Theophrastus

botanicus uit Oude Athene (371v Chr-287v Chr)

Theophrastus van Eresus (Oudgrieks: Θεόφραστος, Theophrastos) (371/0 – 287/6 v.Chr.[1]), geboren op Lesbos, was een leerling van Aristoteles, die na diens dood (in 322 v.Chr.) scholarch (hoofd) werd van de Peripatetische School.

Theophrastus van Eresus
Buste van Theophrastus.
Persoonsgegevens
Naam Θεόφραστος, Theophrastos
Geboren Lesbos, 371 v.Chr.
Overleden 287/6 v.Chr.
Land oude Griekenland
Beroep filosoof en wetenschapper
Oriënterende gegevens
Tijdperk Antieke filosofie
Stroming Peripatetische School
Beïnvloed door Aristoteles
Functies
vanaf 322 v.Chr. scholarch Peripatetische School
Belangrijkste werken
late 4e eeuw v.Chr. Karakters
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Hij was evenals zijn leermeester een universeel geleerde die zich met vele takken van wetenschap bezighield. Hij was bedrijvig zowel in de humane wetenschappen: in de retorica, literatuurwetenschap, wetgeving, geschiedenis en in de studie van poëzie, als in de exacte wetenschappen: in de kosmologie, meteorologie, natuurkunde, scheikunde en in de biologie. Een duidelijke grens werd tussen die twee toen nog niet getrokken, waardoor deze oplijsting eclectisch kan lijken.

Ook schreef hij over muziek en metafysica. Hij wordt als één der eerste botanici beschouwd. Ook zijn van hem in een verhandeling over voortekenen van het weer de oudste weerspreuken bekend. Plinius de Oudere (1e eeuw n.Chr.) vermeldt hem enkele keren in zijn Historia naturalis.

Kort voor zijn dood (287/6 v.Chr., hij was toen 85) beklaagde hij zich erover dat een mensenleven veel te kort was om alle problemen te doorgronden.

WerkenBewerken

 
Historia plantarum, 1549

Theophrastus zou een oeuvre van 225 titels beslaan volgens Diogenes Laërtius (Diog. Laer. 5,42-50). Verreweg het grootste deel van zijn talrijke geschriften ging verloren of is slechts fragmentarisch bewaard. Zijn werk over de Ionische natuurfilosofie legde de grondslag voor latere studies over de geschiedenis van de filosofie. Volledig bewaard zijn twee waardevolle werken: één over plantkunde en een bundel “Charakteres” (“Karaktertypen”).

De botanische werken van Theophrastus zijn in de 15e eeuw uit het Grieks in het Latijn vertaald door Theodorus Gaza: de causis plantarum en de historia plantarum. Ze worden nu als zijn belangrijkste boeken beschouwd. Theophrastus wordt weleens de "Vader van de Plantkunde" genoemd. Hij beschreef 480 groepen planten, die hij indeelde op basis van veelal morfologische kenmerken. Heel erg opvallend was dat hij de kelk- en kroonbladeren interpreteerde als gemodificeerde bladeren. Deze veronderstelling bleek meer dan twee millennia later juist te zijn. Enkele plantengeslachten die beschreven werden door Theophrastus zijn Crataegus, Daucus, Asparagus en Narcissus. De oorspronkelijke Griekse manuscripten zijn later verloren gegaan. Het is dus onmogelijk na te gaan wat Theophrastus zelf geschreven heeft.

Een bekend werk van hem uit een heel ander genre is Karakters. Theophrastus zet hierin dertig stereotiepe karakterschetsen neer. Deze geven uitsluitend een negatief beeld van verschillende karaktertypen aan de hand van een korte omschrijving en voorbeelden. De Karakters vond later veel navolging in Europa, vanaf de 17de eeuw.

Voorts zijn fragmenten van Over de stenen, Over de winden, Over vuur bewaard gebleven.

MiddeleeuwenBewerken

Gedurende de Middeleeuwen wordt Theophrastus - ook wel gespeld als Theophrasius - opgevoerd als een persoon met auctoritas op het terrein van de ondeugden van het vrouwelijk geslacht, bijvoorbeeld in Le livre de la cité des dames van Christine de Pisan (ca. 1364-ca. 1430), boek 2, hoofdstuk 13, waarin hij het huwelijk ernstig afraadt. Er is grond om aan te nemen dat Theophrastus, of aan hem toegeschreven uitspraken, gecompileerd is in aforismenbundels die door laat-middeleeuwse predikers gebruikt werden om hun soms uren durende preken te kruiden met pikante one-liners.

NavolgingBewerken

In het traktaat Dat bedroch der vrouwen, (tussen 1528 en 1531) samengesteld en gedrukt door Jan van Doesborch, maar alleen bewaard gebleven in een vermoedelijk ongewijzigde herdruk uit omstreeks 1532 van zijn compagnon en opvolger Jan Berntszoon uit Utrecht, wordt Theophrastus te midden van andere grootheden als Ambrosius en Hiëronymus opgevoerd als gezaghebbend vrouwenkenner, en wordt hem het volgende in de mond gelegd:

Theophrasius: vraecht [men] oft een wijs man sal trouwen een huysvrouwe, ende daerop hy seyt:
- Is een vrouwe schoon, van goeden zeeden ende manieren. Is se van goeden eerbaren ouders. Is se gesont ende rijck, soo mach se een wijs man trouwen. Maer verhaelt terstont:
- Luttel sulcker vrouwen vint men in die bruyloften, maer wel dieghene die alle nacht kijven ende clagen, seggende:
'Dees gaet proper ende wel gecleet, ende ic ga als een arm slave.'
'Waerom saechdi op ons ghebuerwijf?'
'Wat hebdy te spreken met die maecht?'
- Een vrouwe trect uut haer schaemte als si uut trect haer cleederen.

Zijn Charakteres vond sinds de 17e eeuw veel navolging, onder meer door de Fransman La Bruyère (Les Caractères), in Engeland Sir Thomas Overbury (Characters, 1614), in de Zuidelijke Nederlanden Richard Verstegen (Scherpsinnighe characteren, 1619, 1622), en in de Noordelijke Nederlanden Constantijn Huygens (Zedeprinten, 1624).

LiteratuurBewerken

  • Barker, A., Fortenbaugh, W.W. & Huby, P.M. (1992). Theophrastus of Eresus, Sources for his Life, Writings, Thought and Influence. Leiden: Brill.

Externe linkBewerken

VoetnotenBewerken

  1. (en) Fortenbaugh, W., Brill's New Pauly. Brill.