indië, die zwaargewond smeekte voor een behandeling, kreeg zijn titel als Vagel terug.

Niettemin toonde hij zich vaak genadeloos. Recent is men meer gaan letten op die negatieve kanten van Alexander: vooral A.B. Bosworth was hierin als wetenschapper zeer belangrijk:

"We moeten ophouden ons Alexander voor te stellen als Alexander "de Grote": de jonge, charismatische veroveraar, die de wereld wou vergrieksen en cultuur brengen, en waarover zoveel anekdotes bestaan; eerder moeten we ons hem voorstellen als een brutale vechtjas, die talloze stammen op zijn weg uitmoordde, zich op talloze zuippartijen ziek dronk en daarop agressief werd. Hij was zonder een greintje respect voor de onderworpen gebieden; zijn beleid beperkte zich tot genadeloze repressie en miste elke visie op lange termijn. Wie zich niet onvoorwaardelijk onderwierp, hoefde vaak niet meer op genade te rekenen, wat de anekdotes dan ook vertellen. Bijvoorbeeld bij de verovering van Tyrus werd bijna de gehele bevolking uitgemoord omdat de stad zich verzette tegen annexatie. Ook het lot van Persepolis was niet beter. In Griekenland zelf was het lot van een opstandige stad trouwens even gruwelijk zoals bij de verwoesting van Thebe bleek. De vergelijking met Attila de Hun of Dzjengis Khan, berucht om hun wreedheid, is misschien dan ook meer op zijn plaats dan die met de blonde halfgod. Alexander "de Gruwelijke" is misschien wel meer op zijn plaats."

Aldus de mening van Bosworth. Volgens andere historici moet men dit echter in de context van die tijd zien. Veroveraars en machthebbers waren nooit mensen die het bij het opbouwen van een imperium nauw met de mensenrechten namen en daarbij genadeloos voor tegenstanders en onwilligen waren. In een volgende fase, als het Imperium eenmaal tot stand is gekomen, komt er door een sterk centraal gezag pas ruimte voor handel en kunst om tot bloei te komen. Hoe dit ook zij, het geweld dat hij tegen burgers gebruikte, vooral tegen de nomadische Sogdiërs en de Indiërs, was van een ongeziene omvang: "nooit eerder in de wereldgeschiedenis had iemand zoveel mensen om het leven laten brengen".[7]

Alexander wordt als leerling van Aristoteles en door de beelden die van hem als Griekse halfgod zijn gemaakt in de beeldvorming vooral gezien als de stichter van het Hellenisme. Dat kwam echter pas na zijn dood tot volle wasdom. Ook na de dood van Dzjengis Khan brak onder diens opvolgers een bloeiperiode voor het veroverde rijk aan.

Alexander trouwde hij drie keer met een vrouw, tevens hield hij er minnaars op na. Hephaestion zou mogelijk de dierbaarste persoon in zijn leven zijn. In het oude Griekenland en Macedonië was dit geen enkel probleem.

Alexanders erfenis

Alexanders veroveringen leidden tot een grote verspreiding van de Griekse taal en cultuur, tot in India toe. De periode na zijn dood wordt dan ook het Hellenistische tijdperk genoemd. Andersom werden ook de Grieken beïnvloed door wat zij in het Oosten aantroffen, bijvoorbeeld door de Babylonische astrologie, religies en andere oosterse cultuuruitingen.

Invloed van Alexander

 
Alexandrië in Egypte, gesticht door Alexander

Maar ook begonnen de nieuwe Griekse machthebbers de weelderige levensstijl van de oosterse potentaten te imiteren wat vroeger onder de Grieken zeker afgekeurd zou zijn. Het koningschap nam ook een goddelijk air aan. Dit was gebruikelijk in Perzië en Egypte waar de koning gezien werd als een levende god op de troon. Dit aspect kwam via het hellenisme ook terecht bij de latere Romeinse keizers die ten slotte ook goddelijke eer opeisten.

Alexander was ook van grote invloed op de economie. Zo stimuleerde hij de handel door havens en wegen aan te leggen en nieuwe steden te stichten. Ook van belang was de economische impuls die uitging van de verdeling van de Perzische kostbaarheden, die daarvoor nutteloos in schatkelders hadden gelegen. Hij liet namelijk een groot gedeelte van de Perzische schatkist omsmelten en tot muntgeld slaan en stimuleerde zo flink de geldeconomie.

Ten slotte waren Alexanders tochten feitelijk ook wetenschappelijke expedities, op onder meer geografisch, geschiedkundig en biologisch gebied. Hiervan profiteerde bijvoorbeeld Aristoteles die geregeld verslagen over voordien onbekende zaken toegestuurd kreeg. Hierdoor werd het Griekse wereldbeeld aanzienlijk verruimd.

Tijdens zijn regering werden er vele steden naar hem genoemd, waarvan Alexandrië in Egypte de bekendste is. Ook van grote betekenis was dat door de hellenisering van het Midden-Oosten het Grieks als lingua franca gebruikt werd waardoor rond het begin van de jaartelling de meeste bewoners dit konden verstaan. Hierdoor kon het jonge christendom zich snel verspreiden en wortel schieten.

Alexander de Grote was een van de eersten van wie het portret voor propaganda ingezet werd. Er zijn talloze beelden van hem gemaakt en zijn hoofd werd gedrukt op muntgeld.

Tegenwoordig wordt aangenomen dat de ziekte lepra zich vanuit India met de terugtrekkende troepen van Alexander heeft verspreid naar het Midden-Oosten (en vandaar uit via Egypte naar Afrika) en Griekenland (en van daaruit naar Italië en Europa).

Hephaeistion

Ook wordt veel vermeld over zijn minnaar en boezemvriend Hephaestion. Alexander en Hephaeistion groeiden samen op en werden vrienden voor het leven. Deze hechte vriendschap wordt ook vergeleken met die van Achilles en Patroklos.

Antieke bronnen

De oudste bronnen over Alexander zijn niet tot ons gekomen: Alexanders daden van hofhistoricus Kallisthenes, de Koninklijke dagboeken van secretaris Eumenes van Kardia, de Jeugd van Alexander door Onesikritos, de Dood van Hefaistion en Alexander door Efippos, de Terugvaart uit Indië van Nearchos, memoires van Ptolemaios, Aristoboulos, Kleitarchos...

Fragmenten uit deze werken zijn aan te treffen in Ploutarchos' Leven van Alexander, een van onze vier hoofdbronnen over het leven van de Macedoniër. Waar Ploutarchos een positief beeld schetst, is Arrianos bij momenten ronduit idealiserend, omdat hij zijn Anabasis voornamelijk baseert op Alexanders officieren Ptolemaios en Aristoboulos, voor Indië aangevuld met Nearchos. De meer sombere vulgaattraditie, Diodoros van Sicilië en Quintus Curtius Rufus, wordt als iets minder betrouwbaar beschouwd. Via Kleitarchos weerspiegelt ze de zienswijze van traditionele Macedoniërs.

Recent wordt waardevolle informatie gepuurd uit 'oosterse' bronnen, zoals de Babylonische astronomische dagboeken of het Boek van Arda Wiraz, die een noodzakelijke aanvulling vormen op de eenzijdig Griekse kijk.

Trivia

Fictie

 
De Alexandersarcofaag, laatste rustplaats van koning Abdalonymus van Sidon, afbeelding uit het Nordisk familjebok
  • Louis Couperus, Iskander. De roman van Alexander den Groote (1920)
  • Valerio Massimo Manfredi, Alexander De Grote (2004 Luithingh Sijthoff B.V., Amsterdam)
  • Doeschka Meijsing, De tweede man (2000). Roman rond de historische Alexander de Grote en een hedendaagse persoon met dezelfde naam
  • Willem Jan Otten, Alexander. Tragedie van het succes in vier bedrijven (Het Toneel Speelt, 2006) Toneelstuk over Alexanders jacht op Dareios.
  • Mary Renault, Fire from Heaven, London: Longman Group (1970) (Vuur uit de hemel, Van Holkema en Warendorf)
  • Mary Renault, The Persian boy, London: Longman Group (1972) (De Perzische jongen, Van Holkema en Warendorf)

Films

Een bekende film over Alexander de Grote is Oliver Stones productie Alexander uit 2004 met Colin Farrell in de titelrol, en verder met onder meer Angelina Jolie, Val Kilmer, Jared Leto, Christopher Plummer en Anthony Hopkins in de voornaamste rollen. Verder is er ook een documentaire over Alexander de Grote gemaakt genaamd In the Footsteps of Alexander.

Muziek

Het album Iskander (1973) van de Nederlandse prog-band Supersister is geheel gewijd aan het verhaal van Alexander de Grote met tracks als Dareios The Emperor, Alexander, Bagos, Roxane en Babylon.

Het laatste nummer van het album Somewhere in time van Iron Maiden (1986) heet Alexander the Great. De tekst bestaat uit een uittreksel uit zijn daden.

Externe links

  Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Alexander de Grote.
Achaemeniden:Cyrus · Cambyses · Smerdis · Darius I · Xerxes I · Artaxerxes I · Darius II · Artaxerxes II · Artaxerxes III · Darius III
Macedoniërs:Alexander de Grote · Philippos III Arridaios · Alexander IV
Seleuciden:Seleucus I Nicator · Antiochus I Soter · Antiochus II Theos · Seleucus II Callinicus · Seleucus III Ceraunus · Antiochus III de Grote · Seleucus IV Philopator · Antiochus IV Epiphanes
Parthen:Arsaces I · Arsaces II · Priapitius · Phraates I · Mithridates I de Grote · Phraates II · Artabanus I · Mithridates II de Grote · Gotarzes I · Orodes I · Sinatrukes · Phraates III · Mithridates III · Orodes II · Phraates IV · Tiridates II · Phraataces · Orodes III · Vonones I · Artabanus II · Tiridates III · Vardanes I · Gotarzes II · Sanabares · Vonones II · Vologases I · Vardanes II · Vologases II · Pacorus II · Artabanus III · Vologases III · Osroes I · Mithridates IV · Vologases IV · Osroes II · Vologases V · Vologases VI · Artabanus IV
Sassaniden:Ardashir · Sjapoer I · Hormazd I · Bahram I · Bahram II · Bahram III · Narses · Hormazd II · Sjapoer II · Ardashir II · Sjapoer III · Bahram IV · Yazdagird I · Bahram V · Yazdagird II · Hormazd III · Peroz · Valash · Kavad I · Zamasp · Khusro I · Hormazd IV · Khusro II · Bahram VI · Kavad II · Ardashir III · Boran · Hormazd V · Yazdagird III
Ghaznaviden:Alptigin · Sebük Tigin · Ismail · Mahmud · Mohammed · Mas'ud I
Il-kans:Hulagu · Abaka · Teguder · Arghun · Geikhatu · Baidu · Ghazan · Öljeitü · Abu Sa'id · Arpa · Musa · Mohammed
Timoeriden:Timoer Lenk · Pir Mohammed · Shahrukh Mirza · Abu'l-Qasim Bābar · Sjāh Mahmūd · Ibrāhim · Sultān Abu Sa'id Gūrgān · Yādgār Muhammad · Sultān Hussayn · Badi ul-Zamān · Muzaffar Hussayn
Safawieden:Ismail I · Tahmasp I · Ismail II · Mohammad Khodabanda · Abbas I · Safi · Abbas II · Suleiman I · Soltan Hoseyn I · Tahmasp II · Abbas III · Suleiman II · Ismail III
Afshariden:Nadir Sjah Afshar · Adil Sjah Afshar · Ebrahim Sjah Afshar · Shahrokh Sjah Afshar
Zand:Karim Khan · Mohammad Ali Khan · Abol Fath Khan · Sadiq Khan · Ali Murad Khan · Jafar Khan · Lotf Ali Khan
Kadjaren:Agha Mohammed Khan Kadjar · Fath'Ali Kadjar · Mohammad Sjah Kadjar · Ali · Hossein Ali Kadjar · Naser ed-Din Kadjar · Mozaffar ed-Din Kadjar · Mohammed Ali Kadjar · Soltan Ahmad Kadjar · Ali Reza Khan-e Kadjar · Nasir al-Mulk · Mohammed Hassan Mirza
Pahlavi:Reza Pahlavi · Mohammad Reza Pahlavi